Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het is niet moeilijk een tweede deeltje samen te stellen in de serie "Kastelen en Landhuizen in Gelderland". Zoals de auteur van het eerste deeltje al opmerkte, is er een dermate overweldigende hoeveelheid materiaal aanwezig, dat het maken van een keuze het moeilijkste is. De keuze was moeilijk; het aanwezige materiaal zou een derde deeltje nog wel mogelijk hebben gemaakt.

In dit boekje zijn veel minder bekende huizen opgenomen dan in het eerste deel, hetgeen meestal het geval is. Dit wil niet zeggen dat ze niet interessant zouden zijn. Het tegendeel is waar. Gelderland kende echter een aantal streken, dat van oudsher bij uitstek toeristengebied is geweest. Dit zijn vooral de Veluwezoom en het westelijk deel van de Achterhoek. De hier aanwezige kastelen en landhuizen zijn van alle zijden gefotografeerd en als ansicht uitgegeven, vaak in een mapje of als serie. Niet alleen de huizen, ook bijgebouwen of watermolens, park- of bosgezichten werden afgebeeld, doch deze werden niet in dit boekje opgenomen om de keuze nog niet moeilijker te maken dan hij al was.

Zesenzeventig huizen dus. Nog meer dan in het eerste deel valt hier op dat de bestemming van dergelijke huizen vooral in de laatste vijfentwintig jaar is gewijzigd. Logisch, want de latere landhuizen zijn nu eenmaal gemakkelijker te bestemmen voor andere doeleinden, dan de soms nog uit de middeleeuwen stammende en vaak omgrachte kastelen. Zo zijn er van de hier afgebeelde huizen nog slechts vierendertig particulier bewoond, of hebben althans geen andere bestemming gekregen. Vijf werden raadhuis of kantoor, eveneens vijf klooster. Tien werden er ingericht tot verpleeghuis, drie tot school, twee tot restaurant en nog eens twee tot museum. Drie kregen er nog een andere bestemming, twee werden ruïne en niet minder dan elf werden inmiddels afgebroken. Gelukkig behoren de meeste hiervan niet tot belangrijkere huizen, doch het verdwijnen van de Swanenburg te Gendringen mag toch wel een verlies worden genoemd, hoewel het verdwijnen van een eenvoudig huis als Huize Loil ook te betreuren valt. Ook zijn er huizen die er nu mooier uitzien, dan toen ze werden gefotografeerd. We hoeven hier maar te denken aan Ammersoyen, Doornenburg en Hemen. Huizen die ten gevolge van de nieuwe bestemming op ongebreidelde wijze werden vergroot, kan Gelderland ook aanwijzen; Huissen en het Kervel zijn hiervan goede voorbeelden, hoewel het woord "goed" hier eigenlijk minder op zijn plaats is. Een ander bezwaar kan zijn dat - speciaal bij de verpleeghuizen - het tegenwoordige gebruik het bouwen van paviljoens in het park noodzakelijk maakte, zodat niet het huis, doch de omgeving nogal werd bedorven. Dit is onder meer het geval bij de Quasenbosch en de Wildbaan, terwijl bij de Beele het huis zelfs plaats moest maken voor dergelijke nieuwbouw.

Zoals u ziet zijn er problemen genoeg en het is helemaal niet zeker dat de nu nog bestaande huizen niet het risico zullen lopen, op een kwade dag te verdwijnen. Vooral de negentiende-eeuwse huizen lopen dat risico. Zij munten doorgaans niet uit op het gebied van stijlzuiverheid en zijn ook nog niet zo zeldzaam. De teksten werden voornamelijk samengesteld aan de hand van gedrukte bronnen. De ansichten en foto's zijn uit de collectie van de samensteller.

1. Het kasteel Ammersoyen, zo luidt de oorspronkelijke naam, dateert van omstreeks 1350, hoewel een miles de Ambersoye reeds in 1250 werd vermeld. Daarna was het kasteel bezit van de geslachten Van Herlaer (1280), Van Hoemen (1384), dan van de hertogen Willem I (na 1387) en Reinald IV van Gelre. Laatstgenoemde schonk Ammersoyen aan zijn bastaardzoon Willem van Wachtendonck. De Van Broeckhuysens kochten het in 1424 en het vererfde verder op de Van Arckels (1496), Van Lichtervelde's (1693), Van Vilsterens (1740), De Ribeaucourts (1792) en De Woelmonts. In 1874 werd het een clarissenklooster, waartoe de kapel van de foto werd aangebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het ten gevolge van de oorlogsschade door de kloosterzusters verlaten en in 1954 tot wasmachinefabriek ingericht. De Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen kocht het kasteel in 1957 en liet het restaureren. Het is thans gemeentehuis.

2. Oorspronkelijk bestonden naast elkaar de huizen Oudenampsen en Nieuwenampsen. Wo1ter van A`mpsen droeg Oudenampsen in 1339 op aan de graaf van Gelder en ontving het goed in leen terug. Nieuwenampsen bleef tot 1648 vrij allodiaal goed. Door huwelijk komt Ampsen in 1430 aan het geslacht Van Keppel en in 1539 wordt Joost Nagel eigenaar. Zijn nageslacht, het geslacht Van Nagell, zal het landgoed meer dan vier eeuwen in bezit hebben. De tegenwoordige eigenaresse is jonkvrouwe M.J. gravin Van Lynden van Sandenburg. De Spanjaarden verwoestten beide huizen in 1605. Nieuwenampsen is omstreeks 1620 herbouwd en werd tussen 1758 en 1784 gemoderniseerd en vergroot. Toen werd ook de rechtervleugel gebouwd. Een torentje werd in de twintigste eeuw aan de rechterzijde gebouwd. Oudenampsen is thans een tamelijk moderne boerderij, ten oosten van het kasteel gelegen en tot het landgoed behorende.

3. Babberich werd reeds in 1368 vermeld en in 1380 verkocht Mechtelt, hertogin van Gelre, het goed aan Ernst Mom, wiens nageslacht hier twee eeuwen zal blijven. Daarna kwam het in handen van de geslachten Van Zeiler (eind zestiende eeuw), Foppinga (zeventiende eeuw), Van der Hoevelick (1689), Von Rohe tot Elmpt (1731) en Van Diest (1759). Een Van Heerdt koopt Babberich als stroman voor de familie De Nerée, die sedert 1785 eigenaresse is. Op oude afbeeldingen vertoont het huis zich als een laatgotisch complex, doch het tegenwoordige huis werd met gebruikmaking van veel oud muurwerk in 1785 gebouwd. Babberich wordt ook wel Halsaf genoemd. Volgens een oude overlevering sneed een kordate dienstbode een aantal inbrekers het hoofd af bij een poging tot inbraak.

4. Herman van Meeckeren verkocht De Beele in 1594 aan Gijsbert van Wisch, echtgenoot van Thoma van Meeckeren. Thoma van Wisch, weduwe van Gijsbert van Brempt, verkocht het goed in 1609 aan Jacob Schimme1penninck van der Oye, Vervolgens kwam het aan Johan van Rijssen, wiens erven het in 1634 aan Henriek Sweersz verkochten. Hij deed het over aan Diderich van Lynden, in 1639. In 1657 overgegaan aan Gerrit Kreynck en vererfd op de Van Broeckhuysens. Mr. J.A. Bouricius kocht De Bee1e in 1792 om het goed in 1803 te verkopen aan de familie Sloet tot 01dhuys. Voor de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door de gouverneur-generaal jonkheer B.C. de Jonge. Het landgoed werd in 1949 verkocht aan de Stichting Het Hogeland. Er werd een jongenshuis in gevestigd. Het oude huis was een rechthoekig gebouw tussen Gelderse gevels, dat in de achttiende en negentiende eeuw grondig is verbouwd. Het werd in 1971 tot op de kelders afgebroken en vervangen door nieuwbouw.

5. Het huis te Bemmel werd in 1405 eigendom van Gerard van Doornick en ging in 1455 over aan de Van der Hoevelicks. In 1481 komt het pas aan het geslacht Van Bemmel, dat eigenaar blijft tot 1624, wanneer het aan de Van Gents overgaat. In 1664 keert het weer terug bij de Van Bemmels. Het goed behoort in 1700 aan de Van Randwijcks, in 1792 aan de Van Lyndens. In 1800 wordt de familie Van Schaayck eigenaresse en in 1840 wordt Nic. Aalbers bezitter van het goed. Sinds lang is Bemmel in het bezit van het geslacht Ratering Arntz. Het huis dateert gedeeltelijk nog van de zestiende eeuw, doch werd later uitgebreid. Naderhand werd het gedeeltelijk afgebroken en werden de grachten gedempt. De muren zijn gepleisterd en er is een moderne ingangspartij verrezen.

6. In de achttiende eeuw had de familie De Leeuw van Coolwijk hier een buitenverblijf. De Boekhorst werd in 1842 verkocht aan J.I. Brants, die het goed ruilde met zijn neef dr. W.C.H. Staring tegen enige delen van het landgoed Wildenborg te Vorden, waarvan hij het huis met naaste omgeving reeds bezat. Dr. Staring liet in 1845 het tegenwoordige huis bouwen bij het erve Hasselo ter vervanging van het oude, dat dichter bij de Berkel heeft gelegen. Omstreeks 1905 werd het goed aan de familie Thate verkocht; door hen in de jaren dertig verkocht aan de heer Bruil, die het op speculatie gekochte goed overdeed aan de heer Van Sandick. Vervolgens kwam het aan de familie Duyn en aan De Renkumsche Heide. De schuldeisers van laatstgenoemde speculatiemaatschappij lieten De Boekhorst in 1973 publiek veilen. Het huis is niet geheel onveranderd tot ons gekomen; de voorgevel kreeg een balkon, terwijl de zonnewijzer plaats moest maken voor een balkondeur.

7. De Bonenburg was in de zeventiende eeuw bezit van het geslacht Van Bonenburg genaamd Honstein, dat in 1633 het huis bouwde en de naamgever van het goed was. Reeds vijftig jaar later werd de bezitting verkocht aan Daniel Smout, daarna aan Gerhard Johan van Dalen. Achtereenvolgens vererfde De Bonenburg op de geslachten Van Uffelen (1719), Daendels (1723) en Op ten Noort (1739-1830). In de negentiende eeuw was de familie Van Regteren Altena eigenaresse. Omstreeks 1850 werd het oude huis zeer ingrijpend verbouwd en uitgebreid, waardoor het een overwegend negentiende-eeuws aanzien kreeg. De familie Van Regteren Altena verkocht het landgoed in 1953 aan de Stichting Het Geldersch Landschap, die het huis heeft doorverkocht, zodat huis en landgoed sindsdien zijn gescheiden.

8. Te Brakel vindt men een ruïne van een kasteel, daterende van de vijftiende eeuw, dat in 1672 door de Fransen is opgeblazen. Verder het zogenaamde nieuwe Huis te Brakel, dat in 1768 gebouwd en in 1811 werd verbouwd, en ten slotte het Spijker te Brakel, dat men op de ansicht afgebeeld ziet. Het gebouw is deels middeleeuws, deels zestiende-eeuws en werd in de vorige eeuw romantisch verbouwd. Heren van Brakell worden al in het midden van de dertiende eeuw genoemd. Het Spijker, waarschijnlijk de voorraadschuur en mogelijk poortgebouw tot het voorterrein, werd reeds in 1318 van het kasteel gescheiden. Omstreeks het jaar 1600 zou hier een commanderie van de ridders van St. Jan gevestigd zijn geweest. In 1828 kwam het kasteel van Brakel aan het geslacht Van Dam, dat in 1831 ook het Spijker aankocht en er thans nog eigenaar van is. Het park behoort sinds 1972 aan de Stichting Het Geldersch Landschap.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek