Kent u ze nog... de Huizers

Kent u ze nog... de Huizers

Auteur
:   K. Wouda
Gemeente
:   Huizen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2781-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Huizers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

IN LEIDING

Het in 1969 bij dezelfde uitgever verschenen boekje "Huizen in oude ansichten" bleek zodanig in een behoefte te voorzien dat een vervolg hierop zeker zijn weg wel zal vinden. Het accent van "Kent u ze nog ... de Huizers" zal meer op de samenleving van deze Gooise gemeente gericht zijn, al zullen er geen foto's ontbreken die laten zien hoe sterk Huizen is gegroeid en uitgebouwd: in 1880 nog een vlek met 2837 inwoners was dit bij het ter perse gaan van dit boekje al 25.000.

Met name zal de aandacht worden gevestigd op het zeer bloeiende verenigingsleven. Zowel op kerkelijk als maatschappelijk gebied bleek een organisatievermogen tot uitdrukking te zijn gekomen dat in deze tijd jaloersheid kan wekken. Dat er van de oude dorpse intimiteit niet vee I is overgebleven zal een ieder duidelijk zijn, maar gelet op de wijze waarop diverse uitbreidingen werden voorbereid en uitgevoerd, waaruit de bezorgdheid spreekt om oude en niet te vervangen wijken te conserveren, zullen er zeker tekenen van het oude Huizen blijven bestaan. Merkwaardig dat juist de nieuwkomers blijk geven van hun grote belangstelling voor het oude Huizen, ook al zullen ze het door de "echte" Huizers gesproken dialect alleen met heel veel inspanning kunnen verstaan. Te hopen is dat dit dialect zal worden vastgelegd, waartoe de nodige stapp en reeds zijn ondernomen.

Rond de eeuwwisseling kende de gemeente Huizen een gemeentewerkman die met aIle voorkomende werkzaamhe den was be last. Behalve als klokluider deed Freek Breier dienst als lantaarnopsteker, nachtwaker en wat verder tot het ambt van gemeentewerkman - en dat was nogal wat - behoorde. Hij was uitermate begaafd in het rijmen en bij iedere jaarwisseling stelde hij een gedicht op dat de voorpagina van de Huizer Courant geheel vulde. Daarin kreeg ieder die wat in deze gemeente te betekenen had, van burgemeester over predikant tot koster, zijn beurt. Hoe de Huizer jongens aan hun meisje kwamen was weI een bijzonder staaltje van folklore. Deze methode - het zogenaamde "bakkie halen" - behoort helemaal tot het verleden. Dat "bakkie halen" ging als voIgt in zijn werk: de ouders gingen op bezoek bij vrienden of farnilie, uiteraard alleen op de zondagavonden. De dochters van zestien en ouder moesten dan met hun vriendinnen op de overige spruiten passen. De gezinnen waren veelal (calvinistisch) groot. De jongens van genoemde leeftijd wisten al gauw uit te vinden waar het meisje waar ze wat in zagen moest oppassen. Meestal gebeurde dat in groepjes van vier of vijf jongens met evenveel meisjes. De meisjes hielden angstvallig de deur op slot, weI in de hoop dat er bezoek zou komen. Als de ouders dan hun hielen hadden gelicht werd er op de gesloten deur geklopt met de vraag: "Geef je nog een bakkie weg? " Als het dan jongens waren die weI in de smaak vielen, werd de deur geopend en kon het koffie drinken beginnen. En zo ontstonden dan vriendschappen die vaak op een huwelijk uitliepen. Maar 0 wee als het jongens waren waar de meisjes met van gediend waren. Dan kon er van alles gebeuren. Dan kon een boer's morgens zijn wagen op het dak vinden of stond er voor de deur van de bakker een stapel takkenbossen, zodat men er in noch uit kon. Van de daders natuurlijk geen spoor!

Een woord van dank aan het adres van het gemeentebestuur van Huizen voor het afstaan van foto's uit het gemeentelijk archief en aan allen die bijzondere exemplaren ter reproduktie afstonden is hier zeker op zijn plaats.

1. Uit de eerste foto's van deze serie blijkt duidelijk dat de Huizer klederdracht in de loop der jaren nogal is veranderd. De man droeg een eeuw geleden een korte broek, lichte kousen en schoenen met zilveren gesp. Een kleurrijk geheel. De vrouwen had den over de muts een soort hoedje, dat later helemaal is verdwenen. Op de eerste foto komt ene Pieter Westland met een van zijn kinderen uit de kerk, terwijl op de tweede een echtpaar op de stoep van de kerk een praatje maakt. Deze schilderachtige kledij dateert van omstreeks 1870.

2. Huizen kreeg in 1854 een haven. Tot die tijd moesten de botters op zee worden gelost en daarvoor kwamen ze zo dieht mogelijk bij eb op het strand, om bij vloed weer vlot te kunnen komen. De viskopers kwamen met paard en wagen tot v1ak bij de botters om de kostbare lasten over te nemen.

Op deze zeer oude foto is te zien hoe viskorven werden gemaakt van wilgetenen. Ais de vissers, omdat het sleeht weer was, niet tijdig in de haven konden komen, werd het zaterdags vaak te laat om de vis nog door te verkopen. De bot werd dan overgeladen in de viskorven. Deze werden zorgvu1dig afgesloten en aan de botter verbonden in de haven gedeponeerd. Door de rege1matige terugkeer van eb en vloed kwam er steeds fris zeewater in de haven en kon de vis dagenlang goed blijven. Van vervuiling van het oppervlaktewater was rond de eeuwwisseling nog geen sprake.

3. Deze heel bijzondere foto uit 1893 toont het personee1 van de beetwortel en zaadfabriek van de firma Kuhn en Co. Op dit bedrijf, gelegen nabij de Chemische Fabriek Naarden, werden veredelde zaden gekweekt en over de gehele wereld verhandeld. Een merkwaardige bijzonderheid was dat men praktisch alleen met arbeiders uit Huizen werkte. Men ziet Teuntje Baas, Stiena Westland, vrouw Schipper en anderen. De mutsen werden laag op het haar gedragen, terwijl bijna aIle mannen en jongens met de Huizer petjes, "koef" geheten, waren getooid.

4. Het eerste Huizer fanfarekorps werd rond de eeuwwisseling opgericht en stond onder 1eiding van het hoofd van de openbare 1agere school de heer Beemsterboer. Pas in 1920 kreeg de muziektent een p1aats in het centrum. Gedurende de zomerrnaanden werden regelmatig concerten gegeven door de twee toen bestaande muziekgeze1schappen, waarvoor van de zijde van de bevolking altijd grote belangstelling bestond. Staande, bovenste rij: C. v.d. Born ("Kees van Fijtje."), de heer Beemsterboer, Klaas Baas ("KIaas van Jantje"), Jac. v.d. Born ("Jaap de Muis"), A. Horst en J. Bunschoten. Tweede rij: J. Baas, H. Baas en IJz. Rebel ("IJp van Gijs"). Op de voorgrond: H. Zeeman, Lamb. Kriek en Otto Breier.

De heer P. Beemsterboer werd geboren op 26 april 1844 te Hem (N.H.). Hij kwam op 21 mei 1869 uit Haar1emmerliede en Spaarnwoude, waar hij onderwijzer was, naar Huizen als hoofd van de openbare lagere school. Zijn datum van overlijden is niet bekend, wel dat hij op 10 mei 1909 met zijn gezin is vertrokken naar Hi1versum.

DE GELIJKENIS VAN DEN VERLOREN ZOON IN DEN TONG VAL VAN HET DORP HUIZEN.

Medegedeeld door den heer P. BEEMSTERBOER. hoofdonderwijzer te Huizen. December 1870.

11. 'N mins had twee zeunen. 12. En de jongste van z'n zei teugen de vader: vader! geef mij 't porsi van 't gooed dat mijn tooekomt. En hij deelde z'n gooed. 13. En nijt vuul dagen deer nee is de jongste seun, tooe hi alles bij mekaar epakt had, op reis egeen, nee 'n langd, dat veer weg was en deer het i al z'n gooed deur ebrocht. 14. En tooe alles op was, tooe kwam d'r 'n hongersnooad in dat langd en hi begon gebrek te lijen. 15. En hi gong vort en voegde hum bij een van de burgers van dat langd en die stuurde 'm op z 'n langd om de varkens te weien. 16. En hi begeerde z'n lijf te vullen met 't voer dat de varkens atten en niit een mins gaf hum dat. 17. En bij z'n zelvers zei i: hoevuul knechs van m'n vader hebben genooeg brooad en ik vergee van honger. 18. Ik zel opsteen en nee m 'n vader geen en ik zel teugen 'm zegge: vader! ik heb ezundigd teugen den hemel en teugen jou. 19. Ik bin nijt meer weerd om jou zeun enoemd te worren; maak mij as een van je knechs. 20. En hi stong op en gong nee z'n vader. En tooe hi nog veer of was, zag z'n vader 'm al en die kreeg erg met hum te dooen; hi gong nee 'm tooe, viel hum om den hals en gaf hum 'n zoo en. 21. De zeun zei tooe teugen hum: vader! ik heb ezundigd teugen den heme! en teugen jou en nou bin ik nijt meer weerd jou zeun enoemd te worren. 22. Mar de vader zei teugen z 'n knechs: bring daal'k 't beste pak en dooe 't hum an, geef 'm 'n ring an z'n hangd en schooenen an z'n beenen. 23. En bring 't vette kalf en slacht 't; leete we eten en vrooalik weze. 24. Wangt deuze zeun van me was dooad en hi is weer levendig eworren; hi was verleuren en is evongden. En tooe begonnen ze vrooalik te wezen. 25. En de oudste zeun was op 't langd en tooe hi dicht bij huis kwam, zag hi 'n grooate verangering; ze zongen, speulden en dangsten. 26. En hi riep een van de kneehts en vroeg hum wat 'r te dooen was. 27. En die zei 'm: je breur is weer 't huis ekommen en je vader het z'n beste kalf eslaeht omdat i weer ezongd 't huis kwam. 28. Mar hi werd vinnig en wou nijt in huis geen en tooe gong z 'n vader nee 'm tooe en bad 'r hum am. 29. Mar hi zei teugen z'n vader: ik hei je nou al zoo vuul jaren ediend en nooit edeen wat je nijt wou hewwen, en je hewwe me nog nooit 'n bokki egeven om met m'n vrinden vrooalik te wezen. 30. Mar nou deuze zeun van je thuis ekommen is, die jou goed met hooeren deur ebrocht het, nou hei je 't beste kalf eslacht. 31. En hi zei teugen hum kijnd! jij bint altijd bij me en al wat van mijn is, is van jou. 32. Nou mossen we vrooalik en blij wezen, wangt je breur was dooad en hi is weer levendig eworren; hi was verleuren en is evongden.

5. Bij het uitgaan van de oude hervormde kerk in 1902. Op de voorgrond zien we onder anderen mevrouw Veerman-Bout, P. v.d. Poe1, H. den Oude en L. Schram. De oude kerk was toen nog niet verbouwd. Dat gebeurde in 1908. Veel van de mooie oude stijl ging daarbij verloren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek