Kent u ze nog... de Enkhuizers

Kent u ze nog... de Enkhuizers

Auteur
:   D. Appel
Gemeente
:   Enkhuizen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3653-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Enkhuizers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Toen Enkhuizen in de zeventiende eeuw een der belangrijkste Hollandse handelssteden was, telde de bevolking, naar sommige deskundigen beweren, weI meer dan dertigduizend zielen. Of dat helemaal waar was, zal niemand precies kunnen nagaan, maar wel waar was dat de kamer Enkhuizen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie een der belangrijkste was en wel waar was dat Enkhuizen in die tijd de grootste vloot haringbuizen bezat en zowel de visserij als de OostIndische handel waren de belangrijkste bronnen van de welvaart in die dagen.

En toen omstreeks 1850 het bevolkingsaantal was afgenomen tot minder dan vijfduizend, was Enkhuizen weI op het dieptepun t van zijn verval, Een der bekende vaderlandse dich ters verzuch tte al voor die tijd: "Hoe is de kroon u van het hoofd geslagen". Zelfs nu menen nogvelen, dat Enkhuizen een der dode stadjes is aan de voormalige Zuiderzee.

Hoe misleidend deze be naming was en is, blijkt weI zeer duidelijk uit het feit dat in de beginjaren van de industriele revolutie Enkhuizen langzaam maar volhardend de pas bijhield. Vele stedelijke bedrijven en kleine industrieen werden juist in die tijd opgericht en ondanks de teruggang tijdens de crisisjaren tussen 1930 en 1940 bleef de werkgelegenheid en daarmee het bevolkingsaantal gestaag groeien. Het is opmerkelijk dat veel verenigingen en stichtingen op cultureel, maatschappelijk en sociaal terrein juist in de laatste decennia van de vorige en de eerste van deze eeuw hun ontstaan vonden.

Enkhuizen was en is dus verre van dood en van de vele activiteiten uit die jaren moge dit boekje een afspiegeling zijn, Ik ben me ervan bewust dat vele schakeringen van de Enkhuizer levensgemeenschap niet of niet volledig in dit boekje tot uitdrukking komen, maar het heeft dan ook niet de pretentie volledig te zijn. Het lijkt me echter aantrekkelijk juist niet helemaal volledig te zijn, ook in de informatie die u bij de foto's aantreft om u daardoor te prikkelen zelf in het verI eden te duiken en u w herinneringen weer levendig te maken.

Ik wens u van harte enige aangename uren met dit boekje en ... wie weet, misschien kan er nog eens een vervolg verschiinen.

1. Voor het verschijnen van de eerste T-Fordjes, maar ook nog vele jaren daarna tot enkele jaren na de tweede wereldoorlog, reed men met familie en vrienden in de koetsen van stalhouderij N. Ruiter naar het stadhuis om in het huwelijk te treden. Hoe meer aanzien men genoot en hoe meer geld men bezat, des te meer volgkoetsen werden er gehuurd, alle met koetsier en soms met palfrenier. Op deze foto ziet u op de eerste koets een zoon van Floris Ruiter, Sieuwert (als bijrijder), op de tweede koets Floris zelf en op de derde de koetsier M. Schouw. Het betrof hier het huwelijk van een dochter van Pieter Sluis.

2. Tijdens de onafhankelijkheidsfeesten in 1913 reed deze1fde koetsier, M. Schou w, dit rijtuig van de gebroeders Ruiter, met als geze1schap, staande voor het rijtuig: Hans Mielatz, zoon van dominee Mie1atz, daarachter de heer Wander van Leeuwen, mejuffrouw Buur en de heer Dade, ve1en nog bekend a1s loketambtenaar bij de P.T.T.

3. De "paard en wagen" was tot vlak voor de tweede wereldoorlog nog bij vele bedrijven het middel om goederen en vrachten te vervoeren. De kolenhandelaar, de groenteboer, de zaadfirma's en de speciale vervoers- en vrachtbedrijven, zoals de gebroeders Ruiter en de gebroeders De Hart maakten gebruik van paard en wagen, zoals op deze foto aan het Waaigat duidelijk te zien is.

4. Evenals op de voorgaande foto is het type wagen dat hier gebruikt wordt, de bakwagen; zo waren er platte sleperskarren, maar de gebroeders De Hart hadden ook nog een speciale wagen in gebruik met een verhoogde bok (zitplaats voor de voerman) met daarop, onder de zitplaats, een lier. Met deze wagen werden uitsluitend bet onnen regenbakken van de firma Last & Zonen (later de Enkhuizer Beton Industrie) naar de bouwwerken vervoerd. Op deze foto poseert (op de bok) Coen Ruiter, die met de koetsier van vader (M. Schouw) mee mocht om pakjes te bezorgen. De foto werd genomen aan de Broekerhavenweg, vroeger genoemd het Broekerhavens Padje, te Bovenkarspel.

5. Na 1920 kwamen er auto's en matarfietsen (taen nag stoomfietsen genoemd) en met deze verschenen er natuurlijk oak garagebedrijven. Meesta1 waren het andernemende rijwie1hande1aren (fietsenmakers), die een garagebedrijf begonnen. Op deze fata ziet u het bedrijf van L. Kornalijnslijper (in het midden) met zijn zoans Sam (links) en Meyer (rechts).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek