Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2

Auteur
:   Hans van der Wereld
Gemeente
:   Jacobswoude
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6151-0
Pagina's
:   88
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Inleiding

Ruim twintig jaar geleden, in 1973, verscheen van mijn hand het boekje "Kent u ze nog ... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren". In dit debuut van ondergetekende werd een stoet van bekende en minder bekende gemeentenaren ten tonele gevoerd. Omdat dit boekje al vele jaren uitverkocht is, rees bij mij de idee om een tweede uitgave samen te stellen. Daarin komen andermaal bekende en minder bekende inwoners van Woubrugge en Hoogmade voor het voetlicht. Aangezien destijds nogal wat notabelen beschreven werden die to en al niemand meer persoonlijk heeft gekend, heb ik besloten om in deze tweede uitgave mensen in de herinnering te roepen die enkele tegenwoordige inwoners van beide dorpen misschien nog vaag, maar meer zich zeker nog goed in de herinnering kunnen terugroepen. De oudste afgebeelde plaatselijke figuren dateren van omstreeks de eeuwwisseling. In de jaren die verstreken na de verschijning van de eerste uitgave van dit boek is mijn verzameling oude afbeeldingen behoorlijk gegroeid. Net zoals dat het geval was in het eerste deeltje, passeren ook nu weer tal van figuren van verschillende pluimage de revue. De grens die ik deze keer getrokken heb is ongeveer 1970. Zo kan het gebeuren dat een enkele afgebeelde oudplaatsgenoot nog in leven is.

We naderen met rasse schreden een nieuwe eeuw. Dat be-

tekent dat voor ons gevoel nog niet zo heel oude opnamen uit bijvoorbeeld de jaren vijftig dan ook al bijna een halve eeuw oud zijn en dus behoorlijk oud beginnen te worden. Daarom ben ik van mening dat afbeeldingen uit die tijd, toen ik zelfkind was, zo zoetjesaan ook in aanmerking komen voor een weergave in boekjes van het onderhavige karakter. Veel foro's die u in dit boekje tegenkomt, berusten in mijn eigen verzameling. Daarnaast is gebruik gemaakt van in de loop der jaren gemaakte reprodukties van oude afbeeldingen die bewaard worden in de collectie van Museum "Van Hernessen" te Woubrugge. Conservator

dr. ]. N. Haasbroek zeg ik dank voor de hiervoor geboden gelegenheid. Met het uitspreken van de hoop dat dit nieuwste fotoboek een wezenlijke bijdrage mag zijn tot de geschiedschrijving van de dorpen Woubrugge en Hoogmade, wens ik de lezers en lezeressen van dit album enkele aangename moment en toe; moge het inzien van deze uitgave voor u een feest der herkenning zijn!

Alphen aan den Rijn, oktoher 1995 Hans van der Were1d

1 Toen de twintigste eeuw een aanvang nam, was A. 1. Wichers burgemeester van Woubrugge en Hoogmade. Arend LudolfWichers werd op 5 oktober 1858 te Groningen uit een oud aristocratisch geslacht geboren. Met ingang van 1 oktober 1885 werd hi] gemeenteontvanger te Doorn. Op 8 oktober 1888 kwam zijn benoeming af tot burgemeester van Woubrugge, waar zijn installatie op 23 oktober plaatshad. De luisterrijke ontvangst van burgemeester Wichers was nog geruime tijd daarna het gesprek van de dag. Noch bi] de benoeming van P. van Schravendijk in 1852 noch bij die van P. de Ridder in 1869 had zoiets plaatsgehad. Er werden feestcomites benoemd en erebogen opgericht. Een erewacht te paard - met ruim honderd ruiters, allen met hoge hoed op en oranje sjerp om en gecommandeerd door een oud-wachtmeester van de huzaren wachtte de nieuwe burgemeester aan de grens van de gemeente bij Leiderdorp op, "ome Hem" met zijn muziekkorps aan het hoofd. Tijdens het wachten op de feestcommissie met de nieuwe burgervader uit Leiden zou orne Hein alvast een muzieknummertje weggeven, maar - 0 wee! - alle koeien in de Boschpolder liepen te hoop en van de eendagsruiters lagen er al spoedig twee in de sloot. Gelukkig was alles weer in orde toen de nieuwe burgemeester arriveerde. De voorzitter van de erewacht, Abraham de Graaf, werd door de commandant voorgesteld aan Wichers, die - eveneens te paard - een toespraak hield met zijn hoge hoed in de hand. Het was of zijn speech in die hoge hoed zat en jawel, later bleek, dat hij daar inderdaad in

lag ... De eerste vergadering die burgemeesterWichers voorzat, had op 31 oktober plaats. In deze bijeenkomst werd hij met al-

gemene stemmen gekozen tot secretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. Op 23 augustus 1889 vroeg hij, waarschijnlijk ten gevolge van zijn minder goede gezondheid en nadat hi] al enige tijd met ziekteverlof was geweest, om ontslag als secretaris met ingang van 1 maart 1890 of zoveel eerder als zijn opvolger in dienst zou kunnen komen. Op 21 november keurden Gedeputeerde Staten het ontslag goed. Onder leiding van de progressieve burgemeester Wichers kwamen in Woubrugge en Hoogmade tal van verbeteringen en vernieuwingen tot stand. In 1897 steunde hi] mede het verzoek om in Hoogmade een stemlokaal te vestigen. In 1898 ijverde de burgemeester ervoor om het plan van de Hollandsche Electrische Spoorweg Maatschappij gewijzigd te krijgen, teneinde een station te verkrijgen in Woubrugge en Hoogmade, maar tevergeefs. De spoorwegen wilden wel een station ten zuiden van de Wijde Aa bouwen. Verder zorgde hi] in 1905 voor een vernieuwing van de Doesbrug in Hoogmade en de verbetering van de rijweg aldaar. Krachtig steunde Wichers, die de Nederlandse Hervormde beginselen was toegedaan, het voorstel van het raadslid A. Peters om de raadsvergaderingen in het vervolg met gebed te openen, wat op 2 september 1902 voor het eerst gebeurde. Bij Koninklijk Besluit nr. 13 van 11 november 1902 werd hij met ingang van 1 december van dat jaar benoemd tot burgemeester van Oudewater. Op 17 november nam hij afscheid van de Woubrugse gemeenteraad. Burgemeester Wichers overleed op 27 december 1914 te Utrecht.

2 Burgemeester Wichers werd opgevolgd door de op 10 maart 1873 te Meerkerk geboren Teunis Pieter Kleijn. Voordat

hij aan zijn ambtelijke carriere begon, was hij als onderwijzer bij het christelijk onderwijs in Tiel werkzaam. Op 12 februari 1903 werd hij benoemd tot burgemeester van Woubrugge, waar hij op 2 maart als zodanig werd gei:nstalleerd door wethouder]. van Dam. Het gerucht ging, dat Kleijn burgemeester van Woubrugge was geworden als beloning voor de diensten die zijn vader te Sliedrecht had bewezen bij de verkiezing van dr. Abraham Kuyper. Sinds de benoeming van Kleijn liet deze zich niet op een gunstige wijze kennen. Begin 1916 was hij genoodzaakt om het burgemeestersambt neer te leggen; in de raadsvergadering van 26 juni van dat jaar werd hij beedigd tot secretaris en tot aan de benoeming van een nieuwe burgemeester trad wethouder]. van Dam op als locoburgemeester. In het najaar van 1916 werd]. C. Baumann tot eerste burger van Woubrugge benoemd en ruim een jaar later nam deze ook het secretarisambt van Kleijn over. De laatste bleef aan de Vrouwgeestweg wonen, waar hij directeur werd van een onderlinge landbouwverzekeringsmaatschappij. In de jaren na zijn burgemeestersschap raakte Kleijn betrokken bij diverse minder prettige zaken. Daarvan moge het volgende voorbeeld dienen. Was hij als burgemeester geen voorbeeld, in de hoedanigheid van huisvader hield hij er ook vreemde praktijken op na. In de winter van

191 7 zou een van zijn kinderen op rekening van vader wat snoepgoed hebben gekocht. Kleijn strafte het kind af door het enige weken in barre kou op zolder op te sluiten. De buren kregen medelijden met het kind en maakten deze zaak aanhangig

bij burgemeester Baumann, waama er gauw een eind aan kwam. In 1919 raakte de ex - burgemeester betrokken bij een zaak waarin naast zijn persoon burgemeester Baumann en veldwachter Otto Comelis van Hemessen een hoofdrol speelden. Kleijn schreef "uit rancune" onder het kopje .Dorps-misere'' een lange ingezonden brief in het socialistische dagblad Het Yolk van 2 oktober 1919, waarin hij een boekje open deed over zijn opvolger in het burgemeestersambt. In dat schrijven nam hi] het op voorVan Hemessen, die naar het oordeel van Kleijn door Baumann onheus werd behandeld. Vermoedelijk werd Kleijn in Woubrugge de grond te heet onder de voeten, want op 13 januari 1920 verhuisde hij naar Den Haag en in maart 1922 vertrok hij met onbekende bestemming naar Amerika. Tijdens de ambtsperiode van Kleijn kwam er in Woubrugge en Hoogmade een fors aantal zaken tot stand. Hoewel deze natuurlijk niet allemaal op het conto van Kleijn kunnen worden geschreven - er was immers ook nog een gemeenteraad - wil ik er hier toch een paar noemen. Bij raadsbesluit van 21 november 1903 kwamen er in de gemeente meer straatlantaarns; op 1 augustus 1904 werd er in Hoogmade een postkantoor geopend. In juli 1905 werd de's Molenaarsweg opgehoogd en bestraat en kwam er een woningbouwverordenmg tot stand. In mei 1908 werd de toren van de hervormde kerk in Woubrugge uitgerust met een torenuurwerk en voorzien van wijzerplaten met minuutcijfers.

3 De volgende burgemeester van Woubrugge, Jan Comelis Baumann, werd op 9 december 1884 te Dordrecht geboren. Achtereenvolgens was hij als ambtenaar ter secretarie werkzaam te Leimuiden (1905-1909), Monster (1909-1910), om vervolgens naar Enschede te gaan, waar hij behalve het ambt van adjunct-commies ter secretarie ook de functie van secretaris der gemeentebedrijven bekleedde. Op 24 maart 1912 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Oude Tonge en op 27 oktober 1916 werd hij als zodanig te Woubrugge benoemd, bij Koninklijk Besluit nr. 123 d.d. 18 oktober 1916, waar hij op 2 november werd ge'installeerd. In december 191 7 werd hij tevens benoemd tot gemeentesecretaris. Bijna rwaalf'jaar heeft Baumann - een man van zeer lang postuur - de gemeente Woubrugge gediend. Per 15 september 1928 werd hij benoemd tot burgemeester van Overschie. Met gemengde gevoelens namen de Woubruggenaren kennis van deze benoeming. Velen zagen hem node vertrekken, daar hij zich gedurende zijn burgemeesterschap alhier - zowel om zijn persoonlijkheid als om de wijze waarop hij de belangen van de gemeente voorstond - bemind had weten te maken. Toch heeft burgemeester Baumann veel voor Woubrugge gedaan. Wanneer wij hier enige van de voornaamste zaken willen memoreren, welke onder zijn bewind tot stand kwamen, dan doen wij dit in het volle besef dat dit lijstje zeer onvolledig is, omdat in veel gevallen de verdiensten van een burgemeester niet zo zeer naar buiten treden. Veel is er immers geweest, dat onder de dekmantel van de ambtenarenwereld voor het oog verscholen is gebleven, maar waaaruit wel degelijk bleek, welk een warm hart burgemeester Baumann zijn

gemeente en zijn gemeentenaren toedroeg. Van de tastbare resultaten van zijn arbeid in dienst van de gemeente Woubrugge kunnen genoemd worden de aansluiting op het waterleidingnet in 1921, de reorganisatie van het electriciteitsbedrijf, de restauratie van de torenopgang van de hervormde kerk in Woubrugge, zijn krachtig ijveren voor de verbetering van het wegennet en de bruggenbouw. Ook de zaak van de volkshuisvesting heeft hij door bevordering van de woningbouw steeds krachtig gesteund. Burgemeester Baumann diende de gemeente Overschie tot 1 augustus 1941, op welke datum Overschie werd geannexeerd door Rotterdam. Gedurende de oorlogsjaren was hij evacuatiecommissaris in Zuid-Holland. Met ingang van 1 augustus 1946 werd hij benoemd tot burgemeester van Oegstgeest, wat hij bleef tot 1 januari 1950. Baumann overleed in deze laatstgenoemde gemeente op 27 september 1954. Naast zijn burgemeesterschap was hij secretaris van de Nederlandsche Vereniging voor Gemeentebelangen, lid van het HaagschTribunaal, bestuurslid van de centrale bloedtransfusiedienst in Nederland, secretaris van de examencommissie voor gemeente-administratie en ambtenaar van de burgerlijke stand. Naast deze functies yond burgemeester Baumann ook nog tijd voor enige publicistische arbeid; van zijn hand verschenen onder meer .Bene verhandeling over artikel 150 der Gemeentewet" (1916) en "De Landarbeiderswet van sociaal-economische zijde beschouwd" (1926).

4 Een burgemeester waarover in Woubrugge en Hoogmade nog altijd met eerbied en respect wordt gesproken, was Jacob Eliza Boddens Hosang. Deze op 27 augustus 1899 te Apeldoorn geboren eerste burger begon zijn loopbaan als medewerker bij de registratie en domeinen te Hilversum. Van 1925 tot 1928 was hij volontair ter gemeentesecretarie van Bussum. Op 27 oktober 192 8 werd hi] benoemd te Woubrugge. De nauwelijks achtentwintigjarige jongeman werd alzo de jongste burgemeester van Zuid-Holland. Op 20 november werd hij te Woubrugge gei:nstalleerd. Teneinde de nieuwe burgemeester en zijn verloofde op gepaste wijze te verwelkomen was een comite van ontvangst opgericht. Het raadhuis werd feestelijk versierd en in de gemeente was van de meeste huizen en van de openbare gebouwen de driekleur uitgestoken. Met een vijftal auto's werden Boddens Hosang en zijn verloofde, familieleden en vrienden van het station in Leiden afgehaald. Nadat men om een uur

's middags uit Leiden was vertrokken werd het gezelschap een half uur later in Hoogmade door de schoolkinderen toegezongen. Daarna ging de reis verder naarWoubrugge, waar de nieuwe burgemeester opnieuw door de jeugd werd toegezongen. Wethouder en loca-burgemeester C. W Lieverse hing Boddens Hosang de ambtsketen om. Per 1 mei 1929 werd de burgemeester tevens benoemd tot gemeentesecretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand. Aan de Achterweg liet hij in 1929 het fraaie landhuis "Jacobswoude" bouwen. In 1942, na het vertrek van zijn opvolger, kocht de gemeente Woubrugge dit huis aan teneinde er de bestemming van ambtswoning aan te geven. De Achterweg werd in 1946 bij de invoering van straatnamen in de

gemeente omgedoopt tot Boddens Hosangweg. Op 18 november 1934 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Bussum en Naarden. In Naarden was hij onder andere voorzitter van de Comeniusvereniging en bestuurslid van de vereniging Nederland- Tsjechoslowakije. In verband hiermee werd hij in 1938 benoemd tot ridder in de orde van de Witte Leeuw. Tevens ontving hij de gedenkpenning van de universiteit van Bratislava. Hij organiseerde in 1938 ook de opname van de eerste joodse vluchtelingenkinderen uit Duitsland. Tijdens de oorlogsjaren was hij uit zijn ambt ontheven en zat hij gevangen te Amsterdam. Later bracht hi] enige tijd als gijzelaar door in het kamp te Sint-Michielsgestel. In 1944 werd hi] met zijn gezin uit de provincie Noord-Holland verbannen. Boddens Hosang was van

19 19 tot 1939 lid van de CHU; na de oorlog trad hij toe tot de PvdA en trad hij ook weer aan als burgemeester van Bussum en Naarden, tot 1947. Hij werd vervolgens benoemd te Doetinchern, waar hij het burgemeestersambt tot zijn dood op 19 juni 1958 vervulde. Zijn overlijden - hij leed aan vernauwing van de bloedvaten - kwam toch nog onverwacht. Kort tevoren, op 30 april 1958, werd hij benoemd tot officier in de orde van Oran[e-Nassau, welke onderscheiding hem in het ziekenhuis werd uitgereikt. In zijn Woubrugse peri ode wcrden de plaatselijke tollen opgeheven, werd een begin gemaakt met de voorbereiding van de bouw van de huidige brug over de Heimanswetering en werd een nieuwe openbare lag ere school gerealiseerd.

5 Hendrik Bastiaan Nicolaas Mumsen, de volgende burgemeester van Woubrugge, werd op 12 maart 1907 te Den Haag geboren. Hij bezocht daar de lagere en middelbare school. Vervolgens studeerde hij aan de Suikerschool te Amsterdam om opgeleid te worden voor de suikercultuur in Nederlands-Indie. In 1929 vertrok hij naar Java, waar hij vier [aar in een suikerfabriek werkzaam was. In mei 1933 keerde hij terug naar Nederland en werd hij benoemd tot rijkscontroleur inzake de steunverlening bij het departement van Sociale Zaken. Bij de Saarstemming fungeerde hi] als voorzitter van een der stembureaus. Mumsen was Iidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk en lid van de CHU Op donderdag 14 april 1935, 's middags om drie uur, werd hi] in een buitengewone raadsvergadering door loco-burgemeester C. W Lieverse ge'installeerd. Mumsen aanvaardde onder moeilijke omstandigheden het burgemeestersambt. De crisis, met als gevolg daarvan een economische inzinking, was ook aan de gemeente Woubrugge niet onopgemerkt voorbijgegaan. Veeteelt en industrie gingen gebukt onder zware lasten die de bedrijven zich zagen opgelegd; de middenstand kon zich geen Ion end bestaan meer verzekeren en leek te zullen wegkwijnen. De werkeloosheid drukte als een zware last op het budget van de gemeente. Onder deze omstandigheden was het uiterst rnoeihjk om de gemeentebegroting sluitend te maken. De gemeente Woubrugge had zich nog steeds kunnen onttrekken aan het stempel "noodlijdend", waaronder destijds veel gemeemen gebukt gingen. Ben zuinig beheer en vorming van reserves hadden Woubrugge en Hoogmade daarvoor kunnen vrijwaren. Ruim zes jaar heeft burgemeester Mumsen de gemeente Wou-

brugge gediend. In verb and met zijn benoeming per 1 augustus 1941 tot eerste burger van Waddinxveen, nam hij op donderdag 3 1 juli tijdens een buitengewone raadsvergadering afscheid. In zijn afscheidswoord zei hi] onder meer: "De benoeming te Waddinxveen is voor mi] een bevordering en ik kan dus niet zeggen, dat ik node mijn nieuwe betrekking ga aanvaarden. Maar ik kan wel zeggen, dat ik node van deze gemeente, van u allen afscheid neem. Ik heb hier met mijn vrouw jaren beleefd, die als de voortekenen niet bedriegen, tot de gelukkigste van mijn leven behoren". In september 1944 was Mumsen gedwongen om onder te duiken. Direct na de bevrijding keerde hij in zijn functie als burgemeester van Waddinxveen terug, maar werd drie dagen later geschorst. Later kreeg hij met terugwerkende kracht tot 1 januari 1945 eerherstel. Per 1 [uni 1947 werd Mumsen benoemd tot burgemeester van's Gravenzande. Hier bleefhij tot 1 april 1972 werkzaam. Hij verhuisde daarna naar Rijswijk, waar hi] op 2 februari 1980 overleed. Van burgemeester Mumsen bestaat een fraai geschilderd portret. Het berust bij zijn enige zoon, de heer H. W F. Mumsen, burgemeester van Amerongen. Door zijn welwillende medewerking werden we in het bezit gesteld van een reproduktie van dit in 1939 door W de Kok vervaardigde schilderij. U treft hierbij een afbeelding aan van het schilderstuk, waarop Mumsen als burgemeester van Woubrugge is weergegeven en waarop in het glasin-loodraam de kerk van Woubrugge is afgebeeld.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek