Etten-Leur in oude ansichten deel 1

Etten-Leur in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.J. van Esch
Gemeente
:   Etten-Leur
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0266-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Etten-Leur in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Van Etten-Leur wordt gezegd dat het de snelst groeiende gemeente in West-Brabant is. Men beweert daarbij ook dat de structuur van deze gemeente de laatste twintig jaar aanzienlijk is veranderd en dat daarbij het sociaal-cultureel patroon van deze tijd niet meer is te vergelijken met dat van een halve eeuw terug. Daarnaast staat het ook vast dat in Etten-Leur door de afbraak van panden grote ruimten zijn geschapen en dat daartegenover, door woning-, industrie- en utiliteitsbouw, veel wijdse ruimte is verdwenen, waardoor het agrarische dorp niet meer of nog maar nauwelijks is terug te kennen in zijn huidige vorm.

Het voor Etten-Leur zo typerende straatbeeld is sterk veranderd. Verdwenen zijn de machtige eiken en beuken rondom de hervormde kerk in Etten, terwijl rondom de markt en op het Lichttorenhoofd de eeuwenoude eiken en huizenhoge linden zijn gerooid. De kaarsrechte eiken langs de Bredase- en de Roosendaalseweg zijn ten offer gevallen aan de laatste wereldoorlog en aan het moderne verkeer.

Velen zullen bij het zien van bepaalde, nu niet meer bestaande of veranderde, plekjes prettige herinneringen ervaren. Anderen zullen er zijn bij wie gevoelens van ontroering zullen worden opgewekt. Voor de jonge mensen en voor de nieuwe bewoners van Etten-Leur moet het een openbaring zijn te zien hoe romantisch dit dorp er in vroegere jaren uitzag. Men moet daarom blij zijn dat men in staat is gesteld vele verdwenen en sterk veranderde dorpsgezichten in deze uitgave een plaats te geven. De Europese Bibliotheek in Zaltbommel maakt dit mogelijk, echter mede dank zij de vele inwoners van Etten-Leur die hun oude ansichtkaarten en foto's welwillend ter beschikking stelden. Aan hen allen onze hartelijke dank, met name aan de heemkundige kring "Jan ut en Houte" te Etten-Leur, zijn voorzitter C. Leijten, zijn penningmeester H. Roels en zijn conservator Ko Gobbens en niet minder aan gemeentearchivaris drs. C. Lohmann. De spreuk: "De liefde voor zijn land is eenieder aangeboren" heeft de schrijver tot de samenstelling van deze uitgave gebracht, waarvan wordt gehoopt dat deze aan de gestelde verwachtingen voldoet. Moge deze zelfde spreuk voor velen aanleiding zijn hun belangstelling hiervoor te tonen en mogen zij zich daardoor nog meer hechten aan dit mooie Etten-Leur waar het goed is "te leven, te wonen en te werken".

De afbeeldingen in deze uitgave geven de toestand weer zoals deze de laatste vijfenzeventig jaar in Etten-Leur werd aangetroffen. Een korte beschrijving van deze periode moge daarom hier volgen. Ondanks brandstichtingen, plunderingen, overvallen enzovoort tijdens de tachtigjarige oorlog, waardoor vele bewoners naar veiliger oorden vertrokken, bleef de economische toestand in Etten-Leur van de zestiende tot aan het einde van de negentiende eeuw vrijwel stabiel. Tijdens de achttiende en negentiende eeuw bleef Etten-Leur het beeld vertonen van een vrij welvarende agrarische plattelandsgemeente. In de tweede helft van de negentiende eeuw vond reeds een aantal inwoners werk in de "industriële sector". Immers, in het midden van de vorige eeuw ontstond er een bepaalde industriële bedrijvigheid rond de haven van Leur. Men had er leerlooierijen, die in de periode van 1860 tot 1870 zelfs een bloeiperiode doormaakten, een zeepziederij, een glycerinefabriek, een strohulzenfabriek, een pottenbakkerij, meerdere bierbrouwerijen, een grote suikerfabriek en zelfs een scheepstimmerwerf. De nu nog aanwezige statige herenhuizen zijn een herinnering aan dit tijdperk. Het aantal arbeidsplaatsen in deze industrieën bleek echter veel te gering en bood onvoldoende mogelijkheden voor de mensen die geen bestaan konden vinden in de landbouw.

De toename van het inwoneraantal in de gemeente Etten en Leur bleef dan ook zeer gering. Het heeft meer dan driehonderd jaar moeten duren voordat het aantal inwoners van vijfduizend tot zesduizend groeide in het jaar 1889. De situatie was dan ook niet zó rooskleurig. Men zei van de bevolking van Etten en Leur dat zij "dom en arm" was, zonder voldoende ontwikkeling omdat er geen enkele mogelijkheid bestond voor enige opleiding, zonder behoorlijk onderwijs en zonder voldoende werkgelegenheid. Dit beeld van het einde van de vorige eeuw blijkt ook duidelijk uit de etsen en tekeningen die Vincent van Gogh in zijn Ettense tijd (1881) maakte: een spittende boer, een boer met een sikkel, een kromgetrokken arbeider, kortom de mens die in harde en kommervolle arbeid nog iets uit de weerbarstige grond tracht te halen voor een schamel levensonderhoud.

En dan begint rondom de eeuwwisseling Roosendaal sterker op te komen en wordt gepousseerd als een internationaal spoorwegknooppunt. De Leurse haven moet het in betekenis afleggen tegen het zich langzaam ontplooiende verkeer langs de weg en de spoorlijn. Het dorp Etten gaat het dan meer en meer winnen door zijn situering aan de grote verkeersweg, maar het blijft toch nog steeds een agrarisch ingesteld dorp zonder enige industrie van betekenis. De jaren tussen de beide wereldoorlogen zijn voor Etten-Leur ook weinig rooskleurig geweest. Er was onvoldoende werkgelegenheid en na de economische crisis van de jaren dertig nam de werkloosheid catastrofale vormen aan. Deze werkloosheid handhaafde zich ook na de tweede wereldoorlog totdat bijzondere maatregelen werden getroffen die werkgelegenheid moesten brengen voor allen, die opleidingsmogelijkheden moesten scheppen en die alles moesten brengen wat een moderne samenleving nodig heeft. En zo heeft Etten-Leur zijn industrialisatie gekregen en tevens zijn gebouwen voor scholen, voor culturele manifestaties en voor sport en ontspanning. Vaklieden en kaderpersoneel werden daarbij ook van elders aangetrokken met het gevolg dat ook het inwonertal snel groeide, waardoor een massale uitbreiding van de woningbouw noodzakelijk werd, maar waardoor ook weer de dienstensector om uitbreiding vroeg. En dit alles heeft Etten-Leur thans tot een industriële samenleving gemaakt van een grote groep allochtonen, waar omheen nog, vrijwel geheel gescheiden, de autochtone agrarische bevolking leeft, welke groep steeds meer en meer wordt verdrongen door de meer technisch ingestelde mens.

En dit alles heeft tegelijkertijd de mens van Etten-Leur gemaakt tot een moderne, opgejaagde, rusteloze mens die zo nu en dan kan terugverlangen naar die vroegere omgeving met zijn rust en romantiek die geen tijd kende ...

1. Foto genomen vanaf de Vaartkant in de richting van Leur. De paardentram loopt hier vanaf de Bredaseweg tot aan de haven van Leur. Deze paardentram werd achtereenvolgens beheerd door de families Griethuizen, Bekers en Verschuren. Rechts op deze foto ziet men de achterzijde van het huidige café van Roelofs, Van Bergenplein 41. Links op de foto staat een van de villa's op het Lichttorenhoofd, namelijk Lichttorenhoofd nummer 2. De huidige woningen Lichttorenhoofd nummer 3 en de volgende nummers waren toen nog niet gebouwd.

2. Een foto juist in tegengestelde richting genomen als de vorige foto en daterend van vóór 1905. Men ziet hierop, links, de voorgevel van café Roelofs, thans Van Bergenplein 41. Een fraaie foto met, rechts van de weg, prachtige bomen waarachter de Turfvaart stroomde; de vaart waaraan deze straat haar naam ontleent.

3. Een foto uit 1915 van het Lichttorenhoofd, genomen in de richting van de Vaartkant met links de rails van de paarde tram die vanaf de Bredaseweg tot aan de Haven liepen. Rechts op de voorgrond staat het station van de paardentram, thans Van Bergenp1ein 80. Links ziet men het café van de familie Roelofs.

4. Een foto uit het jaar 1915 met een gedeelte van de haven van Leur. Rechts op de achtergrond staat het postkantoor van Leur met daarachter de villa van de familie Verpalen. Rechts op de voorgrond zien we het politiebureau van Leur. Links, naast de haven, het zogenaamde "Kantje". Links op de achtergrond staat het St.-Antoniusgesticht (met kapel). Alle panden vooraan op deze foto zijn gesloopt in verband met de reconstructie van het Van Bergenplein. Ook de haven is gedempt.

5. Een foto van de oude Leurse haven met op de achtergrond het postkantoor en daarachter het huis van de familie Verpalen. Rechts ziet men nog juist het "West-Kantje", terwijl men links het "Kantje" heeft. Door de grote rioolbuis stroomde de Turfvaart de haven in. Dit gedeelte van de haven is gedempt en het vormt nu het oostelijk gedeelte van het Van Bergenplein.

6. Een panorama van het Lichttorenhoofd vanuit het torentje van de hervormde kerk te Leur. Heel duidelijk ziet men hierop het postkantoor van Leur en de villa van de familie Verpalen. Op de voorgrond zien we het gedeelte van de haven waar de Brandse Vaart de haven instroomt. Daarnaast ligt het plantsoen met in het midden het standbeeld van Adriaan van Bergen, de turfschipper. Verderop staan de muziekkiosk en enkele wagons van de paardentram. Links boven staat het toen pas gebouwde St.-Antoniusgesticht.

7. Nog een foto uit het jaar 1915; een verlenging van afbeelding 4. Rechts is het "West-Kantje" met als eerste gebouw (achter het wachthuisje) de weegwerktuigenfabriek van de familie Boot. Alle huizen aan de rechterzijde zijn afgebroken. Midden op deze foto staat het postkantoor van Leur.

8. Een foto uit het jaar 1907. Men ziet hier het pas gebouwde St.-Antoniusgesticht (nog zonder kapel), het standbeeld van turfschipper Adriaan van Bergen en de muziekkiosk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek