Haarzuilens in oude ansichten

Haarzuilens in oude ansichten

Auteur
:   J.F.K. Kits Nieuwenkamp
Gemeente
:   Vleuten-de Meern
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6191-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Haarzuilens in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Voorwoord

Het aantal publikaties over Kasteel De Haar in samenhang met het dorp Haarzuilens is niet groot. Meestal wordt de geschiedenis van dit kasteel en het dorp in combinatie behandeld met de geschiedenis van het aangrenzende dorp Vleuten, waarmee van oudsher een bestuurlijke symbiose bestaat.

In overleg met de uitgever is besloten van deze traditie af te wijken en voor de gemeente Vleuten-De Meern drie deeltjes in deze reeks te doen verschijnen, namelijk Haarzuilens, Vleuten en De Meern ieder afzonderlijk.

Vaor u ligt het deeltje Haarzuilens. Ik ben velen dank verschuldigd voor het totstandkamen ervan. Met name noem ik mejuffrouw ].L.M. Nieuwland, directeur du chateau De Haar; de heer R.A.B. Trum, stafmedewerker van het kasteel; de heren].J. Th. Sprong, C. Siegert en A.]. van Zaeren, verzamelaars; en naast de Historische Vereniging Vleuren, De Meern, Haarzuilens, de leden l.W Schoonderwoerd, E. van Dijk en F.]. Scheepens, die allen met hun lokale kennis en hun historisch materiaal de inhoud van dit baekje hebben verrijkt.

Ik hoop en verwacht, dat deze uitgave van oude prentbriefkaarten haar weg zal weten te vinden naar de jaarlijks ongeveer honderdduizend bezoekers van deze bijna handerdjarige en tach wat excentrieke lokatie, die het zo spectaculair gerestaureerde middeleeuwse Kasteel De Haar en het herbouwde dorpje Haarzuilens samen toch vormen.

V!euten, september 1995,

}.F.K. Kits Nieuwenkamp

Inleiding

De geschiedenis van De Haar

In hetVaderlandsch Woordenboek van Jacobus Kok uit ] 788 wordt het volgende over De Haar geschreven:

De Ham, eene Heerlijkheid, in bet Stigt van Utrecht, ten Oosten van Gerverskop, ten Westen en Noorden van Ihemeut, en ten Zuiden van Gielqesdorp en Nijkoop. Zij is 250 Morgen groot, en leenroerig nun de Huize van Vianen. In bet Jaar I 748 telde men daar 24 huizen. Her Dorp van dien naam, in bovengemelde Heerlijkheid, is niet groot van omtrek. Men ziet er een overblijfzel van een Kerk of Kopel, welke, in her Jam I 703, is ingestort. Indien dezelvc berbouwd werd, lOU de Predikanr van Kokkingen er den dienst mogen vernqteu. Een weinig ten Westen staat bet huis De Haar ofTer Hoar, em oude Addijke Hofstad, die, in 't jiur

] 536, toen er Dirk van Zuilen Heer van was, door de Stcaten des Lands van Utrecht, voor Riddermatig erkend werd. Men rneent dat dir huis, omtrent het jinr ] 162, of] 165, gebouwd of wel bewoond is geweest, door Codschelk, breeder van Herman van Woerden, en dot deeze, in wiens Geslocht dot huis gebleeven is tot in het jmr 1446, den naam De Hoar zou hebben aangenomen. In het jmr 145 I werd Dirk van Zuilen, met dit Huis en Heerlijkheid van De Hoar, beleend; die zig docrom Van Zuilen van der Hoar deed noernen. Dan ulzo hij

een groat vijand van den Bisscbop David van Bourqondien was, werd dit Slot, in bet Jaar 1482, door Joost van Lalcinq, Stadbouder van Holland, stormenderhand ingenomen, en in brand gestooken, bij zelve gedagvaard, en, niet verschenen zijnde, zijne leenqoederen verbeurd verkloord. Dertien jioren locter werdWalraven, Heer van Brederode, daar mede verlijd. Nnderhand, door tuscbenspraak van vermogende vrienden, de misdaad van Dirk van Zuilen vergeeven en vergeeten gerekend wordende, werd hij met dit huis, in bet]aar 1505, wederom verlijd, en het zelve, door deszdfs won Dirk, in het Jaar ] 535, deftig herbouwd. In het Jaar 1585 kwam bet non den Heer Nicolaas van Zuilen; en, daar na, aan Jan van Renesse van Moermont, en in 't venulg aan underen. Het Huis is een zweur ouderwetscb gebouw, waar in zwaare kelders gevonden worden, die, in bet Jaar 1672 en 1673, tot gevangenissen gebruikt werden. Het word gehouden voor een der grootste Ridder-Hofsteden in de Provincie van Utrecht.

Over de vraegste geschiedenis van het dorp is weinig bekend, maar aangenomen wordt, dat er in de 14de eeuw - als in de archiefstukken het kasteel voor het eerst wordt vermeld - een kleine nederzetting op deze plaats was. Het is echter goed mogelijk dat deze nederzetting enkele eeuwen ouder is en dus reeds lang bestond voordat het kasteel gebouwd werd.

"Haar" is een algemene benaming voor een langgerekt, hoger gelegen stuk grand, dikwijls met struikgewas begroeid, temidden van lager geleg en terreinen. Het woord is afkomstig van het oorsprankelijk Saksische woord "hara", als aanduiding voor een hoger gelegen plek. De Haar was zon stuk grand, gelegen tussen de (oude) Rijn en de Vecht, behorende tot de oude cultuurgranden langs de oevers van de (oude) Rijn, die mogelijk al in de Karolingische tijd bewoond waren. De namen en de functies van de bezitters van De Haar uit die tijd zijn niet bekend, maar het is goed mogelijk dat zi] bij de ontginging van de ten westen van De Haar gelegen woeste veengebieden als ministerialen een rol hebben gespeeld. Omstreeks ] 300 bezit Werner van de Haar, behalve het gerecht van De Haar, ook de gerechten Spengen, Kockengen en het gebied ten noorden van de Breudijk. Het oudst bekende wapen van de heren van De Haar (een schild met drie ruiten) is - evenals dat van de naburige en waarschijnIijk verwante edelen Utenham en Utenengh - gelijk aan dat van Herman van Woerden, een van de machtigste bisschoppelijke ministerialen en een van de moordenaars van Floris V.

UH de leenregisters van 't Sticht blijkt dat omstreeks ] 382 Boekel van de Haar onder andere de gerechten Spengen en Kockengen in leen houdt. Deze Boekel van de Haar is de eerst bekende eigenaar van het kasteel. Hij was het die het kasteel in 139] in (achter) Ie en verkreeg van Hendrik, heer van Vianen, die het op zijn beurt in leen hield van de bisschop van Utrecht: "dat huus ter Haer mitten vrythof ende gerecht,

tins ende tienden mit allen sinen toebehoren".

Het kasteel blijft in bezit van deze familie tot 1440.

In 1440 wordt Josine van de Haar met De Haar beleend. Zij was gehuwd met Dirk van Zuilen. Hun nazaten noemden zich Van Zuilen van de Haar en zouden meer dan twee eeuwen eigenaar blijven. De Van Zuilens waren een van de invloedrijkste geslachten van 't Sticht.

In 1482 wordt het kasteel tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten geplunderd en in brand gestoken. De Utrechters behoorden tot de Hoeksen, die tegen het centrahstische bestuur van de bisschop van Bourgondie (1456-1496), de Kabeljauwsen, waren. DeVan Zuilens steunden de bisschop.

Pas in 1505 - nadat Dirk omstreeks 1503 was overleden - kreeg zijn zoon Steven vergiffenis en werd opnieuw met De Haar beleend. De herbouw van het kasteel heeft tussen 1505 en 1554 plaatsgevonden. In de 17 de en 18de eeuw verviel het kasteel geleidehjk tot een IUIne. Het heeft onder andere te lijden gehad van de plundertochten van de Fransen in 1672-1673 en van de storm, die in 1674 Utrecht teisterde en daarbij ook een deel van de Domkerk verwoestte.

Door vererving komt het kasteel in 1653 in bezit van Iohan Van Renesse en in 1679 van Antonius Van Stembor. Zijn dochter huwt Rudolph Frederik Van Zuijlen van Nyevelt, waardoor het kasteel opnieuw aan de Van Zuijlens toevalt.

Deze familie kiest in 1839 - na de afscheiding van Belgie - voor de Belgische nationahteit.

In 1890 erft Etienne Gustave Frederic baron van Zuylen van Nyevelt de overblijfselen van het kasteel, waarbij kennelijk al gedacht werd over herstel van de oude glorie.

De RothschiJds

Etienne baron van Zuylen van Nyevelt was in 1887 getrouwd met Helene Caroline Betsy barones de Rothschild, telg uit de bekende en rijke bankiersfamihe. De familie De Rothschild werd in de 19de eeuw in de adelstand verheven. Oorspronkehjk was her een joodse familie,

die aan het einde van de 18de eeuw in Frankfurt am Main, in de [udengasse, de geldwisselarij beoefende. In het midden van de 19de eeuw groeiden de De Rothschilds uit tot een machtige bankiersfamilie met vestigingen in Frankfort, Wenen, Londen, Parijs en Napels. Zij waren betrokken bij staatsleningen, bij aanleg van spoorwegen in Frankrijk, Oostenrijk en Belgie. bij de exploitatie van petroleumbronnen in Rusland en bij de verwerving van kwikzilvermijnen in Spanje.

De geschiedenis van de Franse Rothschilds begon met James de Rothschild, toen deze in 1814 zijn bank liet registreren bij het Parijse Handelstribunaal. Geboren in Frankfurt als zoon van bankier Mayer Amschel die zijn uithangbord (een rood schild) tot achternaam aannam - werd James de Rothschild naar Frankrijk gestuurd om daar de familiebelangen te behartigen. Zijn broer Nathan werd in Londen gestationeerd. In 1863 werd het vermogen van de Rothschilds geschat op 3,5 miljard (huidige) francs.

In zijn nieuwe vader land maakte ook James de Rothschild fortuin.

Hem werd het kapitaal van koning Lodewijk XVIII toevertrouwd. In 1835 investeerde hij als eerste in de spoorlijn van Parijs naar St. Germain-en-Lave. De Iamilie verkeerde in de hoogste politieke en artistieke kringen: Napoleon III, Rossini, Ingres en Heinrich Heine behoorden tot de intirni.

De restauratie van Kasteel De Hoar

Ter gelegenheid van het huwelijk van Etienne baron van Zuylen van Nyevelt met Helene barones de Rothschild gaf de grote voorvechter voor het behoud van de Nederlandse cultuur en sinds 1875 referendaris bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, belast met de zorg voar aude belangrijke gebouwen, jhr. mr, Victor de Stuers (1843 -1916), hun een door dr. PJ.H. Cuypers (1827 -1921) gemaakt restauratieontwerp voor het kasteel. Er was nog een belangrijk punt dat pleitte voor de restauratie van De Haar, In Frankrijk was kort tevoren een grootse restauratie tot stand gekomen van het kasteeI Pierrefonds, een oorspronkelijk koninklijk kasteel uit omstreeks 1400. Het was in Iatere tij-

den - net als De Haar - vervallen tot een ruine, De kosten van de restauratie waren betaald door keizer Napoleon III (1852-1870), een zoon van onze koning Lodewijk Bonaparte. De architect van deze keizerlijke restauratie was E.E. Viollet-le-Duc (1814-1879). De De Rothschilds waren gewend om re gaan met koningen en keizers. Dus waarom zouden nu de Van Zuylen-De Rotschilds niet een restauratie bekostigen van hun stamvaderlijk slot en dit laten uitvoeren door een bewonderaar van Viollet-le-Duc - de architect Cuypers - zoals voorgesteld door jhr. mr. Victor de Stuers?

In 1892 wordt officieel tot restauratie besloten, waartoe Cnypers inderdaad de opdracht kreeg. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was, dar de restauratie in een tweetal jaren voltooid zou zijn, duurde deze ongeveer twintig jaar en was in 19 I 2 gereed. Honderden vaklieden assisteerden bij de herbonw van dit grootste kasteel van Nederland. Etienne van Zuylen en zijn vrouw Helene de Rothschild waren moderne mensen. Hij was luchrvaartpionier van het eerste nur, oprichter van de Automobile Club de France en deelnerner aan talrijke autorally's, terwijl zijn vrouw de eerste vrouw in Frankrijk was die haar rijbewijs haalde.

De opdracht luidde om er een bewoonbaar huis van te maken, voorzien van alle moderne gemakken. En aldns geschiedde: naast stromend kond en warm water, vele badkamers en elektrisch licht, bezit het kasteel onder andere ook centrale verwarming en een lift. De meest ingrijpende wijziging die Cuypers in de inrichting van het middeleeuwse kasteel heeft aangebracht om aan de eisen van zijn opdrachtgever te voldoen, was het maken van een overkapping over de oude binnenplaats door een houten tongewelf steunend op gietijzeren spanten, gelnspireerd op de constructiemethode van de Franse ingenieur Eiffel (1832-1923), en het uitgraven van het onde binnenplein tot op de oude kelderverdieping, die op deze wijze nu onder het gehele kasteel doorloopt. Cuypers heeft het nieuwe kasteel opgetrokken in neogotische stijl en heeft het met talloze ornarnenten versierd, zowel binnen als buiten.

Het inrichten van dit imposante gebouw was voor de kasteelheer en zijn echtgenote geen probleem, het werd een hobby. Zij reisden gedurende drie jaren de gehele wereld af en verzarnelden overal wat ze mooi vonden. In hun enthousiasme vulden zij her kasteel met een zeer kostbare en gevarieerde kunstcoUectie: Chinees porselein, een wereldvermaarde verzamelingVlaamse wandtapijten, antieke meubels, een antieke [apanse draagstoel, kostbare schilderijen enzovoort.

In 1934 erft Egmont Gustave Etienne Adelin Marie Ghislain, de tweede zoon van Etienne, her kasteel, die het op zijn beurt in 1960 nalaat aan zijn zoon Thierry Frederic Etienne Helin baron van Zuylen van Nyevelt van de Haar, die thans eigenaar is.

Het oude dorp De Hoar

De vorm van het onde dorp, met zijn enigszins rondom een open terrein gegroepeerde woningen, zoals die op de kadastrale minuutkaart uit 1832 is weergegeven, is typerend voor een zogenaamd brinkdorp: een dorpstype waarvan het ontstaan veelal teruggaat tot in de 1 Ode of 11 de eeuw. Deze brink of meent (of vrijthof) diende 's nachts als verzamelpnnt voor het vee. AUe dorps bewoners waren vrij om er gebruik van te maken.

In de loop der eeuwen is het dorp nauwelijks nitgebreid. Zeker sinds het kasteel aan het eind van de 17de eeuw niet meer bewoond werd en langzarnerhand verviel tot rume zal de ontwikkeling van het dorp vri]wel stilgestaan hebben, In het midden van de vorige eeuw stonden er in de gehele gemeente De Haar 44 huizen en boerderijen, waarvan zo'n twintig in het dorp.

Het nieuwe dorp Haarzuilens

Aan het eind van de 19de eeuw moest het oude dorp, dat destijds in de beschutting van het oude kasteel was ontstaan, wijken voor de plannen van de nieuwe kasteelheer. Het kasteel werd op grootste wijze herbonwd en de omringende gronden werden ingericht als park, dat tevens als jachtgebied kon dienstdoen.

Voor de bewoners van het oude dorp werd ongeveer 2 km ten oosten van het kasteel een nieuw dorp gebouwd, het huidige dorp Haarzuilens. Met de bouw van dit door een gracht en wal omgeven dorp werd in 1886 begonnen en het was in 1898 gereed. Door de bouwactiviteiten in en om het kasteel breidde het dorpje zich al spoedig uit tot meer dan het dubbele van het oorspronkelijke dorp. Het dorp heeft een trapeziumvormige brink waarop drie wegen en twee paden uitkomen. Rondom deze brink stonden in eerste instantie aileen enkele winkel/woonhuizen, een smederij en een herberg annex raadzaal. Arbeiderswoningen werden langs de toegangswegen naar de brink gebouwd. Alle panden die aan het eind van de vorige eeuw in het dorp werden gebouwd, zijn ontworpen door dezelfde architecten die het kasteel restaureerden: dr. P.J.H. Cuypers (1827-1921), zijn zoon J. Th.J. Cuypers (1861-1949), [ac. van Straaten en [ac. van Gils.

De bedoeling was een dorpje te bouwen dat de indruk zou wekken van de late middeleeuwen te dateren. Zelfs zijn er plannen geweest om de toegangen tot het dorp te voorzien van toegangspoorten.

Om de relatie met het kasteel duidelijk te maken werden de kozijnen en de luiken geschilderd in de heraldische kleuren (rood en 'Nit) van de farnilie Van Zuylen van Nyevelt van de Haar. Dit is een goed middeleeuws gebruik: wie of wat bij een bepaalde "heer" hoort draagt de kleuren van die .Jieer". Een teken van herkenbaarheid, maar ook van recht op bescherming.

Sinds de bouw in 1886 heeft het dorp nauwelijks wijzigingen ondergaan. Alleen de bebouwing random de Brink heeft zich enigszins verdicht, terwijl ook langs de overige wegen nog enkele huizen werden gebouwd.

In 1898, het jaar van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, werd het met grate belangstelling officieel in gebruik genomen.Verschillende vorsten uit het toenmalige Nederlands-Indie - overgekomen voor het feest van de Koningin - waren hierbij aanwezig.

Tot 1954 is het een zelfstandige gemeente gebleven van 699 ha met 622 inwoners (in het dorp 25 1 inwoners), van wie 88 procent rooms-

katholiek en 12 pro cent protestant. Het hoofdbestaansmiddel was de veehouderij. Sinds 1954 maakt het dorp onderdeel nit van de gemeente Vleuten-De Meern.

Architect dr; P.].H. Cuypers (1827 -1921)

Petrus Josephus Hubertus Cuypers werd op 16 mei 1827 in Roermond geboren. Hij studeerde aan de Academie van Antwerpen en was vervolgens werkzaam onder leiding van de Franse architect E.E. Viollet-leDuc (1814-1879). Deze was behalve architect ook kunsthistoricus. Na de periode waarin men de bouwkunst van Grieken en Romeinen bewonderde en navolgde, was hij een van de mensen die wees op de schoonheid van de Franse gotische monumenten uit de middeleeuwen. De Franse gotiek van de 13de eeuw heeft grote invloed op Cuypers gehad en bepaalde zijn kunstrichting. MetViollet-le-Duc onderschreefhij de stelling, dat iedere vorm die niet voortkomt uit de constructie, vermeden dient te worden, hetgeen de essentie van de gotiek is. De grote bewondering voor de gotiek lag voor Cuypers in de herkenning van het logische constructiesysteem.

Cuypers vestigde zich in 1850 als architect in Roermond en in 1865 in Amsterdam. Tot zijn voornaamste werken behoren: het Rijksmuseum (1877 -1885) en het Centraal Station (1881-1889, samen met A. I. van Gendt) in Amsterdam, rooms-katholieke kerken in Eindhoven (St. Catharina, 1859), Veghel (St. Lambertus, 1862), Breda (St. Barbara, 1866), Amsterdam (kerken van het H. Hart, 1870-1880 en van de H. Willibrordus buiten de veste, 1871, voltooid 1899), Leeuwarden (St. Bonifacius, 1881), Tilburg (H. Hart) en Hilversum (St. Vitus, 18921893) .

In zijn vormgeving greep Cuypers, als echte 19de-eeuwer, terug op vroegere bouwstijlen, waarvan er soms verschillende in een werk zijn terug te vinden. In veel mindere mate is dit het geval in de zuiver architectonische kwaliteiten van zijn werk (massawerking en ruimteontwikkeling). Hierin is hij van groot belang voor onze bouwkunst. Hij restaureerde veel middeleeuwse gebouwen, onder andere de St.-Ser-

vaaskerk in Maastricht, de Munsterkerk in Roermond, de Dom in Mainz (1872 -1875), het Binnenhof in Den Haag en dan ten slotte het Kasteel De Haar in Haarzuilens. De restauratie van kasteel De Haar beschouwde hijzelf als een van zijn belangrijkste werken.

Cuypers, die katholiek was, werd in zijn bewondering voor de gotiek gesteund door zijn zwager, de eveneens katholieke letterkundige Karel Alberdingk Thijm. Deze schreef vele geestdriftige artikelen in verschillende invloedrijke tijdschriften. Hij zag de gotiek vooral als een bran van inspiratie voor het ontstaan van een nieuwe katholieke kerkelijke kunst. Zowel Alberdingk Thijm als Cuypers ging van het standpunt uit dat de bouwkunst een geheel moest vormen met de daarin toegepaste beeldhouwkunst, beschildering, beglazing en betimmering. Een idee rnoest het uitgangspunt zijn voor het totaal van de zichtbare vorm. Bovendien moesten deze vormen voortkomen uit, en zich aanpassen aan, de logische constructie. Deze stijleenheid paste Cuypers toe in de restauratie van het Kasteel De Haar. Cuypers overleed op 3 maart 1921. Zijn won Josephus Theodorus Joannes Cuypers, geboren in Roermond op 10 juni 1861 en overleden in Meerssen op 20 januari 1949, trad in de voetsporen van zijn vader en heeft zijn vader bij de restauratie van het Kasteel De Haar bijgestaan. Tot zijn voornaamste werken behoren: de nieuwe kathedraal van Sint Bavo in Haarlem (1895, voltooid in 1930), de Effectenbeurs in Amsterdam, kerken in Oegstgeest, Zoeterwoude, Steenbergen, Ginneken, Den Bosch, Breda, Bussum enzovoort en vele ziekenhuizen en villa's (werkte daarbij vaak samen met Ian Stuyt en met zijn won Pierre Cuypers). Door hem zijn gerestaureerd: het Stadhuis te Franeker en kerken in Oldenzaal, Arnhem, Gouda en Dordrecht.

Ten slotte was er nog zijn neefEduard (Gerard Hendrik Hubert) Cuypers (1859-192 7), die zijn opleiding bij zijn oom ontving. Hij vestigde zich in 1878 in Amsterdam. Zijn belangrijkste werken zijn: het station in Den Bosch (voltooid in 1896), het sanatorium "Hoog-Laren" in Laren, het landhuis "De Hooge Vuursche" in Baarn en het gebouw van "De [avasche Bank" in Batavia.

Neogotiek

Neogotiek is de naam voor het zich opnieuw inspireren op de middeleeuwse gotische bouwstijl. Al omstreeks her midden van de 18de eeuw, wanneer het gevoel voor het "ongewone" begint op te komen, heeft men belangstelling voor de gotiek. In tuinen worden rustieke bouwseltjes gezet in "gotische" stijl: een prieeltje, een namaakruine. Onder invloed van de romanriek is er een dwepende belangstelling voor de middeleeuwen ontstaan. Men gaat ook kerken bouwen in gotische stijl, buitenverblijven in de vorm van kastelen, raadhuizen, parlementsgebouwen en in het algemeen grate gebouwen, waarbij men een verbinding met het verleden voelt. Men gaat ook utiliteitsgebouwen, zoals stations, in deze stijl bouwen.

Gotiek is de naam voor de kunst die in het laatst van de 12de eeuw in Frankrijk haar volledige vorm had gevonden. Na de zware statische vormen van de romaanse stijl, ontstond een stijl van een dynamisch karakter en geleidelijk opstrevend tot vermetele hoogte, wat van de constructeurs een extra grate bekwaamheid vereiste. De dynamiek van het gotische bouwwerk, vooral sprekend in het inwendige, waarin hoe langer hoe meer het verticale werd geaccentueerd, yond een parallel met nieuwe impulsen van religieuze aard, waarbij vooral het persoonlijk beleven op de voorgrond kwam. Dit bracht met zich mee dat ook in de afbeelding van heilige personen een nieuw karakter naar voren kwam, waarin het lieflijke en menselijk-nabije in beeld werd gebracht. De aanhangers van het classicisme vonden deze stijl overigens nogal barbaars en gaven er daarom een "barbaarse" naam aan van een "barbaars" yolk: de Goten. Deze scheldnaam ten slotte werd de gewone en algemene benaming voor deze stijl.

Formeel gezien wordt de gotiek in de bouwkunst vooral gekenmerkt door de systematische toepassing van spitsboog en ribbengewelf Tot

de eigenschappen van de volledig ontwikkelde gotiek behoort een streyen naar buitengewone rijzigheid en ijlheid, naar het oplossen van heel het bouwwerk in louter "actieve" elementen als pijlers, bundels en wandcolonnetten, bogen en gewelfribben, terwijl de wanden zoveel

mogelijk worden opgelost in vensters. De gotiek suggereert de onmeetbare verte en de onpeilbare hoogte. Meer dan eens wordt in de gotiek de technische virtuositeit doel op zichzelf.

De neogotiek voIgt uit de romantiek, die zich omstreeks 1 750 in Engeland openbaart. In het begin van de 19de eeuw vindt deze neogotiek ook in Duitsland ingang, terwijl men zich in Frankrijk beperkte tot omvangrijke restauraties van middeleeuwse gotische bouwwerken, onder andere door Viollet-le-Duc, de leermeester van Cuypers.

In de beeldhouwkunst brengt de gotiek aanvankelijk verso bering na de rijke decoratieve fantasie van de romaanse sculptuur, doordat de Iineaire behandeling van vlakken en blokken plaatsmaakt voor een meer plastische opvatting, die met zich meebrengt, dat men her oppervlak van het beeld allereerst beschouwt als begrenzing van de vorm. Algemeen is het verschijnsel dar de plastische versiering de architectuur overwoekert en een voorkeur heeft voor een drukke bewogenheid en een weids, bijna barok gebaar.Terwijl de koppen en de handen door een steeds nauwkeuriger observatie tot een soms onbarmhartig realisme komen, raakt de organische bouw van de figuren veri oren onder een beweeglijk spel van knakkende plooien, die nauwelijks verband houden met de stand of de beweging.

De schilderkunst van de late middeleeuwen weet steeds behalve het didactisch element ook het spiritualisme te behouden, dat, evenals in de gotische bouwkunst, stand houdt naast de teclmische verbeteringen.

Bronnen:

Vaderlandsch Woordenboek (]. Kok, 17 88) Kasteel De Hour (H.L. Jansen, NKS/ ANWB) Winkler Prins Encyclopedie (1 950)

Vleuren-De Meern, geschiedenis en historische bebouwing (Otto Wttewaall, 1994) Vleuten- De Meern, toen en nu (H.]. van Essen en J.F.K. Kits Nieuwenkamp, (994)

De RothschiJds in Frankrijk (Frederieke de Raat, NRC juni 1995).

Briefkaart met Kasteel De Haar naar een prent van C. Specht uit 1697. Geheel rechts is het torentje van de kapel nag te zien. Het wapenschild is het wapen van de heren van De Haar en is gelijk aan het wapen van de heren van Woerden. Vermoedelijk werd het kasteel gesticht door een broer (Godschalk) van Herman van Woerden omstreeks 1162. Hij nam de naam Van de Haar aan. In 1482 wordt het kasteel tijdens de Hoekse en Kabel[auwse twisten geplunderd en in brand gestoken. Tussen 1505 en 1554wordthetkasteel herbouwd. In 1672-1673 en 1674 wordt het kasteel ernstig beschadigd door respectievelijk de Fransen en een

hevige storm, die oak Utrecht teisterde, waarbij een deel van de Dornkerk werd verwoest.

o Q e,..,

o "

;

2 Een prent van het oorspronkelijke kasteel omstreeks 1760, getekend door Hendrick Spilman (1 72 1 1 784), gezien vanaf de noordzijde, waar zich toen de hoof dingang bevond. Bij de restauratie in 1898 werd de hoofdingang aan de oostzijde gesitueerd. Links de kapel. De begroeiing op de transen geeft al enig verval aan. Het kasteel is met zijn machtige torens en donjons duidelijk van middeleeuwse oorsprong.

I" ---'-============================== I

I!

II

I I

.I

3 Litho van de kasteelruine vanuit het zuiden, omstreeks 1880 door P.A. Schipperus. Dit is ongeveer de staat waarin Etienne Gustave Frederic baron van Zuylen van Nyevelt (1860-1934) het Kasteel De

Haar aantreft, wanneer hi] dat in 1890 erft. Hij was in 1887 getrouwd met Helene Caroline Betsy barones de Rothschild (1864-1947). telg uit een rijke Franse bankiersfamilie. Naast een duidelijk beeld

van de ruine is oak goed te zien dat bij de ruine een boerendorp was ontstaan. Rechts op de achtergrond het torentje van de kapel.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek