Kent u ze nog... de Heerhugowaarders

Kent u ze nog... de Heerhugowaarders

Auteur
:   Gerhard Modder
Gemeente
:   Heerhugowaard
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4269-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Heerhugowaarders'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Het succes van het boekje "Heerhugowaard in oude ansichten" was dusdanig dat een vervolg niet kon uitblijven. Het ligt hier voar u met de titel "Kent u ze nog ... de Heerhugowaarders" Toonde het eerste boekje voornamelijk oude plekjes van de Blauwe Reigerpolder, in dit tweede boekje valt het accent op de personen in de periode 1910-1940, grootmoeders jeugd zogezegd.

Het korte bestek van dit boekje laat niet toe dat ik in genoemde periode de gehele Heerhugowaard kan bestrijken. Ik heb me moeten beperken tot foto's over polder en gemeente, het Centrum en 't Kruis. Als dit boekje in goede aarde valt, is het een overweging waard om een soortgelijke reportage over de kernen De N oord en Veenhuizen samen te stellen.

De foto's in dit boekje brengen ons terug naar een tijd waarin niet flats maar kerktorens het dorp kenmerkten. Het was een tijd waarin de Waard nog "platteland" was, waarin ieder de ander kende en "goededag" wenste. De onstuimige groei van de polder sinds de jaren vijftig bracht een stuk vervreemding en eenzaamheid. Met een nonchalance die ons misschien later kwalijk genom en zal worden, hapt de dragline hele brokken jeugdherinneringen weg. Dit boekje geeft ons gelukkig de gelegenheid situaties, evenementen en personen uit de vergetelheid te hal en. Het slaat een brug naar het verleden en geeft stof te over voor gesprekken die starten met "Oja, weet je nog, toen ... ".

Ik betuig mijn erkentelijkheid aan allen die zo bereidwillig waren mij foto's en namen te verschaffen. De heer A. Zut was mij hierbij bijzonder van dienst. Ook ben ik dank verschuldigd aan de heer Jan Tamis, die ik evenals bij het vorige boekje bereid yond de teksten uit te tikken en op eventuele onvolkomenheden te controleren.

1. De eerste bladzijden van dit boekwerkje bestemmen we voor het polderbestuur. Als oudste bestuurlijk lichaam van de polder Heerhugowaard heeft het deze ereplaats weI verdiend. Vanaf de droogmaking in het jaar 1629 tot aan het jaar 1796 was dit polderbestuur niet alleen met het waterschapsbeleid maar ook met het burgerlijk bestuur belast. Tijdens de Bataafse Republiek, kort na de Franse revolutie, werd echter de gemeente Heerhugowaard gesticht, waarbij de bovengenoemde dubbele taak werd gesplitst. V oor 1796 bestond het bestuur van de polder uit grootgrondbezitters, de heemraden, die eigenaar moesten zijn van minstens veertig hectare land. De dijkgraaf was hun rentmeester, terwijl de hoofdingelanden een toeziende taak hadden. Laatstgenoemden waren weI inwoners van de polder. Had de titel "dijkgraaf" in die tijd een wat ironische klank, nu is de dijkgraaf de voorzitter van de polderraad en hij bepaalt te zamen met de heernraden het dagelijks beleid van de polder. De hoofdingelanden worden gekozen uit de landeigenaren, die minimaal over een hectare grond moe ten beschikken. Tweemaal per jaar worden de boeren heren, want men spreekt nog steeds van "schouwheren" of "heren van de schouw", die er nauwlettend op toezien dat riet, biezen, toeters (fluitekruid) de waterwegen van de polder niet bevuilen. De gemeente heeft intussen de zorg voor vele wegen van de polder overgenomen. De toenemende vervuiling van de waterwegen als gevolg van de bevolkingstoename en technische vooruitgang blijft een bron van voortdurende zorg voor het polderbestuur.

Bijgaande foto is in 1948 gemaakt bij gelegenheid van het afscheid van poldersecretaris H. Hoogland. U ziet, zittend, van links naar rechts: Hein Stuyt, Jan van Stralen, Jaap Sinnige, dijkgraaf Piet Tromp, secretaris Hendrik Hoogland, Piet Smit, Jan Oudeman en Kees van Langen. Staand: Gert Oudeman, Louw van Graft, Jaap Appel, Arie Quant, Jaap Glas, Jaap Groenveld, Jan Bruin, polderbaas M. Magielsen, penningmeester Jan Kamp, Klaas de Wit, Jaap Boots, Piet van Langen, Jacob Kostelijk, Wouter Groot en Kees Broerse.

.-

2. Bij gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van de polder vierden de Heerhugowaarders op 17, 18 en 19 september 1929 uitbundig feest. Het was prachtig zomerweer, alles straalde! Een grootse optoeht met vele, versierde wagens, geflankeerd door paarden en versierde fietsen, trok door de polder. Het feest werd opgeluisterd door een land- en tuinbouwtentoonstelling en door activiteiten van de huisvlijt-, zang- en rnuziekverenigingen, Op het feestterrein verrees een oud-Hollands dorp met in het centrum een plankier voor de danslustigen en de oud-Hollandse dansgroep onder leiding van mejuffrouw Annie Zomer. Bertus Boekestein was de violist. Na ieder deuntje (drie dansen aehtereen) ging Bertus volgens oud gebruik rond met de pot "boerenjongens" (rozijnen op brandewijn). Ieder nam daar dan een flinke lepel van. Of Boekestein ook aan het begin van elk deuntje zijn zogenaamde dansdubbeltjes ophaalde, weet ik niet meer, maar het "drie dansen voor een dubbeltje" was in die tijd wel een gebruik, Later verving het entreegeld deze dubbeltjesl

Vlak na het vuurwerk dat het driedaagse feest besIoot, stak er een hevige wind op, gevolgd door een felle onweersbui, Men probeerde alles zo snel mogelijk in veiligheid te brengen, maar van het vriendelijke, oude dorpspleintje was de volgende morgen niets meer over. Dit was niet zo'n ramp: het feest was immers toeh al gevierd! De oud-Hollandse dansgroep bestond van links naar reehts uit de volgende eehtparen: Gijs Dirkmaat, Henk Kort, Ab Rus, Piet Smit, Jan Biersteker, Piet Hittema, Aris Kalf en J an de Koning. Op de voorgrond: Bertus Boekestein en Annie Zomer.

3. Hij is weliswaar geen inwoner van Heerhugowaard, maar wel iemand die door ieder werd gekend. Dirk Quant (boven) woonde te Sint Pancras en reed dagelijks met twee boerenwagens vol zand en stenen door de polder. Zijn vracht was bestemd voor de verharding van de Waardse polderwegen. De zorg voor de wegen was geen kleinigheid, AIleen al de Middenweg met zijn elf kilometer bestrating eiste menig tochtje van Dirk Quant. Het was eerst in 1865 dat de Middenweg werd verhard. V oordien was het een landweg vol kuilen en gaten, die eenmaal per jaar met "wentel en ait" (eg) werd opgeknapt. De waterwegen speelden immers een belangrijker rol bij het vervoer van de landbouwprodukten. Hoelang de heer Quant zijn paarden mende, weet ik niet, maar in rnijn herinnering is het net of hij pas gisteren voor het laatst is langsgereden. Ineengedoken op het kret, achter twee zwarte paarden, met bles of "witvoet", die ook zonder teugels de weg wel wisten door het Heerhugowaardse land.

Een vermeldenswaardig feit uit 1919: Janus Boekestein (onder) is gepromoveerd van koetsier tot chauffeur. Jarenlang had Janus de dokter met een brik naar de patienten gebracht. Hij deed dat altijd heel rustig en secuur, maar dat verhinderde niet dat hij toch eenmaal zonder zijn passagier thuiskwam. Hij had dokter Post op de Molenweg verloren! De nieuwe arts was jong en ging natuurlijk op de moderne toer. Janus poseert hier in uniform voor de nieuwe aanwinst. Achter de auto zien we een pleegzoon van dokter Spierings en een loge.

4. De gemeente Heerhugowaard is dus betrekkelijk jong. Hoewel in 1796 werd voorgeschreven dat voortaan het waterschap en de gemeente afzonderlijk bestuurd dienden te worden, duurde het nog wel enige jaren voor men de taken goed had verdeeld. Of de onvruchtbaarheid van de polder er de oorzaak van geweest is dat de buurgemeenten weinig animo had den hun grenzen te verruimen, ik weet het niet, maar een feit is het dat de samenvoeging van bijna de gehele polder tot een gemeente een voordeel betekende: Heerhugowaard werd een polder met een hart. Op bijgaande foto uit 1934 poseren de heren gemeenteraadsleden voor de fotograaf. Daar was aIle reden voor, want na vele jaren burgerneesterschap nam Wiebe van Slooten afscheid als burgervader en inwoner van de Waard. Hij was in 1911 op voordracht van de burgerij als eerste burger benoemd. Een gekozen burgemeester dust Met hem verloor Heerhugowaard zijn Iaatste "boeren"burgemeester.

Wiebe heeft veel gedaan. Hij ijverde als een van de eersten voor instellingen als de Boerenleenbank, de zuivelfabriek, tuinbouwverenigingen en andere vruchten van maatschappelijke sam enwerking, Hij was ook jarenlang dijkgraaf en combineerde zijn werkzaamheden als voIgt: 's morgens in de vroegte kontroleerde hij tijdens zijn dagelijkse ronde de polderwerken om vervolgens om negen uur precies op het gemeentehuis aan zijn andere bestuurlijke taak te beginnen, Bij zijn afscheid speet het hem dat hij de gemeente geen sluitende begroting kon nalaten. Hij voelde zich daarom een kapitein die als eerste zijn wankel schip verliet, maar tegen de crisis van de jaren dertig was geen kruid gewassen. Bestuurlijke ernst spreekt uit bijgaande foto van de voltallige gemeenteraad met van links naar rechts: Arie Quant, Piet Tromp, burgemeester Wiebe van Slooten, Dirk Wijnker, Piet Kostelijk, Willem Groenland, Piet Borst, Klaas van Langen, Arie Kooy, Gerben Krom, Kees Pool en Klaas Wagenaar.

5. Er is een generatie Heerhugowaarders die de drie gemeentehuizen gekend heeft. Als eerste het gebouw op de hoek Middenweg-Cromhoutstraat (het huidige medisch centrum) met daarnaast de hoofdonderwijzerswoning en daarachter de oude, openbare Iagere school. In de mobilisatiejaren 1914/15 werd het nieuwe, intussen ook al verdwenen raadhuis gebouwd, ook aan de Middenweg, maar honderd meter noordelijker. Op bijgaande foto onderbreken de bouwers hun werkzaamheden om zich te laten vereeuwigen. Ik kreeg deze prachtige foto van Simon Zijp, voormalig postbode alhier. Hij voegde er de volgende uitleg aan toe: "We zien van links naar rechts timmerman Piet Wester, Piet Beers Jzn. (oak tirnrnerman en tevens de aannemer van het raadhuis), Antoon Groot (die het laatst gewoond heeft aan de Hasselaarsweg), metselaar P. Pronk, metselaar Paul Botman (in de kost bij de familie Zijp); daarvoor zitten Kees Molenaar uit het Noord, opzichter Klaas Hart (oomzegger van Cees Pluister, destijds wonende aan de Rustenburgerweg), dan metselaarsbaas Kees Langendijk uit de Noord, burgemeester Van Slooten, de heer Zwart (de rechterhand van de burgemeester), daarvoor zittend Simon Lodder, de kleine jongen is Wim van Slooten (zoon van de burgemeester en thans arts in ruste in Bergen); achter de jongeheer staat, meen ik, wethouder Dirk Appel uit Veenhuizen, dan J ac Met van de rijtuigfabriek aan de Middenweg en als laatste Jac Blom. Het gebouwtje links was het spekhok. In het midden het brandspuithuisje en dan het huis van groenteboer Maarten Kooy (nu Hoedjes). Daarachter een klein huisje op de plaats waar nu het huis van de heer Bot staat".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek