Goudswaard in oude ansichten deel 1

Goudswaard in oude ansichten deel 1

Auteur
:   P.J. Bos
Gemeente
:   Korendijk
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3239-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Goudswaard in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

"De zee bracht telkenreize

een vruchtb're slibkorst mede. 20 hief zij 't moedig hoofd omhoog en werd bewoonb're stede".

Is Goudswaard, vroeger Korendijk geheten, op deze manier ontstaan? Het kan eigenlijk niet anders zijn gegaan. Het grondgebied van Goudswaard bestond zo'n zevenhonderd vijftig jaar geleden uit enige gorzen en slikken, waar het proces van aanslibbing zo ver was gevorderd, dat Nicolaas I van Putten dit land, genaamd "Corendic", 26 februari 1246 ter bedijking kon uitgeven aan de broers Nicolaas en Jan Penninc. Het gebied behoort daarmee tot de eerste bedijkingen uit de om trek. Door overstromingen is de bedijking, vermoedelijk tussen 1300 en 1330, veri oren gegaan. Niettemin blijkt uit diverse bronnen, dat het gebied steeds in gebruik is gebleven. In 1439 werd het, bestaande uit de uitlanden Coorndijck, Coewaert, Gouwaert, Stollaersdijck, Yemandts Gorssen en Huijge Claesz. Gorssen, opnieuw bedijkt.

Op het gors Gouwaert is na 1439 het dorp ontstaan, dat omstreeks 1445 al een kerk had. Zoals vrijwel overal in de streek, bevindt de bebouwing zich op de dijk bij de uitwateringssluis en aan de straat loodrecht op die dijk. (Vergelijk Piershil, Oud-Beijerland en Numansdorp.) Toen er in de twintigste eeuw ook huizen werden gebouwd aan de Nieuwstraat en aan de Burgemeester Zahnweg, kwam in de T-vormige bebouwing verandering. De dorpskern werd toen min of meer driehoekig van vorm. Bij de bedijking van 1439

is het niet gebleven. Van 1456 af zijn aan de kern van Goudswaard de volgende polders toegevoegd: de Nieuwe Korendijkse Polder of het Oude Nieuwland (1456); de Molenpolder (1612); Oostpolder (1633); een gedeelte van de Eendragtspolder (1653); de Leenheerenpolder (1698); de Noordpolder (1709) en de Leenheerengorsepolder (negentiende eeuw). Samen met het westelijk deel van de polder Brienenswaard (bedijkt in 1854) op het eiland Tiengerneten, de Blanke Slikken, 's Lands Bekade Gorzen, de Vlastiende Gorzen en de Korendijkse Slikken vormen ze het huidige grondgebied van Goudswaard, groot 3282 hectare.

Hoewel er veel land werd gewonnen, woedde de strijd tegen het water voort. Overstromingen vonden plaats in de jaren 1456, 1470, 1552, 1570, 1612, 1620, 1653, 1682, 1697, 1808, 1825, 1853 en 1879. Die van 1697 kostte het leven aan twee vrouwen en twee kinderen; tijdens de stormvloed van 1 februari 1953 verdronken de broers Gerrit en Dingeman Ardon. Een vroege, weinig bekende overwinning op het water was de herdijking, in 1483, van de Nieuwe Korendijkse Polder (het Yemandtsgors c.s.) door Gerrit van Abbenbroeck en Brunynck van Bosschuyssen.

Niet aileen het water, maar ook het vuur veroorzaakte de oude Korendijkers veel leed. De hevige dorpsbrand van 1648 kostte aan minstens een persoon het leven. Ook in 1670 en in 1680 of 1681 gingen vele huizen in vlammen op.

Velen vonden in de polders een middel van bestaan, VOOfnamelijk in de landbouw. De vruchtbaarheid van de gronden droeg ertoe bij, dat de boeren betrekkelijk welvarend waren, al waren er vaak schrale jaren door misoogst of wateroverlast.

Door hun welstand waren het de boeren die in het dorps-, polder- en kerkbestuur zitting hadden.

In 1796 schrijft ds. Hermanus Wagter, predikant te Goudswaard van 1789 tot 1805, een pamflet over het dorp. Hij somt wantoestanden op en klaagt over de willekeur en de slechte levenswijze van de dorpsbestuurders, in het bijzonder van Lodewijk van Driel van Goudswaard, ambachtsheer, schout, dijkgraaf, penningmeester en opperkerkmeester tegelijk. De onbekwaamheid van de schoolmeester en voorzanger, Paulus Visser, is ten hemel schreiend. De kinderen leren niets bij hem dan onfatsoenlijke woorden. Als de schoolmeester in de kerk een psalm moet voorzingen die hij wat moeilijk vindt, blijft hij halverwege steken en roept dan uit: "Gemeente, help mij! ". Deze beschrijving vormt wel een schrille tegenstelling met de beschrijving die Van Ollefen in dezelfde tijd (1793) van de buitenkant van Goudswaard geeft: .Een darp dat 's vreemd'lings aandacht trekt, en Neerland tat een prank verstre kt".

Net als ieder klein dorp was Goudswaard een besloten gemeenschap, waar de jaarlijkse kermis en de marktdagen in de stad afwisseling brach ten in het dagelijkse leven. Ds. 1. Craandijk gaf in 1875 een beschrijving van wat hij op zo'n dag zag:

"Op marktdag wemelt het van de sjezen en kapwagens. Dan dragen de baeren lange jassen of korte buizen, voorwereldlijke hoeden of platte petten. De boerinnen hebben reusachtige mutsen, die tot halverwege den rug neervallen. En als ware 't om zich tegen iedere teedere omhelzing te vrijwaren, hebben zii aan de slapen een paar uitstekende spiraalvormige versierselen als hoarnen aangebracht. De groote klapmand,

wit of groen, met bloemen beschilderd, ontbreekt maar weinigen".

Wat een verschil met tegenwoordig. Sjezen en kapwagens zijn aileen nog in musea te zien en de klederdracht is in deze eeuw ook uit het dagelijkse leven verdwenen, De laatste Goudswaardse die de oude dracht trouw bleef, de weduwe Van der Hoek-Kwak, overleed in 1975.

Ook de werkgelegenheid onderging grote veranderingen, De afgelopen tientallen jaren liep het aantal arbeidsplaatsen in de landbouw steeds terug; velen gingen als pendelaars in Rotterdam of omgeving werken, vooral in de industrie. Mede door de steeds beter wordende verbindingen kwam in de jaren zestig ook te Goudswaard het forensisme op. Dit proces werd in de jaren zeventig aanzienlijk versneld. Het gereedkomen van de Heinenoordtunnel, in 1970, was hierbij een factor van betekenis.

Juist het feit dat in deze eeuw alles zo snel verandert, rechtvaardigt een uitgave als deze. Wat v66r u ligt is een wandeling door Goudswaard in vroeger dagen. Getracht is, een duidelijk en objectief beeld te geven van het dorp en de inwoners "in grootrnoeders tijd",

Vee! dank is verschuldigd aan de zeer velen, zowel uit Goudswaard als van elders, die door het tijdelijk afstaan van foto's en het antwoorden op soms Iastige vragen zo welwillend hun medewerking hebben verleend. In het bijzonder aan de Stichting Streekmuseum Hoeksche Waard en de heer R.J. Smooker, gemeentesecretaris van Goudswaard, zijn de schrijvers veel dank verschuldigd.

1. Op de voorgrond zien we de haven in 1900. De huizen aan de kaai werden, van links naar rechts, bewoond door: Steer van Schouwen en Jacob van Schouwen, beiden landbouwer; Klaas Herweijer, herbergier; Willem Luijmes, metselaar; Piet Bouman, beurtschipper en (geheel rechts) Kors Visser. Links, op de Molendijk, stond de bakkerij met het woonhuis van de familie Reedijk. Dit grote, oude huis werd in de vorige eeuw bewoond door Maria van Driel, weduwe van Johannes Lamaison, vrijheer van Heenvliet. De welgesteldheid van deze vrouw bleek al uit het feit dat ze iedere dag verse koffie zette. Haar buurvrouwen waren al blij, als haar dienstbode, Lijntje Vermaat, hen de koffiedroes gaf. Het gehele pand werd omstreeks 1962 afgebroken.

Groet uit Goudswaard

2. Deze foto's uit de jaren twintig werden beide genomen vanaf dezelfde plaats; de bovenste in oostelijke en de onderste in noordelijke richting. Aan de Molendijk zien we links de woning van bakker Teun Reedijk en rechts de huisjes waarin toen onder anderen Jan Mastenbroek en Klaas de Vos woonden. De huisjes werden in 1968 afgebroken.

In de haven ligt de (lichtblauw geverfde) schuit van Marius Bouman, de beurtschipper. Zo te zien is er net een vracht bakstenen gelost. Van links naar rechts staan: het cafe van Jan Visser, die naast cafehouder organist van de kerk was; de huizen van achtereenvolgens Willem Luijmes, Marius Bouman, diens knecht Aart Wildeman en Jan Vermaat, veerman op Zuidland. Waar nu F.J. Ampt woont, stand het huisje voor de opslag van materiaa1 van de polder.

3. Het honderdjarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden werd in 1913 uitbundig gevierd, ondanks de stortregens tijdens de feestdag. Er was een optocht van praalwagens, die in de grote schuur van H.H. van Schouwen werden opgetuigd. Op deze foto zien we dat men samenstroomt naar de sluis, waarop de prins van Oranje (Pleun Klijn) een toespraak zou houden. De prins was zojuist met een roeiboot ingehaald. Let op de vrouw die bij de hoek van het huis van Teun Reedijk loopt. Ze heeft haar hoed boven op de keuvel ("krullemuts") gezet, zoals iedere vrouw die uitging vroeger deed.

Goudswaard

Dorpsstraat

4. Aan de westkant van de Dorpsstraat stond in 1909/10, geheellinks op de foto, de winkel van Teun van der Sijde. Vroeger werd in dit huis vergaderd door het gemeente- en polderbestuur. Tot 1869 was het tevens dorpsschool en woonhuis van de schoolmeester. Daarnaast stond de bakkerij van Dirk Benjert. Zijn vrouw, Maaike, zien we in de winkeldeur, Dan volgden de kruidenierswinkel van Jan Kimmel, de manufacturenwinkel van Jaap van der Bie, het huis van mevrouw Van Loo, wier hardstenen stoep, tot haar grote ergernis, bij de schoolmeisjes zeer geliefd was om erop te bikkelen ("hilleken"). Daartegenaan stond het snoepwinkeltje van Engel de Bruin en dan volgde de bakkerij met het postkantoor van Aai Boender. De (rode) postbus naast de deur is op de foto nog te zien. In het hoekhuis woonde Bart Oversier. Aan de oostkant zien we, van rechts naar links, het huis van Lauw Mastenbroek, het sigarenwinkeltje van Hein Heylema, de winkel van G. de Quartel en het dak van het huis van Dirk Bijl.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek