Hoenderloo in oude ansichten deel 2

Hoenderloo in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A. van Luttikhuizen - de Vries
Gemeente
:   Apeldoorn
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5720-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hoenderloo in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Hoenderloo - gemeente Apeldoorn/Ede

De tweede uitgave van "Hoenderloo in oude ansichten" heeft heel wat speurwerk in albums en doosjes met foto's gekost. Ons kleine dorpje, dat voor 1940 heel weinig huizen en families kende, levert niet zo vee 1 materiaal en er is al veel gepubliceerd. Verhalen om boeken mee te vullen zijn er te over, maar in dit werkje moeten de verhalen worden begeleid door beeldmateriaal. Met behulp van velen zijn er toch weer 38 bladzijden volgekomen: interessant historisch materiaal.

Hier wil ik mijn hartelijke dank uitspreken aan iedereen die hielp met het invullen van de bladzijden in dit boekje. Zonder hen zouden ze blanco gebleven zijn.

Omdat vele Hoenderloo'ers in vroeger jaren eekklopten - sommige families zijn daardoor zelfs blijvend in Hoenderloo gevestigd - heb ik gezocht naar uitvoerige gegevens over het leerlooien.

Bijna iedereen van de ouderen die men spreekt heeft vroeger geld verdiend met eekkloppen voor de leerlooierijen. Niemand kon me vertellen hoe daar precies mee gewerkt werd. Via een tip van de directeur van het lederen schoenenmuseum in Waalwijk heb ik in Dippoldiswalde, een klein plaatsje in Duitsland bij de Tsjechische grens, gegevens uit het Looimuseum gekregen. Het lijkt me interessant om daar wat van te vermelden.

Ouwe looimethoden

Het looiproces heeft het conserveren van dierlijke huiden met behoud van oorspronkelijke eigenschappen ten doel. Niet behandelde huid wordt door het drogen hard. In vochtige toe stand bederft en ontbindt het snel, bij koken lost het op en valt uit elkaar. Gelooide huid behoudt haar soepelheid, haar grote ongevoeligheid voor water en lost zich, ook bij koken, pas na lange tijd op. Bij het looien nemen de huidvezels de looistof van de looimiddelen zo op, dat ze zich niet meer, of althans zeer moeilijk, uit het leer laten verwijderen. Door de opname van de looistof krijgt de kale huid de gewenste eigenschappen en verandert in leer. De gedetailleerde chemische en natuurkundige bewerking die zich bij het looiproces tussen de vezelopbouw van de kale huid en de looistof afspeelt, is gecompliceerd. Natuurlijke en kunstmatige middelen die looistof bevatten zijn looimiddelen. Men onderscheidt plantaardige, minerale en chemische looimiddelen. Gedroogde en gemalen eike- en sparreschors zijn inheemse grondstoffen en behoorden tot de belangrijkste grondstoffen. Eikeschors werd in het eikehakhout gebied gewonnen. In Hoenderloo en omgeving waren daarvan uitgestrekte velden. De stammen konden na een bepaalde tijd geklopt worden. Bij een 18-jarige periode waren er 18 tijden van bepoting nodig om

ieder jaar te kunnen oogsten. Vroegere eekkloppers vertelden me dat hier in de omgeving gebruik werd gemaakt van eikenopschot. De dicht opeen groeiende opschottakken waren na een bepaald aantal jaren kloprijp. Ze werden dan afgehakt en op stapels gelegd. Naast zo'n stapel werd een gat gegraven voor de benen. Men ging op de rand van het gat op een ouwe zak of iets dergelijks zitten. Voor zich legde men een grote zwerfkei met een plat gedeelte. Daarop kwam een tak en met de eekhamer klopte men de bast los en stroopte hem eraf. De ontschilde takken werden in bosjes gebonden, die gingen naar de bakkers om de ovens te stoken. Dikke ondereinden ervan werden wei in bossen naar worst- en spekrokerijen gebracht.

De bast ging dus naar de leerlooierijen. Het juiste drogen daarvan was erg belangrijk. De vers geschilde bast bevatte 50-60 % water, de gedroogde nog 14-15 %. Het looistofgehalte van de inlandse eikeschors was tussen de 7 en 12 procent. Bij eikehout met een 18-jarige groeitijd kon men per hectare op een gemiddelde opbrengst van 300 kg. gedroogde bast rekenen. Daaruit kwam ongeveer 30 kg. schone looistof. Voor het produceren van 50 kilo gelooid leer waren 200 tot 250 kg. gedroogde bast nodig, dat was dus de opbrengst van een kleine ha.

De plantaardige looistof moest voor het gebruik met water vermengd worden. Men deed dit door heet water toe te voegen, waardoor looibroei ontstond, waarin de kale huiden gelegd- of gehangen konden worden; gelegd in putten die in de vloer van de fabriek waren aangebracht, of gehangen in grote stenen bakken. Het looiproces veroorzaakte een afschuwelijke stank.

1. Jacob (Jouk) van Ark en Evertje Barten trouwden op 8 mei 1886. Ze gingen wonen in een plaggenhut aan een heipad dat toen nog geen naam had. Het was nabij de plaats waar nu de woning van de schrijver Den Doolaard, Miggelenbergweg 51, zich bevindt. Zij kregen vele kinderen en zij behoren tot de families die het dorp Hoender100 groot hebben gemaakt.

Jouk verdiende de kost met alles wat zijn handen von den te doen. In het hout, met hei snijden en, niet te vergeten, met stropen. Hij was een buitengewoon opgeruimd mens, moppen tappen en streken uithalen waren hem op het lijf geschreven. Zijn vrouw genoot daarvan. AIs hij op de akker aan het werk was, was ze bij hem, samen hoorde men hen lachen.

Een geliefde bezigheid van hem was om vanachter de heg nietsvermoedende voorbijgangers de stuipen op het lijf te jagen met angstaanjagende kreten.

Op de foto poseren deze levenskunstenaars voor hun latere, echte woning.

2. Bart Dolman, geboren in 1863, en zijn vrouw Hester Gerritsen, die in 1856 haar eerste kreetjes slaakte. Hun kleindochter Aardje Bloem-Freriks vertelde over haar grootouders van moeders kant.

Ze kregen zeven kinderen. Bart voorzag in hun levensonderhoud met de houthandel en hei snijden. Hij was zeer vroom en ging veel naar de kerk.

Zij bouwden het huis - nu Krimweg 81 - dat nog een sieraad in het dorp is. (Zie foto nr. 27.)

3. Gerrit Freriks en Berendina Dolman bij een van hun huwelijksjubilea. Twaalf kinderen droegen zij bij aan de bevolking van Hoenderloo.

Zij woonden boven aan de Miggelenbergweg, de eerste tien jaren in een houten woning. De hele omgeving bestond uit heidevelden. Bijen houden was een van de activiteiten. Ze waren bijenhouder op grote schaal. Honderd korven sierden op een zeker moment hun erf.

Als de nijvere beestjes de honing aan het vergaren waren, voelden ze het als er een onweersbui in aantocht was. Zelfs wanneer er nog geen wolkje te bekennen was, vlogen ze als op bevel gelijktijdig naar hun korven. Een wolk van bijen verduisterde dan de zan voor de mensen die in de omgeving van Freriks' huis waren, ze moesten zich bukken om er onderdoor te komen.

Gerrit Freriks was ook "bijenboer" bij het landgoed Deelerwoud.

4. Rik Bloem, geboren op 4 september 1867, en Jacoba Essenstam, geboren op 2 februari 1878, trouwden in 1895. Deze foto is genom en ter gelegenheid van Jacoba's aanneming tot lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Dominee Ruys, tussen 1913 en 1920 predikant te Hoenderloo, was zeer begaan met het leven van de mensen in de kleine Hoenderloose gemeenschap. Naast strever voor betere materiele voorzieningen was hij ook een ijverig brenger van het evangelie. Hij wist Jacoba te overtuigen zich te laten aannemen.

Voor de plechtigheid moest er een mooie feestjurk worden aangeschaft. Een koopman uit Arnhem kwam die leveren en maakte meteen de foto. Om het geheel wat op te fleuren plukte zij een takje van de vlierstruik die tot achtergrond diende. Haar mooie hand, die toen al zoveel werk had verzet, legde de jonge vrouw vol vertrouwen op de schouder van de vader van haar vele kinderen.

Zij hielp dikwijls bij geboorten. Haar moeder was vroedvrouw in het dorp; niet gediplomeerd, maar door ervaring "wijs" geworden, was ze bij geboorten behulpzaam.

Jacoba kon geweldig vertellen, zij was zeer gericht op de belevenissen van haar dorpsgenoten. Haar man deed in vertelkunst niet voor haar onder, een gave die de dus dubbel bedeelde kinderen uitdroegen en uitdragen.

Een van die verhalen: 1890 schreef geschiedenis door een afschuwelijk lange en strenge winter. In Hoenderloo waren de inwoners de hongerdood nabij. Er viel nergens wat mee te verdienen. Hout en hei lagen bedolven onder een dikke laag hard bevroren sneeuw. De hazen liepen als uitgemergelde scharminkels over de sneeuwkorst op zoek naar voedse!. Ze waren zo te pakken, maar het loon de niet de moeite. Uitsluitend vel en botten brachten ook geen uitkomst. De vader van Rik, Geurt Blom (door een onzorgvuldigheid als BJorn in het geboorteregister ingeschreven), span de de os voor de kar en reed naar Loenen. De gemeente had midden over de sneeuwlaag waaronder zich de verbindingswegen bevonden, split gestrooid, opdat paarden en voetgangers bij het lopen enig houvast hadden. In Loenen bij bakker Koekoek wist Geurt een kar met roggebrood te bepleiten. Betaald zou er worden met takkebossen, overblijvend na het eekkloppen.

Aan het verhaal werd nog toegevoegd dat de heer Staf opkoper was van vee I eek. De vader van de latere minister van Defensie jaagde ook op de Hoge Veluwe, waar hij eens met zijn geweer viel. Door dit onbeduidende voorval spreekt men op die plek nog van de Bosjes van Staf.

5. Het gouden huwelijksfeest van Rik Bloem en Jacoba Essenstam. Op de bovenste rij hun negen zonen. Van links naar rechts: Hens, Tinus, Rik, Bertus, Willem (Jan Willem), Jan (Jan Frederik), Jaap, Gaart en schoonzoon Gerrit Langebach. V66r hem de negende zoon, Geurt.

Naast vader staat dochter Wilhelmina, naast moeder dochter Marie.

De vrouwen die de jongens veroverden zijn, van links naar rechts: 1 Berendje van Ark, vrouw van Tinus; 2 Ria Hoed, vrouw van Hens; 3 Susanne v.d. Brink, vrouwvan Rik; 4 Aardje Freriks, vrouwvan Willem (Jan Willem); 5 Mink Hartkoorn, vrouw van Gerrit; 6 Coba Hietbrink, vrouw van Bertus; 7 Riek van Buren, vrouw van Jan (Jan Frederik); 8 Sophia Busser, vrouw van Geurt; en 9 Gerrie van Loenen, vrouw van Jaap.

Op de achtergrond kijken tante Trien en Willempje toe.

Rik en Willem trouwden op dezelfde dag op het gemeentehuis in Apeldoorn. "Niet in de kerk", gniffelen ze , "want we moesten trouwen." Ongeveer drie maanden later werden ze op dezelfde dag en nagenoeg op hetzelfde uur vader van een zoon, die ze Rik noemden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek