Kent u ze nog... de Amersfoortse Keietrekkers

Kent u ze nog... de Amersfoortse Keietrekkers

Auteur
:   J.D.H. van der Neut, Th. Hendriksen en C.J. Diesveld
Gemeente
:   Amersfoort
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0484-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Amersfoortse Keietrekkers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Al duizenden jaren liggen er grote en kleine keien rond de plaats, waar twaalf eeuwen geleden Amersfoort in de wieg werd gelegd. Eeuwenlang zullen de bewoners van de gouw Fléhite wel eens privé een kei hebben moeten trekken, maar de naam "keietrekker" werd pas een blijvende naam ná 6 juni 1661, toen de - vanwege zijn vrouw Agatha Schaap van Dam - ineens rijk geworden Utrechter Everard Meyster het in zijn hoofd kreeg, bij wijze van Weddenschap onder vrinden, door de poorters van Amersfoort de "grote Keeselsteen" van de heide halverwege Soesterberg naar Amersfoort te doen trekken, alleen met "menschen-handen" en in optocht met banieren, trompetters, koetsen, wapens, paarden... en een kar met "bier ende kraeckelingen voir dese manhafte Keyetreckers .. "

Dertien jaar lang prijkte de kei op een voetstuk op de Varkensmarkt, waar hij in 1674 werd begraven, om in 1903 op initiatief van "Fléhite" wederom bovengronds te komen en andermaal in optocht getrokken te worden ... nu naar het Plantsoen West bij de Utrechtsebrug. Later hebben de Amersfoorters nog meerdere malen hun "Kei" getrokken, onder anderen in 1932 van Plantsoen West naar Plantsoen Zuid, met uitreiking van getuigschriften aan de keietrekkers. Langzamerhand is de naam Keietrekker een algemene naam geworden, zelfs voor inwoners, die niet in de Keistad waren geboren. In totaal zijn er nu ongeveer 80.000 inwoners; in 1940 ruim 40.000, in 1903 amper 20.000, in 1880 ruim 13.000 en in 1661 nog geen 6.000.

Toch kennen we uit die vroegere tijden nog aardig wat Keietrekkers, die plaatselijk, regionaal of landelijk wat betekenden of die in de stamboom van echte Keietrekkersfamilies voorkomen, zoals Van Bemmel, Rootselaar, Van Goudoever, Methorst, Wouter van Blokland, enzovoort. De negentiende eeuw ligt wat dichter bij ons, zodat hieruit meer namen in ons geheugen zijn blijven hangen, vooral bij diegenen die zich daadwerkelijk interesseren voor de historie van Amersfoort. Van de bekende burgers tussen 1880 en 1940 staan ons nog velen voor de geest. En als we van alle Keietrekkers die toen om een of andere reden enige bekendheid kregen, eens één foto kregen, dan zouden we er stellig minstens tien boekjes bij moeten maken. Maar ... gelukkig ... er zijn na 1880 weinig foto's gemaakt en nog minder bewaard. Daar komt nog bij, dat de meeste foto's op de achterzijde niet beschreven zijn met naam, plaats of jaar. In de prachtige herdenkingsalbums met zeer veel mooie herinneringsfoto's van vele honderden Keietrekkers vinden we geen enkele vermelding van wie? wat? waar? wanneer? Gelukkig is met de medewerking van enkele burgers, van de archivarissen en diverse andere functionarissen van stad en museum nu toch - vaak met grote moeite - een aantal bruikbare foto's geïdentificeerd, bestudeerd en in 't kort beschreven. We hopen dat de huidige Keietrekkers aan het resultaat enig genoegen zullen beleven bij het zien en het lezen, en dat bij hen dan zelfs nog meer herinneringen naar boven zullen komen uit die "goede oude tijd".

Het echt beleven, door kijkers en lezers, van de Keietrekkerstijd 1880-1940 was ons doel... Veel genoegen! En hartelijk dank aan allen die ons hielpen.

1. Alle Amersfoorters toonden zich in 1903 echte Keietrekkers. De Varkensmarkt was alle dagen vol belangstellenden. Op deze foto uit het bekende .Keieboekje 1932" van dr. J.F.B. van Hasselt zien we natuurlijk "Spekkie", alias Hendrik de Goede, geboren in 1851, vooraan in het midden. Hij was tijdens zijn werkzaamheden voor Wiltons Gasbedrijf in Amersfoort reeds eerder op de kei gestuit, zoals hij later de keicommissie die plek kon aanwijzen. Bij alle latere keitrekkerijen was "Spekkie" dan ook steeds de eerste persoon, zelfs in 1932 toen hij eenentachtig jaar was.

Verder zien we op deze foto veel echte Keietrekkers. Kent u ze nog? Geheel rechts, met zijn handen in zijn jaszak, huisschilder H. van de Pijpekamp, geboren in 1879. Hij woonde Kroontjesmolen 6, en was onder andere voorlezer en -zanger in de St.-Joriskerk. Naast hem staat notaris Johannes Knoppers, toen nog wonende in het St-Jorishuis aan de Weverssingel; hij was secretaris-penningmeester van meerdere stichtingen en organisaties. Tussen de notaris en "Spekkie" zit het vijfjarig zoontje van de koster van de St-Joriskerk, de kleine Gerrit Adriaans, geboren op 15 februari 1898 en overleden te Amersfoort op 3 december 1971. Hij zou later één van de schilderachtigste Keietrekkers worden met grote verdiensten op cultureel gebied: voorzitter van het Amersfoorts Kunstenaars Genootschap, lid van de provinciale welstandscommissie, lid van de gemeentelijke monumentencommissie, voorzitter van het Museum Fléhite, Deze echte Keietrekker - de laatste die werkelijk in de kerk geboren is, namelijk aan de Groenmarktzijde van de St. Joris in de vroegere librije - werd later lid van de vrijmetselaarsloge "Jacob van Campen" alhier, welke hem ook alle eer gaf bij zijn uitvaart op Rusthof.

Achteraan, in het midden van de Langestraat, met baard, snor en zwarte hoed; staat de bekende Johan Ruitenberg van de Weverssingel. Het getuigschrift van gediplomeerd keietrekker werd op 23 april 1932 door het bestuur van de V.V.V. uitgereikt ter gelegenheid van de verplaatsing van de Amersfoortse kei van de Utrechtse Poort naar de Arnhemse Poort, door de welwillende zorg van de afdeling Amersfoort van de Nederlandse Aannemersbond.

2. Toen luitenant-generaal Krayenhoff zijn primaire triangulatie bijna klaar had (1802-1815) met als nulpunt de spits van de O.L. Vrouwetoren van Amersfoort (de vroegere spits), was de landmeetkundige dienst van het rijkskadaster reeds overal in den lande gestart, ook in Amersfoort. En deze dienst was aldaar achtereenvolgens gehuisvest in het oude stadhuis op de Hof, in het nieuwe stadhuis, nu Westsingel43, daarna in de vroegere Nieuwe Doelen, Zuidsingel 45 (van 1844-1924), Utrechtseweg 90 (van 1924-1934) en ten slotte Prins Hendriklaan 5 van 1934-1965, toen het kantoor overgeplaatst werd naar en verenigd met het kadaster te Utrecht. De laatste landmeters, tevens hoofd van het bureau Amersfoort waren: A.M. van Gastel (1932-1950), J. Kuyper (1950-1958), H.E.J. Biekart (1958-1961), D.G. Sanders (1961-1962) die vele jaren raadslid van Amersfoort was en ir. E. Muller, sedert 1962 hoofd van de landmeetkundige dienst in de provincie Utrecht.

Op deze foto zien we drie oudgedienden van de landmeetkundige dienst. Geheel rechts chef de bureau S. Houtman, geboren 1890 en overleden te Leusden op 3 september 1973. Behalve zijn verdienste voor tuinderij, bijenhouderij en de zwemvereniging "Neptunus" zij nog vermeld zijn erelidmaatschap van de Amersfoortse reddingsbrigade, waarvan hij veertig jaren onafgebroken hoofdinstructeur was. Links van Houtman, aan de ander kant van het schilderij, staat hoofdlandmeter J. Kuyper, geboren in 1893, die tevens een voortreffelijk kunstschilder was (en nog is! ) en hier één van zijn werken aanbiedt aan zijn chef, de heer A.M. van Gastel, naast hem, waarbij diens echtgenote en zoon vergenoegd toekijken.

3. Op initiatief van de unie "Een school met den Bijbel" kon na enkele drukke voorbereidingen de eerste christelijke fröbelschool worden geopend en wel in de Lange Beekstraat 3. Het bestuur van de unie, en van de nieuwe fröbelschool alsmede het eerste personeel poseren hier in één van de pas ingerichte lokalen (1933). Van links naar rechts: J.P. Boender (secretaris ARP; Brouwerstraat 3); onbekend, U.W. van Slooten (steunpilaar van vele Uniecollectes), J.G. van der Linden (P. Potterstraat 45), mejuffrouw van Hilten (het eerste hoofd van de fröbelschool), voorzitter H. Hasper sr. (Snouckaertlaan 18), G. Rogaar (binnenvader van het Gereformeerde Weeshuis; Hogeweg 4), mevrouw Keernink-Ouwehand (tweede secretaresse; Plantsoen Zuid 6), penningmeesteresse mevrouw Pon-van Leeuwen (Beekensteinselaan 5), onbekend, mejuffrouw Steenhof (kleuteronderwijzeres; Kamp 68) en zittend secretaris J.D.H. van de Neut.

Voorzitter H. Hasper, geboren in Drenthe in 1858, overleden te Amersfoort in 1947, was in 1887 hoofd van de eerste christelijke-nationale school in Amersfoort, in 1869 gesticht aan de Kortegracht 9, wijk A 364. Hij woonde er naast op 11, maar stichtte later in Amsterdam een eigen bijzondere school. In 1912 kwam hij terug in Amersfoort en woonde hij met zijn tweede vrouw Francina van der Berg, nog vele jaren in de Snouckaertlaan 18 en was steeds actief voor kerk en school.

4. Een van de mooiste patriciërshuizen buiten de stadswallen was ongetwijfeld dat van de zesde spruit van mr. Willem Methorst, heer van Sluysendijk, en Sara van Spal, Bij de doop, op 9 september 1757, kreeg ze de naam van haar grootmoeder Johanna (van Deventer). Ze stierf op voor die tijd hoge leeftijd (73 jaar) als ongehuwde weldoenster in haar hoofdverblijf op de Kamp. Deze merkwaardige rentenierster liet een mooi buitenverblijf je bouwen, even buiten de St.-Andriespoort in de toenmalige lusthof van de Keistad. Het lag tegenover "Het Boompje" aan het begin van de Heiligenbergerweg (Westzijde) en kreeg het nummer Wijk I 28, dat later Heiligenbergerweg I werd. Indeling, ligging en bewoning zijn uitgebreid beschreven in de Amersfoortse Courant van 1 en 4 november 1958. In de negentiende eeuw werd het pand door enkele bekende Amersfoortse families gebruikt, het laatst door de gemeentesecretaris van Amersfoort, W.L. Scheltus. Deze was vele jaren onder andere secretarispenningmeester van het Sint Pieters en Bloklands Gasthuis en vice-voorzitter van de stichting De Poth. In 1889 kreeg het pand echter een geheel andere bestemming: het meer dan honderd jaar oude patriciërsverblijf werd door de nieuwe eigenaren, R.L. Kerkhoff en zijn zusters Marie en Sophie, ingericht als handwasserij en blekerij. Er was immers, als overal op het Blekerseiland, prachtig bronwater (welpompen) en ook helder spoelwater in de aangrenzende Buitengracht. Toen de Kerkhoffs in 1913 stil gingen leven op ,,'t Zand", nam de familie Lok het bedrijf over. Zij verbouwde wat, nam een nieuwe inventaris, stichtte de "Sanitaire Waseh-industrie Niveus" en veranderde het bedrijf in de "eerste stoomwasserij" van Amersfoort met eigen bedrijfsauto, een Ford met kaarslantaarns naast de cabine. Sociaal stond het bedrijf in alle opzichten op hoog peil: hygiënische controle door apotheker Ter Maath, het eerst in Amersfoort de zogenaamde "Engelse zaterdag", gratis medische controle voor het personeel (vier meisjes en vijf mannen) door de arts H.E.C. Morren.

Deze foto getuigt van een mooie voorjaars rustdag, waarop de familie Lok met gasten geniet in boomgaard en tuin. Rechts het destijds bekende "Boompje", Heiligenbergerweg 2, en de cavalIeriestallen in Plantsoen Oost, achter de bomen.

5. Op deze foto zien we vader en moeder Lok op zondagmorgen aan de koffie met hun dochters Jo (links) en To (rechts), die hun werk als gediplomeerd vroedvrouw respectievelijk in Ursum (N.H.) en Nunspeet er aan gaven en in het bedrijf van vader en moeder al gauw onmisbaar werden: Jo (geboren in 1891), als boekhoudster en cassière en To, (geboren in 1892) als bedrijfsleidster. Zij was jarenlang een zeer ijverig lid en tweede secretaresse van de Amersfoortse E.H.B.O. en sinds 1971 ook erelid.

Hun wasserijbedrijf "Niveus", werd gesloten in 1959 wegens aanleg van de stadsring. Vader en moeder Lok waren toen reeds lang overleden en de twee zusters trokken zich na de opheffing terug op een flat in de Surinamelaan 52a, waar zij nog vele jaren samenwoonden, totdat de oudste langdurig ziek werd en enige malen verpleegd werd in ziekenhuis of verpleeghuis. Maar zij werd alle dagen prachtig verzorgd door To, tot haar overlijden op 11 november 1973.

Vader Lok had tot 1913 vele beroepen gehad, was steeds zeer ijverig, vooruitstrevend en volhardend, maar vooral ook nauwgezet. Zijn eerste beroep was rechercheur van de rijkspolitie, waarvoor hij bedankte, omdat hij bezwaar had als palfrenier de rokken van de Koningin glad te strijken na het uitstappen. Na in tien verschillende plaatsen te hebben gewoond overleed hij in 1934 in de Keistad.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek