Kent u ze nog... de Groesbekers

Kent u ze nog... de Groesbekers

Auteur
:   G.G. Driessen
Gemeente
:   Groesbeek
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4015-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Groesbekers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

De steeds groeiende belangstelling van de hedendaagse mens voor de tijd waarin zijn ouders en voorouders leefden, is opmerkelijk. Of wij deze belangstelling moeten zien als een reaetie op het ,jaehten en jagen" van deze tijd, of sleehts als een, nuttig, modeversehijnsel is niet aan ons om te beoordelen. Feit is dat deze interesse er is en dat zij zieh in het bijzonder rieht op de gesehiedenis van het eigen heem.

De samenstellers van het boekje "Groesbeek in oude ansiehten" prijzen zich gelukkig dat zij in de gelegenheid zijn gesteld ook deze uitgave te verzorgen, en zodoendehet Groesbeek van vaar 1940 aan de vergetelheid te ontrukken. Zij willen hierin een aantal pioniers van de Groesbeekse samenleving aan u voorstellen. Het was voor ons een bijzondere ervaring met deze mensen en hun idealen kennis te maken en te vernemen welke moeilijkheden en tegenstromingen zij ondervonden bij het verwezenlijken van deze idealen. Ook werden wij bijzonder getroffen door het veelzijdige en gezellige verenigings- en gemeensehapsleven en de onderlinge saamhorigheid, vaak tot stand gekomen door een enorme onbaatzuehtige en persoonlijke inzet van enkele personen. Zonder dit overigens te willen idealiseren want deze mensen leefden in een periode dat "tijd nog geen geld" was en het gemeensehapsleven nog niet geteisterd werd door televisie.

"Vaar" 1940 betekent voor de Groesbeker "vaar de oorlog", omdat de oorlog met al zijn verwoestingen een abrupt einde maakte aan het dorp, zoals dat vroeger was. Aangezien veel persoonlijke bezittingen in die periode verloren zijn gegaan, was het geen gemakkelijke taak voor ons om fotomateriaal voor deze uitgave te verzamelen. Na veel speurwerk is het ons gelukt om een, naar wij hopen, redelijk beeld te geven van het toenmalige gemeensehapsleven in ons dorp. Van veel foto's heeft vaak maar een afdruk de oorlog overleefd en die werd dikwijls sleehts onder veel voorbehoud afgestaan. Wij zijn daarom diegenen die hun kostbare foto's welwillend hebben afgestaan ter reproduktie, bijzonder dankbaar. Mede door hun medewerking zullen nu veel mensen hun ouders of andere familieleden en kennissen weer terugzien in dit boek. Veel jongeren zullen kennis maken met hun grootouders en de plaats, die zij innamen in het leven van die tijd. En wij hopen, dat zij door het lezen van de besehrijvingen een beter begrip zullen krijgen voor de meningen en opvattingen van de mensen die toen geleefd hebben.

Om misverstanden te voorkomen, zij nog gezegd dat dit boek niet pretendeert een historisehe studie te zijn. De vermelde feiten zijn, naar ons bestc weten, juist, maar soms waren de gegevens en feiten za talrijk, soms daarentegen za summier, dat het zeer weI mogelijk is dat bepaalde personen of zaken onvoldoende tot hun reeht zijn gekomen of in het geheel niet vermeld zijn.

Evenals in het boekje "Groesbeek in oude ansiehten" is in dit werkje van veel personen behalve de familienaam ook de bijnaam vermeld. Enerzijds om de herkenbaarheid van de desbetreffende mensen te bevorderen, anderzijds om de plaatselijke volkseultuur zo goed en kleurrijk mogelijk te besehrijven.

De samenstellers zijn veel dank versehuldigd aan de heer Jan van Bernebeek sr., wiens geheugen en kennis van het "oude Groesbeek" een bron was van veel interessante gegevens en bijna verge ten namen en aan de heer Paul Wilbers, die de teksten hier en daar heeft geeorrigeerd en weten te stroomlijnen.

De samenstellers danken bovendien aIle personen die zieh hebben ingezet voor de totstandkoming van dit boekje en daartoe welwillend fotomateriaal en informatie hebben verstrekt en in het bijzonder de heer Rob Kraft, die voor de reprodukties in dit boek heeft zorggedragen. Voor het samenstellen van de tekst is verder gebruik gemaakt van gegevens die wij lazen in: de Kerkgesehiedenis door C. Luijben, heemkundige studies door pastoor H. Hoek, publikaties van het Groesbeeks Weekblad, de gesehiedenis van fanfare "Wilhelmina" door Math. Gerrits en oude notulen en jubileumboekjes van de besehreven vereniging, ons welwillend ter hand gesteld door bestuursleden van de desbetreffende verenigingen.

1. Wij beginnen onze verkenningstocht door het oude Groesbeek met zijn inwoners bij het oudste bouwwerk dat Groesbeek in die tijd kende: de "Witte" of Noordermolen, gelegen tegenover cafe "De Oude Molen" bovenaan de Molenweg. Ret stenen bouwwerk werd gebouwd in 1100 in opdracht van de eerste waldgraaf van Groesbeek en was een onderdeel van de verdedigingswerken van kasteel Groesbeek, dat in de Hoflaan stond. Uit een artikel, geschreven door molenaar R. M. Fleuren, vernemen wij dat de molen in het jaar 1887 door zijn vader, Gradus Fleuren, werd betrokken. Verder lezen wij: "Wat was het toen in de negentiger jaren een drukte op de molens. Ret was in de tijd dat de eigen verbouwde gran en ter plaatse, voor bakrogge en veevoeder vermalen werden. De import van Amerikaanse mais, gerst en lijnkoeken had to en ook al plaats, doch alles in ongemalen vorm. Vanaf de nieuwe oogst tot Kerstmis of Nieuwjaar gebeurde het dikwijls, dat de zeilen er een week of langer niet af gingen. In de drukke tijd werd 's nachts ook gemalen en als we dan op wind moesten wachten, legden wij ons op een graanzak, die aan de zakkenreep bevestigd was, te ruste. Voordien hadden wij echter het luiwerk ingesteld, zodat wij, als de molen begon te draaien weer wakker geschud werden. Ret scherpen van de molenstenen was in die jaren nog een probleem, met die blauwe stenen, voorals als men, zoals wij, nog maar een koppel voor rogge en veevoeder had. Ret was dan meestal 's avonds openbreken en's nach ts weer dicht leggen. In 1900 koch ten wij een "Sanders" petroleummotor en van die tijd af raakte bij ons het nachtmalen grotendeels uit de mode." Tot zover molenaar Hendrik Fleuren. Omstreeks 1924 bouwde een zoon van de molenaar, Piet Fleuren, een nieuw woonhuis met motormaalderij tegenover de "Oude Molen", die in dat jaar ontdaan werd van zijn kap en wiekenkruis en tot uitzichttoren verbouwd werd. Deze uitzichttoren werd in 1944 door oorlogshandelingen verwoest.

Op de foto van omstreeks 1920 zien we van links naar rechts, zittend: Nelly Fleuren, Piet Fleuren, Gretha een (Duits meisje), Door Fleuren met op haar schoot Gerrit Fleuren Gzn.; staande G. Fleuren Pzn. en een onbekende dame.

2. Op de laaggelegen en waterrijke landbouwgrond van "De Horst" wonen al eeuwenlang veel boeren. De rijke graanoogsten van de vruchtbare grond brachten in 1905 een zekere Grad Jacobs uit Overasselt op het idee hier een windmolen te bouwen. Maar dit was tegen de zin van Gradus Fleuren, de molenaar uit het dorp, die in "De Horst" veel klanten had. Nog tijdens de bouw van de windmolen liet hij, pal ernaast, een maalderij met een "Stockport" zuiggasmotor bouwen. De stoommolen kwam in beheer van zijn zoon Hendrik en toen de molens begonnen te draaien ontstond er een verbitterde concurrentiestrijd. Er werd gemalen voor vijftien cent per honderd pond en soms nog mindel. Vooral als er geen wind stond, was de stoommolen natuurlijk in het voordeel. Al in 1906 moest Grad Jacobs de strijd opgeven en kon de familie Fleuren de windmolen kopen. Vanaf die tijd en vooral in de periode 1914/18, toen er ook veel Duitse boeren kwamen om het graan te laten malen, ging het Hendrik Fleuren .voor de wind". Bovendien had hij het voordeel dat de boeren van "De Horst" en vooral die van "De Plak" z6 welvarend waren, dat zij het maalgeld contant konden betalen; dit in tegenstelling tot vele kleine boeren op minder vruchtbare grond, die er de oorzaak van waren dat veel molenaars wel "een rijk boek, maar een arme knip" hadden. In 1919 verkocht Hendrik Fleuren de molens aan zijn zwager Hend Derks van "De Heikant", die de zaak op zijn beurt in 1930 weer verkocht aan Ben Coenen van "Den Altena". Deze verwijderde later de wieken van de molen, die nu dienst ging doen als opslagruimteo Bovendien bouwde hij naast de maalderij een cafe en winkelbedrijf op. Alles werd tijdens de bevrijding van Groesbeek in 1944 verwoest. Cafe en winkel zijn na de oorlog weer herbouwd en thans in het bezit van B. Coenen jr.

In het midden, voor de molen, staat molenaar Hendrik Fleuren, voor hem links, zijn vrouw Marie Fleuren-Derks. Links voor haar Grada Knipping uit Batenburg, die tegenwoordig op de H. Landstichting woont. Op haar arm Frieda Fleuren, thans mevrouw Jacobs won en de te Malden. In het midden, op de voorgrond, Dora Derks, later getrouwd met N. Muskens. De man rechts van haar is J. Fleuren (schoenmaker) en aan zijn voeten zit Wim Fleuren, thans wonende aan de Mooksebaan. De man met de fiets is buurman Piet Toonen (de rooie Piet) met naast hem zijn vrouw Toonen-Verpoort. Onderaan, rechts in de hoek, zit G. Fleuren, thans woonachtig in Mook.

3. Wij citeren de schrijver D.J. van de Yen, die in 1918 over ons dorp zei: Groesbeek is voor mij het dorp der verrassingen ... Wanneer ik Groesbeek nader, zie ik de akkers als geplooide tapijten gelegd tegen de opglooiende hellingen van het Nederrijkswoud, staan daar voor mii uitgestald in het zonnig-open land van de buurschappen de Plak, Grafwegen en Nijerf, Drul, de Horst en St. Antonis Heiland de verspreide huiskens en kleine hoeven met hun bongerdjes en hun streng omhegde gaarden. Vervolgens naar het Anmiitige naar de boshoogten opgolvende, naar Kranenburg in uitgestrekte vlaktevelden dalende land van de arbeid met ziin tegen de lucht uitkomende bezige figuren van arb eiders en arbeidsters, van ploegende paarden en weidende koeien, met in het ronde de afzonderlijk gelegen landmanswoningen, die hun witte pleistermuurtjes en hun mossig-strooien daken beuren boven de dichte geschoren hagen en stijfjes geknipte figuurbomen op de hoeken en donker gewelfde toegangspoortjes tot de hoven. En bovenal verrassend in het Groesbeeks landschap is de rol welke de molens er spelen. De vrolijke Groesbeekse molentjes, welke lustig de lange slagschaduwen hunner wiekenkruisen slaan over de vruchtbaar geworden landouwen.

In die jaren stonden er in Groesbeek vier van die "vrolijke molentjes": de eeuwenoude "Witte- of Noordermolen" boven aan de Molenweg, de Zuidermo1en van de familie Jochijms aan de Pannenstraat (gebouwd in 1867), de windmolen van De Horst, die in 1905 in bedrijf kwam en aan de Bruuksestraat, nu Kon. Wilhelminaweg, stond de vierde molen. Deze werd in 1882 gebouwd door P. Hijming, die er blijkbaar geen goede zaken deed, want hij verkocht de windmolen in 1890 aan ene Mooren uit Gennep. Op allerheiligen van datzelfde jaar verkocht deze op zijn beurt de mo1en aan de heer Jan van Hoof. De houten wieken werden in 1916 vervangen door iizeren. In 1926 kocht Wim van Hoof de molen van zijn vader. De oorlog hielp het trotse gebouw in 1944/45 aan een gewelddadig einde.

Op de foto zien we windmolen "de jonge Hermanus" en op de voorgrond, van links naar rechts:

Jan van Hoof, Kees van Hoof, Wim van Hoof, Jan van Hoof, de molenaarsknecht Jan Kruze en helemaal rech ts een Duitse commies, de heer Kurver.

4. De heren D. Montenberg en D.J. van de Yen beschrijven een bezoek aan ons dorp (in 1886) op de volgende wijze: Wie, komende van Nijmegen of de Meerwijken, de kom der gemeente nadert over de Stekkenberg en uit zijn rijtuig zijn blik laat glijden over bos en hei, akker en weide, zal zeker verrast worden door de Groesbeekse bloote-voetjeskinderen. Want juist op een punt van de weg waarop de koetsier stapvoets moet rijden, komen als op klaroensignaal "er is een vreemdeling in zicht", uit aIle verspreide schilderachtige huisjes de kwajongeties gierend van de pret en springend met grote en kleine zussen de weg op. Met doIle kapriolen en veel handies uitsteken geven zij U een verrassend geleide door de buurt van het bezembinders-, bosbessenplukkers- en ventersvolkje. Die hier sedert mensenheugenis een onderkomen hebben. De oorspronkelijke woningen hier op de Stekkenberg waren uit takken gevlochten, met leem dichtgemaakt en bepleisterd, vormende zoodanig nog de Oud-Germaansche bouwtype, waarvan Tacitus reeds ten tilde der Germanen in deze streken gewaagt. De lieve straatjeugd hier, vertoont nog altoos met hare witte haren, bloote voeten en door de zon gebruinde wangen, de zuivere Germaansche typen, of zoals Hofdijk wil het echte Bataafsche ras. De jongens waren een aanval op Uwe beurs, door telkens dat riituig een eind vooruit te lopen, dan op hun hoofd te gaan staan en U zo in te wachten. Door de acrobatische toeren welke deze kinderen uitvoeren, zijn zij een plaag voor elken koetsier die aIle attentie noodig heeft om ze, in weerwil der dreigende zweep, niet onder of tusschen paarden of voertuig te doen verongelukken.

Van de boven beschreven taferelen kunnen wij u helaas geen foto laten zien; wel een zeer oude foto, gemaakt omstreeks 1898, waarop de bedoelde jeugd staat afgebeeld. Verder zien wij het lager gelegen gedeelte van de Dorpsstraat. Links woont nu O. van Haaren, het volgende pand wordt nu bewoond door H. Derks, dan volgt hotel Hurkmans, verwoest in 1944; nu is hier een parkeerplaats. Vlak bij de spoorweg zien wij cafe Driessen, toen nog maar een verdieping hoog. Het pand werd gebouwd omstreeks 1820 en is, zoals alle huizen in ,,'t Terp" bij de grote brand van Groesbeek in 1828 uitgebrand. In 1868 is het huis gekocht door Rein Driessen, aannemermetselaar en cafehouder; hij verbouwde het pand omstreeks 1900 en gaf het horecabedrijf de naam "In de Locomotief".

5. De toneelvereniging "Tot Nut en Genoegen" werd opgericht in 1893. De uitvoeringen gaf men in de bovenzaal van hotel "Van Lith" in de Dorpsstraat (het hotel, dat later als parochiehuis dienst deed, is in de oorlog verwoest). De bovenzaal was toentertijd de enige zaal die Groesbeek rijk was. De voorstellingen begonnen vroeg in de avond (om zes uur) en mochten uitsluitend door mannen bezocht worden. Dit was een kerkelijke verordening en in plaatsen met een strenge pastoor werd hier strak de hand aan gehouden. Vrouwen mochten zelfs niet eens deelnemen aan een toneelspel vanwege het verderfelijke gevolg dat dit zou kunnen hebben. De rollen werden dan ook bijna allemaal geschreven voor mannen en de enkele keer dat een vrouwelijke rol niet vermeden kon worden, moest een man als vrouw verkleed gaan (men denke aan het toen al populaire toneelstuk "De tante van Charlie"). Rond 1910 kwam hierin verandering, zoals blijkt uit een verslag van de fanfare "Wilhelmina", die in die tijd een toneelgezelschap opgericht had. De leden bepleitten de wenselijkheid ook dames te laten genieten van de muziek- en toneeluitvoeringen; vandaar dat het bestuur opdracht kreeg om met de herder van de parochie over dit thema te beraadslagen. In een buitengewone vergadering op het raadhuis, onder leiding van ere-voorzitter Montenberg, verkreeg de fanfare voorwaardelijk de goedkeuring daartoe. Pastoor Rovers stelde voor in de zomer enkele uitvoeringen te geven voor een gemengd gezelschap, maar dan wel vroeg te beginnen zodat het publiek tijdig huiswaarts kon keren. Tenslotte werd het besluit geformuleerd: 's zomers spelen voor gernengd publiek en's winters vroeg in de middag voor vrouwen en's avonds voor heren. Dit heeft nog lang zo geduurd en de toneelvereniging van de fanfare begon pas in 1952 met het spelen van toneelstukken in gemengde rolbezetting.

De foto dateert van 1893. Links van het schild ligt Piet van Bernebeek, rechts Willem Den Doop, Zittend, van links naar rechts: Jan Den Doop, Gescher, Jan Hagemans, meester Smolders, meester L. Wijers en Karel Hagemans. Staand: meester Mertens, Egbert Hofmans, Antoon Oomen, Hendrik Driessen Rzn., Jan Driessen Rzn. en Thijssen (van de Heikant).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek