Goedereede in oude ansichten

Goedereede in oude ansichten

Auteur
:   Jan P.K. Grinwis Jzn.
Gemeente
:   Goedereede
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1936-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Goedereede in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

Jan Grinwis P.K. Jzn.

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXII

INLEIDING

Dit boekje met oude ansiohten beoogt een beknopt beeld te geven van het tijdsbestek rond de jaren 1900-1930. Gerekend vanaf heden, in algemene zin aan te merken als "grootvaders tijd". Uit historisch oogpunt bezien uiteraard slechts een beperkt overzicht, maar als geheugentest voor ouderen voldoende om een bepaalde periode weer te geven, waarin zij zichzelf en hun jaargenoten weten te herkennen. De jeugd en de vreemdelingen zuilen bij het inzien van het boekje wat meer moeite kunnen hebben om zich te verplaatsen in de gebruiken, levensstijl en kleding van rond de eeuwwisseling, maar het opgenomen fotomateriaal zal deze groep van belangsteilenden de nodige informatie geven, waardoor ook de onderschriften voor hen acceptabel en begrijpelijk zuilen worden.

De sociale verworvenheden en arbeidsbegeleiding van thans zijn al vele jaren ingeburgerd bij iedere werknemer. De ouderen, uit het begin van deze eeuw, hadden die zekerheid niet. Er was geen inspraak bij het arbeidsproces, geen omschreven rechtsgrond en er viel voor hen beslist niets te eisen. Bij ziekte en werkloosheid was men aangewezen op ondersteuning door kerkelijke instellingen, zoals de diaconale hulp, en mondjesmaat verstrekking in de vorm van natura door meelevende buren of werkgever. Bijna aile landbouwgrond hier was in handen van gefortuneerde en gezeten boerenfamilies en de dagloner verdiende maar een schamel loon, varierend van f 1,- tot f 1,25 per dag. In de groei- en oogstperiode kwamen de arb eiders al om vijf of zes uur 's morgens bijeen op de markt. Zodra de torenklok echter haar eerste slagen liet horen, zette de groep zich in beweging, om lop end in verschillende richtingen op pad te gaan, voor bewerking van de landerijen in de onderscheidene polders, gelegen rondom de woonconcentratie.

De werkverschaffmg kwam nog maar moeilijk op gang voor de tijdelijke onderbrenging van volwaardige arbeidskrachten, indien er tenminste objecten te vinden waren voor de te werk gestelden, maar al waren de verdiensten dan ook geen vetpot, men behoefde in elk geval de hand niet op te houden.

Ook de visserijuitoefening was een hard bestaan. Met kleine vaartuigen werd gevist op gamalen, die bij de pellerijen werden afgeleverd. Bij verdere voortgang in de tijd legden de vissers zich toe op de zeevisserij en bij gunstig weer bleven de scheepjes van maandag tot vrijdag op zee. De gevangen vis werd aangevoerd op de

vismarkten te Scheveningen, Vlaardingen of Rotterdam. De zaterdag in de thuishaven was nodig voor reparatie aan netten en onderhoud van schepen. Als in de herfsttijd de visserij wegens de weersomstandigheden noodgedwongen werd gestaakt, probeerde men de schepen door het van boord halen van netten en ander materiaal geschikt te maken voor het vervoer van suikerbieten naar de suikerfabrieken in de Hoeksche Waard en Brabant. De met de hand gedolven suikerbieten werden op wagens aangevoerd op de bietenkade en daar opgestapeld tot grote hopen. Met kruiwagens of manden werden de produkten in het ruim van de voor de walliggende schepen gestort. Ook vrouwen hielpen soms met het vullen en opgeven van de zware manden op de schouders van de dragers. Het laden was echter mannenwerk. Op het hoofd droegen de dragers een ingevouwen jute zak, waarvan het uiteinde over de schouders hing voor beveiliging tegen slik en als kussen voor de druk van de zware manden. In de wintermaanden, tot het nieuwjaar, was er voor een kleine, selecte groep arb eiders nog wel eens een mogelijkheid tot plaatsing in de cichoreidrogerij. De met cokes gestookte vuren voor het drogen van de gesneden wortelen bleven tijdens het gehele bewerkingsproces branden. Er was werk en brood op de plank, maar de arbeid op de warme roosters en in de vochtige, warme damp was niet voor iedereen geschikt.

Door plaatsgebrek kunnen we over de wordingsgeschiedenis van het vroegere eiland Westvoorne, met daarop de stad Goedereede, slechts kort zijn. De eerste bewoning ontstond circa 1050, door vestiging van vissers. De gunstige ligging aan zee en het hebben van een goede rede waren bepalend voor de verdere groei en bloei van de stad. Vele stadskeuren, uit 1312, 1330 en 1331, getuigen van die bloei en in 1477 werden alle keuren nog eens uitdrukkelijk bekrachtigd. Deze groei duurde tot het eind van de vijftiende eeuw. De grootheid ging verloren door aanslibbing en de steeds moeilijker wordende bereikbaarheid voor handelsschepen, door rampen en grote branden. Stormen en overstromingen luidden een tijdperk van verval in. De kooplieden trokken weg, de handel verliep. Na 1579 bleek de stad niet meer in staat een afvaardiging naar de statenvergaderingen te zenden. De muren en poorten vielen ten slotte onder de slopershamer, zodat de status van stad steeds verder afbrokkelde.

1. Deze kaart is van 1869; Goedereede was 704 bunder groot en telde 1050 inwoners.

Inzet: Ret wapen van de voormalige zelfstandige gemeente Goedereede, vastgeste1d bij bes1uit van de Hoge Raad van Ade1 op 24 juli 1816. De nieuwe gemeente Goedereede, gevormd per 1 januari 1966, is bij Koninklijk Besluit van 9 maart 1966, nummer 9, bevestigd in het gebruik van het wapen der voormalige gemeente Goedereede. De beschrijving luidt als volgt: In keel een in het water gelegen door twee ketenen versperde poort, bestaande uit twee torens op walmuren; de muren aan de buitenzijde verlengd en gekanteeld; alles van zilver. De torens gekanteeld en met spits toelopende daken. In iedere toren een rondbogige deuropening, waarboven twee rondbogige vensters van sabel. Aan de binnenzijde van de transen een goud gezoomde vaan van keel met een gouden leeuw; de leeuw op de linkervaan omgewend, de vanen kepersgewijze geplaatst. De torens aan de buitenzijde vergezeld van een omgekeerd anker van sabel.

Boers markeerde in zijn boek van 1845 Goeree's begrenzing a1s volgt: De stad Goedereede en derzelver grondgebied heeft ten noorden de Noordzee, bepaaldelijk het Goereese gat, ten oosten de heerliikheid Stellendam; ten zuiden het Brouwershavense diep en ten westen het oudeland van Diependorst en den ouden Oostdijk.

PB..()YL('IE 1;1"ID 1I0I.L.:'i1>.

------- ------------.

,

;~ -- -, ~--~~-~~~"- -==0--= -=~~ ... --=--~_:_~ ....... !t. '-7;";

-, ?......?

-~-o=_=-_.-~

II H

" ;:

1 i,

'j

c( 'f

I'

o

o

/{

I;

I,

i: !

/

!,

,

~~~:::~:,(":,,~;UI~/,U<'.7 / ~f:~.1'I1 ;';,~/" /~

}/',I ?. n p?'"

:1

,I 'I .n

I,

/

,

.ยท1 Jf

':

Ii

I'

2. Op dit kaartje is de situatie afgebeeld, zoals die in de veertiende en vijftiende eeuw geweest moet zijn. In het boekwerk geschreven door Den Eerzamen staat ("Vit oude lectuur overgenomen"): Aldaar komt elke dag tweemaal de grate Noordzee met een ongemeten vloed en zwelling zich in het brede uit- en overstorten, berokkende een eeuwige twist en twijfel aan de stad der dingen, n.l. of dat gewest een gedeelte van het aardrijk of van de zee is. Het eiland Westvoorn op de rand er van lag de stad Goedereede. Een breed water "Sonnemeere" scheidde het van de polders en opwassen Dirksland en Herkinge.

De inzet toont het oude gemeentewapen van Goedereede.

De geschiedenis der stad geeft eigenlijk een voortdurende strijd tegen het water te zien; ze vermeldt tal van stormen en watervloeden, bijvoorbeeld (14 december) 1522. Een rampjaar voor heel de provincie Zeeland. Niet minder de 5de november 1530 en ook de Allerheiligenvloed van 1570 eiste in Goedereede tal van offers. Een oude molenas - driftig geworden zijnde - die aan de scheepsmakerswerf ley de, kwam de molenpoort indrijven, omstotend een gedeelte van de stadsmuren. Die as zal waarschijnlijk van de molen geweest zijn die op de afbeelding te zien is.

"

--_.- . -- .----- ---.

3. Dit is de noordzijde van de haven. Zo te zien worden de kinderhoofdjes vervangen door straatklinkers. Vooral na de watersnoodramp van 1953 was er op heel Goeree-Overflakkee veel herstelwerk nodig, zo ook in Goedereede.

Links zien we het gerneentehuis, dan het vermaarde hotel-cafe-restaurant "De Gouden Leeuw" (Markt 11), de Centrawinkel, dan Soeteman (Markt 15) en het huis van Lodder. Ook kunnen we nog het woonhuis ontdekken van H.L. Vogel, die veel foto's van het stadje Goedereede heeft gemaakt. De laatste woning is van de farnilie Baart, welke na de samenvoeging van de gemeenten op het eiland nog als (tijdelijk) gemeentehuis was ingericht.

4. "Bekaf' heet het gedeelte waar men vanuit de riehting Stellendam Goeree binnenkomt. De naam is vermoedelijk ontstaan omdat het bijna ondoenlijk was om op de plaats te komen waaruit later de polders en de gemeente Stellendam zijn ontstaan. Had men die toeht ondernomen en keerde men terug, dan was men inderdaad bekaf. Dat is men nog als men op de fiets met tegenwind te kampen heeft.

De landbouwer Piet van Erkelens Czn. heeft land klaar gemaakt met de eg op de wielslee, zeker am wintertarwe te zaaien, want aan de bomen te zien is het najaar, Toen was het nag een oprit. Middenop de kaart het weeghuisje, ook wel fairbank genoemd, en een hek langs de haven. Met de aanleg van een betere verkeersweg is het beeld nu heel anders geworden. Deze foto dateert van omstreeks 1928 en is een uitgave van H.L. Vogel te Goedereede.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek