Kastelen en Landhuizen in Zuid-Holland in oude ansichten

Kastelen en Landhuizen in Zuid-Holland in oude ansichten

Auteur
:   A.I.J.M. Schellart
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0016-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en Landhuizen in Zuid-Holland in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Kenmerkend voor de ligging van kastelen en historische landhuizen is de structuur van het landschap. De tegenwoordige provincie Zuid-Holland is daarvan een duidelijk voorbeeld. We moeten ons de middeleeuwse situatie voorstellen om te kunnen zien waarom kastelen juist op dié plaatsen gebouwd zijn. We moeten ons denken in de behoeften en wensen van de achttiende- en negentiende-eeuwers om te weten wààr ze zich vestigden buiten de steden en waarom.

In de middeleeuwen was deze provincie een deel van het graafschap Holland, en wel het voornaamste deel. Kastelen ontstonden in bewoonbare gebieden en dat was de geestgrond achter de duinenrij en de oever van de rivieren. Het tussenliggende land was laag en moerassig; hier kon de edelman niet wonen en leven van zijn grond. Want laten we niet vergeten, een kasteel was de woning van de adel, in geval van oorlog verdedigbaar en dus versterkt met muren, torens, een gracht en een valbrug! Daarom treffen we de kastelen aan in de strook van Den Haag tot ver in Kennemerland en voorts langs de Oude Rijn. Van invloed was ook de vestiging van het grafelijke hof in "die Haghe".

De historische landhuizen van later tijd, die niet meer de achtergrond hadden van de noodzaak tot bescherming tegen aanvallers, bouwde men om andere redenen. Voor een belangrijk deel waren gezonde lucht en droge grond voorwaarden. Zandgrond dus (de duinrand); ook hebben stedelingen zich altijd aangetrokken gevoeld tot een zomerverblijf aan het water (de Oude Rijn). Het gemakkelijk bereikbare speelde daarbij een rol. En tenslotte, plaatselijke machthebbers bouwden hun landhuis in hun rechtsgebied, in of bij de dorpen. Zelfs de mode was een factor: men groepte bij elkaar in een bepaalde streek "omdat het zo hoorde". "Buitenplaats" (Wassenaar) is wel de geëigende naam voor deze huizen met hun parkachtige omgeving.

Van de kastelen in Zuid-Holland zijn er weinig overgebleven. Een verklaring is mede hiervoor dat de adel "noblesse de robe" werd. Hij aanvaardde functies aan het grafelijke hof, dat in Den Haag was gevestigd. Men had daardoor behoefte aan een passende woning in de omgeving van het Binnenhof; zo ontstonden de vele fraaie huizen aan het Voorhout en de Vijverberg.

Men verbleef in de zomer wel op het platteland, maar beschouwde toch de heerlijkheid alleen als een bron van inkomsten. Het kasteel geraakte op de achtergrond, werd bewoond door de rentmeester en werd minder goed onderhouden. Verval volgde en in de achttiende en negentiende eeuw verdwenen er vele door sloop.

Landhuizen konden opgetrokken worden volgens de eisen en de smaak van de tijd. Soms bleven ze eeuwenlang bewoond en dus in goede staat gehouden. Bekend zijn twee voorbeelden van dergelijke vestigingen in de nabijheid van de stad. Constantijn Huygens, de raadpensionaris van de stadhouder prins Frederik Hendrik van Oranje, bouwde in het nabije Voorburg in 1639 een typische "tweede woning", een verschijnsel dat we in onze tijd goed kennen. Hij liet de bekende architect Pieter Post een klein huis ontwerpen, nog wel staande in een gracht (reminiscentie aan het versterkte huis uit de middeleeuwen) en noemde het heel karakteristiek "Hofwijck". Niet veel later - in 1652 - bouwde Jacob Cats, eveneens raadpensionaris, zijn weidse buitenplaats onder de rook van Den Haag om, nà zijn ontslag, te genieten van het rustige buitenleven. Ook hij koos een kenmerkende naam, "Sorghvliet". En dezelfde bouwmeester als die van "Hofwijck" werd aangezocht het ontwerp te maken.

De opvatting van de opdrachtgevers was echter geheel verschillend: "Hofwijck" was "een fles in een koelvat", zoals Huygens zelf zijn hoog opgetrokken huis noemde; "Sorghvliet" werd opgetrokken zonder verdieping, breed uitgestrekt in een ruim park.

De kastelen en buitenplaatsen hebben alle een geschiedenis. Daarnaast zijn er landhuizen en villa's, in de vorige eeuw gesticht, waarvan weinig te vertellen valt. Niet alle zijn door gebeurtenissen of het leven van de bewoners van belang. Maar ook zij bekoren door hun bouwen hun ligging in het landschap.

Door de opzet van deze reeks "in oude ansichten" wordt in zekere zin een beperkt beeld gegeven. We zien ze wals ze in het eerste kwart van deze eeuw zijn afgebeeld. Dit is boeiend omdat de opvattingen zo zeer verschillen van de onze. Ook geven ze soms een situatie weer, die niet meer bestaat.

1. Dit is het slot van 's-HEER-AARTSBERG niet. Na de sloping van het kasteel in 1910 werd deze boerderij op het terrein gebouwd. De slotgracht is gedeeltelijk bewaard gebleven. Het eerste kasteel uit 1320 was door heer Arend gebouwd. Het werd verwoest en in 1610 herbouwd.

2. ADEGEEST wordt in 1905 Adageest genoemd, maar met ene Ada heeft dit middeleeuwse huis niets te maken! Een boerderij bleef over na sloping van het kasteel en deze werd gespaard te midden van moderne bebouwing. Een deel van de gracht is nog aanwezig.

3. Van deze trotse burcht BATESTEIN van de heren van Vianen bleef te weinig over om een prentbriefkaart te maken. Daarom werd deze oude prent gereproduceerd. Alleen een poort en een ommuurde hof bleven bestaan. De grote toren werd gebouwd van het losgeld dat de heer van Vianen kon eisen van de Sieur de Saint-Pol en kreeg de verbasterde naam van "Simpol".

4. In Italianiserende stijl werd de villa BEUKENHORST in Wassenaar gebouwd. De lichtgele kleur van de bepleistering van de gevels is daarmee in overeenstemming. Het is wel plezierig dat de uitgever Trenkler zijn drukken dateerde, in dit geval op 1903.

5. Deze ansicht van het BINNENHOF is een tijdsbeeld. Niet zozeer doordat we het oudste gedeelte van dit grafelijke kasteel zien met de "Haagtoren" als wel door de tram, die juist door de Stadhouderspoort komt. De storende rails en bovenlijn zijn overigens verdwenen, maar het statige Binnenhof wordt nu ontsierd door geparkeerde auto's ...

6. Deze hoek van het BINNENHOF is het zogenaamde stadhouderlijke kwartier. In de hoektoren en de aangrenzende vleugels verbleef prins Maurits van Oranje. De hoge kap dekt de historische zaal, die gebruikt wordt voor de vergaderingen van de eerste kamer der statengeneraal.

7. De GEVANGENPOORT is de "voorhof van den hove". Aan deze zijde, de buitenzijde, siert het wapen van de Hollandse graven de gevel. Het torentje rechts is fantasie en is in de vorige eeuw gebouwd. Het behoort tot het huis, dat indertijd een theesalon bevatte. Ook links zien we een aanbouw van de sociëteit "de Besognekamer" . Deze is afgebroken toen het verkeer naast de poort werd geleid. De fotograaf heeft nagenoeg op de plaats gestaan van het schavot waarop Jan en Comelis de Witt werden vermoord in 1672.

8. Paulina Bisdom van Vliet stierf in 1923. In haar testament bepaalde zij dat in het negentiende-eeuwse huis niets mocht worden veranderd en dat het voor het publiek moest worden opengesteld. Daardoor is het mogelijk in het HUIS BISDOM VAN VLIET te Haastrecht van alles te zien uit "grootmoeders tijd". De foto is genomen vanuit de overtuin, door de straatweg van het huis gescheiden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek