Kent u ze nog... de Avereesters

Kent u ze nog... de Avereesters

Auteur
:   J. Drent
Gemeente
:   Avereest
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0224-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Avereesters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

WOORD VOORAF

Toen de uitgever van het boekje "Avereest in oude ansichten" mij vroeg of ik medewerking wilde verlenen aan het totstandbrengen van een dergelijk werkje, maar dan gevuld met groepsfoto's uit de jaren na 1900, heb ik wel even geaarzeld, omdat ik zelf dergelijke foto's vrijwel niet bezit. En nu ik dan toch de samenstelling maar op mij genomen heb, moet ik zeggen: het was geen gemakkelijke taak. Het gaat dacht ik om een duidelijke herkenbaarheid van de personen die op de afbeeldingen voorkomen en nu wordt er wel veel gekiekt bij allerlei gelegenheden, maar dat is dan tijdens een bezoek of aan een maaltijd, waarbij men dan de helft van de aanwezigen op de rug ziet en de overigen met een mond vol eten. Hele plakboeken zijn er doorgenomen om ten slotte de afbeeldingen te vinden waarop de mensen enigszins herkenbaar voorkomen. Maar over de medewerking van de zijde van bezitters van de foto's heb ik niets dan lof. Vaak moesten verschillende personen worden bezocht om de namen van de afgebeelden te achterhalen en het mocht niet altijd gelukken om er geheel achter te komen. Ik hoop echter dat het doornemen van dit boekje veel herinneringen aan het niet al te verre verleden zal oproepen en stof tot gesprekken zal opleveren. Mijn hartelijke dank aan allen die mij met foto's of namen hebben willen helpen.

In een werkje waarin verschillende personen en instellingen, die in de tegenwoordige eeuw in onze gemeente hebben gefungeerd, worden genoemd, of waarin groepen als zang- en muziekverenigingen alsmede scholen de revue passeren, mag een verklaring inzake de naam van de gemeente, zowel als van de twee hoofdkernen waaruit de gemeente bestaat, niet ontbreken. Allereerst dus de gemeentenaam: Avereest. Deze naam is al heel oud, veel ouder dan de gemeente. Het was, voorzover bekend, reeds in de twaalfde eeuw de naam van een kleine boerennederzetting ten zuiden van de rivier de Reest. De bewoners, eigenlijk Drenten, hadden de nabijheid van dit riviertje opgezocht om op de zandhoogten hun eenvoudige huizen en stallen te bouwen en hun bouwland, de es, aan te leggen, terwijl de lagere rivieroevers, die gedurende de wintertijd onder water liepen, de nodige weidegronden voor het vee opleverden. Deze Drenten woonden dus, van Drenthe uit gezien, over de Reest. Men sprak toen van Overreesten, ook wel "Resten", en in geschriften van "Restura" enzovoort. En later is dat Avereest geworden. Vandaar dat het oudste gedeelte van de gemeente nu nog Oud-Avereest wordt genoemd. Ten zuiden van deze nederzetting lagen, nog tot in de aanvang van de negentiende eeuw, de onafzienbare veenmoerassen die deel uitmaakten van de marken Varsen, Ommen, Arriën, Stegeren, Diffele, Rheeze enzovoort en deze venen waren in de achttiende eeuw bijna geheel in bezit gekomen van kapitaalkrachtige regentenfamilies, voornamelijk uit Zwolle. Eén van die regenten was Gerrit Willem van Marle die in 1791 een plan maakte voor het graven van een kanaal vanaf Hasselt naar de venen om op deze wijze tot vervening van dit gebied te kunnen overgaan. Hij overleed echter in 1799 en het plan bleef voorlopig liggen. Maar een andere veeneigenaar, mr. Willem Jan baron van Dedem, trouwde met Judith, de oudste dochter van Van Marle, en nu werd door de erfgenamen het plan weer ter hand genomen en het werd door Willem Jan van Dedem tot uitvoering gebracht. In 1809 bij Hasselt begonnen, was het kanaal in het voorjaar van 1811 tot de venen (in de omgeving van het viaduct in de weg Hoogeveen - Ommen) gevorderd en kon het turfgraven beginnen. Te Balkbrug (maar dat heette toen nog niet zo) moest over de vaart een brug worden gelegd omdat daar de zandweg van het noorden naar de Ommerschans liep. En naast die brug werd, onder water, een houten balk gelegd die de vaardiepte van de turfschepen regelde. Vandaar dat die brug toen al gauw de naam "Balkbrug" kreeg, terwijl deze naam op de woonkern, die bij de brug verrees, overging.

Maar de eigenlijke veenkolonie ontwikkelde zich meer naar het oosten, doch daar was spoedig de grens van de (in 1811 ingestelde) gemeente Avereest bereikt, want de marken Arriën en Stegeren

behoorden bij de gemeente Ambt-Ommen en de marken Diffele en Rheeze tot de gemeente Ambt-Hardenberg. Voor alle burgerlijke aangelegenheden, zoals aangiften van geboorten, huwelijken en overlijden, moesten de bewoners van de nieuwe veenkolonie naar de gemeentehuizen van Ambt-Ommen of Ambt-Hardenberg. Die waren heel moeilijk te bereiken, want daar lag het grote veenmoeras tussen. Vandaar dat het huwelijk wel eens was gesloten voordat het gemeentehuis was bereikt. Maar een eigen plaatsnaam had deze kolonie niet. Men gaf zijn adres op als wonende aan de Vaart, later uitgebreid tot aan de Dedemsvaart (de vaart van Van Dedem). Pas omstreeks 1845 wordt dan dat "aan de" meer en meer weggelaten en blijft alleen .Dedemsvaart" over, maar niet in de volksmond, want wij wonen nog steeds .xm de Vaart". Het water, vele jaren hier de enige vervoersweg, heeft ook zijn stempel gedrukt op kleinere woonbuurten als Sluis 5, Sluis 6, Sluis 7, de Sponturfwijk, de Langewijk, de Oostwijk, de 16e wijk, de Samenwijk en de Spekopswijk enzovoort, want een "wijk" is een vaarwater. Was tot 1875 de vervening hier nog de voornaamste bron van inkomen, met het verdwijnen van dat veen moest naar andere bestaansmiddelen worden uitgezien. Dat was dan in de eerste plaats de landbouw, maar ook handel en industrie kregen hier hun kansen. Al sinds 1820 werd nier schelpkalk gebrand, maar ook bier gebrouwen en jenever gestookt, en daar behoorde ook een glasfabriek bij. Maar dit waren echt veenkoloniale verschijnselen en die zijn, nadat het veen was verdwenen, als nachtkaarsen uitgegaan. Maar wat is hier blijvend? We hebben hier de Dedemsvaartse Stoomtram gehad die vanaf 1886 van Zwolle tot Hardenberg reed, via het dorp Dedemsvaart, waar de directie en de werkplaatsen waren gevestigd. De lijn werd geleidelijk verlengd tot Coevorden en Terapel, naar Hoogeveen en Meppel, maar ze heeft het loodje moeten leggen tegen de autobus. We hebben hier vele werven gehad voor de bouwen reparatie van houten turfschepen. Na 1900 bleven er drie over die op ijzeren scheepsbouw overgingen; die van Mittendorff, van Mol en van Peters en in dezelfde volgorde zijn ze ook verdwenen. Aardappelmeelfabrieken, turfstrooisel-fabrieken en zelfs de Vaart behoren hier voorgoed tot het verleden. Doch de landbouw en de veeteelt verkeren hier in blakende welstand en daarnaast is het de industrie, meer en meer de gunstige voorwaarden die deze plaats biedt te baat nemend, die zich hier heeft gevestigd en van grote betekenis is. Te Balkbrug is, naast landbouw en veeteelt, de aanwezigheid van het rijks-psychopatenasiel van grote betekenis voor de middenstand aldaar. In de bijschriften bij de volgende foto's hopen we op een en ander wat nader in te gaan.

1. Mr. Willem Jan baron van Dedem.

Niemand van het tegenwoordige geslacht heeft hem van eigen aanschouwen gekend; hij overleed in 1851. Maar als er één persoon is wiens naam onafscheidelijk met deze gemeente is verbonden en die zijn werkkracht en zijn vermogen in dienst heeft gesteld van de opkomst van de veenkolonie, dan is het deze pionier, waarvoor het dankbare nageslacht reeds in 1859 een standbeeld oprichtte op de markt, voor het postkantoor. Hij is geboren te Zwolle op 18 maart 1776, studeerde te Groningen en verwierf daar de meesterstitel in de beide rechten. Hij trouwde op 12 december 1802 te Zwolle met Judith van Marle en hij had aanvankelijk de volgende functies: raadsheer in het hof van Deventer, president van het tribunaal te Zwolle, directeur van de belastingen in Overijssel, lid van de staten en president van de ridderschap van Overijssel. Hij woonde achtereenvolgens te Deventer en te Zwolle, maar hij liet in 1819 zijn ouderlijk huis "De Rollecate" te Vollenhove afbreken en daarna te Den Hulst, in de gemeente Nieuwleusen, weer opbouwen. Daar heeft hij sindsdien gewoond en na hem zijn zoon en zijn kleinzoon nog. Toen de laatste kinderloos was overleden is het huis afgebroken om ruimte te maken voor de verkeersweg. Mr. Willem Jan van Dedem had zijn veenderijen eerst ten noorden van de Langewijk, waar hij enkele kalkovens met bijbehorende woningen bouwde en een afgeveend terrein schonk voor de bouw van de rooms-katholieke kerk. Zijn zoon, Coenraad Willem, geboren op 30 juli 1811 en overleden op 7 september 1870, is hier in Avereest burgemeester geweest en hij woonde toen in huize "Moerheim", waar nu dokter Grolman woont. Ook bij de bouw van de hervormde kerk te Dedemsvaart is Willem Jan van Dedem betrokken geweest; eerst als voorzitter van de bouwcommissie en later was hij kerkvoogd. Ten slotte: zijn leven is een aaneenschakeling geweest van moeilijkheden en zorgen van allerlei aard, maar niet in het minst van financiële. In 1845 is het kanaal, in overleg met zijn schuldeisers, in het openbaar verkocht en werd de provincie Overijssel koopster voor een bedrag van rond vierhonderd vierduizend gulden, een fractie van wat het hem had gekost.

~==1

Mr. Willem, Jan Baron van Dedem tot de Ro!lecate.

De Stichter Van de Dedernsvaart.

2. De gemeenteraad van Avereest.

De gemeente Avereest is ingesteld in 1810. Ze was toen veel kleiner dan nu, namelijk in hoofdzaak Oud-Avereest met de buurtschappen Den Kaat, Den Oosterhuis, De Haar, De Westerhuis en De Kievitshaar. En de burgemeester was tevens burgemeester van Nieuwleusen, waar hij ook woonde. Er was wel een raad, maar die vergaderde in een café. Voor geboorteaangiften, overlijden en huwelijken kon men terecht bij een assessor (wethouder). Een van de eersten was M.I. Kruizinga die sinds 1811 bij de Balkbrug in het pand "De Viersprong" woonde. In 1837 werd de gemeente uitgebreid met delen van Ambt-Ommen en Ambt-Hardenberg en kreeg ze de omvang zoals die nu nog is. Ze kreeg toen ook een eigen burgemeester die hier ook nog gewoond heeft, namelijk in huize "Moerheim", waar nu dokter Grolman woont. Dat was Coenraad Willem baron van Dedem, een zoon van de stichter van de Dedemsvaart. Maar er was nog steeds geen gemeentehuis en men vergaderde aan de Langewijk bij de assessor Boterman die tevens ambtenaar van de burgerlijke stand was. Later heeft Avereest een gemeentehuis gekregen. De gemeenteraad is in de loop der jaren vanzelfsprekend een wisselend gezelschap geweest, vandaar dat we er drie opnamen van plaatsen. De eerste is van 1910 en hij werd genomen voor het eerste gemeentehuis, waarschijnlijk vóór het afscheid van burgemeester Wijt. We zien dan van links naar rechts zittend:

Wolter ter Haar, landbouwer te Balkbrug, wethouder; mr. W.M. Wijt, burgemeester; mevrouw Wijt, Jan Mol, scheepsbouwer, wethouder en staande: Jan G. ten Kate, landbouwer te Luttenoever, raadslid; Klaas Petter, landbouwer te Balkbrug, raadslid; Evert ten Kate van Den Daat, landbouwer, raadslid; Nicolaas ten Kate van De Haar, landbouwer, raadslid; Hendrik van Haeringen, landbouwer van Sluis 6, raadslid; Arend Linde, veekoper, raadslid; August A. Balkema, houthandelaar van Sluis 6, raadslid; A.M.C. van der EIst, van Tottenham, raadslid; Gerard Trip, handelaar in bouwmaterialen, raadslid; Theodoor van Engen, bakker en winkelier, raadslid en H. van Barneveld, secretaris.

3. De gemeenteraad van Avereest II

Deze foto is van omstreeks 1930 en hij is genomen vóór het tegenwoordige gemeentehuis. Het vorige was veel te klein geworden voor het zich steeds uitbreidende personeel en toen in 1917 villa "Teunissien Dina" van A. Brans werd verkocht, heeft het gemeentebestuur dit, met de er naast en er achter liggende gronden, kunnen verwerven en is het huis ingericht tot gemeentehuis. En hoewel sommigen wel bezwaren hadden omdat het nieuwe gemeentehuis niet zo centraal stond als het vorige, toch mogen we zeggen dat het een gelukkig besluit is geweest en dat huis en park nu een waardevol bezit voor de gemeenschap betekenen. Drie personen van de vorige foto komen ook op deze nog voor, namelijk Ter Haar, Mol en Van Haeringen. Van links naar rechts staande zien we dan de raadsleden: J.G. Peters, scheepsbouwer; J. de Vogel, handelaar in brandstoffen; Hiemstra, landbouwer te Balkbrug; L. Bieringa, employé bij de Dedemsvaartse Stoomtram; J. Zwiers, veehouder; Zelhorst, veehouder te Balkbrug; J. Wolthuis, landbouwer te Dedemsvaart; W. ter Haar, landbouwer te Balkbrug en F. Spier, winkelier te Dedemsvaart. Zittend van links naar rechts: Pijlman, employé R.O.G. Veldzicht; A. Schoenmaker, gemeentesecretaris; wethouder J. Mol, scheepsbouwer; mevrouw Visser, echtgenote van de burgemeester; burgemeester Visser (later van Zeist en Den Haag), wethouder H. van Haeringen, landbouwer, en raadslid Giethoorn, handelaar in brandstoffen. De heer F. Spier is in de bezettingstijd door de bezetters weggevoerd en hij is niet teruggekeerd.

4. De gemeenteraad van A vereest lIL

Deze foto is van omstreeks 1955 en is genomen ten tijde van het afscheid van burgemeester Joh. de Widt. Er was een raadsvergadering: de stukken liggen op de tafels. Staande van links naar rechts: J.E. Danes, G.J. Pijfers, J.M. Minke, E. ten Kate Ezn., W. Veenbaas, H. van Diepen, mevrouw Hollander, W. Dimmendaal, W. Bos, J. Litz, W. Romkes, I. Kamphof en W. Brandsema (allen raadsleden). Zittend van links naar rechts: J. Drent (wethouder), J. Huizinga (wethouder), Joh. de Widt (burgemeester) en J. Metselaar (secretaris). Burgemeester De Widt is van hier vertrokken naar Middelburg, daarna naar Amersfoort, waar hij is overleden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek