Geertruidenberg in oude ansichten

Geertruidenberg in oude ansichten

Auteur
:   B. Zijlmans en J.F. Roth jr.
Gemeente
:   Geertruidenberg
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4012-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geertruidenberg in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Hollands oudste stad is een weI wat grootse benaming voor Geertruidenberg, maar het is wei waar. In de Bergse annalen staat vermeld dat graaf Willem I in 1213 de Bergenaren dusdanige privileges schonk dat zij zich voortaan poorters mochten noemen en hun stad mochten omwallen. Van dat tijdstip af vinden er vele belangrijke gebeurtenissen plaats; perioden van grote bloei, waarin Geertruidenberg zich de hoofdstad van de Grote- of Zuidhollandse Waard mag noemen, wisselen armoede en verval af, zeker na de St.-Elisabethsvloed van 1421. Hoewel de stad vele malen in andere, politieke, handen overgaat, blijft zij toch door de eeuwen heen, om precies te zijn tot 1813, een Hollandse stad. Pas in dat jaar wordt Geertruidenberg bij de provincie Noord-Brabant ingedeeld.

Deze rijke historie heeft zonder twijfel haar stempel gedrukt op het leven en het welzijn van onze stad. Echter, de periode waarover wij gaan praten en waarop wij onze afbeeldingen baseren, van 1890 tot 1930, is een vrij rustige tijd zoals elders in den lande ook het geval is. Wei een tijd van vooruitgang en bewustwording van de mensen. We denken aan de opkomst van het socialisme, het kiesrecht, de opkomst van de industrie, het aanleggen van gas, water en elektriciteit, de stoomtram en de eerste auto. Allemaal zaken die heel Nederland, dus ook Geertruidenberg, in die tijd beroerden.

Den Berg, zoals het door de bevolking wordt genoemd, is in 1890 nog volop vestingstad met een garnizoen in de twee kazernes. Geheel omgeven door wallen met drie afsluitbare poorten en de waterkering in de Donge, gold het als een belangrijke vesting in de Noordbrabantse linie. Deze wallen dateren cchter pas van 1833 en ze zijn dus niet de oudste in de Bergse geschiedenis. Binnen deze wallen leefde een bevolking van zo'n tweeentwintighonderd zielen die haar brood verdiende in de landbouw, de sigarenfabrieken, de brouwerijen en overige nijverheid, de binnenvaart, enkelen in de visserij, maar vooral in de dienstverlenende sector. Deze laatste categorie dankte een groot deelvan haar bestaan aan het feit dat Geertruidenberg een garnizoenstad was en er dus veel meer inwoners waren dan de bevolking groot was.

Dat garnizoen bestond tot 1909 uit een bataljon infanterie en van 1909 tot 1920 uit een afdeling vestingartillerie. In 1920 werd het garnizoen opgeheven. Na die tijd waren er nog wei verschillende onderdelen in de plaatselijke kazernes gelegerd, onder andere een detachement politietroepen en, niet te vergeten, de pontonniers. De stad werd in die tijd bestuurd door burgemeester Nicolaas Meyers (1887 tot 1912), door mr, Herman Allard (tot 1923) en van 1923 tot na de oorlog door J. Bianchi, bij de meesten nog wel bekend. De zelfstandigheid van de gemeente kwam in 1920 en later nog enkele malen in het gedrang toen gedeputeerde staten pogingen ondernamen om de gemeenten Geertruidenberg, Raamsdonk en Waspik samen te voegen. Dit was niet erg naar de zin van de bevolking, getuige de artikelen in "De Dongebode". De opluchting was dan ook groot toen in 1938 van verdere pogingen werd afgezien.

Op geestelijk terrein behoorde ongeveer negentig procent van de bevolking tot de rooms-katholieke kerk, het overige deel was hervormd, joods, of van andere gezindten. De grote oude Geertruidskerk is echter vanaf de inneming van de stad door prins Maurits, in 1593, altijd protestants gebleven omdat de rooms-katholieke kerk tot 1795 officieel was verboden. De rooms-katholieken maakten weI gebruik van een schuilkerk, totdat zij in 1862 een nieuwe kerk openden die inmiddels is afgebroken en werd vervangen door een nieuwe. Het verenigingsleven speelde zich af rond de harmonie "Apollo" (opgericht in 1840), de symphonie- en zangvereniging "St. Cecilia" (opgericht in 1899), de toneelvereniging "Excelsior" en enkele voetbalclubs zoals "Sparta", "Good-Luck", "Excelsior", "Vitesse" en "S.N.P." ( "Sport Na Plicht").

Het bebouwde gedeelte van de stad is altijd erg klein geweest. Rondom het vreemd uitgestrekte Marktplein waren slechts enkele straten die alle doodliepen op de wallen. Aan het eind van de Brandestraat en de Koestraat waren de poorten, eigenlijk alleen traversen in de wal, terwijl aan het eind van de Dordsestraat de Dordsepoort toegang gaf tot de Haven. Pas nadat de vesting, in 1912, werd opgeheven, kreeg de gemeente de gelegenheid de stad uit te breiden, In 1915 werden er op de geslechte wallen in de Elisabethstraat en in de Gast-

huisstraat nieuwe huizen gebouwd en vervolgens, in 1918, aan de Zuidwal, Daarmee was de woningvoorraad tot na de laatste oorlog toereikend.

Het reizen ging vroeger heel wat gemoedelijker dan nu, hoewel de behoefte eraan natuurlijk ook veel kleiner was. Aanvankelijk kon men met wagendiensten door de Langstraat en naar Breda reizen. In 1882 kwam hierin verbetering toen de "Zuider Stoomtramweg Maatschappij" haar lijn BredaOosterhout tot Geertruidenberg verlengde. Eerst nog tot voor de brug aan de Veerse kant, maar in 1903 werd zij doorgetrokkcn tot voor het spoorstation in Geertruidenberg. Dat station was van de Staatsspoorwegen die in 1885 de lijn Lage Zwaluwe-'s Hertogenbosch openden, hetgeen de reismogelijkheden voor Den Berg nog meer vergrootte. Verder waren er de stoomboten van de "THOR" die iedere dag naar Rotterdam en Den Bosch voeren.

Een volgende stap in de vooruitgang was het gas dat voornamelijk werd gebruikt voor verlichting. In die tijd verschenen er in de straten de rornantische gaslantaarns. Het gas werd betrokken van een acetyleen-gasfabriek die in 1903 aan de Zuidwal werd geopend. De fabrick deed dienst tot 1920 want toen kwam er elektriciteit, wat enorm belangrijk was en is voor onze stad. Niet alleen vanwege het gebruik, maar vooral door het feit dat de "Provinciale Noordbrabantse Elektriciteits Maatschappij" Geertruidenberg uitkoos als vestigingsplaats voor haar centrale en daarmee in Den Berg de grootste werkgever werd en bleef tot op de huidige dag. In 1920 werd de Dongecentrale van de PNEM in gebruik genomen. De leidingen zijn in de stad aanvankelijk bovengronds en na 1932 ondergronds. Geertruidenberg kreeg in 1924 waterleiding; riolering was er gedeeItelijk al in de jaren zestig van .de vorige eeuw, maar pas aan het eind van de jaren dertig waren nagenoeg alle huizen aangesloten.

Na de ontmanteling van de stad kwam de vestiging van bedrijven op gang, vooral in de jaren 1914(18. Er kwam een groentezouterij van de firma Spyers (nog steeds bestaand en onder de bevolking bekend als "de juin"), een naadloze vatenfabriek (de nog bestaande Tankfabriek), een meel- en kunstmolensteenfabriek, een machinefabriek en enkele

andere, klein ere bedrijven waarvan de meesten al weer opgeheven zijn, De suikerfabriek aan de Statendam, die in 1867 was opgericht, werd in 1931 opgeheven. Verder waren er in die tijd de sigarenfabrieken, de brouwerijen, een steenfabriek en een hooiperserij en niet te verge ten de scheepstirnrnerwerven van Duyvendijk (later Oostlanden) en van Tak (later Nederlof).

Hiermee zijn we aan het eind gekomen van hetgeen er, zeer in het kort, te schrijven valt over deze periode. Wat niet in woorden is uit te drukken is de schoonheid van het stadje, zoals het zich voordeed voor iedereen die er kennis mee maakte. De wallen met de hoge bomen erop en erachter, de oude gebouwen die daar bovenuit staken, de ligging aan het water, dat alles maakte dat Den Berg een lust was voor het oog. Dit nu willen we proberen in de afbeeldingen tot uiting te laten komen en daarbij de mensen niet te vergeten die hier hun dagelijks leven leidden in de tijd van paard en wagen en petroleumlamp. Daarbij willen we niet beweren dat het een goede oude tijd was; daarvoor liggen armoede en ziektes bij de meesten nog te vers in het geheugen. Zeker bij degenen die ons hebben geholpen bij het herkennen van de mensen op de foto's. Aan hen zijn we veel dank verschuldigd, evenals aan degenen die hebben geholpen om bepaalde hiaten in onze verzamelingen aan te vullen met een foto uit die tijd, Dat zijn de familie Allard, mejuffrouw c.A.E. Dupont, de heer S. Meyers, de heer M. Sandbergen, de heer W. Tak, de heer W. van Dongen en de heer G.J. Rehm, archivaris van de gemeente Geertruidenberg, die ons toegang tot het gemeentearchief mogelijk maakte.

Ten slotte nog dit. De verantwoording voor de onderschriften ligt bij ons en het kan, ondanks de controle door vele oude Bergenaren, voorkomen dat er fouten in schuilen. Wij verontschuldigen ons hiervoor en hopen dat u zelf de ontbrekende gegevens kunt aanvullen.

So ve Ir aan 6eertr idenberg

Oude 'Bl'l9

x . 5 ·it~. van A. P. Vcrmeeren. Gecrtruiden 'I'':

1. Hier zien we, rond 1900, de Dongekade met de penanten van de voormalige waterkering. Hierover heeft, van 1844 tot 1890, een brug ge1egen. Het huisje in het midden is het cafe van Roelofs en het schuurtje met het rieten dak, links erachter, is van visser Van de Pluym. Het schuurtje had dubbele, met turf gevulde, wanden om er ijs in te kunnen bewaren voor de vis. Links zien we de schuur van "Reederij THOR v/h Arie Smit". Het pad erlangs liep vanaf de Stationsweg door het Klein Vestje en 1angs het "Bosje van de Boot" naar de Dordsepoort.

2. In 1890 werd de nieuwe ro1brug, naast de spoorbrug, in gebruik genomen. Daarvoor moest de concessie voor de oude brug, die op naam stond van Jan van der Made en tot 1895 liep, worden afgekocht. De toto dateert van na 1903, gezien de gas1antaarns en de tramrails die eerst in dat jaar over de brug werden gelegd, De brugwachter op de foto is Jan Jansen.

r;eertru idenberq Spoorbrug

3. We kijken mer vanaf de wallen aan de Donge naar de spoorbrug die naast de voetbrug lag. De mannen in de schuiten zijn aan het "beugelen"; dat is baggeren met een em mer die aan een lange staak is bevestigd. Een zwaar karwei! Links op de achtergrond zien we de loods van Verschure die een boterfabriek had in Oosterhout en een stoombootdienst vanaf 't Veer naar Rotterdam. De stoomtram zorgde voor het vervoer van de vaatjes boter van Oosterhout naar mer. Deze wagons hingen dan gewoon achter de reizigerstrams.

over Maas. Raamsdonksveer.

4. Vanaf de Veerse kant zag men rond 1920 dit bee1d van Den Berg.Op de voorgrond zien we de oude ro1brug. De gas1antaarns zijn reeds vervangen door sterie1e, elektrische lichtmasten. De fotograaf was kennelijk met best in aardrijkskunde, want het betreft hier echt weI de Donge in plaats van de Maas. Op de achtergrond zien we de eerste gebouwen van de "naad1oze", de Tankfabriek.

5. De THOR-boot "Geertruidenberg" aan de steiger voor de Dongekade. Deze rederij onderhield een dagelijkse dienst op Rotterdam en's Hertogenbosch, wat vooral belangrijk was voor de boeren die naar de veemarkt moesten. Ook het vee ging aan boord van deze boten. Vaak vertrokken ze al om half vier's morgens en ze waren dan's middags om een uur terug. In een drukke tijd voeren er zelfs meerdere boten per dag,

6. Zo zag de Dongekade er omstreeks 1916 uit. Op de ges1echte wallen zijn enke1e bedrijven verrezen, onder andere de "naadloze", de mee1- en kunstmolensteenfabriek "Neerlandia" van Van Riel en Van de Reyt en de groentezouterij van Spyers. Achter de penanten van de oude brug en waterkering zien we de aanlegsteiger en links de loods van de THOR.

7. Een in de loop der jaren sterk veranderd beeld biedt ons de Stationsweg, hier afgebeeld omstreeks 1905. Links zien we de spoorlijn en rechts de wallen van het zogenaamde "Klein Vestje"; het gedeelte van het bolwerk dat liep tot aan de Buitenhaven. Ret hek, rechts in de wal, gaf toegang tot een pad dat langs het reeds eerder genoemde "Bosje van de Boot" naar de aanlegsteiger liep en vervolgens verder naar de Dordsepoort.

Geert uidenbe 9

:l,.lIonpeg.

8. Op dezelfde plaats wordt twaalf jaar later deze foto genom en. Met het slechten van de wallen ging veel moois verloren. Deze huizen werden in 1916 door Heyman Kalker gebouwd. Aan het eind, op de hoek, was woninginrichting "De Zon" van Sassen. Links zien we op het spoorwegterrein vaten opges1agen liggen van de ,juin", de inleggerij van de gebroeders Spyers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek