Kattendijke en Wilhelminadorp in grootmoeders tijd

Kattendijke en Wilhelminadorp in grootmoeders tijd

Auteur
:   L.J. Moerland
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5860-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kattendijke en Wilhelminadorp in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Kattendijke vormde samen met Wilhelminadorp tot 1970 een zelfstandige gemeente. In dat jaar kwam de herindeling en werden de twee dorpen gevoegd bij de gemeente Goes. De oude begrenzing van de gemeente was als voigt: in het noorden aan de Zandkreek en het Katse Gat, in het noordoosten aan de Oosterschelde, in het oosten aan Wemeldinge, in het zuiden aan Kapelle en in het westen aan Goes en Wolphaartsdijk.

In de begintijd bestond de gemeente uitsluitend uit het dorp Kattendijke, maar in 1812 kwam Wilhelminadorp erbij, want dat werd toen gesticht.

Laten wij eerst eens iets vertellen over de vroegste geschiedenis van Kattendijke. Belangrijk voor het dorp was de stormvloed van 1134. Met deze vloed kwam een heel groot gebied ten noorden van Kattendijke, Wemeldinge en Yerseke onder water te staan. Ten westen van Kattendijke drong een diepe kreek het bestaande land binnen. Ter hoogte van het tegenwoordige gehucht Monnikendijk splitste deze kreek zich in tweeen; de ene arm stroomde in oostelijke richting, de andere liep vanaf het gehucht zuidwaarts. Vol gens Dekker in zijn studie over Zuid-Beveland liep er voor 1134 een kustlijn noordelijk van Kattendijke en Wemeldinge naar Stavenisse. Deze kustlijn werd op verschillende plaatsen ingebroken, een voorbeeld hiervan is de hierboven beschreven kreek.

Na de overstroming van 1134 is men dit gebied opnieuw gaan bedijken. Zoals we nog later in het boek zullen zien, speelden de cistercienzerrnonniken van de abdij Ter Doest in Belgic hierin eenzeer belangrijke roJ. Zij waren het die de belangrijke dijk aanlegden, waardoor de Wijtvliet werd afgedamd. De heren van Maalstede, die in Kapelle resideerden maar toen ook ambachtsheren van Kattendijke waren, zullen waarschijnlijk deze monniken naar Kattendijke hebben gehaald. Ze schonken de geestelijken een omvangrijk bezit aan onroerend goed. Op 29 november 1189 werden de monniken door paus Clemens HI in hun bezittingen bevestigd en daar hoorde ook het gebied van Kattendijke bij. De monniken zijn tot 1629 op hun

bezittingen in Kattendijke gebleven. Daarna is de zogenaamde gangria (dit is een korenschuur, een opslagplaats voor het graan) afgebroken.

Het gebied van Kattendijke kwam in de twaalfde eeuw in handen van het geslacht van Kattendijke. In 1300 ging het gebied over naar het geslacht van Borssele. In 1360 werd het door huwelijk eigendom van het geslacht van Heenvliet. Vervolgens kwam het in handen van het geslacht van Tuyll van Serooskerke, om in 1612 over te gaan aan het geslacht Huyssen van Kattendijke, dat de ambachtsheerlijkheid aankocht.

Het plaatselijke bestuur bestond uit schout en schepenen, die door de ambachtsheer werden benoemd. De schout was de plaatsvervanger van de ambachtsheer en had als belangrijkste taak de rechtspraak in het ambacht. Daarnaast was hij belast met het innen van de grafelijke inkomsten in de arnbachtsheerlijkheid. Degenen die het land van de ambachtsheer pachtten, moesten het zogenaamde schot betalen, een belasting. De ambachtsheer op zijn beurt moest deze belasting dan weer afdragen aan de graaf. Dit waren de zogenaamde heerlijke rechten. Deze rechten werden met de komst van de Fransen in 1795 afgeschaft onder het motto "vrijheid, gelijkheid en broederschap", Schout en schepenen werden vervangen door de maire en de municipale raad,

Toen de Fransen in 1813 vertrokken en Nederland een koninkrijk werd, hers tel de men deze heerlijke rechten niet meer. De ambachtsheer, als die er nog was, kreeg nu een symbolische functie. Er kwam een college van schout en assessoren, later burgemeester en assessoren. In 1851 verviel deze gemeentelijke organisatie bij de inwerkingtreding van de gemeentewet. Men kreeg nu een gemeenteraad als hoofd van de gerneente, met een college van burgemeester en wethouders, die het dagelijks bestuur vormden. De wethouders werden gekozen door de gemeenteraad en de burgemeester werd door de kroon voor een periode van zes jaar benoemd. In het jaar 1970 verloor de gemeente Kattendijke haar zelfstandigheid en

werd bij de nieuwe gemeente Goes gevoegd.

Economisch gezien was het belangrijkste middel van bestaan voor Kattendijke, zeker in de laatste eeuwen, de landbouw. De bevolking bestond uit boeren, fruitkwekers en arbeiders. In de "Tegenwoordige Staat", een aardrijkskundig boek uit de zcventiende eeuw, wordt Kattendijke beschreven als een zeer klein dorp met een haventje bij her gehucht Wijtvliet, waarvandaan echter geen schepen meer varen. In deze tijd (1747) telt het dorp 23 huizen en een zeer klein inwoneraantal. Dit verandert in de volgende eeuwen nauwelijks. Kattendijke aIleen schommelt geregeld rond de 500 inwoners, met Wilhelminadorp erbij gerekend komt men tot ongeveer 1 000 inwoners. De kerk stamt oorspronkelijk uit de veertiende eeuw. De rnuren en het schip van de kerk zijn hiervan het enige overblijfsel. De achthoekige toren met peerbekroning dateert van 1640. De kerk is in de jaren 1954-1955 gerestaureerd. Hier komen we verderop in het boek nog op terug.

Tot 1809 bestond de gemeente Kattendijke aileen uit het dorp Kattendijke en omgeving. Wat er in 1809 gebeurde, gaan we nu zien.

Wilhelminapolder en Wilhelminadorp.

In 1809 werd het schorrengebied van Goenje, Hongersdijk en de Mosselbank, dat ten oosten van Wolphaartsdijk lag, geveild en verkocht in Amsterdam. Deze verkoop werd mede ingegeyen door de toestand van de haven van Goes. De verbinding met de Oosterschelde werd steeds moeilijker bevaarbaar en door de schorren van de Mosselbank wilde men een nieuwe haven en kanaal graven. AI in 1792 kreeg Goes toestemming om een dergelijk kanaal te graven. De overige schorren moesten echter eerst bedijkt worden en ook de kwestie van het eigendomsrecht moest worden opgelost. Door de Franse tijd kwam hier echter niets van terecht. Ook de hoogte van de bedijkingskosten hadden er mee te maken.

Maar in 1809 was het zover. Een aantal Rotterdamse kooplie-

den kocht de schorren en zorgde voor de bedijking. Nadat een aantal moeilijkheden was opgelost, kwam de Lodewijkspolder tot stand. De polder werd genoemd naar de broer van Napoleon Bonaparte, die op dat moment koning van Holland was. Na 1813 werd de polder omgedoopt in de Wilhelminapolder, geheten naar de echtgenote van koning Willem I, Frederica Louise Wilhelmina van Pruisen. De ontwikkeling en de bloei van de Wilhelminapolder konden nu echt beginnen.

De eerste bloeiperiode kwam tot stand onder de eerste directeur, G.J. van den Bosch, die het gebied uitbouwde tot een groot landbouwbedrijf. Er kwam een koren- en oliemolen, waarvan een foto in dit boek is opgenomen. En in 1812 werd de eerste aanzet gegeven voor wat later Wilhelminadorp zou worden. De bevolking groeide van 200 inwoners in 1820 tot 394 zielen in 1830. Hiervan woonden er 240 in het dorp. Een van de beroemdste inwoners was Frans Naeerbout, de bekende mensenredder. Hij was lantaarnopsteker en sluiswachter. In 1836 overleed Van den Bosch en zijnzoon Iman volgde hem op. Onder diens Ieiding werden allerlei nieuwe gewassen geintroduceerd en ook de schapenteelt kwam tot ontwikkeling. Onder hem werd de Wilhelminapolder het landbouwmodelbedrijf van Nederland. Ook het dorp werd steeds grater en in 1840 bouwde men een kerk, gevolgd door een weverij en een bewaarschool. Het dorp werd het verzorgingscentrum van de polder.

Veel dijkverzwaringswerkzaamheden moesten in de loop van de negentiende eeuw aan de polder worden uitgevoerd. In dit boekje wordt daarvan een beeld gegeven. In 1864 kwam er een andere directeur , narnelijk G.J. van den Bosch, de kleinzoon van de eerste directeur. Hij was de laatste Van den Bosch, die directeur was. In 1894 volgde H.A. Hanken, die de Wilhelminapolder de twintigste eeuw inloodste , hem op. Hanken voerde een aantal nieuwe ontwikkelingen in. Hij begon een paardenfokkerij en de rundveehouderij werd onder zijn leiding sterk uitgebreid.

In de twintigste eeuw kwam de mechanisatie tot stand, waarbij de Wilhelminapolder een voortrekkersrol vervulde. Vrachtwagen en tractor deden hun intrede. Ook de huizen in het dorp werden onder leiding van Hanken aangekocht en opgeknapt. Dit is vooral het geval met de "vlooienbuurt", die in de kom van het dorp te vinden is. De koren- en oliemolen werd aan het einde van de negentiende eeuw afgebroken. In 1920 sloot men Wilhelminapolder aan op het gas- en waterleidingnet, terwijl de aansluiting op het elektriciteitsnet in 1937 volgde.

Hanken gaf in 1936 zijn directeurschap op. De polder kwam toen onder leiding te staan van A. Minderhoud. Vooral de Tweede Wereldoorlog was voor de polder een zeer zware tijd, Ervond een aantal zeer grote dijkvallen plaats. Na de ramp van 1953 was de schuldenlast van de polder hemelhoog geworden en in 1948 werd hij calamiteus verklaard, wat betekende dat de aangrenzende polders mee moesten betalen aan het onderhoud van de Wilhelminapolder. Het woningen- en gebouwenbest and werd opgeknapt en.gemoderniseerd. De brug over het kanaal werd door oorlogsomstandigheden vernield en moest worden hersteld. De mechanisering werkte mee aan een flinke daling van het aantal arbeiders, van 330 voor de oorlog, tot 180 in 1956. De arbeiders die niet nodig waren, trokken weg, op zoek naar andere middelen van bestaan.

Na 1953 werd het Deltaplan ingevoerd, dat ook in de polder tot veranderingen leidde. De dijken moesten op deltahoogte worden gebracht en bij Katseveer kwam de Zandkreekdam, die Noord- en Zuid-Beveland met elkaar verbond. In 1957 werd A. Minderhoud opgevolgd door zijn zoon ir. J. Minderhoud. Thans wordt de maatschap De Wilhelminapolder geleid door een bestuur van vier personen; de dagelijkse leiding is nog steeds in handen van de directeur. De maatschap exploiteert op het ogenblik 1 465 hectare akkerbouwgrond, 45 hectare boomgaard en verder weilanden en bosbeplantingen. De voornaamste gewassen zijngranen, bieten, aardappelen en lucerne. Het enige monument dat Wilhelminapolder bezit is de her-

vormde kerk. Een beschrijving en het ontstaan hiervan vindt men verderop in het boek. Ook het Proefstation voor de Fruitteelt komt aan de orde.

De toto's in dit boek zijn allemaal afkomstig uit de Historisch Topografische Atlas van de Gemeente Goes. Voor aanvullingen houd ik mij aanbevolen.

Voor de inleiding en de beschrijving bij de foto's is van de volgende literatuur en bronnen gebruik gemaakt:

Dekker, dr. C.; Zuid-Beveland, De historisehe geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de middeleeuwen, uitg. Krabbendijke , 1982.

Eneyclopedie van Zeeland, deell tim 3, uitg. Middelburg 1984, 1986.

Onderzoek naar Zeeuwse burgemeesters 1850-1855, deel 3, Noord- en Zuid-Beveland, uitg. Middelburg 1993.

Moerland, L.J., 1nventaris van de arehieven van de gemeente Kauendijke, 1768-1969, Goese Inventarissen, nr. 10, uitg. Goes, 1991.

Poel, dr. J.M.G. van der, De Wilhelminapolder, 1809-1959, uitg. Wageningen, 1959.

Mens en Zee en Land, uitgave van de Stichting het Zeeuwse Landschap te Heinkenszand, uitg. Goes 1986.

Winkelen, C. van, Kattendijke in oude ansichten, uitg. Zaltbommel,1979.

Winkelen, C. van, Wilhelminapolder in oude ansiehten, uitg.

Zaltbommel,1979.

Zeeland, Tijdsehrift van het Koninklijk Zeeuwseh Genootsehap der Wetensehappen, jaargang 2, nummer 3, september 1993.

L.J. Moerland

1. Wij beginnen dit fotoboekje met een afbeelding van het wapen van de gemeente Kattendijke. Het is een in zilver uitgevoerde dwarsbalk van azuur, met over het totaal een Sint Andreaskruis, geblokt met acht stukken van keel (rood) en vijf van goud. De geschiedenis ervan zou onbekend zijn, maar men gaat ervan uit dat het het wapen is van de familie Van Kattendijke. Dat werd in 1279 al gevoerd door ene Floris van Kattendijke. Het werd in 1817 bij Koninklijk Besluit vastgesteld.

De oorsprong van het wapen wil natuurlijk niet zeggen dat er voor de elfde of twaalfde eeuw geen bewoning in Kattendijke is geweest. In het dorp zijn er al sporen uit de Romeinse tijd aangetroffen.

Over de naam Kattendijke nag even het volgende. Het dorp dat nu Kattendijke heet , had vroeger helemaal geen naam. Uit de overlevering weten we dat er in de dorpsherberg onder het genot van menige pint hevig vergaderd is over een naam voor het dorp. Het leidde soms tot heftige discussies, waarbij handgemeen niet werd geschuwd. Daar kwam nag bij dat het op zekere dag in de herberg verschrikkelijk warm was. Toen kwam een van de aanwezigen op het lumineuze idee om de kachel achteruit te plaatsen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar het bleef warm. De huiskat kreeg het zo warm, dat ze naar de deur ijlde en ervan doorging. Ze rende de dijk op. Toen een van de aanwezigen dat zag, riep hij uit: "Nou weet ik een naam voor het dorp, Kattendijke zal het zijn." Of dit zo echt gebeurd is, vermeldt de historie niet, maar een mooi verhaal is het weI.

2. Vervolgens zien we hier een plattegrond van Kattendijke en Wilhelminadorp uit 1867. Deze kaart is getekend door J. Kuiper en uitgegeven door Hugo Suringar te Leeuwarden.

Kuiper heeft in deze tijd van elke gemeente in Nederland een kaart getekend en deze samengebracht in de gemeenteatlas van Nederland. Elk detail wordt door Kuiper op deze kaart aangegeven. Zelfs het Monnikenhof, waar we later in het boek nog op terugkomen, wordt door hem vermeld.

In de Wilhelminapolder worden de verschillende grote boerderijen genoemd, zoals het huis Goenje. Onder aan de kaart zien we vermeld dat Kattendijke en Wilhelminadorp in deze tijd 940 inwoners telden en 2 070 bunder groot waren. De twee sluizen, die op het kaartje worden aangegeven bij Kattendijke, zijn nu allang verdwenen.

Bij het kanaal naar het Goese Sas staat dat het in 1809 is gegraven en in 1817 werd geopend. Dat heeft alles te maken met de grote problemen rond de sluis bij het Sas. Deze voldeed eerst helemaal niet. Op een gegeven moment sloot men het kanaal zelfs af. Pas in 1817 waren aIle aanloopproblemen achter de rug.

PltOYlSClE ZEEL.-0iD.

GE)lEE~TE KATTEXDI.JKE c.a,

D

So:lu:uu'Y;u;'l.J: &0000.

_______ ???? :1 ??. o ??.? 7 ?? ()""C""d(',r.I'. _9_~_tJ_!_",_"_,,,~,,_-.-. _

3. Hier zien we een luchtfoto van Kattendijke uit ongeveer 1960. Wij komen op deze foto het dorp uit de richting van Kapelle binnen en men kan zien dat het eigenlijk een langgerekte straat is, met de kerk in het midden van het dorp.

Linksboven ziet men het natuurgebied "De Dee" en de Kattendijkse Dijk, die naar Goes leidt.

Van een camping bij Kattendijke is helemaal nog geen sprake. Het massatoerisme heeft nog niet toegeslagen. Heel het dorp ademt nog vrede en rust uit. Ook zijn er hele stukken land, die op deze foto nog onbebouwd zijn, in een later stadium ten prooi gevallen aan de nieuwbouw.

4. Op deze foto zien we het haventje van Kattendijke in de winter van 1947. Dit haventje bevindt zich aan de Kattendijkse Dijk.

Zoals men ziet was het toen een zeer strenge winter, want haventje en Oosterschelde zijn helemaal dichtgevroren. Het haventje bestaat nog steeds, maar is nu helemaal drooggevallen en wordt door de vissers gebruikt als plaats waar vanaf de kant kan worden gevist. In de jaren tachtig zijn er nog plannen geweest om ter plaatse een restaurant te vestigen. Daarvan is niets terechtgekomen.

Het haventje deed vooral dienst als landbouw- en als vluchthaventje.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek