Hoornaar in oude ansichten deel 1

Hoornaar in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A. Horden
Gemeente
:   Giessenlanden
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4200-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hoornaar in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In vervolg op "Noordeloos, Hoornaar en Hoogblokland in oude ansichten", is het mij een genoegen u thans te mogen aanbieden een boekje, dat geheel aan Hoornaar is gewijd, Hoewel in eerder genoernd boekje een aantal prenten is opgenomen, dat zeker ook in dit tweede boekje had moe ten worden opgenomen, ben ik toch van mening om met geheel nieuw, dat wil zeggen oud materiaal voor de dag te moe ten komen. Het Hoornaar van nu verschilt heel wat met het Hoornaar van zo'n vijftig jaren geleden. Wat mij iedere keer treft wanneer ik door Hoornaar rijd, komende vanuit de richting van de Wittebrug, tot de Hoge- en Lage Giessen, is de zo kale dorpsweg. In vroeger tijden moet het een lust zijn geweest om het gehele dorp door te wandelen. De dorpsweg beplant met vele bomen, waarin de vogels hun hoogste lied zongen. Helaas zijn er geen bomen en dus ook geen vogels meer. Rest alleen nog het "welvaartsblik" waarmede wij ons zo snel mogelijk verplaatsen. Zou het nu niet mogelijk zijn om wat meer groen aan te brengen aan onze dorpsweg?

Hoornaar grenst in het no orden via de vaart of de vort aan Noordeloos. Westwaarts gaande vormt het veenriviertje de Giessen de natuurlijke grens tot aan de Appelmansheul. Wij vervolgen nu de Voordijk in de richting Schelluinen tot aan het punt waar de tweede molen heeft gestaan. Daar gaan wij oostwaarts: eerst krijgen wij dan de Reesloot, kruisen de nieuwe weg, die van de Lage Giessen naar Schelluinen loopt en volgen de Kloverseweg ook wel Kloorseweg of Kloosterweg genoemd. Bij het huis van Bart Jan Vonk gekomen gaan wij de Groeneweg zuidwaarts en volgen

dan de ruilverkavelingsweg richting Hoogblokland. De oostgrens van Hoornaar loopt via de reigersvliet en deze zoekt in het noorden verbinding met de Kramme Giessen.

Molens heeft Hoornaar verschillende gehad. Waar hebben die dan wel gestaan zult u zich afvragen, Welnu op de Oudendijk stonden vroeger twee molens, de grote en de kleine molen. In de kleine molen woonde Gijs de Vries en in de grote molen woonde Gijs Slomp. De volgende molen staat op de Oudendijk in de polder Lutjeswaard. De laatste molenaar van deze molen was Aai van Wiik. Hij heeft de molen veertig jaren lang laten draaien en wel van 1929 tot 1969. Deze molen was tevens baakmolen. Hij gaf aan wanneer andere molenaars in de omgeving moesten stoppen met malen wanneer een bepaalde waterstand dit nodig maakte. De volgende molen was de Essemolen. Deze werd reeds in 1897 gesloopt. Hij sloeg zijn water uit op de Voorgiessen. De volgende molen in de rij was de Wielmolen. Bij het bouwen van een nieuw gemaal is de Wielmolen afgebrand door het overspringen van een vonk van een heikar; dit gebeurde in 1931. Deze molen werd bemalen door Goof Slob, beter bekend onder de naam Gooffie van het End. Hij woonde vroeger namelijk aan het einde van een zeer lange Stigt in de "Lee Giessen". Vervolgens noemen wij de Scheiwijkse molen, deze staat aan de oostzijde van de Schelluinsevliet, circa 500 meter ten zuiden van de Giessen vlakbij de Appelmansheul. De laatste molenaar van de molen was Korstiaan Verschoor. Ongeveer honderd meter ten zuiden van de Scheiwijkse molen stond de Nieuwe- of Windasmolen, ook

wel genoemd de Seinmolen. Deze molen is in 1937 afgebroken. De laatste molenaar was Kees van de Griend.

Heel, heel lang geleden zou het riviertje de Linge door Blokland en Hoornaar hebben gelopen om zich bij Giessendam in de Merwede te ontlasten, aldus zeer oude kroniekschrijvers. Waar de Linge uitmondde in de Giessen lag een dam, de Hornedamme ofte wel Hoornaarsdam. Op deze p1aats kwamen handelaars bijeen en hieraan zou Hoornaar zijn ontstaan te danken hebben. Wat is nu waar en waar vinden wij zekerheid? Op een andere p1aats lezen wij dat in het jaar 642 Jan van Arke1 hier een kerk stichtte. Deze werd door de Noormannen vernield doch in het jaar 694 herbouwd. De Enge1se bisschop Wig bert heeft de kerk to en ingewijd en men gaf haar de naam van de Heilige Dionysius. De grote H. Willebrordus heeft in Hoornaar nog gepreekt. In het begin van de elfde eeuw herstelde Folpert van Arkel deze kerk opnieuw en omringde haar met een dorp. Het begin van een nederzetting. In het jaar 1481 lezen wij van de grote historic us Dodt van Flensburg: .

doe soe wart Hoernaer ghebornt van die van Leerdam ende besloghen dat kerkhof, mer die ghebur, die hielden die kerck mit macht, ende geschiede op die oct. van alre Kynder dach.

Het orgel in de Hoornaarse kerk werd in 1496 gemaakt, de kosten bedroegen 18 Rhein1andse guldens. Zaterdag 9 april 1513 zijn Ge1derse troepen van Bomme1 gekomen met platte schepen door de Merwede en hebben zij de "Leech Ghysen" verbrand. In het jaar 1555 op Sinte Gregoriusdag wordt de geve1

van de oude kerk afgebroken en op 29 maart wordt het fundament voor de nieuwe toren gemaakt. Op woensdag 3 april wordt de eerste steen ge1egd door Dionys Adriaensz. van Muij1wijck, die toen vijftien jaar was.

Het noordelijkste gedeelte van Hoornaar is hoog en zandig en daardoor heeft het evena1s de kerk en het kerkhof bij overstromingen meermalen een wijkp1aats geboden aan mensen en vee. In de winter van 1572-1573, tijdens de Spaanse oorlog, waren de dijken om strategische redenen doorgestoken. Het water stond rondom de Hoornaarse kerk zo hoog, dat prins Willem een volle dig uitgerust oorlogsschip v1ak langs de kerkmuur van Hoornaar kon 1aten varen.

In 1842 is de grote kruiskerk, die hier vroeger stond, door toenemend verval ingekort en in een fraai kerkgebouw veranderd. Dit voor wat de kerk en haar omgeving betreft. Hennep ofte wel kennip zoa1s men hier placht te zeggen, konden ze in Hoornaar verbouwen. Zo meldt een krant, dat op de markte in Gorcom, in het jaar 1843, door Hoornaarse bouwlieden in de zomer een monster hennep werd getoond, dat in zeventig dagen was getee1d. Wat voor die tijd een record was. Alvorens dit voorwoord te beeindigen wil ik de vo1gende families mijn dank betuigen voor de spontane medewerking en hulp mij gegeven bij het verzame1en van gegevens. Het zijn de families De Vries, J. Verspui, M. Slob, mevrouw De Koning-Rietveld, mevrouw Cuvelje, mevrouw Zonneve1d-Piek en mevrouw Ten Hennepe-Horde.

1. Wij willen onze rondgang door Hoornaar aanvangen bij de hervormde kerk. Reeds van verre is haar majestueuze toren zichtbaar. De kerk staat in een draaiing van de dorpsweg en heden ten dage wordt de buurtschap in de omgeving van de kerk nog "De Kerkendraai" genoemd. Op deze oude gravure kunnen wij nog duidelijk zien dat de Hoornaarse kerk een kruiskerk is geweest. Deze gravure bevindt zich te Brussel in het museum voor Schone Kunsten. Midden op het kerkdak stond een klein torentje waarin een klok hing. Links achter de kerk stond ook nog een huis. Eveneens aan de linkerkant zien wij nog een gedeelte van de twee wielen, die ontstaan zijn bij een doorbraak van de Oudendijk. De schuur met de bijbehorende voerbak moe ten we ongeveer zoeken op de plaats waar nu de slagerij van de familie Eikelenboom staat. Zo'n tweehonderd jaren geleden ging het leven er nogal gemoedelijk aan toe. Hetgeen blijkt uit de keuvelende landman en de vrouw. Even verderop zien wij een dergelijk tafereel.

&,-." <-

~.~~~

2. Ook in het jaar 1916 kende men reeds de spreuk, dat alles wat groeit en bloeit ons altijd weer boeit, Een fiets was to en nog een luxe en men liet dan ook geen gelegenheid voorbij gaan om er rnce te pronken. We staan hier bij de mum van de hervormde kerk. Van links naar rechts zien we achtereenvolgens staan: W. Wildschut; A. van Karssen; P. Boerman; W. de Klerk; J. Zaanen; darpsveldwachter Starn, hij was nodig om kruispunten vrij te maken voar de rijwielbrigade; J. de Vries; P. Vink; A. v. Wijk; J. Rietveld; J. Rozendaal; H. Bos; A. v.d. Koppel; G. Groen; A. Boerman; G. van Gent; S. Baron; A. Slomp; J. v.d. Koppel en M. Timmer. Men moest echter voor donker thuis zijn want de meeste fietsen waren nog niet voorzien van verlichting. Alleen J. Rietveld had een carbidlantaarn op zijn fiets. Hij kon dus rustig zijn rneisje thuisbrengen, zonder kans te lopen een bekeuring te krijgen.

'-

3. Op de Oudendijk stonden eertijds twee molens; zij werden de Beemdse molens genoemd. Men noemde ze ook weI de grate en de kleine molen. In de grate molen woonde Gijs Slomp. Deze molen werd in 1905 gesloopt en vervangen door een stoomgemaal. De kleine molen werd in 1927 gesloopt. In deze molen woonde Gijs de Vries met zijn vrouw Mijntje Hartkoorn. Daarvoor woonde Aai de Vries met zijn vrouw Zwaantje Rietveld in de molen; zij oefende het beroep van baker uit. Ook deze molen is thans vervangen door een gemaal. De molens stonden op de scheiding van de binnen- en buitenvaart. De buitenvaart staat weer in verbinding met de Giessen.

4. Op de hoek van de Dorpsweg en de Oudendijk. Aan de rechterkant woonde smid Moerkerken. Mevrouw De Ridder staat met haar dochtertje Ko uiterst rechts. Naast haar staat Jans van de Koppel. Het meisje met de fiets is Driek Baron. Links staat de tentwagen van bakker Vas de Groot. Zijn zoon Adriaan staat bij het hoofd van het paard. Het meisje met de paraplu is Jaantje Verspui. In het voorhuis links woonde Aai van Gent. Hij had een winkel in manufacturen; ook ging hij met een karretje de boer op om zijn ellewaren te verkopen. In het achterhuis woonde bakker Vas de Groot. In het volgende huis woonde ook een bakker, namelijk bakker Zorn. Op de achtergrond zien wij nog een wagen, overtrokken met een zeil. Deze is van een rondtrekkend koopman van bezems, man den, veegvarkens en andere huishoudelijke attributen, welke zo onmisbaar zijn bij het schoonhouden van een woning.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek