Heinkenszand in oude ansichten

Heinkenszand in oude ansichten

Auteur
:   J. de Ruiter
Gemeente
:   Borsele
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3210-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Heinkenszand in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

KORTE HISTORIE VAN HEINKENSZAND

De stormvloeden in de elfde en twaalfde eeuw hebben in Zeeland, en vooral waar we nu Heinkenszand vinden, veel ravage veroorzaakt. Al het land tussen Walcheren en de huidige Brede Watering bewesten Yerseke werd weggeslagen, zodat een enorm schorren- en krekenstelsel achterbleef.

Rond de eeuwwisseling van de dertiende en veertiende eeuw begon het geslacht Van Schenge, uit het naburige 's Heer Arendskerke, met bedijkingsactiviteiten voor de kust van zijn ambachtsheerlijkheid. Om onduidelijke redenen hadden deze heren Van Schenge het recht gekregen om aile opwassen tussen Walcheren, Zuid-Beveland en Borsele te mogen bedijken. Dit recht werd nog eens bevestigd in een oorkonde van graaf Albrecht op 10 oktober 1395. Het waren dan ook de nazaten van "Arent met den buik", die in deze contreien hun bezittingen aanzienlijk vergrootten. Wanneer de eerste polder (het Oudeland) bedijkt werd is niet met zekerheid vast te stellen. Vroegere geschiedschrijvers waren van opvatting dat 1289 het bewuste jaar moest zijn geweest, doch recent archiefonderzoek heeft geleerd dat de periode tussen 1325 en 1340 meer in aanmerking komt,

De eerste keer dat de naam Heinkenszand werd vermeld, was in een oorkonde van 6 september 1351 waarbij de graaf het ambacht van wijlen Dirk Danielsz. verkoopt aan Jan Arent Dirksz. van's Heer-Arendskerke, Dit ambacht was gelegen "in die prochie van Ser Arnoudskerke, yn't oude land, up't zand voir Arnemuden, up Avesand en de up Heynekijnssand". Toen het Oudeland eenmaal was bedijkt, volgden de andere bedijkingen in snel tempo. De Oosterland-, de Ooster- en Westerguite- en de Oude Kamerpolder in de periode tussen 1350 en 1400, de Platepolder omstreeks 1400, het Vlaandertie, de Nieuwe Kamer-, Zuiderland-, Noordland- en Stellepolder in de periode die tot 1450 100pt. De meeste polders kregen de naam mee van het water, welks plaats ze innamen. Omstreeks 1405 begon de bloei en bewoning goed op gang te komen, Er was toen reeds een kapel gesticht, die werd bediend door priester Willem van Schenge. Later breidde de bevolking zich zo snel uit, dat in 1456 de kapel werd ver-

heven tot parochiekerk en werd gewijd aan de heilige Blasius. Ben andere grote gebeurtenis uit die tijd was de verbinding tussen het eiland Heinkenszand en Zuid-Beveland. Vanaf de Zuidzaksedijk werd, dwars door het vaarwater, een dam gelegd naar de Danielspolder, Waar nu de twee boerderijtjes staan aan het Kruissewegje kwam de verbinding met het vaste land tot stand. De dijk van de Danielspolder is reeds lang afgegraven, doch in het landschap nog terug te vinden. Dit waterstaatkundig knap stukje werk moet niet lang na 1414 hebben plaatsgevonden.

In de jaren 1453/54 is er sprake van rebellie tegen het heffen van "bede" door de ambachtsheren en hierbij liepen de twisten zo hoog op, dat er doden te betreuren waren. Ook in andere delen van Zuid-Beveland vonden dergelijke onlusten plaats.

Nadat de naam Van Schenge uit deze streken was verdwenen (uitgeweken naar Vlaanderen) komt de naam Watervliet naar voren. Als stamvader van deze illustere familie fungeerde Cornelis Gillisz. Brouwer, heer van's Heer Hendrikskinderen en burgemeester van Goes, die veelland en bezittingen opkocht van de uitgeweken adel. Deze Goese burgemeester liet in Heinkenszand recht tegenover de reeds bestaande buitenplaats Barbistein, de ridderhofstede Watervliet bouwen. Dit buiten werd lange tijd beschouwd als de schoonste lustplaats van Zeeland. De zestienduizend bomen uit het park worden met ontzag genoemd door onze zeventiende eeuwse kroniekschrijvers. Zoon Cornelis van Watervliet liet vier kinderen na, Hun zoon Emmery huwde met een jonkvrouw uit het naburige Nisse en een van de dochters, Anna Maria, trouwde in 1651 met Ferdinant de Perponcher Sedlnitsky. Een zoon uit dit huwelijk werd in de kerk te Heinkenszand begraven.

Ben ander adellijk geslacht dat onverbrekelijk is verbonden met Heinkenszand is de familienaam Hugronje. Deze familie bewoonde het hof "Barbistein", dat veel ouder was dan "Watervliet" en nog gesticht moet zijn door de Van Schenges; later woonde hier de grote staatsman Jacob Valcke en nog later werd het verbouwd door Cornelis van der Nisse. In de

hervormde kerk vinden we de graftomben van Hugronje en Perponcher terug.

In 1572, toen Middelburg door de geuzen werd belegerd, konden de Spanjaarden enkel door het "Heinkenszandse Gat" voorraden naar de belegerde veste sturen. Een bewijs, dat het dorp vroeger op een uitstekende plaats aan de vaarweg Middelburg-Antwerpen lag. De gouden eeuw bracht ook voor het Zeeuwse platteland enige rust met zich mee. Een beschrijving uit die dagen typeert het dorp als "ene vermakelijke uitspanning vande inwoonderen deses eilands", In 1750 waren hier 176 huizen en een korenmolen te vinden. Ook tijdens de Napoleontische tijd was het dorp belangrijk,

De torenspits van de toch al zo vervallen kerk werd gesloopt en in plaats hiervan werd er een seininrichting gernonteerd, Dit was een visueel verbindingsrniddel, waarrnee in een half uur tijds gegevens over de scheepvaart op de Westerschelde konden worden overgeseind van Middelburg naar Antwerpen. In deze tijd wordt ook het grote herenhuis Watervliet afgebroken en in plaats daarvan lieten de nieuwe ambachtsheren, de familie Van Citters, de villa "Bloemenheuvel" bouwen, die rond 1900 weer werd afgebroken om plaats te maken voor de jachtdependance "Landlust". Het verval van de kerk zette zich voort en in 1843 viel het fraaie kerkgebouw ten offer aan de slopershamer om plaats te maken voor de huidige "waterstaatskerk". De rooms-katholieke gemeente werd in 1798 door de aartspriester tot zelfstandige statie uitgeroepen, de missen werden toen opgedragen in het verbouwde slot .Barbistetn". In 1869 werd er een bijzondere school voor uitgebreid lager onderwijs voor meisjes opgericht. Deze zogenaamde Franse school gaat echter in 1881 ter ziele wegens gebrek aan belangstelling. Het schoolgaan werd trouwens schandelijk verwaarloosd, zodat velen even onbeschaafd en onhandelbaar opgroeien als hun ouders, aldus de hoofdonderwijzer, die een traktement toucheerde van duizend gulden 's jaars.

Het gemeentewapen geeft enige twijfels. Hoewel sinds 31 juli 1817 de Hoge Raad van Adel een wapen goedgekeurd heeft waarop een vogel in natuurlijke kleuren staat tegen een schild

van goud, werd in het midden der vorige eeuw nog gesproken van een rode haan op een schild van zilver.

In 1939 wil men een nieuw gemeentestempel laten maken. De Heinkenszandse raad wil wel een vogel in het wapen, maar dan wel een herkenbare, maar ook de Hoge Raad wist niet meer te vertellen welke soort vogel in het officiele wapen voorkomt. Na lang geharrewar neemt men aan dat het een reiger moet zijn geweest, waarbij de burgemeester nog gauw in potlood aan het voorstel toevoegt, dat hij het meest voelt voor een nachtreiger. Tot aan de herindeling van 1970 is Heinkenszand zelfstandig gebleven, daarna is het opgegaan in de grote gemeente Borsele.

Een woord van dank wil ik brengen aan mevrouw C. CapponLouwerse, die tal van bronnen heeft aangeboord en aan mevrouw A. van Iwaarden-Lokerse, de dames Van den Dries en de heer J. Koopman, die de nodige informatie over de foto's hebben gegeven.

Tot slot dank ik de personen die spontaan hebben meegewerkt door hun briefkaarten en foto's voor dit doel af te staan.

Gemeente Borsele: 1, 55, 65, 74.

Documentatie Centrum Zeeuws Deltagebied: voorblad, 3, 6, 12, 13, 14, 15,16,17,22,23,24,25,27,31,36,37,39,42, 44,51,52,56,57,58,59,60,62,64.

M.B. van Iwaarden: 2, 33, 38, 53, 66, 71, 76. Mejuffrouw J.P. van den Dries: 4,5,9,19,20,32,68. J. Koopman: 7,21,40,67,69,70.

J. Lokerse: 8, 10, 11,41,43,48,49,54. M. Zuidweg: 18,28,29,30.

C. van Damme: 26,45.

B. van Darnme: 34, 35.

A. van de Reepe: 46,47.

A. Verdonk: 50,75.

M. Verburg: 63.

M. Hoondert: 72,73. P. Koch: 61.

1. "Omtrent een half uur van het dorp 's Heer Arendskerke, ten Zuiden, legt het Dorp Heinkenszant. Dit bestaat uit een vry lange en breede straat, op 't middengedeelte wederzyds met Huizen bebouwd" aldus Isaak Tirion in 1753. Zoals hier op de foto van omstreeks 1890 moet het er ook ten tijde van Tirion hebben uitgezien.

3(einkenszond q,m,'n1ehu;s en school.

8404

2. Het gebouw links op de foto, met vlaggestok, is het gemeentehuis. Bij raadsbes1uit van 30 mei 1901 werd het huis van de voormalige burgemeester B. Vermande gekocht voor de somma van f 2.275,-. Voor de verbouw werd f 400,- uitgetrokken en voor het meubilair f 500,-. Het hoeft geen betoog, dat diverse raads1eden dit aan de hoge kant von den. Voorheen vergaderde men in de gemeentekamer bij de plaatselijke herbergier P. Rijk, terwij1 de administratie werd gevoerd aan huis van de secretaris.

Heinkenszand.

Dorpstraat.

VI",! .?.? en lteb tdru k van Il. c. den Turk, ~liddelbtuz-Goes.

Uitg. van Koopman, Hcinkcnszand

3. Deze foto van de Dorpsstraat werd gemaakt voor 1904. Rechts staat het huis van burgemeester Steketee, waar ook secretaris Snijder een kosthuis vond, daarachter was de pastorie.

Heinkenszand. Markt.

Photo en lichtdruk van II. C. den Turk, Middelburg-s-Goes. l"itg. van Koopman, Heinkenszand.

4. Rechts voor de, nog net zichtbare, enige school te Heinkenszand staat de echtgenote van het hoofd van de school, mevrouw Wisse met haar dochter Pie en de huishoudster. Zowel de school als het daarachter staande brandweerhuisje zijn verdwenen.

5. Door de Dorpsstraat loopt een Heinkenszandse huisvrouw in klederdracht met een boodschappenmand aan de arm. Het pand links met de dubbele deur is het schildersbedrijf van Vande Linde.

T<einkensi!:and

6. Links een huis waar men ook bier mocht verkopen en rechts het winkeltje van Tramper, de horlogemaker. Ret meisje met de poppewagen is Keetje Tramper. Keetje Vermeulen, uiterst links op de foto, had T.B.C. en om toch wat om handen te hebben hadden haar ouders een snoepwinkeltje voor haar ingericht in de woonkamer. De andere meisjes gingen in een dienstje of op het land werken.

7. Links staat H. Koopman met zijn zoon Jan. De rest van de horde schoolkinderen is niet te identificeren. Heinkenszand telde in die jaren twee horlogemakers, de heren Tramper en Koopman, die om beurten het torenuurwerk mochten onderhouden en het dagelijks opwinden, tegen een jaarsalaris van vijfentwintig gulden.

8. De hele serie fete's van drukkerij Van der Peijl isgemaakt in-l 909 en zoals u kunt zien doet de schooljeugd haar best om toch maar op elke foto voor te komen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek