Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd toen opa en oma jong waren

Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd toen opa en oma jong waren

Auteur
:   M. Molenaar en J.P. de Leeuw
Gemeente
:   Zederik
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5590-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd toen opa en oma jong waren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het is alweer een tiental jaren gel eden dat het boekje "Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd in oude ansichten" verscheen. Deze uitgave, uit 1982, werd samengesteld door de heer J.P. de Leeuwen de heer J. C. Denninger. Het boekje dat u thans in handen hebt, is opnieuw samengesteld door de heer J.P. de Leeuw, nu met medewerkingvan M. Molenaar. De opzet van dit boekje is gelijk aan het eerste, maar er is nu nog meer gelet op goed fotomateriaal en daarnaast is de toelichting bij de verschillende foto's uitgebreider.

In het deeltje "Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd in oude ansichten" is in een uitvoerige inleiding de geschiedenis van de beide dorpen voor het voetlicht gehaald. Van deze opdracht achten wij ons derhalve thans ontslagen. Misschien is het echter weI aardig om eens te kijken hoe er in vroeger eeuwen over deze twee dorpen werd geschreven.

U dient wei te bedenken dat de gegevens lang niet up-to-date zijn, want zo heeft bijvoorbeeld de hervormde kerk van Hei- en Boeicop sinds mensenheugenis geen vierkante toren met een achtkante spits meer (zoals de heer Van 't Sant nog vermeldt). Nu staat er een zogenaamde dakruiter op de kerk.

In zijn in 1845 uitgegeven boekje .Beschrijving van den Alblasserwaard en de Vijf Heeren-landen" schrijft de heer D. van 't Sant, kostschoolhouder te Gorinchem, over deze dorpen het volgende:

Den Over-Heikopschen weg en eene dwars-kade verdeelen Heikop- en Boeikop in vier polders: Over-Boeikop en Neder-Boeikop, Over-Heikop en Neder-Heikop, Van deze vier polders behooren Over-Boeikop en Over-Heikop tot de gemeente Schoonrewoerd en Neder-Boeikop en Neder-Heikop vormen de gemeente Heikop- en Boeikop. Men telt in deze gemeente 74 (!) huizen en eene bevolking van ruim 500 inwoners, die meest allen de Hervormde Godsdienst zijn toegedaan, en hun bestaan voornamelijk vinden in de bebouwing hunner landerijen. Deze gemeente is een ambachtsheerlijkheid, thans in eigendom toebehoorende aan den Hr. Mr. M. C. van Hall te Amsterdam. In Heikop bevindt zich de kerk voor deze gemeente en tevens eene school. De kerk heeft weinig voorkomen en heeft eenen vierkanten toren met een achtkante spits (!). De school wordt door een gemiddeld getal van 80 leerlingen bezocht. Vroeger had men ook hier een adellijk huis .Huis te Heikop" genaamd, doch hetzelve is in den jare 1834 gesloopt, zoo dat men van hetzelve niets meer ziet dan een weiland. Deze gemeente behoort tot het kantongeregt van Vianen, tot het 2e militie-kanton hoofdplaats Vianen, tot het 4e Schooldistrict en tot de klassis Gouda, ring Vianen ...

Schoonrewoerd ook Schoonderwoerd genaamd bestaat, behalve uit de genoemde polders Over-Boeikop en Over-Heikop, nog uit den polder kort-geregt. Men telt in deze gemeente 107 (!) huizen en eene bevolking van 731 inwoners, die in den landbouw meestal hun bestaan vinden. Schoonderwoerd is een niet onaardig dorp (!), heeft eene kerk met eenen vierkanten toren, waarin (zoo men zegt) nog een stok bewaard wordt, vroeger gediend hebbende tot strafoefening voor misdadigers. In 1025 werd dit dorp reeds gesticht door den Heel' Jan van Arkel. In 1479 werd het door de Gorinchemmers in brand gestoken en uitgeplunderd. De aanleiding daartoe was het volgende. Leerdam, Schoonderwoerd en eenige andere dorpen hadden geweigerd Maximiliaan te erkennen voor hunnen wettigen Heel', en waren te vergeefs door die van Gorinchem daartoe aangemaand. Die van Schoonderwoerd hadden bij het dorp Leerbroek reeds eene open schans opgeworpen en deden veel kwaads. De Gorinchemmers goed

Maximiliaan gezind, konden zulks niet dulden, rukten met een deel volks op de verschansing aan, overweldigden haar, en dreven de zwakke bezetting tot in het dorp Schoonderwoerd terug, welke hunne toevlugt namen in de kerk en in den toren. Daar de Gorinchemmers ook op de toren aanvielen, zoo werden de belegerden bevreesd, en lieten den pastoor het H. Sacrament ten toon stellen, waarop die van Gorinchem uit eerbied ophielden. Toen echter daarop, door die van Schoonderwoerd op de belegeraars geschoten werd, zoo dat eenigen gewond werden, staken deze het dorp in den brand en plunderden het uit. In de vorige eeuw was het eene heerlijkheid toebehoorende aan den prins erfstadhouder, en behoort thans tot het Dornein. De school van het dorp telt gemiddeld 80 leerlingen.

Schoonrewoerd behoort tot het kantongeregt van Vianen, tot het 2e militie-kanton, hoofdpl. Vianen, tot het 4e schooldistrict tot de klassis van Gouda, ring Leerdam.

HEI- EN BOEICOP

1. Evenals in het vorige boekje, beginnen we ook nu weer met onze wandeling op de grens van Lexmond bij de oude en vertrouwde Zwaanskuikenbrug.

Deze brug dateert al van 1868-1869 en zelfs de Tweede Wereldoorlog kwam zij ongeschonden door. Toch lijkt een lang bestaan haar niet meer beschoren. Zij zal, wanneer de plannen van Rijkswaterstaat doorgaan, evenals bijvoorbeeld de oude Bazelbrug bij Meerkerk, ook het veld moeten ruimen voor een andere. Dat zal vanuit verkeersoogpunt mogelijk wel een verbetering betekenen, maar toch zullen velen het zeker betreuren dat deze fraaie, 125 jaar oude brug, die het beeld van de buurtschap Zwaanskuiken zo bepaalt, zal verdwijnen. We kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent wanneer hiervoor in de plaats een hypermoderne, elektrisch bediende ophaalbrug zal komen.

In ieder geval zal ons nageslacht dan altijd nog een blik kunnen werpen op deze foto en daarmee weten hoe de brug er in de tijd van opa en oma uitzag.

We weten niet precies van wanneer de foto dateert. Ais we echter Ietten op de kledingvan de poserende personen, zullen we toch wei uitkomen bij het begin van de twintigste eeuw.

2. Alvorens we ons in de richting van het dorp begeven, buigen we eerst toch even langs het kanaal af in de richting Meerkerk. Op de grens met Leerbroek treffen we de prachtige en tot in de verre omgeving bekende "Hoekmolen" aan.

Zo op het eerste gezicht lijkt het of daar de tijd stil gestaan heeft, maar ook hier is het de schijn die ons bedriegt. Mag er dan aan de molen op zich niet zo veel veranderd zijn, met de directe omgeving ligt het helaas toch wel wat anders. Met name de naoorlogse bebouwing is het landschap bepaald niet ten goede gekomen. Gelukkig bleef tot nu toe het oude, unieke molenaarshuisje nog gespaard.

Jarenlang woonden hier de gebroeders Den Braven. De ouderen onder ons zullen ze ongetwijfeld nog weI gekend hebben: Aai, Aart en Kobus. Zij kwamen uit een molenaarsgezin van negen personen, die allen leefden en sliepen in de molen. Het molenaarshuisje deed namelijk aIleen nog maar dienst voor het stallen van de geiten en voor het in grote teilen bewaren van de palingen die in de molentocht werden gevangen. Evenals de meeste watermolenaars oefenden zij tevens de visvangst uit. Ook eenden von den hun nachtverblijf in het molenaarshuisje.

Omdat de gebroeders van het molenaarsschap aIleen niet konden bestaan, vervoerden zij ook met een grote ijzeren aak grind voor onder andere het onderhoud van de Hei- en Boeicopseweg. Zij voeren dan vanaf de Schenkel, om vandaar via de voorwetering vanuit de schouw met een kruiwagen het grind op de weg te brengen. In 1993 kunnen we ons dit nog maar nauwelijks voorstellen en toch is dit allemaal nog niet z6lang geleden. Er zijn zeker nog oudere Heicoppers die zich dit tafereel weten te herinneren.

Voor de meer geinteresseerden voegen wij hier nog aan toe dat de molen een zogenaamde wipwatermolen is met een buitenscheprad. De mol en heeft een vlucht van 25 meter. Oorspronkelijk sloeg hij uit op de voorboezem van de molens, later het stoomgemaal van de Huibert, die bij de aanleg van het Zederikkanaal in de oostelijke kanaaldijk met een jaagbrug werd overbrugd.

3. Deze foto van de Huibert, zoals deze er nog tot na de oorlog uitzag, valt misschien een beetje buiten het kader van deze serie dorpsgezichten. Toch kunnen we niet nalaten om u dit fraaie plaatje te tonen.

Tot voor enkele jaren terug was dit gebied nog een oase van rust, niet ontsloten door wegen. Men kon er slechts komen via een nauwelijks begaanbare kade.

Helaas vond men het in het kader van de ruilverkaveling no dig om ook deze polder, ondanks de vele protesten daartegen, te laten delen in de vaart der volkeren. Het resultaat is echter weI dat niet aIleen de rust ter plaatse volkomen is verstoord, maar ook het landschap heeft, wanneer we dat bijvoorbeeld vergelijken met deze foto, een zeer grate verarming ondergaan. En dat alles aIleen maar ten behoeve van een enkele boerderij!

We noemen dit dan ook een nooit meer te herstellen misser van de eerste orde.

4. We keren weer terug naar de Rei- en Boeicopseweg. Daar ontmoeten we dan ter hoogte van de begraafplaats de gebroeders Aart en Kobus den Braven. Ze zijn met hun grindschouwen juist onder de heul komen doorvaren.

De omgeving waar de oude - reeds lang gestorven - molenaars varen, heeft thans weI een heel andere aanblik gekregen. Ret enige herkenningspunt is nog de gemetseide stenen heuI, met het smeedijzeren hek, die tot op heden nog bewaard is gebleven.

5. Net voor de begraafplaats staat deze oude boerderij. Hier woonde jarenlang wethouder Jan de Heer. Thans is de boerderij niet meer als zodanig in gebruik. De karakteristieke hooiberg is helaas ook verdwenen. Op de foto zien we Jan nog als jongeman met zijn fiets. Naast hem staan zijn zusters Neeltje (ook met haar fiets) en Bartje. Neeltje was de moeder van de bekende Groningse professor A.F.N. Lekkerkerker. Deze was van 21 september 1959 tot aan zijn vroege dood op 27 december 1972 een geliefd hoogleraar in de dogmatiek, het kerkrecht en de vaderlandse kerkgeschiedenis. Hij werd slechts 59 jaar oud. Hij was voor zijn benoeming tot professor jarenlang predikant te Utrecht.

Moeder Frederika heeft voor de fotograaf kennelijk haar zondagse muts opgezet. Dat mag ook wel, want een fotograafwas in die dagen geen alledaagse verschijning. De man met het paard aan de teugel is de knecht Jacob den Hartog.

Vermoedelijk gaat de farnilie een dagje uit en heeft de knecht zojuist paard en wagen gereedgemaakt om moeder en dochter naar hun bestemming te brengen. Jan en Neeltje geven echter de voorkeur aan de fiets. Het reisdoel is kennelijk niet al te ver.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek