Gouderak in oude ansichten

Gouderak in oude ansichten

Auteur
:   D. van Dam
Gemeente
:   Ouderkerk
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5971-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Gouderak in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In dit boekje heb ik geprobeerd wat beelden op te roepen van Gouderak in de eerste helft van deze eeuw. Natuurlijk kan dat met ongeveer veertig foto's, het maximum dat ik mocht gebruiken, maar heel summier zijn. Maar toch denk ik dat de foto's en bijschriften voor de jongere lezer iets weergeven en voor de ouderen herinneringen oproepen.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog was Gouderak een vrij gesloten gemeenschap. Men werkte in de steenplaats, touwbaan, rietmattenfabriek of scheepswerf, was schipper of boer. Slechts enkelen werkten buiten het dorp en dan meestal nog in Gouda. Toch liep men in Gouderak niet achter. De schippers zwierven door heel Nederland en Duitsland en Gouderak kende een rijk en gevarieerd verenigingsleven, zowel kerkelijk als op sportief en cultureel gebied.

De atleten en slingerballers van T.H.o.R. genoten landelijke bekendheid en het eerste elftal van de voetbalvereniging "Gouderak" was gevreesd in het district. Gouderak was ook in de wijde omgeving het enige dorp met een speciaal gymnastieklokaal.

Later hoop ik nog eens te komen met een boekje dat speciaal is gewijd aan het verenigingsleven van Gouderak.

De echte Gouderakker is over het algemeen erg aan zijn dorp verknocht. Wanneer ze soms zijn weggetrokken om elders te gaan werken en wonen en je ontmoet ze weer eens, dan komen de verhalen over het Gouderak van vroeger weer los en je pro eft dan steeds iets van weemoed.

Ik hoop dat ik met dit boekje gesprekstof aandraag om weer eens heerlijk te kletsen over vroeger. Daarmee wil ik niet zeggen "die goede oude tijd", want daarvoor moesten de mensen onder te moeilijke en zware omstandigheden leven en werken. Maar toch, als je met oudere mens en spreekt - en dat heb ik voor het samenstellen van dit boekje veel gedaan - dan merk je dat het niet alleen maar ellende was. Er was ook veel gezelligheid en er werd ook gelachen.

Uit de vele foto's die in mijn bezit zijn vindt u in dit boekje een selectie van oude dorpsgezichten en personen die er hebben gewoond en geleefd.

Ook heb ik enkele facetten en beroepen wat nader belicht. Voor het verkrijgen van informatie heb ik dus met veel Gouderakkers gesproken en ik wil hen bedanken voor de bereidwilligheid waarmee ze mij steeds te woord stonden en voor de informatie die ze mij hebben verstrekt.

1. We beginnen onze tocht door Gouderak op Stolwijkersluis of eigenlijk nog in Gouda.

Op de eerste foto zien we de oude tolbrug met links het tolhuis. Bij het passeren van deze brug moest men, wanneer je niet in Gouda woonde, een bedrag van enkele centen aan tol betalen. Een klein bedrag, maar toeh was het voor sommige passerenden aanleiding om zo snel mogelijk over de brug te rijden of te lopen om zo het betalen van tolgeld te ontlopen. De tolwaehter was eehter wei op zijn hoede en heeft menigeen in zijn kraag gegrepen.

Rond de oorlogsjaren is het betalen van tolgeld afgesehaft en in 1954 werd er honderd meter verder, op de plaats waar vroeger de spoorbrug van het .Schoonhovense spoortje" had gelegen, een nieuwe, moderne brug gebouwd, die aansloot op de toen ook aangelegde nieuwe weg riehting Stolwijk.

2. Wanneer we de tolbrug zijn gepasseerd komen we eerst langs de "Oke-bar" van Gerard Rapis: een houten gebouwtje halverwege de Brugweg.

Dit was vaak een punt om, na een bezoek aan Gouda, voordat de tocht langs de dijk werd begonnen, eerst nog even koffie te drinken. En de heer .Rapis wist met zijn grappen en verhalen zijn klanten wei bezig te houden. Ook voor de dorpsjeugd was het, wanneer ze naar Gouda op school gingen, de eerste kennismaking met het horecabedrijf.

Oorspronkelijk was Gerard Rapis begonnen met het verkopen van consumpties vanuit een verrijdbare keet bij het wachtlokaal van de trein, die naar Schoonhoven ging.

Later heeft hij het woonhuis gekocht aan het begin van de Brugweg en heeft daar zijn zaak voortgezet. Tegenwoordig is daar het restaurant "Jean-Mary" gevestigd.

Op de foto zit Gerard Rapis met zijn vader voor de "Oke-bar".

3. Op deze foto cafe en uitspanning van de heer Kristensen op Stolwijkersluis. Dit was vroeger een soort tussenstation voor reizigers die met paard en wagen van Utrecht via Gouda naar Rotterdam trokken. Op deze plaats werden de paarden tijdelijk uitgespannen en kregen water en haver.

De reizigers zelf konden bij de heer Kristensen, die afkomstig was uit Denemarken, wat eten en drinken. In de fraai begroeide serre was het voor de vermoeide reizigers goed toeven.

Later is dit cafe overgenomen door Kees van Mullem en deed tot ongeveer 1950 dienst als overstapplaats voor buspassagiers die vanuit Krimpen, Ouderkerk en Gouderak richting Stolwijk, Bergambacht, Schoonhoven of Utrecht moesten.

Thans is het fraaie van het pand helaas verdwenen en doet het dienst als auto band en- en rubberbedrijf van de firma Rubavo.

4. Het oudste huis van Gouderak is waarschijnlijk Middelblok 209, dat thans wordt bewoond door de familie Noordegraaf. Het statige herenhuis dat de naam "Rust-Hove" draagt, werd volgens een gevelsteen gebouwd in 1753. Thans is het huis het woongedeelte van het boerenbedrijf dat ertegenaan is gebouwd. Vroeger was het echter vrijstaand, maar er stond wel een kleine boerderij achter.

Aan het begin van deze eeuw was deze boerderij van Hendrik Anker. Later deed die het bedrijf over aan zijn schoonzoon Gijsbertus Kloot en deze liet in 1924 een nieuwe stal bouwen tegen de achterzijde van "RustHove" en hij nam het oude herenhuis in gebruik als woning. Daarmee kwam een einde aan de zelfstandigheid van het pand als woonplaats van vooraanstaande inwoners van Gouderak.

Van ongeveer 1890 tot 1900 werd het bewoond door Carel Willem Frederik Doorman en zijn vrouw Anna Chatarina Therisia Kleijntjes. Doorman was toen Ie luitenant-kwartiermeester in het Nederlandse leger. Toen ze vanuit Utrecht in Gouderak kwamen wonen hadden ze een zoontje dat op 23 april 1889 in Utrecht was geboren en de namen Carel Willem Frederik Maria droeg. Dit jongetje zou later als Karel Doorman beroemd worden.

Karel Doorman was in 1942 als schout bij nacht opperbevelhebber van de vlootstrijdkrachten, die op 27 februari van dat jaar in de Javazee de strijd aanbonden met de Japanse vloot. De vloot van Doorman werd echter bijna volledig vernietigd en met zijn vlaggeschip De Ruijter ging ook hij ten onder. Het bericht dat hij uitzond toen hij tot de aanval overging "All ships-follow me" werd onder de vrije vertaling .Jk val aan, volg mij wereldberoemd.

Karel Doorman is dus niet in Gouderak geboren, maar weI zijn twee jaar jongere broer Ludovicus Antonius Carel Marie. Deze werd geboren op 2 januari 1891 en als getuigen bij de geboorteaangifte waren aanwezig Pieter van Wingerden, 67 jaar (smid), en Willem Jacobus den Hengst, 36 jaar (veldwachter).

Later is "Rust-Hove" ook nog bewoond door de familie Gautier, van wie zoons burgemeester zijn geworden van Coevorden en Berkenwoude. Een andere zoon, Bram, die op 17 november 1915 op "Rust-Hove" werd geboren, was in de Tweede Wereldoorlog een bekend verzetstrijder. Helaas werd hij op 12 augustus 1944 door de landwacht gearresteerd en is hij op 10 februari 1945 in Bergen-Belsen overleden.

5. De steenfabrieken hebben in Gouderak en langs de gehele Hollandse IJssel eeuwen1ang voorvee1 werkgelegenheid gezorgd. In de vorige eeuw is er een moment geweest dat er aIleen in Gouderak a1 acht steenp1aatsen waren. Steeds meer huizen en gebouwen werden uit baksteen opgetrokken en het "IJsselsteentje" was een gewild artikel.

Het werken in steenp1aatsen was, vooral toen alles nog handmatig gebeurde, zwaar en onmenselijk en de meeste steenfabrikanten hadden een feodale instelling. Wanneer de man in de steenplaats werkte dan werden ook zijn vrouw, opgroeiende zoons en dochters verplicht om in de "plaes" te werken. Wanneer ze weigerden dan werd ook de man met onts1ag bedreigd. Hij kwam dan ook bij een andere steenfabrikant niet zo gemakkelijk aan de slag, omdat die onder ling de afspraak maakten geen ontslagen person eel aan te nemen. "De heer" gaf zelfs aan in welke winkels er gekocht moest worden. En wanneer de steenfabrikant "kerks" was werd men ook 's maandags nog op het matje geroepen wanneer men niet in de kerk was geweest. Tevens woonden de mensen die in de steenplaatsen werkten ook nog in huisjes die eigendom waren van de steenfabrikant. En bij ontslag moesten ze die huisjes dan ook onmiddellijk verlaten. Het wonen in een huisje van "de heer'' had wel als voordeel dat je ook in de wintermaanden kon werken en je loon werd doorbetaald. De arbeiders die niet in een huis van de steenfabrikant woonden werden, wanneer er geen stenen werden gemaakt, zonder loon naar huis gestuurd.

De foto, die aan het begin van deze eeuw werd gemaakt in de steenplaats van Van Houweninge aan de Kattendijk, toont hoeveel zwaar werk er toen in de steenplaatsen werd verricht door vrouwen. "De heer" en de onderbaas staan er bij en de vrouwen moe ten het werk doen. Opoe, rechts op de foto, is net een kan met drinken komen brengen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek