Grepen uit de historie van Lith

Grepen uit de historie van Lith

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Lith
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5804-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Grepen uit de historie van Lith'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

VOORWOORD

Lith is voor velen bekend als Dorp aan de Rivier. Dit bekende boek van Antoon Coolen heeft voor een grote bekendheid van Lith gezorgd. Maar Lith heeft een grote geschiedenis. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat in Lith en omgeving 2000 jaar geleden de Kelten woonden.

De oudste schriftelijke bron dateert van ongeveer 990. Het is een oorkonde, die door de Franse koning Hugo Capet werd uitgevaardigd. Daarin werd bevestigd dat de speciale rechten door de andere Franse koningen van de Remigisabdij te Reims werden verleend. Een van de landgoederen die daarin voorkomen is Litta. Waarschijnlijk wordt hier Lithoyen bedoeld, dit dorp heeft lang stevige banden met Reims gehad. De patroonheilige van de kerk is nog de H. Remigius.

Lith zelf wordt met zekerheid in een stuk uit 1227 genoemd. Het blijkt dat de hertog van Brabant daar dan een tol bezit. Het kapittel van de Dom te Luik rekent Lith dan tot zijn bezittingen. De patroonheilige Lambertus is daaruit overgebleven. Deze heilige is nauw met Lith verbonden geweest.

In de middeleeuwen, maar zelfs tot in de achttiende eeuw, waren er twee Litta's, die vaak Kleine en Grote Lith werden genoemd.

Het oudste stuk dat zich in het archief bevindt is uit 1359: twee hoge geestelijken stellen zich dan aansprakelijk voor een verkaveling van de gemeenschappelijke gronden in Lith.

Zover gaat dit boek in zijn algemeenheid niet terug, maar het beschrijft de periode 1800-1950. Een aantal zaken uit die 150 jaar geschiedenis is uitgewerkt en verluchtigd met afbeeldingen die betrekking hebben op de tekst.

Megen, 1 oktober 1993

drs. Gerard Ulijn

1. In oude geschriften komen we twee beschrijvingen van Lith tegen. Het ene wordt Grote-Lith genoemd en is het huidige Lith, het andere is Kleine-Lith, dat staat voor het huidige Lithoyen. Altijd hebben deze dorpen afzonderlijk van elkaar gefunctioneerd en werden door hun eigen dorpsbestuur "geregeerd". Ze hadden een eigen wapen, zie de hier afgebeelde wapens van Lith (links) en Lithoyen (rechts).

Het enige dat bestuurlijk gelijk was, was de drost.

In 1799 telde Lith 1019 inwoners. Ter vergelijking: Lithoyen had toen 520 en Oss 2766 inwoners. In 1811 had Lith 1204 ingezetenen, die als voIgt te rangschikken waren: mannen 372; vrouwen 352; jongens 198; meisjes 199; weduwnaren 20; weduwen 63.

Van deze 1204 inwoners was de godsdienst: rooms-katholiek: 1084; protestant: 76; luthers: 3; joods: 41. Bestuurlijk was er in die tijd een polderbestuur, met dijkgraaf en dijkschrijver en vier burgemeesters die voor de inning van belastinggelden verantwoordelijk waren. Het gerneentebestuur bestond uit zeven schepenen plus de drost.

Lith had rond 1800: 907 morgen gecultiveerd land, 478 morgen binnenweiden, 139 morgen uiterwaarden en 64 morgen houtgewas. De boeren verbouwden tarwe, spelt, garst, haver, vIas, klaver, aardappelen, paardebonen en erwten.

In die tijd was Lith bekend door het maken van schoenen, die naar Holland en Gelderland werden "geexporteerd" .

Verder had men twee dokters, twee chirurgijns, een vroedvrouw en vijf bakers.

2. De lakstempel die we hier zien bevat de initialen van Franciscus Johannes van der Borght, die in Brabant een groot aantal openbare functies heeft bekleed. Zo werd hij in 1795 lid van de municipaliteit van Lith (zie ook verder in dit boek) en lid van de vergadering van provisionele representanten van Brabant. Daarna wordt hij lid van de vergadering van representanten van Brabant.

Of schoon hij op 22 januari 1798 de eed tegen het federalisme aflegt, bedankt hij daarna voor het lidmaatschap van de Constituerende Vergadering. In 1797 en 1798 is hij vanwege het district Oirschot naar de Tweede Nationale Vergadering afgevaardigd. Van 1798 tot en met 1801 zit hij namens het district Zaltbommel in het vertegenwoordigend lichaam. Hij woont dan in de Hoogstraat 296 te Zaltbommel.

Na 1801 bekleedt hij verschillende ambten in Brabant. Zo is hij lid van de rekenkamer van het departement Brabant en lid van de commissie van landbouw van Brabant.

In 1806 keert hij naar Lith terug en solliciteert naar de functie van schout van Lith en wordt ook als zodanig benoemd. Later wordt daar de ambt van schout van Lithoyen aan toegevoegd. Tevens wordt hij dan commissaris voor de verponding van het ressort Den Bosch.

In 1813 is hij ontvanger van de directe belastingen van Lith en Lithoyen. Zijn vader was als arts vanuit Leuven naar Oss gekomen, waar Franciscus Johannes van der Borght op 28 juli 1754 rooms-katholiek werd gedoopt.

Op 22 december 1816 sterft hij te Lith, als vrijgezel.

3. Op zondag 12 april 1795 wordt door schepen Franciscus Johannes van der Borght aan de Lithse richterbode, Dirck Ackermans, een openbare bekendmaking ter hand gesteld, waarin wordt medegedeeld dat "den Repraesentant der Fransche Republiek bij het 18den articul van zijn besluijt van den elfden Germinal, 3de jaar der Fr. Republiek, Bi maart 1795 o.h.j. heeft goed gevonden te verklaaren dat de ingezeetenen dezer Landen zullen herstelt worden in het onvervreemdbaar Recht om hunne regeering of municipaliteit te benoemen".

In het hele land, zo ook in Lith, werden voor het eerst verkiezingen voor de municipaliteit (gemeenteraad) gehouden. In Lith gebeurde dit op maandag 13 april 1795. Iedereen die ingezetene was en die de ouderdom van 21 jaar had bereikt, en ten minste een jaar in Lith woonachtig was, mocht zowel actief als passiefvan dit recht gebruik maken.

De rotten van de Heuvelwijk, de Engwijk, den Dijk en de Varkensmarkt mochten tussen 8 en 11 uur 's morgens hun stem voor de municipaliteit uitbrengen.

De verkiezing van de burgemeesteren en de kerk- en armmeesters werden op dezelfde dag tussen 3 en 5 uur gehouden en vonden in de Raadkamer plaats. De uitslag werd in het openbaar bekend gemaakt, ten overstaan van "eenieder, en dat eindelijk de nieuwerverkosene Leden terstond na de opentlijke afkondiging van derzelver verkiesing in bediening zullen treeden, en zal uit drie welke het naaste bij den gekoozene scheepenen op de lijsten gestemt zijn ingeval imand der Leeden mogt koomen te overlijden of indien er eene plaatsvervulling moet gedaan worden, de plaats vervulling geschiede".

Hierbij is de eerste uitslag van deze verkiezingen afgedrukt, waarbij de eerste zeven kandidaten werden gekozen.

4. In de revolutionaire opvattingen van de slotjaren van de achttiende eeuw was het niet voldoende dat de nieuwe raadsleden het vertrouwen van de bevolking kregen, men moest ook ten overstaan van een tweetal burgers van het Intermediair Administratief Bestuur uit Den Bosch, de afkeer tegen het stadhouderschap, de aristocratie, de regeringloosheid en het Federalisme verklaren.

We zien hier deze verklaring, keurig ondertekend door de zeven schepenen van Lith. Dat niet iedereen het met de bestuurders eens was ondervond de schout J.E. de Vrij, die op 2 maart 1804 een anoniem gedicht ontving, waarvan wij de tekst hierbij laten volgen:

Hier lijd mijn geld voorgoed geveld op mijn gemoed voor al mijn goed op u bevel besteed het wei

Tot Neerlans voordeel

of wagt u voor het oordeel

off god uwen Braven, a vrijheids Slaaven den god die alles weet

verdoemt geen sterveling

am een gedwongen eedt

a god gij oppermajesteyd

staat paald tot in der eeuwigheid

gij hoard van mijn, dat nutteloos Sweeren

op last van deeze achtbaar heere straft mijn met ons die snooden eedt u alle macht die tog alles weet

dat ik u naam moet schandelijk noemen

u godheid wensch ik zal mij niet verdoemen ik zweer nu ik anders niet en kan

ik zweer maar ach ik beef der van

weest mijn dan oak indagtig

het is dus op een gedwongen eijsch waarover ik u daaden prijs

zo waarlijk helpt mijn God allemagtig.

Dat deze drossard veel tegenstand ondervond blijkt uit een brief die hij op 22 september 1794 vanuit Tiel schreef en waarin hij meldt dat hij "gepasseerde donderdag 't Dreigement aan mij gedaan, van mij te willen doodschieten, en moleste van een slegt opschrift op mijn deur heede nagt, hebben mij genoodsaakt voor eenige daagen mij van Lith te verwijderen".

GELrKHEID!

/IR'1'HEID!

BROEDERSCHAP /

19P fj£ben ben ..!t:'eAank 1798/ bletbe ~aat l- bet ~ataaff~N tt!lfJellfb fJe,f1IIen/ ten O%~~ban be

., ~ntge~ YJ:1= «~/L../ ~n ~ NJr>.",~

alp Stgenten / bOOt 't :lntmneblait S£bminljitatief ~e.

ftnnt ban 't bootmaaIig ~eme~t ban 7'5ataaffcfJ - :J5ta.

lianb f1enllemb / bt(/!,nbetgeteflenbe ~ebeti bet mnnld, paliteit ban ~~ afgelegb en onberfeftenb

be nabolgenbe ~nftlaatln!J:

., Ik verklaare teo hebben een onyeranderlyken ." afkeer tegen het Stadhouderfchap, de .driJlocra" tie, de Regeeringloosheid en het Faderalisme ?

...4&-/fr~ ,<,c- .

,~7"" .4~/ ,1,.,,#

~ _.~ -: ~J=='..--''--' A" ;

}:(., " } ,a-7, ,;-4 O'~~./

$l!: //"J'f< .

- a. 4; /r .. /~

a sz: /'L,~-'

L:",","k~ -4,,2-'cr: ~ . ~.Y.(.y~'

5. In 1813 werd de eerste burgemeester van Lith geinstalleerd. De op 15 januari 1767 te Megen geboren Lucas Antonius Bokstart begon zijn studie in 1779 aan de Latijnse School in zijn geboorteplaats. In 1792 promoveerde hij als medisch doctor aan de universiteit van Harderwijk. Op 1 juni 1797 werd hij in Lith als dokter voor de armen en behoeftigen aangesteld. Al snel komen zijn bestuurlijke kwaliteiten naar voren en wordt hij schepen, maire, burgemeester en dijkgraaf. Hij overlijdt, als vrijgezel, te Lith op 23 oktober 1840. We zien hier zijn bidprentje en zijn handtekening. Lith kende onderstaande "hoogste bestuurders":

Stadhouders:

tot ± 1688: Matheus Nouhuys; ± 1668-1716: H.H. de Leeuw. Drossaards:

1716-1739: Johan van Nouhuys;1739-1760: mr. Johan Woerdenbagh; 1760-1761: Abraham van Lier;

1761-1764: Mathias van Marcken; 1764-1792: Peter Benjamin Papo; 1792-1803: Johan Eliza de Vrij.

Schouten-civiel:

1803-1806: Johan Eliza de Vrij; 1806-1810: Franciscus van der Borght. Maire:

1810-1813: Lucas Antonius Bokstart. Burgemeesters:

1813-1840: Lucas Antonius Bokstart; 1841-1847: Lambert Bokstart; 1847-1862: Willem van Krey; 1862-1875: Johannes Dijkhoff; 1875-1900: Nicolaas Dijkhoff; 1900-1936: Gosuinus J.A. van Heeswijk; 1936-1956: Josephus Marianus Smits; 1956-1970: E. van Laarschot; 1970-1978: Godfried Come lis Gerardus van den Heuvel; 1979-1989: Lambertus Peter Maria van den Berg; 1989 -: Jacques Joachim Frans Marie van der Heyden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek