Grave en het land van Cuijk in oude ansichten

Grave en het land van Cuijk in oude ansichten

Auteur
:   drs. H. Douma
Gemeente
:   Grave
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0912-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Grave en het land van Cuijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door drs. H. Douma

Chartermeester aan het Streekarchivaat 'Land van Cuijk'

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXIX

W~OEN

OEKJE

rSBNlO: 90 288 0912 0 rSBN13: 978 90 288 0912 3

© 1968 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de oorspronkelijke druk uit 1968

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

In het land van Cuijk hebben zich sinds de eeuwwisseling grote veranderingen voltrokken in het stads-, dorps- en landschapsbeeld. De jongste oorlog heeft het gebied niet onberoerd gelaten. Dorpen als Overloon en Vierlingsbeek zijn hierdoor geheel van aanzien veranderd. Nog grotere ingrepen in de oude structuur staan voor de deur door noodzakelijke ruilverkaveling, wegenaanleg, sanering en rationalisatie.

Bij dit alles hunkert de moderne mens soms naar de tijd van onze grootouders, toen alles veel rustiger toeging. Bedriegelijk is het echter de voorbije tijd in een te romantisch daglicht te stellen. Toch zal het voor menige oudere een genoegen zijn te bladeren in de tijd van zijn jeugd. Ook vele jongere mensen stellen misschien belang in het vroeger beeld en het leven van hun streek of dorp. Het Land van Cuijk werd toenmaals gekenmerkt door een kleine boerenstand, die schoorvoetend de vruchten ging plukken van landverbetering en het ontginnen van heidevelden. De kleine middenstand had het moeilijk en kon het hoofd nauwelijks boven water houden. Industriële ontwikkeling wilde

behalve zeer bescheiden in Cuijk en Boxmeer niet van de grond komen. De oude vestingstad Grave had na het vertrek van het garnizoen en het slechten van de wallen met een inzinking te kampen. De komst van talloze instellingen op sociaal, maatschappelijk en caritatief terrein maakte dit verlies weer goed. Wel stelde de verslechtering van het woningbestand het stadsbestuur voor menig probleem. De jaarlijkse wateroverlast van de Beerse Maas remde op de rivierklei de vooruitgang van landbouw en veeteelt. Het geboorteoverschot was groot en trok steeds weer naar andere streken weg. Men kende geen echte schrijnende armoede zoals in sommige industriegebieden, maar vetpot was het onder de boerenstand meestal niet. Hierbij waren de boeren van de Maaskant iets beter af dan die van de veel schralere Peelkant.

Met de verbindingen op het terrein van de wegen met de omliggende gebieden was het vrij slecht gesteld. De Peel vormde nog een bijna onneembare barrière met alleen een paar behoorlijke wegen naar Gemert en Uden. Enkele pioniers onder Mill, Oploo en Maashees

waren reeds tot ontginning overgegaan, maar de grote aanpak moest nog komen. Bij het passeren van de Maas diende men van veren bij Grave, Katwijk, Oeffelt, Boxmeer en Vierlingsbeek gebruik te maken. Gelukkig hadden de spoorwegmaatschappijen de zaak flinker aangepakt. In 1871 kwam de belangrijke lijn Boxtel - Gennep tot stand, later doorgetrokken tot Wesel. Toen waren dorpen als Mill, Haps en OeffeIt beter met de Meijerij of het Duitse achterland verbonden dan tegenwoordig. De aanleg van de lijn Nijmegen - Venlo volgde in 1882, waardoor Cuijk, Boxmeer en Vierlingsbeek goede aansluitingen kregen.

Het Land van Cuijk behoort tot die gebieden in ons land met een bijna natuurlijke eenheid. Beho'rend bij de provincie Noord-Brabant is de Cuijklander door dialect, mentaliteit en goede contacten van vanouds op kerkelijk, maatschappelijk, sociaal en economisch terrein meer georienteerd geweest op bijvoorbeeld Nijmegen, het aangrenzende Gelderse rivierengebied en het noordelijke stuk van hot Land van Ravenstein alsmede op de uiterste punten van de provincie Limburg met het vroegere Kleefse Gennep en het Opper" Gelderse Venray dan op Gemert of de verdere Meijerij. Pas in de laatste decennia zijn door de aanleg van goede wegen, vooral door toedoen van de Peelgemeenschap, en een intensiever provinciaal bestuur de banden met het eigenlijke Brabant inniger geworden.

Bij het samenstellen van dit werkje zou het gemakkelijker zijn geweest alleen de voornaamste plaatsen Grave, Boxmeer en Cuijk te nemen. Zij immers vormen bij het speuren naar oude ansichten het leeuwenaandeel. Het leek mij beter deze brede weg niet te bewandelen. Zo is ieder dorp naar evenredigheid van

zijn belangrijkheid gemeten naar de toestand van een goede halve eeuw geleden zoveel mogelijk aan zijn trekken gekomen. Het viel lang niet altijd mee om voor kleinere plaatsen als Groeningen, OeffeIt of St. Hubert aan geschikte afbeeldingen te komen. Soms moest bij uitzondering vanwege het ontbreken ofnog niet bekend zijn van een oude ansicht een vergeelde foto te hulp worden geroepen. Het ligt voor de hand, dat na verschijning nog menige interessante kaart te voorschijn zal komen. De tekst onder de afbeeldingen is zo goed mogelijk bewerkt, maar toch zullen foutjes en verschrijvingen onvermijdelijk blijken te zijn. Op korte termijn was alleen een betrekkelijke volledigheid bereikbaar. Veel speurzin, uithoudingsvermogen en soms rondweg geschooi moest worden ontplooid om alle nummers bij elkaar te krijgen. Van zeer velen mocht ik hulp ontvangen. Bij de aanvang van dit werkje was immers bij het Streekarchivariaat slechts de helft van het materiaal voorhanden. Speciale dank ben ik verschuldigd aan de heer H. Barten, ambtenaar in algemene dienst van de gemeente Grave. Spontaan stelde hij zijn uitgebreide verzameling beschikbaar en tevens gaf hij menige wenk voor de tekst onder de Graafse ansichten. Hoofdzakelijk voor Mill is geput uit de collectie van het Provinciaal Genootschap in Den Bosch, het betreft hier de afbeeldingen op pagina 51,62,85, 100, 114, 120, 148, 149, 151, 153, 154 en 155. Anderen, die in min of meerdere mate hebben meegewerkt zijn de heer M. Peeters, secretaris van de gemeente Grave, P. van Riet uit Beers, H. P. Martens uit Linden, J. van Vree uit Breda vooral voor Cuijk, P. van de Lokkant, de familie Mooren en C van Hooij uit Haps, de families Groothusen en Van de Voordt uit Beugen, G. Ste-

vens uit Groeningen, mevrouw F. Van den Bogaard uit Vierlingsbeek, A. Kersten uit Holthees, H. van Daal van het Oorlogsmuseum te Overloon, W. van den Berg uit St. Anthonis, de dames Franssen en P. Hendriks uit Wanroij. Menige afdruk is vervaardigd door de fotografen Hagernann uit Cuijk , Smeets uit Grave en

Waarma uit Boxmeer.

Rest mij nog dank te betuigen aan drs. H. B. M. Essink, mijn chef en prettige collega, en aan de tien Cuijklandse burgemeesters met administrateur Geurts, die menigmaal blijk gaven van hun medewerking en belangstelling.

Grave.januari 1969.

t:itgaTe A: van Dîèren.

8

Onze tocht door het Land van Cuijk beginnen we bij de oude hoofdstad Grave. De vestingwerken zijn in 18751angs de Maas tussen de bastions Blauwkop en Bekaf nog enigszins in tact. Spoedig zullen ze met de Maaspoort in het midden worden verwijderd. Ook het torso van de toren, op 2 september 1874 door de bliksem getroffen, zal het volgend jaar voor het grootste gedeelte worden afgebroken.

De Graafse Elisabethskerk in oorsprong daterend uit het laatste van de t 3de eeuw, beheerst gezien vanaf de Gelderse Maasoever het beeld van de vestingstad. Bij de Nieuwe Haven rechts staat een voormalige kazerne met het bolwerk Bekaf, waar de Franse paters van de Heilige Familie later in getrokken zijn.

9

Ma.uzicht

10

Vóór 5 oktober 1929 ging alle verkeer van Nijmegen naar Den Bosch over het veer te Grave. In het Gelderse ligt onder Nederasselt het veerhuis van de familie Van Haren. Het veer wordt al vermeld in 1381, toen een zekere Jan van Tongelaar eigenaar was. Het uitzicht vanaf de Graafse kademuur over het rivierenlandschap blijft altijd boeiend.

&rst~'Stuwbrug ~n langst~ vOt!tbrug in !'Iederland over de Maas bij Grave lengte 515 Meter.

Vier jaar lang is er gezwoegd aan het Graafse bruggencomplex met stuwen schutsluis. De totale kosten bedroegen meer dan drie miljoen gulden. De brug met zijn negen bogen is met de opritten anderhalve kilometer lang. Zelfs voor kuitschietende zalmen is in de middelste pijler een vistrap aangebracht. Helaas is de vervuilende rivier voor deze edele vissen ongenietbaar geworden.

1I

GRAVE Maasstraat

12

We steken door middel van het veer de Maas over en komen te Grave in de Maasstraat. Bij de ingang van de straat zijn enkele paarden gestationeerd om wagens met zware vrachten behulpzaam te zijn bij het op de kade trekken of ze bij het afgaan van de helling achterwaarts afte remmen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek