Goeree-Overflakkee in oude ansichten

Goeree-Overflakkee in oude ansichten

Auteur
:   Th. de Waal
Gemeente
:   Goedereede
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3227-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Goeree-Overflakkee in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Goeree-Overflakkee in oude ansichten

doorTh. de Waal

ZALTBOMMEL

W~OEN

OEKJE

ISBN1 0: 90 288 3227 0 ISBNI3: 978 90 288 3227 5

© 1971 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de zesde druk uit 1999

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

Korte historie Goeree Overflakkee

Het eiland Goeree-Overflakkee - thans schiereiland is letterlijk aan de zee ontworsteld. Behalve de kop van Goeree (ouderen noemen dit "geschaepe" grond) is het land uit "aanwas" ontstaan. Zeer beknopt zullen wij, ter inJeiding op dit foto-boek, de wordingsgeschiedenis van het eiland weergeven. Hierachter is een schetskaartje geplaatst, hoe het er omstreeks 1300 uit zag. In de eerste en tweede eeuw na Christus waren er bij Goeree Romeinse nederzettingen, waarvan bij opgravingen tal van gebruiksvoorwerpen zijn gevonden, die in het Streekmuseum te Sommelsdijk te zien zijn, Het oudste gedeelte is de polder Diepenhorst, waarin het dorp Ouddorp is ontstaan. In een oorkonde van 1165 wordt dit vermeld als "Terram in Westforii". Hugo de Groot deelt in een van zijn brieven mede dat Goeree reeds in 1140 wordt genoemd; in 1320 verkreeg deze plaats al stadsrechten. Ten zuidoosten van

Westvoorne lagen 14 schorren of slikken, die geexploiteerd werden om zout en turf te winnen. Om invloei'ing tegen te gaan werden er kaden om gelegd; een vijftal polders vormden later de kernen voor het toekomstige eiland.

I. De polder Dirksland werd in 1416 bedijkt; Oud-Meliszand in 1480. II. Aan de indijking van de polder Oud-Herkingen werd in 1420 begonnen; deze polder vloeide telkens in. Een herdijking in 1483 en 1575 had ook geen succes; eerst in 1604 wist men het watergeweld te beteugelen. III. De polder Oudeland en Oude Tonge (de gorzen Grijsoord Duivenwaard en Die Tonghe) werd in 1438 bedijkt; de polder het Noordland, waarin Nieuwe Tonge ligt, in 1461. IV. De bedijking van de gorzen Middelharnis, Sommelsdijk en Duivenwaard vond binnen een ringdijk in 1465 plaats; de polder "Die Stad" in 1528. V. De platen Galenthee, Oelkensplate en Den Bommel werden in 1481 ter bedijking uitgegeven; Ooltgensplaat werd reeds in 1483

voltooid en de polder Den Bommel slaagde in 1530, Door inpoldering van de Adriana-polder en de Eendragtspolder in 1780 werden de beide eilanden Goeree en Overflakkee verenigd. Steilendam is de jongste plaats op het eiland. Bij de bedijkingen werd bepaald, dat er een kerk moest worden gesticht waaromheen zich de woonkernen vormden. De kerken op Flakkee zijn dan ook de oudste bouwwerken, daterend uit het begin van de 15de eeuw.

Vrijwel aile Flakkeese dorpen vertonen hetzelfde bouwschema; "een welbetimmerde dijk", zoals dit in oude annalen wordt genoemd - de dijk werd met het oog op overstromingen het eerst bebouwd en bewoond. Loodrecht daarop volgde een Voorstraat met een dubbele rij huizen en aan het eind daarvan de kerk en het kerkhof, omgeven door een ringvormige gracht. Helaas zijn deze sierlijke kerkgrachten op twee na verdwenen; aileen die rondom de kerk te Dirksland en te Nieuwe Tonge zijn nog in tact. Bijna ieder dorp op Goeree

Overflakkee heeft zijn haven; indertijd dienstig voor de visserij en voor de verscheping van landbouwprodukten.

Naast landbouw en visserij ontwikkelde zich van lieverlede ambachtsnijverheid en winkelnering, Men leefde wei in het isolement door het water, maar toch ontwikkelde zich het culturele leven door Rederijkerskamers, Schuttersdoelen enz. Later kreeg het "Nut" zijn bibliotheken; er waren ook christelijke leesgezelschappen, op godsdienstig gebied kwam het verenigingsleven en de "ziengscholen" maakten grote opgang. Ook aan het onderwijs werd meer aandacht geschonken; er werden scholen gebouwd en v66r de gelijksteiling bij het onderwijs kwamen er in ieder dorp met grote opoffering uit eigen middelen bijzondere scholen. Aan de boerenzoons werden landbouwcursussen gegeven; de kunstmest bracht grotere opbrengsten. In 1902 werd de Ambachtsschool gesticht en de RijksH.B.S. kwam in 1917 tot stand. Een lagere landbouw-

school werd in 1927 geopend. Middelharnis werd het centrum voor uitgebreid en hoger onderwijs.

Door de stoombootveerdiensten kwamen in het begin van deze eeuw betere verbindingen. In 1909 kwam de stoomtram (R.T.M.) op het eiland, waardoor er meer communicatie kwam met de "overkant". Op vele terreinen viel in het begin van 1900 een krachtige activiteit waar te nemen; er kwamen stichtingen voor onderlinge hulp, gezinszorg, later dorpshuizen en speeltuinen. In 1932 kon door een groot legaat te Dirksland een ziekenhuis worden geopend; in 1934 een Waterleidingbedrijf. Een gasfabriek was er al in het begin van deze eeuw, althans voor Middelharnis en Sommelsdijk; een uitkomst was het elektriciteitsbedrijf EMGO, in 1930, waardoor de petroleumlampen verdwenen.

Een geweldige inzinking kwam in de dertiger jaren. Nauwelijks was men daar overheen toen de Tweede Wereldoorlog kwam; de Duitse bezetting stuurde alles in de war. Door inundatie werden de akkers onder

water gezet en een groot deeI van de bevolking moest evacueren. Na de oorlog werd met kracht aan de wederopbouw gewerkt, de energieke bevolking wist binnen enkele jaren de verloren welvaart te herwinnen. In 1953 werd het eiland door een ontzettende vloedramp getroffen, het werd bijna geheel door het water verzwolgen. Honderden mensen en veeI vee verdronken en de materiele schade beliep vele miljoenen. De hulp uit het gehele land was voortreffelijk; de dijken konden in korte tijd hersteld en de dorpen herbouwd worden en binnen enkele jaren had het zwaar getroffen eiland weer zijn vorige welvaart terug.

Door deze ramp kwam de regering tot een spoediger besluit om de zeearmen af te sluiten; in 1964 werd de Haringvlietbrug voor het verkeer met de vaste wal opengesteld en in 1965 bracht de Grevelingendam de verbinding met Zeeland. Nog werkt men aan de Volkerakdam die binnenkort Flakkee met Brabant zal verbinden; men is bezig aan de afdamming van het Brou-

wershavense gat en de weg over de Haringvlietsluizen zal een druk verkeer brengen van en naar de Randstad Holland.

De herindeling van de gemeenten heeft Goeree Overflakkee bestuurlijk in een andere fase gebracht; op 1 januari 1966 werden de 13 gemeenten tot 4 terug gebracht. Zeer recent is thans het "Plan 2000", waarin de gedachte leeft om op Goeree Overflakkee een "Grevelingenstad" te stichten van plm. een half miljoen inwoners. Hieruit blijkt weI dat het slot van de veelbewogen geschiedenis van Goeree Overflakkee nog niet kan worden geschreven!

Op de volgende bladzijden is uit oude ansichten en enkele foto's getracht een beeld te geven van de dorpen op het eiland uit de jaren omstreeks 1880 tot ongeveer 1930. Uit de veelheid van het aanwezige materiaal moest een keuze worden gemaakt; de voorkeur is gegeven aan afbeeldingen van die gedeelten, die het meest zijn verouderd of ook wel geheel zijn verdwenen.

Ret ansichten- en fotomateriaal voor dit boek is welwillend afgestaan door het bestuur van het Streekmuseum Goeree Overflakkee, welke instantie wij daarvoor zeer hartelijk dank zeggen. Een groot gedeelte echter is ons ter hand gesteld door de heer C. Ras, Molendijk 67 te Herkingen, die een enorme verzameling kaarten van het oude eiland in zijn bezit heeft. Wij zeggen ook hem hartelijk dank voor zijn spontane medewerking.

Het leven en het werk van heengegane geslachten is er in getekend, waardoor het boekje ongetwijfeld his torische waarde heeft, dat velen gaarne zullen willen bezitten.

Middelharnis, augustus 1969

Th. deWaal.

/ I

I

I



,

-,

Siet, aenwas is een dtngh, dat sonder ons gevoelen Komt stijgen uljt de see

en aen deli oever spoeIen, Al schijnt het eerst maer sant en niet dan enckel blick, Ret neemt gedurich toe,

en wert ten lesten slick.

En daernae wast'er gras ...

o

Kaartje van het efland Goedereede en de opkomende gronden van Overflakkee omstreeks het jaar 1300 nadat het oude land van Dirksland was ingevIoeid, na de eerste bedijking anno 1284. De dichtregelen zijn van Jacob Cats.

MIDDELHARNIS. Om het eiland Goeree Overflakkee te bereiken, kon dit voorheen niet anders dan per veerboot. Daarom brengen wij op dit eerste plaatje de aankomst van de veerboot van de R.T.M., de "Minister Van del' Sleijden", varende van Middelharnis op Hellevoetsluis. De boot is juist bezig aan te leggen aan de steiger in de Rijkshaven, waar de tram gereed staat om de passagiers naar de verschillende plaatsen op het eiland te vervoeren. De Rotterdamse Tramweg Maatschappij (R.T.M.) kwam in 1909 op het eiland; voor de veerdienst op Hellevoetsluis werd door het Rijk eeuwigdurende consessie verleend. Sinds de ingebruikneming van de Haringvlietbrug wordt van dit veer weinig gebruik meer gemaakt; wanneer de dam bij Goedereede over de Haringvlietsluizen gereed is, heeft dit veer eigenlijk geen zin meer en zal het weI komen te vervallen.

10

1232

V66rdat de R.T.M. veerboot (1909) concessie van het Rijk kreeg, waren er vanzelfsprekend ook reeds overzetveren, o.m. op de Hoornse hoofden en ook vanaf Stellendam. In 1841 fungeerde een particuliere onderneming voor passagiers- en vrachtvervoer vanuit de haven van Middelharnis, n.l. de "Stoomboot Mij. Overflakkee" die een dagelijkse dienst onderhield op Rotterdam en Dordrecnt, Later is er een fusie ontstaan met de R.T.M. Op dit kiekje ziet men de stoomboot "De Onderneming" (die de bijnaam had van "Mooi Jantje") voor de aanlegplaats bij Hotel Meijer, thans het geheel gerestaureerde hotel Jacobi. De "Meneerse boot" voer 's morgens naar Rotterdam en kwam 's middags terug; "Mooi Jantje" kwam om half twaalf te Middelharnis aan en daarmee kon men dan om half twee weer naar de Maasstad. Door teruglopen van het passagiers- en goederenvervoer is op 29 januari 1949 deze vaart gestaakt, Hiermee was weer een stuk romantiek uit Middelharnis verdwenen.

11

12

De Wilhelminabrug (vroeger de Kogelbrug genaamd) in het laatst van de vorige eeuw. Deze brug behoorde nog tot de haven van Sommelsdijk en was bij deze gemeente ook in onderhoud. Het was een ophaalbrug die diende om de schepen uit de Middelharnisse haven uit en in te laten. De ijzeren ballen dienden voor tegenwicht als de brug omhoog werd gehaald. Later is het een ijzeren brug geworden mede met het oog op het zwaardere vrachtvervoer. Let op de petroleumlantaarn links en de fraaie klederdrachten!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek