Kent u ze nog... de Leeuwarders

Kent u ze nog... de Leeuwarders

Auteur
:   H.W. Keikes
Gemeente
:   Leeuwarden
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0500-2
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Leeuwarders'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In 1880 was het maken van een foto nog een gebeurtenis. Wanneer het ging om het portretteren van één persoon of een groep, dan was het een kwestie van stilzitten en van het benutten van zoveel mogelijk daglicht of het "veroorzaken" van kunstlicht. Rond 1940 beschikte eigenlijk iedereen over een eigen fototoestel.

Dit boekje wil een beeld geven van de Leeuwarder samenleving in die tussenliggende periode en moet daartoe putten uit die steeds wassende stroom beeldinformatie. Er is geen sprake van enige volledigheid en de keuze is volstrekt willekeurig.

Er moest, vond de samensteller, wel een zo getrouw mogelijke afspiegeling komen van de Leeuwarder maatschappelijke en culturele geledingen. Kreeg het oog van de camera aanvankelijk vooral de gezeten burgers te zien, gefotografeerd in al hun bestuurlijke waardigheid (en de stad hàd heel wat aan deze mannen te danken), wat later kwamen er gelukkig ook "gewone" mensen op de gevoelige plaat, voorzover er ooit gewone mensen in Leeuwarden hebben gewoond. En zo ontstond deze boeiende mengeling van fabrikanten en arbeiders, kooplieden en venters, drankbestrijders en caféhouders, oude mannen en kinderen, straatartiesten en politieagenten, dokters en geestelijken, schutters en schilders, gereformeerde, katholieke en joodse Leeuwarders.

Terwille van die levendigheid is ook geen chronologische volgorde nagestreefd: dit zijn mensen, zoals men ze tussen 1880 en 1940 kon tegenkomen in de Leeuwarder straten en verenigingslokalen.

1. Het zou onaardig en bovendien niet waar zijn om te beweren dat oudere Leeuwarders de heren op deze foto wel zullen kennen, maar een feit is dat men niet "met de politie in aanraking" behoefde te zijn geweest om toch verschillende leden van het korps te kennen. De kerels van commissaris Wesser waren ronduit populair in de stad, zonder dat er per advertentie moest worden gesuggereerd dat ,de politie je beste vriend is. De stad was kleiner, akkoord, het korps was ook aanzienlijk kleiner, maar de heren hadden er wel de wind onder!

De foto, die van rond 1912 moet dateren, werd gemaakt bij de inham tussen het stadhuis en de hoofdwacht, die na de verhuizing van het bureau van politie naar de Nieuwestad zou worden aangeduid als het "ouwe plisiebro".

Staande, van links naar rechts: de heren Van der Heide, Botter, Terpstra, Inia, Kruit, Brandsma, Brok, de schrijver Edinga, Kramer, Terveer en Willems. Zittend, van links naar rechts: rechercheur Turksma, Hoog, inspecteur Frans van Doorn (later naar Utrecht), commissaris Wesser, Thomassen (als inspecteur naar Haarlem), Eekhof en rechercheur Stevan.

2. In 1912 werd de heer W.F.M. Wesser commissaris van politie in Leeuwarden als opvolger van commissaris Heg. Het politiekorps bestond uit enkele tientallen mensen, maar zij stonden hun mannetje. Wesser was een man van gezag, maar hij was bij zijn mannen bijzonder geliefd, omdat hij hen de nodige vrijheid van handelen gaf en hun optreden zoveel mogelijk met zijn autoriteit dekte. Ook bij het publiek was hij een bijzonder populair man, zoals wel bleek in mei 1930, toen commissaris Wesser op vijfenvijftigjarige leeftijd overleed. Toen hij met korpseer werd begraven, was het zwart van de mensen langs de route. Drie dingen droegen in niet geringe mate bij tot Wessers populariteit: zijn opvallende auto, zijn onafscheidelijke hond (een bouvier) en zijn vervaarlijke hangsnor.

3. Wie nu spreekt over ,juffrouw Visscher" bedoelt het boek "Leeuwarden 1846-1906", het vervolg op de twee delen stadsgeschiedenis van Leeuwarden van de hand van stadsarchivaris Wopke Eekhoff. Van 1900 tot 1933 was mejuffrouw Rinske Visscher evenwel gemeentearchivaris van de Friese hoofdstad en in deze kwaliteit schreef zij het veel geraadpleegde vervolg op "Eekhoff" en nog vele andere publikaties. Zij was de eerste vrouw in Nederland die dit ambt bekleedde. Rinske Visscher resideerde op de bovenverdieping van het stadhuis, waar toen - zeer tegen haar zin - het archief niet optimaal was gehuisvest.

Zij stond haar mannetje, figuurlijk, maar ook letterlijk, getuige haar "Vóór je kijken! " tegen een archiefambtenaar, wanneer zij, haar lange rok iets optillend, de drie treetjes naar het depot besteeg. Mejuffrouw Rinske Visscher werd in 1912 secretaresse van het Fries Genootschap, welke functie zij na haar pensionering in 1933 nog bleef vervullen tot 1940. Toen verhuisde zij om gezondheidsredenen naar Amersfoort, waar zij tien jaar later, eenentachtig jaar oud, overleed.

4. Strenge winters met sterk ijs brachten de hier afgebeelde mannen in het geweer: de bestuursleden van de "Nieuwe Leeuwarder IJsclub", die hardrijderijen op de schaats organiseerden op de traditionele plaats, namelijk op de stadsgracht achter de Prinsentuin. Wanneer het zover was, dan haalde timmerbaas Zwart (uiterst links op deze op 3 januari 1928 gemaakte foto) de vlaggen, de vetpotjes, de directiekeet en de ijsschaaf uit zijn werkplaats en konden de voorbereidende werkzaamheden beginnen.

De wedstrijden "achter de gouden bal", zo genoemd naar de eertijds ter plaatse van de Singelstraat staande uitspanning, genoten een grote belangstelling van de kant van de rijders en rijdsters en van het publiek, dat niet zelden bij tienduizenden op het ijs en op de wallekanten stond.

Op deze foto naast de heer Zwart, van links naar rechts: de heren P. Hoekstein, P. van Oostrum (secretaris), Schat, burgemeester jonkheer J.M. van Beijma, commissaris van politie Wesser, voorzitter P.A. de Bruin, B. Bruinsma, oud-voorzitter J.C. Mollema, toekomstig voorzitter M. de Boer, de indrukwekkende Eduard Lampe, de befaamde manufacturenkoopman uit de Sint Jacobsstraat, die ondanks zijn omvang een groot sportman was, en zeilmaker De Vries.

5. Dit portret van Bouke Goedemoed werd gemaakt ter gelegenheid van zijn gouden jubileum als tekenaar bij het kadaster. Het was toen 1930 en de in 1862 geboren Goedemoed had toen nog veertien levensjaren voor de boeg. Hij genoot in de stad een grote bekendheid als calligraaf en er zijn talrijke werkstukken van zijn vaste hand bewaard gebleven. Hij schreef en tekende in zijn vrije uren ontelbare opdrachten in albums, naamlijsten en stambomen, menu's en oorkonden. Hij was de zoon van de chef-kleermaker van de strafgevangenis en op achttienjarige leeftijd kwam hij bij het kadaster. Vermoedelijk is hij gaan calligraferen onder invloed van zijn vriend Titus van der Laars, de beroemde heraldicus, die ook in Leeuwarden heeft gewoond. Goedemoed tekende vooral in de late avonduren, zijn werkstuk plat op tafel en staande over zijn werk gebogen. Zijn vrouw overleed, toen zijn dochtertje twee was en later zou zij getuigen dat vader zijn eenzaamheid had" weggetekend" .

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek