Hank in oude ansichten deel 1

Hank in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.P.C. Vriens
Gemeente
:   Werkendam
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2585-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hank in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Omtrent de vroegste geschiedenis van Hank is weinig bekend. Heel vroeger stond in een steen aan de buitenzijde van de later afgebroken Spuipoort te Dordrecht het volgende gegraveerd:

't Landt en water dat men hier siet, Ware 72 prochie na cronickx bediet. Geinundeert deur 't water crachtich,

in 't jaar 1421 waerachtich.

Of het dorp Hank, eventueel onder een andere benaming, mag worden gerekend tot een van die" 72 prochie", die door de rampzalige stormvloed van 18 op 19 november 1421, bekend als de Sint-Elisabethsvloed, werd getroffen, kan een mysterie zijn dat in het water ligt verzonken.

Hank werd in de loop der jaren meermalen getroffen i door overstromingen, waarvan die van onder meer 1809, 1880 en 1953 zeer ernstig waren. Lang heeft het geduurd alvorens een afdoende beveiliging tegen het bovenwater werd aangebracht. Door het graven van de Bergsche Maas, tussen 1890 en 1898, werd een zekere bescherming aangebracht tegen overtollig bovenwater.

Hoe is de naam Hank ontstaan?

In het "Etymologisch Woordenboek" van dr. J. de Vries is geen verklaring te vinden voor het woord "Hank". Mogelijke verklaringen voor het ontstaan van de naam zouden de volgende kunnen zijn:

1. Hank was vroeger een nijvere vissersplaats, geconcentreerd langs de Buitendijk, 't Sluiske en de Visserskade. Bij het schilderachtige haventje aan 't Sluiske en de Visserskade werden, wanneer de vissers van hun jacht door de Biesbosch

terugkeerden, de visnetten te drogen opgehangen. De plaats waar deze netten hingen werd "De Hang(k)" genoemd. In het spraakgebruik hoort men heden nog vaak zeggen: "We gaan naar de Hang" (zonder k). Het oorspronkelijke "Hang" werd op verzoek van de PTT - omdat er in Rotterdam een wijk was die "Hang" heette - veranderd in "Hank".

2. Voor het gigantische werk van de inpoldering van de "Zuid-Hollandsche Waard" kwamen van heinde en verre mensen om hier te werken. Tijdens deze langdurige werkperiodes of na voltooimg van de werkzaamheden, vestigde een deel van die werkers zich blijvend in deze streek, in de overtuiging een goed bestaan te kunnen vinden in de visserij in de Biesbosch en in de landbouw, die door de inpoldering op gang kwam. Zij bouwden hun woningen langs de Buitendijk, 't Sluiske en de Visserskade. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat deze mensen, die zogenaamd waren blijven .Jrangen", door de autochtone bevolking uit deze streek in de volksmond werden aangeduid als "De Hang". Zulks naar analogie van de wijze waarop heden ten dage de mensen die zich van elders in Dussen en Hank hebben gevestigd, in de volksmond "import" worden genoemd.

3. Aan de overzijde van de Amer ligt het oude vestingstadje Geertruidenberg, in welks omgeving vele veldslagen zijn geleverd, onder meer door de legers van prins Maurits met de Spanjaarden. Deze lcgers, bestaande uit soldaten van allerlei nationaliteiten, hadden hun tenten opgeslagen in de omgeving van dit stadje. De aanwezigheid van deze legers was voor de bevolking van deze streek aanleiding om handel te drijven met de soldaten. Bakkers, kruideniers en zoetelaarsters hadden dan veelvuldig contact met deze soldaten, Het zou best gebeurd kunnen zijn, dat een lieftallige zoetelaarster haar

waar aanprees door bijvoorbeeld te roepen: "He Heinz, moet je nog eieren? " En als reactie vond de soldaat, uit Dortmund afkomstig, haar heel aardig en zo ontstond dan een liefdesromance, die uitliep op een huwelijk, met als gevolg dat Heinz bleef .Jiangen" en zich als visser of in een ander beroep in Hank of omgeving vestigde. Door einde van het dienstverband, desertie of contact met de bewoners van deze streek, is de mogelijkheid niet uitgesloten dat er soldaten bleven .Jrangen".

Natuurlijk zijn dit allemaal maar gissingen. Het meest aanvaardbare blijft de beschrijving onder punt 1. Wei is een feit dat er in het verleden in de Biesbosch door de Hankse vissers druk werd gevist op de toen in deze wateren veelvuldig voorkomende vissoorten als steur, zalm cn elft,

Een belangrijke rol voor de inwoners van Hank heeft de stichting van de parochie "H. Mariapolder" gespeeld. Toen de parochiekerk van Dussen in 1842 afbrandde, rijpte de eerste gedachte om de "polder" van Dussen af te scheiden. Redenen waren onder andere de grote afstand voor de kerkgangers van Hank naar Dussen en de slechte wegen, die in de winter zelfs met paarden niet waren te gebruiken. Toen bisschop Zwijsen te Dussen in 1861 het vormsel had toegediend, werd de noodzakelijkheid dat er iets moest gebeuren vastgesteld. In de "polder" zou een noodkapel worden opgericht, te bedienen door de kapelaan van Dussen. In 1863 deden de dames Staal uit Dussen een toezegging om financieel te help en. Met die steun achter de hand werd toen een bisschoppelijke commissie opgericht, die zich met de voorlopige voorbereidingen tot oprichting van een kerk en pastorie zou belasten. Na veel geharrewar over de aankoop van grond en de bouwplaats, benoemde de bisschop in juli 1863 Joannes A.F. Lips tot

pastoor. Op 31 juli 1863 had pastoor Lips zijn eerste onderhoud met de opgerichte commissie. Hij nam voorlopig zijn in trek bij Adr. van der Pluijm en op 2 oktober 1863 las hij zijn eerste mis in de noodkerk, nadat hij deze de avond tevoren had gewijd.

In de officiele stukken en notulen van de kerkvergadering van 30 november 1863 staat: "Er wordt in het gehucht de "Polder" in het Dekenaat Geertruidenberg een nieuwe zelfstandige kerkelijke gemeente opgericht, onder de bescherming van Maria Onbevlekt Ontvangen, welke parochie de naam van "H. Mariapolder" zal dragen. Het eerste kerkbestuur bestond uit de pastoor en vier kerkmeesters: W. van Dinter, Godefridus Staal, Joh. Theunissen en Antonie van der Pluijm. Op 7 augustus 1864 vond de eerstesteenlegging van de eigenlijke kerk plaats. Op 29 mei 1865 werd de stenen kerk plechtig geconsacreerd door monseigneur Diepen, coadjutor van bisschop Zwijsen. In het torentje van de kerk kwam een klokje, afkomstig van een mijnheer A. Smits uit Oosterhout, met als opschrift: "Soli Deo Gloria 1691". Thans hangt dit klokje bij de sacristiedeur in de kerk. Dit alles betrof dan het kerkgebouw, dat heeft gestaan naast en gedeeltelijk op het terrein waarop thans "Het Uivernest" staat.

De eerste dopeling in de opgerichte parochie was Justina van Dortmont, op 22 oktober 1863. De eerste die in Hank werd begraven was Adr. van den Bosch, oud zeven maanden. De eersten die in de parochie in de kerk zijn getrouwd waren Wilh, van der Pluijm (zoon van Adr. van der Pluijm en Joh. Lensvelt) en Corn. van Dortmont (dochter van Joh. van Dortmont en Ant. de Bot), en wei op 6 mei 1864.

Er zijn twee pauselijke zoeaven geweest, Evert Heijmans, op 3 november 1867 te Mentana gesneuveld, en Adriaan Vetjens,

die behouden, na gedane diensttijd, is teruggekeerd. De eerste zogenaamde H. Missie werd gepredikt door de paters redemptoristen, van 3 tot 11 december 1864. Het is ook voorgekomen dat een zanger van het kerkkoor werd ontslagen, omdat hij zijn paasplicht niet vervulde. Tientallen Hankenaren hebben zich uit de wereld teruggetrokken en zich begeven achter de stille kloostermuren. Bekend is broeder Vranciscus Xaverius - met de wereldse naam Theodoor Jacobus Rijken van 1797 tot 1871 - de stichter van de congregatie van de broeders Xaverianen, welke congregatie als missie- en opvoedingsinstituut over de gehele we reid verspreid is. Deze Theodoor Jacobus Rijken is een zoon van Antony Rijken, afkomstig uit Hank, wiens vader en moeder Jacobus Rijken en Elisabeth van der Pluijm waren. Op 9 oktober 1897 stichtte het kerkbestuur, onder pastoor De Croon, het zusterklooster of liefdesgesticht (thans is "Vita Nova" erin gevestigd). Ook zij nog vermeld dat er, toen de Hankenaren nog in Dussen ter kerke gingen, ondanks het thema "liefde", aanhoudend vechtpartijen waren tussen de Hankse en de Dussense kerkgangers, die later tijdens de kermissen en andere hoogtijdagen werden voortgezet.

De Biesbosch heeft ongetwijfeld een zeer grote, belangrijke rol gespeeld in de samenleving van Hank. Gedacht wordt dan aan de beroepsvisserij, de riet- en griendcultuur en de landbouw. In de tijd dat de steur, de zalm en de elft veelvuldig voorkwamen in de wateren van de Biesbosch en de Amer, leverden zij een belangrijke bron van inkomsten op voor de vissers aan de Visserskade, 't Sluiske en de Peereboom. Namen van bekende vissers zijn onder andere Van Balkom, Kivits en Van der Pluijm. Ook de riet- en griendcultuur en de landbouw waren van grote betekenis voor de Hankenaren, die

in de vroege maandagmorgen met hun bootjes vanuit het pittoreske Hankse haventje bij 't Sluiske via de Postsloot en de Bleek de Biesbosch introkken. In de zomermaanden waren zij in de landbouw werkzaam en in de overige jaargetijden in de riet- en griendcultuur. De Biesboschwerkers bleven een hele week in de Biesbosch en namen daarom in hun bootjes of aken een kist met voedsel voor de hele week mee. Deze bootjes waren voorzien van een "huik", een "ducht", een "beun" en een kacheltje. Voorin de boot werd geslapen. Er waren in de Biesbosch ook zogenaamde "griendketen" voor de griendwerkers, waarin een povere huisvesting mogelijk was. In november, wanneer er door de spreeuwen veel schade aan het riet werd toegebracht, waren de rietwerkers tevens "spreeuwenjagers", die dan door met blikken, potdeksels en ijzeren kettingen op de plecht van de boot te slaan, of herrie te maken met kleppers, de spreeuwen op de vlucht joegen. Men had in de Biesbosch soms veer last van muggen en als er zo'n zwerm kwam aanzoemen, dan zeiden de Hankenaren:

"Daar heb je de Werkendammers weer." Een alom bekende foto van een karakteristieke Biesboschwerker (onder andere voorkomende op het titelblad van het boek "De Ruige Biesbosch") is die van Will em van Buurtjes. De naam "Buurtjes" is ontleend aan het feit, dat zijn vader" beurtschipper" was. In de volksmond werd het woord "beurt" uitgesproken als "buurt". Om de beurt bleven er in het weekend een paar rietsnijders als polderwachter achter voor de verzorging van het vee, enzovoort. Het gebeurde dan in zo'n weekend, dat de meisjes van Hank, die verkering hadden met die polderwachters, zo'n sterk verlangen hadden om hun geliefden te zien, dat zij met een roeibootje hun vrijers opzochten. Ze moesten dan soms drie tot vier uren varen. Dit kon natuur-

lijk, omdat ze jong en kerngezond waren. De jongens bonden dan een rode zakdoek aan een boom of aan een grate stok als een 500rt baken, daarmee aangevende waar ze waren te vinden.

Vermeldenswaard is het optreden in de Tweede Wereldoorlog van de Hankse verzetsmensen behorende tot de groep "Albrecht" die, prafiterend van de doolhofvan de Biesbosch, met veel moed piloten van geallieerden, alsmede mensen die moesten vluchten, de Amer overbrachten naar het reeds bevrijde Brabant beneden de rivieren, de zogenaamde "linecrossing".

Er liggen vele geheimen in het riet verborgen! Zo was er eens een Hanks vissertje, dat van duvel of hel niet bang was. Na gedane visvangst voer hij op een avond naar huis. Bij het Steurgat begon het al. De boot ging steeds langzamer lopen. Bijna thuisgekomen bij de aanlegsteiger, kon hij met zijn bootje niet meer voor- of achteruit. Hij begon geweldige krachttermen te gebruiken. Opeens zag hij in een lichtkrans een dame, helemaal in het wit, met donker lang haar en donkere ogen, op de aanlegsteiger staan. Ze beg on zelfs te zweven. Hoe meer de visser te keer ging, hoe dichterbij de witte dame kwam. Op een gegeven moment zat ze naast hem op de bank en ze keek hem met haar donkere ogen waarin lichtjes brand den zo doordringend aan, dat hij voor het eerst in zijn leven bang werd, In zijn angst prevelde hij bij toeval een "schietgebedje" ~ dat hij in zijn kleutertijd nog van zijn moeder had geleerd ~ en zie ... plotseling begon het riet geweIdig te ruisen alsof er een orkaan doorheen trok en de dame was meteen verdwenen. Nu kon hij aanleggen. Het verhaal gaat, dat dit de geest van "Steen van Kloosteroord" was, waar v66r de Sint-Elisabethsvloed een nonnenklooster had

gestaan, dat in de golven was vergaan.

Dit 500rt verhalen werden -- toen de Biesbosch nog een droomparadijs was - verteld rond de "plattebuis" en open haard. Als het bedtijd werd, gingen de buren snel en in aile richtingen kijkend naar huis, terwijl de verteiler met zijn vrouw in de beds tee kroop om de nacht door te brengen. In de andere bedstee waren de kinderen, al of niet dromend, reeds lang ingesluimerd.

Bekend is het lied "Er ruist door de Biesbosch een wonderschoon lied", zeer gevoelig en mooi gezongen door Frans van der Pluijm. De Wilpies op hun beurt hebben indertijd een "singeltje" uitgegeven van het door hen gezongen liedeke "Het vissertje uit de Biesbosch". Als "Franske de zanger" met zijn prachtige tenors tern het riet liet ruisen door de Biesbosch en de Wilpies in hun liedje de Hankse vissers lieten dromen in hun "Biesbosch-paradijs", dan kan het niet anders of de Biesbosch was een aangrijpend gegeven voor Hank! Inlichtingen betreffende de foto's werden met name verstrekt door L.J. Weterings, oud-hoofd van de rooms-katholieke lagere school te Hank (van hem zijn ook de meeste fete's afkomstig), alsmede door Kees Prinsen met zijn vrouw, en mevrouw Cato Leemans-van Balkom. Betreffende de geschiedenis van de parochie werd speciale medewerking ondervonden van pastoor Claerhoudt te Hank.

Na deze verhaaltjes - er is nog meer en uitgebreider te verteilen - moge ik u een waar kijkgenot toewensen bij het doorbladeren van dit boekje.

1. Het in 1924 gebouwde postkantoor in de Kerkstraat. In de deuropening staat de brievengaarder Th. Hanegraaf, de vader van de latere postmeester en oud-wethouder Frans Hanegraaf. Terzijde, bij het raam, zien we twee dochters van de brievengaarder, Nellie en Rika. Middenin, op de fiets, Frans Hanegraaf en naast hem postbode Dirk Kivits van Dussen. In de oorlogswinter 1944/45 werd het kantoor getroffen door zeven voltreffers. Na de bevrijding werd tot1948 een noodpostkantoor ingericht in het overeind gebleven huisje Korte Dijk 20. In 1892 werd het eerste postkantoor gevestigd in de vroegere veldwachterswoning, thans Buitendijk 54, met als eerste brievengaarder Th. Hanegraaf voornoemd. De eerste en tevens enige telefoonabonnee was toen Hannes van Balkom, aangesloten onder nummer 1.

>

2. De eerste stenen kerk met pastorie in de Kerkstraat, tegenover cafe "De Phoenix", naast het huidige "Uivemest". Links van de kerk was de begraafplaats. Op 7 augustus 1864 werd door het kerkbestuur een loden doosje met het bewijs van de eerstesteenlegging onder de hardsteen gelegd, met de inititalen aan de oostkant. Op 29 mei 1865 vond de plechtige consecratie plaats door monseigneur Diepen, coadjutor van monseigneur Zwijsen. Deze kerk werd tijdens de mobilisatie van 1914/18 gesloopt door militairen, die waren gelegerd in Keizersveer en Hank.

3. De Kerkstraat, toen Nieuwe Steeg (nog niet verhard, grindweg), met het zusterklooster en de oude kerk met pastorie. Ret op 9 oktober 1897 gestichte klooster, onder het pastoraat van De Croon, was aanvankelijk belast met het onderwijs in de naai- en bewaarschool. Later werd het een lagere school voor meisjes, verpleeghuis voor ouden van dagen en verzorgingstehuis voor schipperskinderen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek