Hendrik-Ido-Ambacht in oude ansichten deel 2

Hendrik-Ido-Ambacht in oude ansichten deel 2

Auteur
:   F. Jorissen
Gemeente
:   Hendrik-Ido-Ambacht
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2151-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hendrik-Ido-Ambacht in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Gevolg geven aan het verzoek van de uitgever een vervolg samen te stellen op het boekje dat de in 1979 overleden heer Plaisier in 1972 heeft geschreven, is een hachelijke onderneming. Allereerst was hij een geboren en getogen "t'ambachter", die de gemeente en de gemeentenaren door en door kende en daarbij beschikte hij over een ruime verzameling ansichten, waarvan hij de allerbeste heeft gebruikt. Voor mij, als geboren Dordtenaar, die pas vijfendertig jaar hier woont, is die poging zelfs dubbel hachelijk. Wat kan zo'n nieuwkomer nou weten van wat meer dan een halve eeuw geleden hier is geweest? Het is bovendien zo dat een vervolg bij boeken en films zelden meevalt. Bij mijn poging om al die klippen te omzeilen en dit werk te redden, heb ik mij laten.Ieiden door vele gesprekken met een aantal onverdachte, authentieke bewoners. Wat zij mij vertelden, heb ik getrouwelijk opgeschreven en uit hun fotomateriaal heb ik mogen putten. Alles wat in dit boekje geheel juist zal blijken te zijn komt van hen, voor al het andere draag ik de schuld.

Om het "anders" te doen, is de start gekozen aan de dijk bij Zwijndrecht en is het einde van onze wandeling in het Achterambacht. Niet alleen het feit dat de schrijvers zich nabij de eigen woning kennelijk het veiligst voelen, is hiervan oorzaak. Reden is ook dat als gevolg van de stormvloed in 1953 en het daaruit voortgekomen Deltaplan - het zuidelijk deel van de Veersedijk belangrijk zal worden verhoogd en nieuw geprofileerd. Als gevolg daarvan is vrijwel de gehele

bebouwing reeds "geamoveerd" (of zal nog worden geamoveerd), zoals deze overhaaste kaalslag met een deftig woord wordt aangeduid. Hier zal spoedig niets meer aan het verleden herinneren! Daarom van dit deel wat meer afbeeldingen.

U zult een enkele foto terugvinden die ook in deel 1 werd opgenomen. Een enkele maal omdat bleek dat van die plaats nog andere belangrijke aspecten van de dorpsgeschiedenis vie len te vermelden, een ander maal om de aaneensluiting van de afbeeldingen een onontbeerlijke schakel niet te ontnemen; daarvoor mijn excuses, Uit dit boekje zal het voor de lezer van deze tijd wellicht duidelijk worden dat het gehele dorp in de loop der eeuwen uit vier duidelijk onderscheiden delen heeft bestaan, een verdeling die pas in de laatste decennia is gaan vervagen. Het was immer een langgestrekte lintbebouwing langs de buitenwateren:

Stroopport, Noorderdiep (nu Rietbaan genoemd), Noord en langs de sedert 1332 afgedamde Waal. Deze laatste is een voortzetting van de Rijntak Waal, de aloude Vahalis, die vanaf onze oostelijke landsgrens naar de Noordzee stroomde. De benaming ,,'t Waaltje", die door enkele nieuwkomers tegenwoordig wel eens gebruikt wordt, is een weI zeer oneerbiedige en denigrerende betiteling, die slechts kan komen uit de mond van geschiedkundig onderontwikkelden. Die vier delen waren: de dijk, ruwweg te rekenen van Zwijndrecht tot even voorbij de watertoren, de (Oosten)dam met de haven, de sluis en een stuk Ridderkerk, dan het eigenlijke dorp, van de Heul tot

aan de omgeving van Bouwlust, en ten slotte het Achterambacht, dat zich uitstrekte tot aan de Rijsoordsesteeg. Dit laatste deel viel samen met het tot 1855 zelfstandige Sandelingen Ambacht.

Hoe onbegrijpelijk dit de huidige bewoners ook mag lijken, toch is het onweerlegbaar dat al deze delen een iets andere geaardheid van de bevolking hebben opgeleverd. Langs de dijk waren de industrie en nijverheid overwegend de bronnen van bestaan voor de bevolking, met de zoutketen, de steenbakkerijen en wat scheepsbouw. Aan de Oostendam waren de scheepvaart, het laden en lossen, het schutten en de daarmee samenhangende winkelneringen. In het eigenlijke dorp waren, met een groot woord gezegd, de centrum-activiteiten: de kerk, het gemeentehuis, enzovoort en in het Achterambacht ten slotte, zoals het een "west-end" betaamt, de gezeten boerenstand. Onze reeks vindt zijn begin in de jaren dat onze gemeente uit een heel diep economisch dal kwam krabbelen. In de jaren na 1875 was het vlasserijbedrijf ineengestort en ruim de helft van de bevolking was op een of andere wijze bij deze zaak betrokken geweest. Die diepe malaise he eft ontstellende gevolgen gehad. Velen hebben in die jaren het oude vertrouwde dorp moe ten verla ten en zijn naar de grote steden (zoals Rotterdam) vertrokken. Pas het opkomen van andere beroepsmogelijkheden, zoals de scheepssloperij en de scheepswerf, hebben het getij doen keren. Vanaf 1900 gaat het zelfs vrij snel weer omhoog en in die jaren vangt het produceren van prentbriefkaarten in

onze gemeente aan. In de jaren daarvoor zal er beslist te weinig belangstelling geweest zijn voor een dergelijk luxe artikel.

Het aantal bouwvergunningen, dat in 1897 nog nihil was geweest, bedroeg in 1898 weer vier, het jaar daarop acht en in 1901 zelfs tweeentwintig. Opvallend is het grote aantal bakkerijen en cafes dat ons dorp rijk was. Wat dat laatste betreft, liet de wet een cafe per tweehonderd vijftig inwoners toe. Dit aantal is hier steeds zorgvuldig volgemaakt, zelfs met een afronding naar boven. Opvallend is helaas ook hoeveel van datgene wat nog aan het oude kon doen herinneren is verdwenen, ook weer in de rond tien jaren sedert mijn voorganger zijn verzameling voor u samenstelde. In diezelfde periode zijn de uitbreidingen pijlsnel gegroeid, zodat ook in dit opzicht de "grote verandering" onverbiddellijk is voortgegaan. Een reden te meer, naar ik hoop, voor velen ook deze plaatjes aandachtig te bezien. En met die velen bedoel ik niet alleen de ouderen onder u, die het alles nog hebben gekend en er wellicht met een vleugje weemoed aan terugdenken, maar bovenal de nieuwe genera tie, die het roer in handen is gaan nemen voor de toekomst. Moge kennisname van de basis van waaruit alles wat het heden u biedt is voortgekomen, ook het verlangen wekken met het weinige dat ons nog rest van weleer met gepaste eerbied en zorgzaamheid om te springen. De bladzijden van dat "historieboek" zijn namelijk maar eenmaal om te slaan.

1. Voor onze wandeling, rond driekwarteeuw geleden, varen we over met het Zwijndrechts veer; toen nog een raderboot met open stuurbrug. Behalve de twee aansluitingen aan de straatweg naar Rotterdam, was dit pontje eeuwenlang de enige verbinding met de beschaafde wereld die onze gemeente gegund was. We slaan op de dijk rechtsaf, langs de voormalige buitenplaatsen "Zomerlust" en "Sorghlust", de hutterhuizen van de glashut, de Oostkeetshaven van de zoutketen en de boerderij "Hermitage", waar in 1898 het waterleidingbedrijf werd gesticht. Bij de binnendijkse buitenplaats van de Dortse familie Van der Wal, "Walburg", naderen we de Vliet; de gemeentegrens van 1833, toen dit hele gebied vanafhet veer bij Zwijndrecht werd gevoegd.

2. Bij "Walburg" komen we "onder de hoge bomen". Op deze foto van omstreeks 1925 ziet u ze tussen 't topje van de Zwijndrechtse watertoren en de Grote Kerk van Dordt. Het was er altijd wat donker en's nachts zelfs griezelig. Vroeger is daar de baljuwsgalg geweest en de vele verhalen over gehangenen en geradbraakten, krassende kraaien, spoken en wat al niet, die's avonds bij het "kortavonden" de ronde hadden gedaan, maakten dat velen die plaats met enigevrees passeerden. Er was ook een woonwagenkamp en daar stond Kobus van Haaren, een kuiper en orgeldraaier uit Brabant, met zijn kermiswagen, voor wie de kinderen werden gewaarschuwd, Na die bomen begon ,,'t Ambacht", waarvan we de daken van de eerste huizen boven de dijk zien uit komen. Op de voorgrond de zellingen van de steenbakkerij, die later zijn opgespoten.

Hendrik Ido Ambacht vee-sc"e'1d,jK bij de Vrouwgele~Jeg

3. De Vrouw Gelenweg stoep, waar de lintbebouwing begon. Daar woonde bakker Siem van de Berg, wiens fraaie tilbury en broodwagen wij voor zijn huis zien staan. In zijn koetshuis heeft later nog enige tijd een brandspuit gestaan. De laatste bewoner was de fietsenwinkelier Dirk Bakker. In het lage blokje daarnaast woonden onder anderen Piet Visser (den burgemeester) en Faas van der Yen (rooie Faas). Op de hoek was het boerderijtje van Daan de Snoo, waarin tot voor kort Daantje van der Yen zijn kruidenierswinkeltje dreef. Bovendijks het huis van Aai Mol, die met Ant Stijnis getrouwd was. In de verte, tussen de palen, de woning van Piet Kranendonk, de opzichter van het baggermaterieel. "Navigare necesse" staat er boven de deur; dat huis is er nog. (Zie ook deel I, biz. 71.)

4. Onder aan de Vrouw Gelenweg stoep, bij de afsplitsing van de Onderdijkse Rijweg, stond de kleine boerderij van Mol. Later woonde hier Jaap Visser, die opgevolgd is door zijn zoon Jan. Zij hadden enig vee en waren melkboer. Een wagen met melkbussen staat voor de woning. Vroeger was de hooischuur met koestal vast aan het huis verbonden, maar in 1941 IS een van de bommen die de Engelsen (vermoedelijk) voor de in sloop liggende oorIogsschepen aan de werf bij Arie Rijsdijk hadden bedoeld in die schuur terechtgekomen. De losse knecht Kees Spienngs is hierbij dodelijk getroffen. Ook enig vee is omgekomen. Een deel van de schuur is herbouwd, maar deze is los komen te staan van het huis. Ten behoeve van de toekomstige dijkverhoging is de boerderij, tegelijk met zoveel andere bebouwing, reeds jaren geleden gesloopt.

5. De Vrouw Gelenweg is een eeuwenoud landbouwerspad dwars door de zogenaamde Volgerlanden. De bebouwing is altijd uiterst spaarzaam geweest. Deze foto, omtrent de eeuwwisseling dichtbij de Veersedijk gemaakt, toont ons de woning van ijsselsteen, met aangebouwde houten schuur, waarin Willem de Snoo woonde. Hij staat hier met zijn vrouw Maaike Monhemms en zes van hun kinderen. Van links naar rechts: Aaltje, Johan, Maart en Anna in de tuin; op het bruggetje zit Dolf en op de weg zien we de oudste zoon Daan op de melkwagen, waarmee de melk van het eigen vee werd uitgevent. De familie De Snoo is later naar de "Joachimshoeve", achter aan de Langeweg, verhuisd. Voorbij de boerderij een complex van vier woningen. Veel is nog terug te vmden dat aan destijds hennnert.

S:.> r.l)il-r.crij. GCo: 'I Hoott

6. De steenbakkerij, die de "Nieuwe Plaats" werd genoemd. Wanneer men daar is begonnen de gele ijsselsteen uit het ebslik van Rietbaan en Strooppot te bakken, is onbekend, maar in 1614 moet er al een oven zijn geweest; het eind kwam in 1917. Rechts de twee oude ovens, de "grote oven" het verst van ons af en de "kleine" daarnaast. Aan weerszijden van elk de turfschuren voor de gigantische hoeveelheden, nodig voor elk baksel; wei 1500 kubieke meter! Links de buitendijkse droogplaats, waar we de rietmatten over de in hagen gestapelde "rauwe stenen" zien liggen. De mast van de turftjalk van schipper Gort uit Hoogeveen steekt uit boven de bomen. Daarnaast de fabriek, met vormmachine, kleimolen, stoomketel en schoorsteen. In het woonhuis van 1761 woonde destijds Evert 't Hooft. Op de droogplaats binnendijks is in 1919 de "Hooftwijk" gebouwd.

7. Bij het zien van deze foto van 1915 komt wellicht het emancipatie-streven van zovele vrouwen tegenwoordig u wat onbegrijpelijk voor. Hoe dan ook, in die jaren mochten ze volop delen in menig mannenberoep en dat is nog niet-eens zo heel lang geleden. Hier poseren acht van hen op de Nieuwe Plaats tijdens het voIzetten met "rauwe steen" van een van de binnendijkse steenovens. Het zijn, van links naar rechts: Ko Ternpelaar-Bakker, Han Bakker, getrouwd met Kees Penning, dan Bets Hordijk, die ook dienstbode was bij de familie 't Hooft en gehuwd met Arie Visser, Jaantje Hordijk, Pietje Hordijk, gehuwd met Jan 't Hart, Maaike Bakker, de vrouw van Wim Helmink, Neel den Boef en Willempje Bakker, gehuwd met Wim Vink. Het toezicht werd gehouden door Joan 't Hooft, de oudste van de twee directeuren.

8. Rechts op deze foto van omstreeks 1925 de oude buitensteenplaats, in 1913 door Arie Rijsdijk gekocht. Het lage deel van het woonhuis annex kantoor was in 1905 gebouwd door Joan 't Hooft voor zijn ongetrouwde tantes Neeltje en Elisabeth en zijn zuster Nees. Toen die drie in 1913 verhuisden, werd ook dit aan Arie Rijsdijk verkocht. De vierkante aanbouw werd in 1917 opgetrokken van ijsselsteen uit de afbraak van de veldoven. Het huis benedendijks was van veldwachter Gerrit Tameris en Maarten de Jong. Aan de overkant van de ingang van het Laantje het huis uit 1912 van Johannes Stolk, ."koopman alhier", in 1896 benoemd tot opsteker van de helft van aIle negenentwintig lantaarns die ons dorp toen rijk was. Ze moesten branden van half september tot half maart en van de derde avond na volle maan tot de avond voor 't eerste kwartier.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek