Elsloo in oude ansichten

Elsloo in oude ansichten

Auteur
:   J.H. Peters
Gemeente
:   Stein
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1972-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Elsloo in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

HET OUDE ELSLOO

Ons dorp is een der oudste van Limburg. Al zesduizend jaar geleden woonden hier mensen. Elsloo is zo'n mooie plaats dat de wandelaar, die de schoonste plekjes weet te vinden, er even stil van wordt, getroffen door de intieme sfeer van elk plekje. Veel van het mooie is in de loop der jaren verloren gegaan, doch om de herinnering aan het verleden te bewaren is het idee geboren om door middel van oude ansichten en foto's de tegenwoordige bewoners van ons dorp een inzicht te geven over Elsloo hoe het was in het begin van de twintigste eeuw tot de jaren 1930. Laten we eens een wandeling maken door het oude dorp en beginnen aan de Maas. Hier lopen we over de oude steenweg richting Maasberg. Aan de ene kant loopt een beekje waarlangs knotwilgen groeien, aan de achterkant, tegen de berg aangebouwd, liggen de huisjes van de families Vranken, Lemmens en Paumen. Aan de andere kant een grasland en de Molenbeek. Zo komen we aan het veerhuis, bij de ingang van het kasteel en de brug over de Molenbeek, waar de eikenlaan voor ons opdoemt. Dit was de weg naar Geulle.

Maar laat ons terugkeren en de Maasberg oplopen, dan vinden we aan de rechterkant de pachthoeve met de watermolen, behorend bij het kasteel. Het huis verder is van de familie Fredrix. Zij waren van huis uit vrachtrijders; met kar en paard reed men naar de markt in Maastricht en vervoerde goederen her en der. Dan komen we aan het monument ale huis van notaris Bootz, hetwelk daarna is betrokken door de gebroeders Cremers die er een brouwerij in hadden. Daarnaast het huis van de ontvanger Vaessen die er een winkel had en daarnaast het huis van de familie Fredriks dat in de loop der jaren verschillende keren is verbouwd.

We hebben de klim achter de rug en kijken eens terug de berg af. Als men goed luistert hoort men nog het vloeken van de voerlieden die met hun paarden de

boomstammen, die in het bos werden gekapt, de berg moesten opslepen, die toen nog een grindweg was. Het tegenovergestelde was te horen in de winterdagen als de jeugd zich vermaakte met de bobslee oftewel "ieswagel". Soms werd de bodem van een roeiboot genomen, waar dan zo'n twintig kinderen op zaten. Dan ging het in razende vaart naar beneden tot aan de Molenbeek.

We staan nu aan het huis van Thies van Es, cafe en winkel. Met de verering van St.-Gilles was dit de plaats waar men ging koffie drinken of een pils pakken. We gaan om de berg en het eerst zien we hier het schippershuis, in Maaslandse stijl gebouwd - in 1618 - door de Maasschipper Jan Coninx. De Berg was eigenlijk met de Dorpsstraat de dorpskern. Er lagen dertig a veertig huizen, er was een cafe, een mandenmaker, een smid, de gemeentepomp, een winkel, de lagere school en het gemeentehuis. Waar nu de Julianastraat, de Tiendstraat en de Wijngaardstraat liggen was alles weiland en akkerland. Er liepen kleine straatjes tussendoor, steegjes. Langs een veldweg lagen nog een paar huizen en het cafe Jansen, bie Harie "op 't Schoor". De Dorpsstraat is vrijwel intact gebleven, al zijn er wel veranderingen aangebracht aan voorgevels.

Begin 1900 telde Elsloo ruim vijftienhonderd inwoners. De bevolking bestond uit landbouwers, steenbakkers, sigarenmakers en dagloners. Er waren vier weyers die hun geweven linnen langs de huizen te koop aanboden en twee mandenmakers, Janssen en Houben. Andere beroepen zijn niet bekend. Er was ook een herder met zijn kudde schapen, die men langs de veldwegen kon aantreffen. Hij heette Jan Odekerken en woonde in de Dorpsstraat, nu Raadhuisstraat, tegenover huis Voncken. Moge deze inleiding bijgedragen hebben tot een beter begrip van de foto's die in dit boek voorkomen.

Hoe leefde men in vroeger tijden in Elsloo?

Als we ons beperken tot de meest elementaire levensbehoeften, zoals voedsel, licht, water en vuur, kleding, dekking en hygiene, dan komen we tot het volgende beeld.

1. Openbare verlich.ting

Elsloo kreeg elektriciteit in 1922. V66r die tijd was men aangewezen op petroleumlampen en kaarsen. In de veestallen bediende men zich van de stallamp, de zogenaamde lug. Op straat was het aardedonker en was men bang door verhalen over de vuurman, de weerwolf en dergelijke. Wie zich op straat moest begeven droeg meestal een "lug" met zich mee.

2. Watervoorziening

De aanleg van het waterleidingnet had plaats in 1926. Voordien werd het water gehaald aan de bron in de Maasberg of in de Slakberg. Bovendien waren er nog drie gemeentepompen en wel Op de Berg, in de Kaakstraat en in de Daalstraat. Water werd gehaald in emmers die waren opgehangen aan een houten juk dat over de schouders werd gedragen, de zogenaamde nakjook.

3. Broodbakken

Bijna ieder huis had zijn bakoven (het bakkes), een baktrog (de moojl) en een voorraad takkenbossen (de sianse), veelal van hagedoorn. Daar het merendeels grote gezinnen betrof, werd voor veertien dagen vooruit gebakken. Men deed dit als volgt. In de baktrog werd veertig Ii vijftig kilo rogge gemengd met zuurdesem dat van een vorig baksel was overgehouden. Hieraan werd water toegevoegd en dan werd het deeg gekneed (geknooje) en wel meestal met de blote voeten. Hierna werden de ronde broden opgemaakt en werd de oven gestookt, waarna het brood-

bakken begon. In het najaar werd na het bakken de nog warme oven gevuld met appels en peren om ze te drogen en later op vlaai te verwerken.

Boter maken

Ieder gezin had weI een koe. De melk werd afgeroomd en de afkomende room werd in een Keulse pot gedaan om boter te stoten (het zogenaamde fotsje). Van de afgeroomde melk werd witte kaas (fluitkaas) gemaakt, die dan weer op het brood werd gesmeerd.

5. Wassen

Lakens, hemden en linnengoed dat veelal was gemaakt van grof linnen en geweven stoffen waren bijna onverslijtbaar. Deze werden maar een of vier keer per jaar gewassen. Deze grote was gebeurde als volgt, Het wasgoed werd in een grote kuip gedaan en in de week gezet om's anderendaags te worden uitgewrongen en ingesmeerd met groene zeep. Dan werd heet water in de kuip gedaan en over dit alles werd een groot laken uitgelegd, waarop as werd uitgestrooid welke afkornstig was van de bakoven. Dit liet men een dag of een nacht staan. Daarna werd het laken met de as verwijderd en werd heet water toegevoegd. Het wasgoed werd dan op het "wesjbred" gewassen. Voor het wringen van de lakens waren weI twee personen no dig. Na de was werd het goed gebleekt op de maasbeemden of in de wei, waarna het nog eens werd "opgespoeld" bij de bron in de Maasberg of in de Slakberg, bij het Terhagenputje, bij de pomp aan de Kaakstraat of bij de pomp aan de Laathof in de Daalstraat te Catsop. am de was droog te krijgen werd ze daarna meestal uitgehangen over een heg,

6. Bezembinden

Ieder gezin zorgde zelf voor de benodigde bezems, de zogenaamde wesj, Bremtakken, die men uit het bos haalde, werden met een ijzerdraad bijeen gebonden.

Deze bezems werden gebruikt binnenshuis. De bezems voor de stallen en de oprit, de zogenaamde vaart, werden gemaakt van berketwijgen.

7. Weven

In Elsloo werd ook vlas geteeld. Op het bouwland reeds werd het zaad van de plant verwijderd om het in het water te leggen om gedurende zes weken te rotten. Daarna werd het gerepeld en met een plankje, de schwong, geklopt. Dan werd het over de vlaskam of hekel gehaald. Op die manier hield men de fijne vlasvezel over om het garen te spinnen, dat men ging gebruiken op het weefgetouw. In het streekmuseum is hiervan nog een exemplaar aanwezig.

8. Volksgebruiken

Als er een kind werd geboren ging men het een paar dagen later ten doop houden. Een buurvrouw moest het kindje naar de kerk dragen en dan gingen mee: peter en meter en meestal vijf it zes buurvrouwen. Was het kind gedoopt, dan ging het gezelschap naar Thies van Es op de trappen koffie drink en. Had men goed gegeten dan werd er al een borrel bij gedronken. Was het boorlingske een jongen dan moest de peter trakteren, bij een meisje was het de meter. Er werden bij het naar huis gaan verschillende cafeetjes bezocht. Soms ging het wel eens mis, zodat men het kind ondersteboven op de arm had.

Eerste communie doen

Kinderen die de eerste communie deden mochten na de mis bij de pastoor gaan koffie drinken. Ze werden onthaald op vlaai en gebak.

Nieuwjaar wensen

In de nacht van oud op nieuw gingen de jonge mannen om twaalf uur naar het huis waar de geliefde woonde en lost en enige schoten in de lucht. Het

meisje wist dan dat hij er was geweest. De mensen die met nieuwjaarsdag in de kerk waren, bleven na de dienst buiten op elkaar wachten om nieuwjaar te wensen.

Huulbeer geven

Wanneer een jonkman met een weduwe ging trouwen dan moest hij bier geven. Deed hij dat niet dan werd er 's avonds bij de weduwe aan huis lawaai gemaakt en sloeg men op ketels en rammelde met alles wat lawaai maken kon. Kwam er dan bier dan liet men hen met rust.

De processies

Er waren twee grote processies, de sacramentsprocessie op kermiszondag en de kroetwien op 15 augustus. De wegen werden versierd met zand, bloemen en vlaggetjes. Op verschillende plaatsen waren rustaltaren opgericht die alle mooi waren versierd. Op 15 augustus werden de kruiden gewijd, die bestonden uit boerenwormkruid, vossestaart, bloemen en veldvruchten. Als de processie naar Cat sop ging en men zag de processie aankomen, dan werd er in de kapel, waar ook een rustaltaar was, de klok geluid. Dit deed Frans Lenaerts. Dan was er nog de maandelijkse processie rond de Berg en met de kruisdagen trok men door de Elsloose veldwegen.

Doden begraven

Vroeger was het gewoonte dat, als er een dade was, de naaste buur bij de andere buren ging vragen om klokkeluiders en begravers. Bij de dade werd 's nachts gewaakt. Dat gebeurde ook meestal door de buren. Men kreeg dan een fles jenever mee om de angst weg te drinken. Was de do de begraven, dan ging men in het huis van de overledene koffie drinken. Daar was de tafel gedekt en voorzien van stapels knapkoek die speciaal daarvoor werden gebakken.

BIE UT KRUUS VANCATSOP

Wee heet gebeiteld aon dee kop?

Waor t'n artiestehand of waor et'ne boeremins dee rook nao veld en land?

Wee heet gebeiteld aon dee kop?

Wee waor zoe euren tollek

Ao Slievenhier? Wee gaofuuch zoe aon us, eur Limburgs vollek?

Wee heet geveuld de depe pijn en gans de lijensweeg,

En dat gestoke oet et hout wee voolt met uuch de sleeg ?

Wee heet de smart begrepe en ze veur us oetgebeeld,

Eur liechaam gans ineingesjtok, eur pijn us neet verheeld?

Geer honk aon 'nen awwe moer, veer weite wijer niks.

Meh wat deit ouch de makers naom bii zoe'ne kruzefiks?

1941, Harie Loontjens

1. Toegangsweg naar de veerpont op de Maas. Op het grasland langs de molen staan A. Lenaerts, R. Kremers, R. Martens, G. Janssen en Corn. Janssen.

2. Brug over de Molenbeek en de slagboom ter afsluiting van de toegangsweg naar het grasland. Op de achtergrond staat het witte huis van de familie Van Es en op de brug zien we Jan of Harie van Es en de kinderen G. Janssen, R. Martens en R. Kremers.

In den 88('9 - Elsloo (L,)

3. De Maasberg met de oude brouwerij (het huis met de ve1e vensters) waarin in 1848 het cafe C1aessen was gevestigd. Voor 1888 was dit huis eigendom van notaris Bootz. In 1888 trouwden te Els100 Mathias Lenssen met mejuffrouw Dah1mans, die in hetzelfde pand een brouwerij begonnen. In 1890 was Alphons Cremers er brouwer. De man die met een juk (de zogenaamde nakjook) water haalt bij de bron aan de voet van de berg is Aug. Fredrix (Gus van Willeme).

M. van Es.-Lemmens Cafe an WI kalier Elstoo

4. Het huis van Mathies van Es aan de top van de Maasberg. Hierin was een winkel en een cafe met beugelbaan gevestigd, Op de stoep staan soldaten die tussen 1914 en 1918 waren belast met de grensbewaking. De v1agversiering is aangebracht bij gelegenheid van de processie. Mathies van Es was aangewezen voor het zogenaamde branden van honden die tekenen vertoonden van hondsdolheid. Dit geschiedde met een sleutel die aangestreken was aan het beeld van Saint Hubert des Ardennes.

5. De afrastering van houten palen met prikke1draad Op de Berg en het zogenaamde Schippershuis, gerestaureerd in 1957. Het huis is gebouwd in Maas1andstij1 door de maasschipper Jan Konings in het begin van de zeventiende eeuw.

6. Het processiealtaar Op de Berg, opgericht tegen de poort van de schuur van de familie Penders, bij gelegenheid van de jaarlijkse sacramentsprocessie die ook het altaar aandeed in de kapel te Catsop.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek