Halle - Van onze belleman

Halle - Van onze belleman

Auteur
:   Luk Vandenbroucke
Gemeente
:  
Provincie
:   Brabant
Land
:   België
ISBN13
:   978-90-288-2620-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Halle - Van onze belleman'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Inleiding

Henri Hardy nog gekend? Allicht niet want de brave man is al 72 jaar dood en begraven. Henri - Hantje in ons zo heerlijk sappig dialect - was de laatste belleman van Halle. De laatste? Ja, wij horen sommigen al afkomen met de opmerking 'en Lade Dehaen dan'? La, met alle respect voor uw vocale kunsten en machtige stemverheffing, maar Hantje was echt de allerlaatste. Enkele jaren geleden hebben taalpuristen het immers aangedurfd om de belleman tussen zes planken af te voeren en onder de grond te stoppen. Voor die academische muggenzifters ben jij geen belleman maar een belleNman. Punt uit.

Hantje Hardy is onze gids in dit derde fotoboekje over zijn en ons Halle. Een beetje nostalgie op de drempel van een nieuwe eeuw. Het moet kunnen.

Hantje werd geboren op 10 november 1840. 'Op SintMartinusavond, om 5 uur onder het Lof. Thuis natuurlijk, in het Sollembeemd', vertelt Hantje. 'Mijn vader Luppe, beter gekend als Luppe Gerreke, was belle man vanaf zijn twaalfde. Ik moet er dus geen tekeningetje bijmaken van wie ik de microbe erfde. Pa was trouwens niet de eerste de beste. Hij was er bij in 1830 toen wij de Hollanders op hun doos gaven. Als tamboer van de Halse troepen. Mijn moeder heette Maria Iosina Herremans.'

Luppe Gerreke leefde nog toen Toontje Demiddeleer - zeg maar Tont je Pis, zo genoemd omdat hij baas was van het café In 't Manneken Pis aan de Klinkaart - en Kloske Ianssens aspirant-belle man werden.

'Pa's stem was zo verslapt en hij was de laatste tijd zo ziek geweest, dat hij zijn bel moest afgeven. Met pijn in het hart', zegt Hantje. 'Maar aan wie? Die twee lagen zo los op zijn job dat er kletterende ruzie van kwam. De hoge tippen van 't stad moesten de knoop doorhakken. En ge weet hoe leep die dikkoppen zijn. Zij willen door de klaveren lopen zonder zich nat te maken. Ja, toen ook al. Resultaat: zij stelden een beurtrol in. Eén week Tont je, één week Kloske.' Hantje speelde intussen schoenmaker en werkte een tijdje als 'voyageur in de Woelepays' maar de bel van zijn pa beet serieus in zijn been. Ook hij wou belleman worden. Kostte wat het kost. En stiekem trok hij er zelf met de bel op uit. 'Het duurde niet lang,' lacht Hantje, 'of de helft van de stad wou mij als belleman terwijl de andere helft partij trok voor Tontj e Pis. Maar ik had een plan en fabriceerde een spotlied op Tont je. Elke zondag stond gans Halle op de Beestenmarkt om me mijn liedje te horen zingen. Ik kreeg van alle kanten supporters. En Tont je?

Die kreeg er bijna een geraaktheid van.'

Enkele weken later - we zijn in 1860 - werd Hantje officieel tot enige belleman van Halle gebombardeerd. 'Ik kocht er mij een nieuwe hoed en een ondervest op', zegt hij. 'Ik herinner mij nog, alsof het gisteren is gebeurd, de eerste tekst die ik moest uitbellen.'

Wij luisteren mee. 'Er werd een klein spitske verloren, gisteren tussen 2 uur 's namiddags en 7 uur 's avonds. Al wie hem mocht gevonden hebben, wordt verzocht er mij kennis van te geven. Er is een beloning voorzien!'

Op 26-jarige leeftijd keerde Hantje het vrijgezellenleven de rug toe en trouwde metTheresia Hublaux. Zij kregen veertien kinderen. Bijna allen bleven hun hele leven in het Sollembeemd of het Vondel wonen.

'Ik heb bereikt wat ik wilde', lacht Hantj e. 'Kinderen en kleinkinderen om de naam Hardy verder te zetten. Maar vooral, ik was de belleman, juist zoals mijn vader. En ik zou het blijven ook. Meer dan veertig jaar lang. Er is geen straatj e in Halle waar ik nooit gepasseerd ben, er is geen kermis geweest die ik niet heb afgeroepen, er heeft geen notaris gewerkt wiens aankondigingen ik niet heb rondgebazuind. Met daarnaast duizenden nieuwsjes over kiekens en konijnen, stoelen en banken, stoven en petrolkruiken, vazen en potten, pensen en varkenspoten, postuurkens en spaarpotten ... Aan 50 centiemen per bericht.

Zonder ook maar één detail te vergeten. Ik kon, beweerde iedereen, beter onthouden dan een olifant. Weet ge wat mij het meeste gepakt heeft? De toespraak van de burgemeester toen die mij in 1925 de Decoratie Tweede Klasse opspelde. "Henri," zei hij, "gij zijt de schoonste en de eerlijkste werkman van Halle en de beste belle man van het land.'"

Luk Vandenbroueke

Met dank aan Marc Dedobbeleer, Fernand Cremers, Suzanne Van Hassel, Julien Lerinekx, Denise Van Grimde, Jozef Tordeurs, Germaine Durant, Roger Lilensem, Frans Vandenbroueke, Fritz Beaujean, Marie Decuyper.

Pakt attense! Watda vanaf naa skief gedrukt es, moedje oek skief lijze. Lotj aale vagot ni kunne, doetj en efforke en probijt et te verstoen. Ons Als es vuil te ska en oem verlaure te loete goen.

1 Feest bij de belleman. Hantj e Hardyen Theresia Hublaux vieren in 1926 hun diamanten bruiloft. 'Een gebeurtenis die Maandag het rustige Zuid-Brabantse stadje heelemaal in beroering bracht', schreef de correspondent van Ons Land in Woord en Beeld. Watje Pastoer reed met pjèt en koesj de jubilarissen rond.

2 Reeds in de zestiende eeuw werden er grootse plannen gesmeed om een kanaal te graven tussen

Brussel en Charleroi. De ontwerpers bleven echter lank op dezelfste wier zagen zodat er pas in de Holland-

se tijd echt schot in de zaak kwam. De graafwerken begonnen in 1827. Het duurde tot 27 september 1832

alvorens de voet in gebruik werd genomen.

Hal. - Rue du Canal et de I'Eglise

3 Vier jaar na zijn dood kreeg Adriaan-Frans Servais een standbeeld. In 1 870 werd, onder het voorzitterschap van burgemeester Giblet, de Monument-Servaiscommissie opgericht. Via inschrijvingslijsten poogde ze voldoende gelden te verzamelen om het beeld, gemaakt door Servals' schoonzoon Cyprien Godebski, te bekostigen. De Hallenaars deden echter hun naam van ètentellers alle eer aan. De kunstenaar werd den beufvan d'istoure en moest het uiteindelijk met 1.300 goudfranken minder stellen.

nal. - "Statue Servais.

4 De processie trekt over de bevlagde Grote Markt. We herkennen, in 1910, de beenhouwerij Moderne en de bakkerij van SpinetteDegreef, het latere huis Lauwers. Nog verder de Compagnie Hollandaise en café Le Faisan. Aan de overkant van de Melkstraat, nu vishandel, lonkt café De Keimei. Daarnaast liggen' objets réligieux et bougies' op godvruchtige klanten te wachten. En die waren er toen nog: in datzelfde jaar werden immers 82.600 'communiën in de grote kerk gegeven'.

5 Kanunnik Andreas- Petrus Michiels, pastoor-deken in Halle sinds 1906,

leidt op 7 september 1924 de processie ter ere van de jubelfeesten van de Kro-

ning voorbij de Pacha-gebouwen. Volgens de Belgische Spoorwegen - den éze-

renweg - waren er die dag apeprè 50.000 toeschouwers naar onze stad afgezakt.

6 'Groote keus van schoone leesboeken om de lange Winteravonden aangenaam door te brengen', maakte drukker-boekbin-

der OctaafVanden Broeck in de Gazet van Halle van 27 januari 1907 publiciteit. Hij had zijn zaak in 1847 opgestart. Zijn buren

op de toenmalige Lange Stieweg waren de Bazar du Bon Marché en Au Roi d'Espagne, een café met op de binnenkoer een met schalies

bedekte toren waarin op de stoende wip geschoten werd.

Hal. - Rue l:Ongu Hnlle, - Lnngeatrnat

7 Lang het industriële hart van de binnenstad, de Molenborre. Links de brouwerij-mouterij Jozef Pêtre met verderop de

molen van De Dobbeleer. Rechts de constructiewerkhuizen van Relecam. Naast buizen werd er tevens koperen huisraad vervaar-

digd. Oudere Hallenaren spreken nu nog van "t es begot goud vanba Reilecom' als ze koper bedoelen. Later werd Deneef-Bruwier eigenaar

van de ateliers, die paalden aan de smidse van Cappendeu.

8 De Bergensesteenweg zonder auto's en Chinese eethuizen. Met rechts de brouwerij en mouterij van

Polle Boek. De zaak van eigenaar en burgemeester Léopold De Boeck werd later door zijn zonen Oscar, Paul

en Armand beheerd. Ook smid-slotenmaker Jozef Claes had er zijn werkhuis. Links zien we nog de

hoeve Nerinckx. Achter de stallingen lagen uitgestrekte weiden: den hippodrom in de volksmond.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek