Enkhuizen in oude ansichten deel 1

Enkhuizen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Zwaan
Gemeente
:   Enkhuizen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3651-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Enkhuizen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Inleiding

Deze inleiding moet niet als een volledige historische samenvatting worden gezien, maar is bedoeld als een kort overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen. Het wil de achtergrond belichten van een niet zo spectaculaire tijd uit de geschiedenis van Enkhuizen, waarin echter de kiem werd gelegd voor een economische groei die Enkhuizen heeft opgeheven uit een tijd, die de Franse schrijver Henry Havard niet ten onrechte Enkhuizen deed rangschikken onder de dode steden aan de Zuiderzee. Wat in de laatste 40 jaar alzo veranderde of tot stand kwam zal verder onbesproken blijven.

De tijd, waar we door dit boekje in worden geplaatst, is een van zich moeizaam omhoog werken uit een heel lange en diepe vervalperiode van Enkhuizen.

In de bloeitijd, die globaal genomen tussen 1575 en 1650 lag, kon deze plaats zich zelfbewust en trots "stad" noemen en was een gevreesde concurrent voor andere steden in het gewest Holland. Op de in de Zuiderzee meest uitstekende punt van Westfriesland moeten de eerste bewoners van deze streek zich door visserij en landbouw in hun levensbehoeften hebben voorzien.

Omtrent het ontstaan van de naam zijn er slechts gissingen; zeker is dat in een handvest uit 1299 de naam Enchuysen voor het eerst wordt genoemd.

Een harde strijd moest worden gevoerd, met aHeen tegen het zee-

water, maar ook te land. Eerst stelden de Hollandse graven alles in het werk dit gebied aan zich te onderwerpen, om vervolgens tegen de Friezen op te trekken. Dat Enkhuizen voor hun overburen een van de eerste doelen voor plundering was is begrijpelijk. Onder het bewind van graafWillem V trok het in de strijd der Hoekse en Kabeljauwse twisten partij voor de Kabeljauwen. Het is mogelijk dat Enkhuizen daarvoor in 1355 het stadsrecht ontving.

Eigenlijk waren het twee dorpen die hierbij gezamenlijk tot stad werden verheven, nl. het oorspronkelijke Enchuysen en Gommerscarspel, dat meer westelijk gelegen was.

Hoewel stadsrechtelijk een, begonnen beide "kerspelen" in de

1 5de eeuw hun eigen kerk te bouwen, resp. de St.-Pancraskerk (Zuiderkerk) en de St.-Gomaruskerk (Westerkerk). Beide gebouwen in laat-gotische stijl, zijn steeds intact gebleven, al zijn in de loop der eeuwen - in het bijzonder na de reformatie - de interieurs wel gewijzigd. Niettemin bevatten zij nog zeer waardevolle bezienswaardigheden.

In 1 572, nadat drie pogingen om Enkhuizen voor Will em van Oranje te veroveren mislukten, nam een aantal inwoners het initiatief om de stad van binnen uit van het Spaanse juk te bevrijden. Onder hun leiding verenigde zich op 21 mei de burgerij, zette de burgemeesters gevangen en dreef de Spaanse soldaten

en Spaans gezinden de stad uit. Dit initiatief van de Enkhuizers was het sein voor een opstandige beweging in geheel Holland. Voor dit moedige optreden verwierf Enkhuizen in 1573 van Prins Willem I het .Paalkistrech!" , dat eerder aan Amsterdam had toebehoord. Enkhuizen kreeg het recht van alle schepen die de Zuiderzee bevoeren een zgn. paalgeld te heffen, waartegenover het de verplichting had de betonning en bebakening van de Zuiderzee en haar zeegaten te verzorgen. Het werd een belangrijke bron van inkomen, die pas in de 19de eeuw door het Rijk werd afgekocht.

Om de stad te beveiligen was een stadsmuur met poorten en verdedigingswerken gebouwd, rondom door een gracht omgeven. De grote uitbreiding van de vissersvloot en de toenemende handel vereisten meer schepen, dus verschenen er scheepswerven, havens, mastwerven, touwslagerijen, lijnbanen, kuiperijen, haringpakkerijen en zoutketen.

Ook het woongebied moest worden uitgebreid. De stadsmuur was hiervoor een belemmering. Er werd nu ruimte geschapen door deze muur te vervangen door een hoge aarden vestingwal, voorzien van land- en waterpoorten en een brede ringgracht. Het aantal inwoners steeg tot 25.000 a 30.000; in de Verenigde Oostindische Compagnie had Enkhuizen een aandeel van f 500.000. In de eerste helft van de 17 de eeuw volgden rampen en tegen-

slagen elkaar snel op. Op de Noordzee verloor Enkhuizen een groot deel van zijn vloot door het optreden van de Duinkerker kapers, de oorlogen met Engeland legden de koopvaardij nagenoeg stil, de pest kostte welhaast 10% van de inwoners het leven. De concurrentie vereiste grotere schepen met meer diepgang, die door de voortdurende verzanding van de havenmond Enkhuizen gingen mijden.

In de tweede helft van deze eeuw begon een duidelijk verval. Niettemin liet het stadsbestuur tussen 1686 en 1688 een nieuw stadhuis bouwen waar menige stad trots op zou zijn. Het was het definitieve afscheid van de welvaart.

In versneld tempo gingen daarna afbraak en armoe hand in hand. In het midden der 19de eeuw was het bevolkingscijfer nog 1/5 a 1/6 van dat der bloeitijd.

Uit de nu volgende peri ode, waar dit boekje ten dele over handelt, zijn verschillende feiten te melden die een langzaam herstel aankondigen.

In 1854 kocht het Rijk het reeds genoemde Paalkistrecht voor ruim f 288.000 af, waardoor de stad haar schulden kon aflossen. Met steun van de Staat werden in de jaren 1872-1877 twee stroomleidende dammen aangelegd, zodat een vaargeul ontstond, het zgn. Krabbersgat, die de toe gang tot de havens en de doorvaart naar andere Zuiderzeeplaatsen belangrijk verbeterde.

De spoorwegverbinding met Amsterdam, in 1885 gereedgekomen, hiefhet isolement van Enkhuizen in belangrijke mate op. Ook het in de volgende jaren tot stand gekomen passagiersvervoer naar Stavoren door middel van raderboten en het vrachtvervoer met behulp van stoomponten Hadden er een belangrijk aandeel in.

Voor de beide diensten moest een nieuwe haven, de Spoorhaven, worden gegraven, terwijl voor de aanleg van het spoorwegemplacement de St.-Pieters- of Nieuwe Buishaven werd gedempt; een deel der vestingwal en het zuidelijkste bastion werden geslecht. Door het nagenoeg wegvallen van de scheepvaart werden ook de Oude-Buishaven en de Nieuwe Haven gedempt.

Als gevolg van het tot standkomen van de spoorlijn naar Amsterdam werd in het laatst van de 1 9de eeuw de verbinding met de stad verbeterd. De Wilhelminabrug moest de smalle houten "Leugenbrug" (Leuningbrug) vervangen en het daarop aansluitende Venedie werd gedempt, evenals enkele andere grachtjes. Dit kwam niet alleen het verkeer, maar ook de openbare hygiene ten goede.

Vrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen, laatste afstammelinge van een oud Enkhuizer patricisch geslacht, vermaakte bij laatste wilsbeschikking haar aanzienlijke vermogen aan de gemeenschap van Enkhuizen. Na een procedure van 5 jaar over de

geldigheid van het testament werd het in 1890 aan de hiervoor gevormde stichting toegewezen.

Van dit kapitaal werd o.a. een wandelpark aangelegd, bebouwd met 50 woningen en een huis voor de directeur. Eveneens werd een ondersteuningsfonds ingesteld, dat bestemd was om behoeftige burgers te helpen. Tevens werd een royaal opgezet ziekenhuis gebouwd, dat ook voor de omgeving van Enkhuizen nog steeds een belangrijke functie vervult.

In de land- en tuinbouw ontstond nieuwe bedrijvigheid. De teelt van groenten- en bloemzaden had haar intrede gedaan, waarvan de firmanten Sluis en Groot het initiatief namen. Anderen volgden hen hier al spoedig in, zodat Enkhuizen als centrum van deze cultuur en handel een wereldnaam verwierf die nog heden ten dage bekend is.

Het volgende aspect in de tuinbouw was de bloembollencultuur. Niet aIleen in Enkhuizen, maar ook in veel andere plaatsen in Westfriesland ging de tuinbouw zich hier sterk in specialiseren. De centrale veiling voor deze streek te Bovenkarspel, zet jaarlijks voor tientallen miljoenen guldens om.

De industrie bleef in het eerste kwart van de 20ste eeuw slechts bescheiden van omvang, maar wist zich daarna gaandeweg te ontwikkelen. Verscheidene kleine tot middelgrote indusrrieen ontstonden.

In latere jaren zijn twee nieuwe grate bedrijven in Enkhuizen tot stand gekomen. We denken aan de fabricage van plastic buizen en -doek en vele verwante artikelen, maar ook aan de productie van veiligheidsstekkers en kabels.

Het aantal afbeeldingen in dit werkje legt beperkingen op t.a.v. de vele ansichtkaarten en foto's die in omloop zijn gekomen. Het was vaak heel moeilijk een keuze te doen. Hierbij werd gelet op de tijd waarin het afgebeelde ontstond, de karakteristiek er van, de geschiedkundige achtergrand, de vorm en de repraductiemogelijkheid van het origin eel. De echte verzarnelaar zal daarom nog verscheidene mooie plaatjes vergeefs zoeken. De samensteller heeft getracht een globale indruk te geven van Enkhuizen omstreeks 1880 tot 1925. Er is daarbij voor de afbeeldingen een dankbaar gebruik gemaakt van de verzarneling van de vereniging "Oud-Enkhuizen", terwijl voor de tekst de publicaties van wijlen D. Brouwer, oud-archivaris der gemeente, dikwijls geraadpleegd werden. Verscheidene details zijn in de bijschriften van de afbeeldingen opgenomen.

Dat het zien en lezen van dit boekwerkje velen genoegen zal geven, bij sommigen nog dierbare jeugdherinneringen mag oproepen en bij anderen de belangstelling voor het verleden van Enkhuizen zal wekken, is de wens van de sarnensteller.

1 Op dit kaartje, gemaakt ±1880, waarop de gemeentegrens goed zichtbaar is, wordt het stadsgebied duidelijk aangegeven, enerzijds door de dijk langs de Zuiderzee, anderzijds door de vestingwal met 7 bastions. Het noordelijke bastion is reeds aangeduid als begraafplaats en is later geheel vergraven, het zuidelijke is ± 1880 geslecht voor de aanleg van de spoorlijn. Het overige deel van Enkhuizens grondgebied is polder. Naar het westen loopt de Streekweg naar Hoorn, in 1672 geheel bestraat. De toegang ging door de Koepoort.

t-uovrxcu: ~OOlU-lItll-,L,:-;'J.

I II

I

I '

,

-I

"

2 De Koepoort (vroeger Westerpoort) van de stadszijde gezien ± 1903, ingesloten door de vestingwal, toegang gevend tot de Streek. De bouw begon in 1649, de tegenwoordige gedaante met koepel kwam pas in 1 730 tot stand. Herhaalde malen is de poort door slopershanden bedreigd. Door het verkeer in 1938 om het gebouw heen te leiden, verviel een belangrijk motief voor afbraak, waarover sindsdien niet meer gesproken is. Eertijds ging de paardetram ook door de poortopening. De rust van dit stadsgezicht wijst zeker niet op verkeersproblemen.

3 De buitenzijde van de poort. Ook hier dezelfde dorpssfeer van de vorige kaart, echter met verkeer! Op de voorgrondAndries Meijer met bakfiets, een jongen (Jan de Vries Zz.) met fiets en op de achtergrand een paard- of ezelwagentje. Rechts het trarndijkje, aan weerskanten met grate iepenbomen bezet. Dit dijkje moest de te steile helling voor de paardetram opheffen. De houten brug werd in 1938 vervangen door een bred ere van steen. Het gebouw heeft als model gediend voor de oude stadspoort in Maduradarn. Beiden hebben een knik in de platte grand.

?7? ~ ~ t.tcht druk S BaUer Jz Koog-Z:I:lnJijk 3718

~oepoo"t.

4 Enkhuizen bezat nog 2 andere stadspoorten in de vestingwal: de Noorderpoort, de minst monumentale, en de Keten- of Zuiderpoort, de oorspronkelijk belangrijkste toegangspoort bij de Zuiderdijk. Beiden zijn in de 19de eeuw gesloopt. Verder waren in de vestingwal nog 3 waterpoortjes ingebouwd, ter afsluiting van het water in de polder. Een hiervan, de Ketenboom, in 1886 gesloopt, is hier afgebeeld. Alles op deze foto is reeds verdwenen. De brug voor de "Boom" was ter plaatse waar nu het inrijhek van het Draka fabriekscomplex is. Het stukje mum geheel links is het laatste restant van de Ketenpoort.

5 Naast het noordelijkste bastion, de "Beer", - nu AIgemene Begraafplaats - stond de Noorderpoort over de weg naar Andijk. Rechts op de prentbriefkaart zijn de muurresten nog terug te vinden. Als gevolg van de smalle doorgang en terwille van het verkeer zi jn ze ± 1 92 0 gesloopt. Ook het huis naast het pad op de Vest verdween, hier is nu de toe gang tot het oudste kampeerterrein. Links is het tegenwoordige Emmaplein en de Noorderweg, vroeger Pleizierweg genoemd. In het bastion De Beer stond de

± 1 825 gesloopte geschut - en klokgieteri j.

Uilg. A. [Q"''' . bkh.i,l ?.

? . onrd rpoort met vest. F.:iKHl.:I7.EN.

6 Ecn der oudste ansichten van de Vest, hier gefotografeerd vanaf het bastion Nassau, het eerste bastion vanaf de Noorderweg. Vest en bastions zijn alle met 2 rijen bomen beplant, behalve het molenbastion, dat Stad en Lande heet. De 3 volgende bastions zijn: Friesland, Zeelandia en Hollandia. De vestinggracht op deze kaart is met riet bijna dicht gegroeid. Links de Oudegouwsboom die met de Boereboom toegang geeft tot het uitgestrekte gebied van de polder Het Grootslag, waar nog veellandbouwers en boeren hun werk vinden, maar waar nu ook het uitbreidingsplan van Enkhuizen in uitvoering is.

:De Vest

Enkhuizen

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek