Hellevoetsluis in oude ansichten

Hellevoetsluis in oude ansichten

Auteur
:   Cor Koch
Gemeente
:   Hellevoetsluis
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3770-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hellevoetsluis in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Wanneer we iets over een stad, plaats of dorp willen schrijven, is het een goede gewoonte eerst het ontstaan van de naam en het wapen te beschrijven. Wij willen deze goede gewoonte graag voortzetten, wanneer we aan de hand van oude foto's iets gaan schrijven over Hellevoetsluis, Nieuw-Helv oet en Nieuwenhoorn die, als oorspronkelijk zelfstandige gemeenten, in 1960 zijn samengevoegd tot het Hellevoetsluis van nu. Geen uitgebreide geschiedenis, maar een praatje bij een plaatje.

De naam Hellevoetsluis is niet zo ingewikkeld als men ons soms wil doen geloven. De naam Hellevoet was reeds eeuwen bekend voordat het land waar Hellevoetsluis op ontstaan is bedijkt werd, getuige de namen van de poldertjes OudHellevoet en het Hellevoeter land.

In 1475 waren er enige gorzen die bedijkt konden worden; dit waren de Struyten, Kaproen, 't Weergors, Jan de Clercks Huurweer, Layen AI en de Quack. Toen deze gorzen bedijkt waren moest er, ten dienste van de polder Nieuw-Helvoet, in de zeedijk van het Weergors een sluis gemaakt worden, waardoor deze polder en nog enige andere polders hun overtollige polderwater konden spuien. Deze sluis kreeg bij de bevolking diverse namen, zoals: Spuidam, Spuiwater, Vingerling, maar ook de Hellevoetschesluijs. De schout van 't Weergors schreef boven zijn brieven: ,,'t Weergors waerin leijt de Hellevoetschesluijs," waarna in 1700, toen de fortificatie klaar was, het briefhoofd veranderde in: ,,'t Weergors waerin leijt het fort Hellevoetsluis." De naam Hellevoetsluis kwam eerst in 1816 officieel in gebruik.

Wat het wapen betreft ligt het iets moeilijker. Het eerste echte wapen dat Hellevoetsluis had, bestond uit een goudgeel wapenschild met een groen veld, waarop was afgebeeld een wit lam dat een zwart kruis over de schouder droeg, met daaraan een groen-witte wimpel. Daar veranderde tot 1795 niets aan. In dat jaar echter kreeg een patriot het in zijn hoofd om een nieuw wapen te ontwerpen. In dit nieuwe ontwerp werd het lam vervangen door een schip. De Franse bezetting in die dagen wilde dat aile adellijke namen van grafstenen en zerken zouden verdwijnen; ook wapenschilden vielen onder deze bepaling. De symboliek van dat lam was in strijd met de nieuwe orde van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Dus zou het lam moeten verdwijnen. Toch verdween het niet geheel uit het wapen, hetgeen te danken is aan

de weer stand die de kerkelijke ins tan ties daar tegen boden. Binnen het voortdurend door het zeewater geteisterde poldertje is een oorlogshaven gegroeid zoals er in de zeventiende eeuw nergens in ons land te vinden was. Hellevoetsluis heeft een glorietijd ach ter de rug zoals bijna geen stad of plaa ts in ons vaderland. Doch na die glorietijd kwamen de rampen, want die zijn er vele geweest. Over al die gebeurtenissen willen we in het kort iets zeggen om een goed beeld te geven over het ontstaan en de ondergang van een vesting als marinebasis.

Het ontstaan van de werf

In 1593 werden plannen gemaakt om de haven te vergroten en tevens een werf en eeh dok aan te leggen. Met deze werken werd in 1604 begonnen en in 1619 was het geheel voltooid. Met het dok wordt in die tijd nog het natte dok (de haven binnen de sluis) bedoeld. Tijdens de strijd tegen de Duinkerkers werd Hellevoetsluis een der aanloophavens van de Hollandse oorlogsvloot. Want evenals Vlissingen was deze haven zeer geschikt voor het bevoorraden en herstellen van de schepen. Dat dit herstellen hier snel kon worden verwezenlijkt, hebben de Engelsen menigmaal moeten ondervinden. Terwijl de Hollanders reeds voor de Engelse kust verschenen, waren de Engelsen nog druk bezig met het hers tel van de schade van de vorige slag.

De werf breidde snel uit. De schepen werden groter, dus moesten sluis en natte dok meegroeien. Alles scheen zo goed te gaan, maar met de komst van de Fransen begon het er voor de werf slecht uit te zien. De gemeente werd zo arm dat men de vuilnisman niet meer kon betalen en de vuilniskar moest tot betere tijden in de schuur blijven staan. De toenmalige opzichter van maritieme werken was Jan Blancken. Nadat hij in die moeilijke periode naar Frankrijk was geweest om daar dokken te bestuderen, kon hij zijn plannen voor ons droogdok uitwerken. Hij liet een dam leggen in de haven en tevens een in de vest. In vijfenzeventig uur liet hij de haven, het dok en een stuk van de vestinggracht door middel van een stoompomp droogleggen. Daarna bouwde men het geheel gemetselde droogdok (een wonderwerk voor die tijd), dat een enorme aanwinst voor de werf werd. Het werd in de eerste jaren weinig gebruikt. Pas in 1811 kwam er weer enige opleving, to en admiraal De Winter een eskader, dat bestond uit zes

Hollandse en zes Franse oorlogsschepen, hier gevechtsklaar liet maken.

Na deze kleine opleving volgde er een periode waarin oplevingen en inzinkingen elkaar steeds afwisselden.

Na het vertrek van de Fransen begon men direct met de reorganisatie van alIe marinebases. Die in Harlingen en Medemblik werden opgeheven. De werven Amsterdam, Nieuwendiep, Rotterdam, Vlissingen en Hellevoetsluis moesten worden uitgebreid. In 1849 werd de werf te Rotterdam opgeheven en de ketelmakerij daarvan naar Hellcvoetsluis overgebracht. Grote verademing onder de Hellevoetse burgers! De gemeentesecretaris, die in het jaarverslag van de gemeente de minister over de stemming onder de burgers inlichtte, schreef dat "het gevaar van een opheffing der werf nu wei voorgoed verdwenen was". De ministers van Marinezaken Van Erp-Taalman-Kip en W.L.A. Gericke zorgden ervoor dat er in Hellevoetsluis een overdekte torpedoboothelling en een torpedomagazijn werden gebouwd, hetgeen een bijzonder hoogtepunt betekende in de geschiedenis van Hellevoetsluis als havenplaats. Evenzo bracht ook de mobilisatie 1914-1918 een grote bedrijvigheid op de werf. Met grote spoed werden van loodsboten mijnenleggers en van sleepboten mijnenvegers gemaakt. Het personeelsbestand groeide intussen gestaag. Geheel onverwacht echter kwam in 1916 het bericht dat de machinistenopleiding Hellevoetsluis zou gaan verla ten. Gevolgd door de kustartilleristen, die na de mobilisatieperiode vertrokken.

De totale ontluistering begon na 1921, toen de marine, die sinds 1588 het levenspatroon in Hellevoetsluis had bepaald, onze vesting verliet. Daarna lagen de haven en het kanaal, waar de marineopleiding zo'n gezellige bedrijvigheid had gebracht, in een doodse stilte gevangen, waarin pas vele jaren na de watersnoodramp van 1953, die de afsluiting van het Haringvliet tot gevolg had, een rigoureuze verandering kwam

in de vorm van recreatie. .

De vesting.

Hellevoetsluis was uniek, in hoofdzaak vanwege het feit dat het de enige versterkte zeehaven was. Er zijn diverse havens waaromheen een stad werd gebouwd, die men later ommuurde, maar hier is dat anders. Hier heeft men eerst een haven gemaakt, daarna direct de fortificatie aangelegd ter be-

scherming van de vloot en toen pas werden op de open plekken huizen gebouwd.

Nog een bijzonderheid is dat men met een kaart uit 1745 nog steeds de weg kan vinden. Wanneer we de kaart van Hellevoetsluis bekijken, dan zien we allereerst de haven, die door een sluis gescheiden was van het natte dok. Het dok is omringd door zes bastions. De vesting is zonder ravelijnen of lunetten verder zo simpel en goedkoop mogelijk gehouden. Ondanks dat is de bouw van de vesting toch zeer langzaam verlopen. Uit brieven weten we dat er reeds in 1652 paalwerken en palissaden waren, die in 1669 aan vernieuwing toe waren. Hoewel de kaart van 1745 reeds een mooi, afgerond geheel vertoont, is de geschiedenis van de wallen duister en vol leemten. Er bestaan in de archieven diverse kaarten, die echter niet altijd gedateerd en/of gesigneerd zijn. Men voelt dat er meer gegist dan geweten wordt.

In 1823 moest bastion IV worden uitgelegd, omdat men het tweede gedeelte van het droogdok wilde aanleggen. In 1870 werden er plannen gemaakt om de vestingwerken te verbetereno Hoewel men reeds een jaar later met de werkzaamheden voor het plaatsen van het nieuwe kustgeschut begon, duurde het nog tot 1879 eer men met de grate verbeteringen aanving. Het werk werd in gedeelten aanbesteed. Het eerste gedeelte bestond uit het vooruit brengen van de contrescarp-zeedijk, ter uitbreiding van de vestingwerken. Het tweede gedeelte bestond uit het samenvoegen van de bastions I en II (fort Haerlem en omgeving), waardoor in dit vergrote bastion elf emplacementen voor het kustgeschut gemaakt konden worden. Deze veranderingen waren noodzakelijk omdat de krijgskunde, zowel te land als ter zee, snelle vooruitgang boekte. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat al deze werken tot op de dag van vandaag in zeer behoorlijke staat bewaard zijn gebleYen, waardoor Hellevoetsluis, naast recreatieplaats, in deze tijd een van de meest bezienswaardige plaatsen uit zijn orngeving is geworden.

En zo zouden we op deze manier over "ons Hellevoetsluis" nog wel enorm veel meer kunnen schrijven. Maar laten we ons aan onze afspraak houden en u uitnodigen met ons, via de plaatjes vergezeld van de praatjes, een wandeling te gaan maken door het Hellevoetsluis van toen.

, I.

'iI'

1. Met de Vlaardingen V kon men vroeger van Vlaardingen via de Oude Maas en Nieuwesluis, waar meestal geschut moest worden, door het Kanaal door Voorne. Bij enkele bruggen werd aangelegd om passagiers van en aan boord te laten gaan. Bij het binnenkomen van Hellevoetsluis kwam men dan langs het wachtschip, logementschip en instructievaartuig "Castor". Op de foto zien we een aantal passagiers van boord gaan, onder wie een paar matrozen, die door een meerdere worden afgehaald. De matrazen moesten aantreden en in gelid naar het wachtschip in Hellevoet. Links op de wal de grate magazijnen van de torpedisten met de woningen van het bewakingspersoneel. Op de achtergrand zien we de zogenaamde vaartuigenloods.

,,/

/'

.7(ellevoets/uis

Hr. Ms. Opleidingsschepen ill luI Vooms, kanaal

2. We lopen in noordelijke richting en komen langs de "Buffel", de "Van Galen" en de ."Castor". De "Buffel" was een ramschip, soms abusievelijk ramtorenschip genoemd. Men zou in dit geval hooguit kunnen spreken van een half-ramtorenschip, omdat het slechts een stuk torengeschut had. Ret schip werd in 1895 verbouwd om de "Van Galen" te vervangen. In 1897 lagen de "Buffel" en de "Castor" aan de Westzanddijk en de "Van Galen" aan de Oostzanddijk. Eind oktober 1904 werden ze naar het Kanaal door Voorne gesleept, lagen eerst aan de oostzijde en na enige tijd aan de westzijde, waar ze zijn blijven liggen tot de opheffing van de marine basis in 1921.

3. Deze schepen waren bestemd voor de opleiding tot matroos. Die opleiding had als geen ander bedrijf de belangstelling van de Hellevoeters. Hoe kwam dat? Toch niet aIleen omdat het vertier in Hellevoet bracht? Neen, hier kwam het hart van de mens, of zo u wilt van de burgerij, aan te pas en het is niet moeilijk te verklaren. Immers, het waren jongens die zo van de schoolbanken in een vaak ruw leven kwamen, al was het dan een goedige ruwheid, maar toch altijd streng en model. Hun bekwaamheid als volwaardig matroos dankten zij aan hun opleiding op jeugdige leeftijd. Op de foto zien we de ochtendsportoefening om het blauwe schaftblik morgengort te laten verteren.

4. Gaande naar de Glacisweg, passeren we de exercitieloods. Deze loods werd gebruikt, wanneer het slecht weer was, voor gymnastiek, instructie geschut enzovoort. Bij de opheffing van de marine basis werd de loods afgebroken en in Den Helder weer opgebouwd.

5. In de dagen dat de "Buffel" en de andere schepen in het kanaal kwamen te liggen, was de Glacisweg niet veel meer dan een grintweg. Er stond een cafe, dat eigendom was van een verhuisbedrijf dat in die tijd met hoge, blauwe wagens reed. In 1913 werden hier de eerste huizen gebouwd. Na de Eerste Wereldoorlog werd er ernst gemaakt met het bebouwen van de Glacisweg, waarachter tot v66r 1940 de Glaciswijk groeide.

Br else he Brug.

HelIeooetslui /2-

~ Ham Jz .. HelJl'lvoelsluis. xe, 307.

6. Zo komen we langs de Brielsche brug, die omstreeks 1774 werd gebouwd en die toegang verschafte tot een prachtige, elf meter lange, overdekte poort met kruisgewelven. Rechts op de foto zien we de schoorsteen van het dokgemaal. Dat gemaal was ondergebracht in het oude machinehuis, dat dateerde van 1802. Links de masten van de kiellichter en de schoorsteen van de Buiskes, een opnemingsvaartuig.

7. We slaan nu rechtsaf de Brielsche Straatweg op. Het eerste gedeelte, tot aan de Kouwenoordseweg, werd v66r 1800 de Gentseweg genoemd. Op 24 juni 1801 ontving de schout van Hellevoetsluis een brief waarin een plan beschreven werd om een fonds te stich ten voor oude en invalide zeelieden. Dit fonds gaf aandelen uit, waara an tevens een loterij was verbonden, waarvan de baten ten goede kwamen aan de bestrating van de weg tussen Hellevoetsluis en Brielle. Het bard rechts geeft aan dat we het grondgebied van Hellevoetsluis verlaten, waarna we, via een tal (tegenwoordig cafe ,,'t Oude Tolhuys"), Nieuw-Helvoet binnenkomen.

8. Op deze foto kijken we in de riehting van Nieuw-Helvoet, De man met het sluitmandje en de vrouw naast hem zijn waarsehijnlijk onderweg naar de postboot, omdat zij hier beiden op hun best gekleed gaan. Reehts zien we een houten woning, "Huize Thea" genaamd. Het huis was geheel in Noorse stijl gebouwd vanwege het feit dat een overste van de marine die hierin woonde, getrouwd was met een Noorse vrouw.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek