Heesch in oude ansichten

Heesch in oude ansichten

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Bernheze
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6502-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Heesch in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Inleiding

Toen ik van de Europese Bibliotheek uit Zaltbommel de opdracht kreeg om, na Lith, Geffen, Megen, Nuland en Vinkel, een deel in de serie 'in oude ansichten' over Heesch samen te stellen, voelde ik mij in eerste instantie daar niet zo gelukkig mee. Niet dat ik het niet tot een goed einde zou kunnen brengen, maar de grote hoeveelheid ansichten, foro's en curiosa van Heesch, waarover ik beschikte, deden rnij aarzelen om de opdracht aan te nemen, omdat er maar achtendertig foro's geplaatst konden worden. Nadat bovengenoemde uitgeverij mij toestond om het dubbele aantal foro's te plaatsen, werd de opdracht pas interessant. We gaan in dit boek terug naar grootvaders tijd, de jaren 1860-1940, toen de jongens in lange korte boksen speelden. Toen ze naar hartelust kontharners vingen en ze in weckflessen lieten rondzwemmen, ofrupsen vingen omdat dat later mooie vlinders werden. We gaan terug naar de jaren toen er voor het naar bed gaan nag een bord 'beschout mi romme' gegeten werd en iedereen een 'skappeliermedallie' droeg. In die tijd, dat iedereen met hard sappelen aan de kost kwam, ontstond dit versje:

Ene geert en ene wis

die holde waar tie is mar ertrejs of born stake de cho teveel make!

Menige Heeschenaar zal nog lachen als hij denkt aan de hoe-

veelheden wejwotter die er ieder jaar gehaald werden. Dit was ook nodig, want in iedere slaapkamer hing een wejwotterbekske dat gevuld moest worden. Op Hubertsdag haalde men gewejd broet in hous. De geweeje palm gebruikte men overal voor. Men stak dit achter de armen van de kruislievenheer, achter de wejwotterbekskes, in het stro van het dak, op elk stukske grond en bij zwaar onweer werd het huis gezegend met wijwater en palmtak en werden er met de poaternoster rozenhukes gebeden.

In Heesch is het altijd een schrale grond geweest. Laten we eens lezen wat Jacob Edward Witte in 1791 over Heesch schreef:

'Ik verbeelde my, geruim een tyd, dat de eenvoudigheid- de onschuld de tevredenheld en oprechtheid, her karakter des landmans kenschetsten en her wacr deze verbedding die my, zoo dikwerf den staat eens dagJooners onder de gdukkigste des menschdorns deedt rangschikken, en vaak deed wenschen, om eenmaal zoo veel zegen te erJangen, dat ik eenigen tyd, bevryd van het stedelyk gewoeJ, onder den boerenstand zoude kunnen doorbrengen. -

Die zoo lang gewenschte tyd, is jegenswoordig voor my aangebrooken; zints vele weeken Jed ik op het land, en myn oog ziet opmerkzaam op de karakters en Jevenswyze der verschiIJende Iandlieden, die dageJyks in deezen oord verkeeren, -

De boer - de ongeJukkige boer, veeltyds bezwaort met een talryk huisgezin, moet, wil hy zyne opgeJegde Jasten aanbrengen, van den vroegen morgen tot den laaten avond, den zwaarsten arbeid verrichten en heeft dus gen tyd noch Just om naar de opvoeding zyner kinders omtezien en, zelf zonder opvoeding zynde, plant hy de eigen

onkunde aan zyne nakomelingen over. - De Moeder? Deeze is verplicht om rnede in het veld of in de beestenstal, de geheeJen dag door te brengen, en heeft dus ook geene geJegenheid, dan wanneer zy des avonds moede in haare berookte hutte komt, om op haar kroost te letten. Hoe wil men nu, wanneer deze armzalige wyze van Ieeven, van het eene geslacht tot het andere overgaat dat er immer in deeze gewesten, onder den boerenstand, beter ontwikkeJde menschen gevonden worden? en, dit kan nooit vemnderen, zoo lang de lasten die hem drukken, niet eenigermaate worden vermindert, en het Schoolweezen op een geregeJder voet wordt gebragt, dit laatste zal a1tyd onmoge1yk blyven, wanneer men voortgaat de Schoolmeesters ten platten landen eene zoo geringe, niet noemenswaardige jaarwedde toetestaan.

De spijze der landlieden is over her algemeen, zoo slecht, zoo walgeJyk, dat een gezond rede1yk denkend mensch, by her aanschouwen 'er van, het hart in het lyf omdraait. - Zy hebben geen tyd, en zyn veeltyds ook te arm om hunne met strooi gedekte hutten te onderhouden, en veele huisgezinnen slaapen met de koeyen in een en hetzelfde vertrek. -

En, he1aas! by wien zullen deeze boeren recht zoeken, wanneer zy onderdrukt, rnishandelt of verongelykt worden? ... voor hunnen algemeenen rechter, namelyk de Raad van Braband, hiertoe zyn zy te behoeftig, - rechtsgeJeerden kunnen zy, om die zelfde reden.niet gebruiken;en hunne dorpsrechtbank bestaat uit lieden even onkundig als zy; en, wanneer men al een enkele onder hunne secretarissen aantreft, die de wetten verstaat, en zynen boer, in deszelfs goed recht wil handhaven, wordt hem docrtoe dikwerf de moogelykheid ontnoomen door het onverstand der overige regeeringsleden. - Wat blyft den behoeftigen landman dan overig? - Anders niets, dan dat hy blyft voortleeven, en zich zeJve, door het mes of den vuistslag, wanneer men

hem te sterk verongelykt, recht verschaft. -

Nimmer zag ik beklaagingswaerdiger inrichting, in allen deelen der menschelyke zaamenleeving dan hier: schier nergens vindt men brandspuiten; en daar clle huizen strooijen daken hebben, ken eene vlam een geheel dorp verwoesten. - Schier nergens vindt men nachtwakers - slechts hier en daar een dienaar der justitie, dat meest oude Iieden zyn, en, echter, knelt het land, voornamelyk des winters, van vagebonden, landloopers en dieven. -

Ik weer het: ieder ingezetenen moet den landen, volgens de hoogste billykheid, helpen onderhouden; ieder is, volgens die eigen billykheid, verplicht om het zyne dourtoe by te dragen: dus doende werken aIle leden tot de instandhouding der algemeene maatschappy rnede; doch, zoude het den landen een aanmerkelyk nadeel kunnen toebrengen, wanneer deeze arme lieden, die een geheelen zomerdag door, om twaalf of minder stuivers te winnen, moeten urbeiden, slechts rwee of drie jaaren van hunne lasten ontheften; en, door zulk ene daad van menschenliefde, gelegenheid gaf, om zich een weinig beter in hunne zaak en te zetten, en voortekoomen, dat zy hunne eigene verbastering by her ontsluikend geslachte voortplantte? God geeve dat onze kinders, in de kinders jegenswoordig alhier Ievende landlieden, geschikter weezens mooge aantreffen; opdat ons gezegend - zoo ryk gezegend Vaderland ontheven worde aan den blaam en schanden, die de onkunde en onreinheid van de menschen dezes landstreeks over hetzelve brengen!'

Natuurlijk is dit geschrift wel enigszins pohtiek gekleurd, maar er zit veel waarheid in. Zoals gezegd gaat dit boek over het tijdvak 1860-1940, waarbij voor Heesch een belangrijke tijd werd afgesloten en begon. Met recht kunnen we zeggen dat het jaar

1940 voor Heesch een afsluiting van 'de middeleeuwen' vormde.

Zonder iemand tekort te doen, zou ik zeker Jan v.d. Stappen willen bedanken die voor enige goede foro's heeft kunnen zorgen, evenals burgemeester Dosker en dr. Saal van Zwanenberg, die veel belangstelling hebben getoond tijdens het samenstellen van dit boek. Emile Bonte heeft voor deze uitgave enige goede reproducties gemaakt. Ik heb gemeend om zoveel mogelijk de bijnamen te gebruiken. Mochten er mensen zijn die dit liever met hadden gehad, dan vraag ik bij voorbaat excuus.

Moge iedereen net zoveel genoegen aan dit boek beleven als ik heb gehad met het samenstellen ervan.

1 We gaan met behulp van deze plattegrond uit 1865 een wandeling door Heesch rnaken. We volgen de route langs de rijksweg, waar we even de molens in de Witte Molenweg en de Molenstraat gaan bekijken. Dan gaan we de rijksweg op en slaan we bij de Schoonstraat rechtsaf en lopen de Schutsboomstraat door. Weer bij de rijksweg aangekomen, wandelen we naar het kruispunt waar we richting ass gaan. Over deze Osseweg gaan we terug en steken het kruispunt over in de richting Nistelrode. Over de Wijst

gaan we naar de Berkt en ons laatste bezoek brengen we aan het kapelletje in Kaathoven, dat we op deze plattegrond nog net zien.

rnO"l~(,Il: ~-O(JllIIUR.B,~T'

- _ .?......?

- ...

....

. -

~
"
,-
., -
,
.,
t
...~ I
"""- .-
.?.?... D I l' T /I II"

2 We beginnen onze reis op de rijksweg bij cafe-restaurant Kuypers, dat we hier aan de linkerkant van de weg zien. Voor de deur staan enkele

au de Fordjes. Het verkeer op de rijksweg is nag makkelijk te tellen, Rechts zien we oak een gedeelte van de pastorie. De 'baan' is in de tijd dat deze ansicht is gemaakt (rand 1930) nag rijkelijk voorzien van bomen. Deze rijkdom aan bomen komen we verderop in dit boek nag meer tegen.

3 Vanaf de overkant van de rijksweg hebben we een ander gezicht op cafe-restaurant Kuypers en het reeds verbouwde schoolhuis. Duidelijk is het verbouwde (lichtste) gedeelte te zien. Het is ondertussen herfst geworden. De bomen zijn kaal geworden en de bladeren liggen op de grond. Kuypers heeft een drukke dag gehad, want de auto's staan aan beide kanten van de rijksweg. Op de school waren de kinderen niet zo hip gekleed als tegenwoordig. Bij afbeelding 5 zien we dat de meisjes een zwarte muts dragen. Deze zwarte muts droegen ze totdat ze 'mundig' (eenentwintig jaar) waren. Dan kregen ze een witte poffer die sorns zo groot was

dar "ncn os dur genog on te waaien ha' . Deze poffers komen we verderop nog genoeg tegen.

4 Naast het cafe van Kuypers, waarvan we hier links een klein stukje zien, staat de school met het schoolhuis. Het schoolhuis zien V┬Ěle hier in de oorspronkelijke staat. Op de vorige afbeelding is het reeds verbouwd. De school, in 1872 gebouwd, was een gem eng de school waar de 'jungskes en de durskes' hun rekenen, schrijven en andere lessen kregen. Tijdens het 'speulkwartierke' moesten ze hun kattekwaad wel op verschillende speelplaatsen uithalen. Tot rond 19 1 0 zijn de meisjes naar deze school gegaan, daarna gingen ze naar het Ludovicusgesticht. De jongens zijn hier tot 1930 gebleven, want toen gingen ze

naar de St.-Petrusschool. De ansicht is van omstreeks 1920.

1<eesch, $cllool mel schoolhui5

5 In 1898 werd deze foto gemaakt voar het schooltje, dat tegenover de kerk stand en dat we op de varige afbeelding hebben gezien. We zien op deze foto van links naar rechts op de eerste rij: Janus v.d. Helm, Tinus Leeyen, Lenard Bayens, Has v.d. Helm, Marinus v.d. Helm, Jan van Orsouw en Driek Megens. Tweede rij: Janus Leeyen, Joost Ploegmakers, Markus van Oart, Grad Broeksteeg, Has van Orsouw en Jan Baayens (Jan ouw Leer = schoenmaker). Derde ri j : Thea Wolters, Johanna Wolters, Cornelia Wolters (drie kinderen van de burgemeester), Marie Hendriks, Marian van Oart, GerritTimmers, Driek v.d. Hulsbeek, Hendriks, Jan

van Herpen en Joost Leeyen. Vierde rij: de heer Remmen (hoofdonderwijzer), Marie van Brakel, Miens van Heumen, Trientje Verstegen, [ohan Remmen, Harrie Remmen, Arnold Remmen, Nard

Broeksteeg en Hannes Leeyen. Achterste rij:Trien v.d. Berg, Hanneke Broeksteeg, Marie v.d. Berg, Nelleke van Grunsven, Janske v.d. Hulsbeek, Marie van Herpen, Anna van Herpen en de onderwijzers

Kersten en Alsbergen (kosrganger bij de heer Remmen).

6 Dat Louis op 26 juli 1906 een kaart stuurde van de Heesche school aan zijn verloofde Wilhelmina Kleintjens in Megen is niet zo verwonderlijk, want Louis (Carpay) komt uit een onderwijzersfamilie. Op het speelplaatsje bij deze school zijn vele kinderen aan het spelen geweest en zongen weleens onderstaand aftelversje om uit te zoeken wie hem 'moest zijn':

Ingelen, dringelen, druiventros. Kaatje, fingele fangele VDS.

Een minuutje

papetuutje

ee, wee, weg.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek