Kent u ze nog... de Monnickendammers

Kent u ze nog... de Monnickendammers

Auteur
:   P. Huurdeman
Gemeente
:   Waterland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3911-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Monnickendammers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Monnickendam, een oude stad in het Waterlandse gebied. Gesticht aan het water, gericht op het water. Door de eeuwen heen gebonden aan de zee en ook nu nog met aIle vezels aan deze zee gebonden. Monnickendam, begonnen als stapelplaats op het vaste land voor de produkten die de nijvere monniken van het klooster Mariengaarde op Marken verbouwden. Zij, die monniken, kwamen, dam den een inham van de zee af en bouwden daar hun pakhuizen en onderkomens. Monnickendam werd gebouwd aan de grote doorbraak naar de binnenmeren en controleerde zo ook de doorvaart vanuit de dichtstbevolkte gebieden langs de duinrand naar de zee. Steden als Purmerend, Zaandam, Alkmaar en Schagen waren afhankelijk van de Monnickendammers. Monnickendam kreeg in 1355 de felbegeerde stadsrechten en werd een rijke koopmansstad. De haven was diep en kon door grote schepen bevaren worden. De stad ontwikkelde zich totdat de dam in de Purmer Ee werd gelegd. Holland had behoefte aan land en dit kon gewonnen worden door de grate binnenmeren te beteugelen.

Monnickendam in de moderne tijd is nog steeds aan die zee verknocht. De nieuwe taak is de mens van vandaag en de mens van morgen de gelegenheid te bieden zich regelmatig uit de jachtige tijd terug te trekken. De recreatie te water is een van de opdrachten die de stad te verzorgen heeft. Waarom dan terugkijken naar het verleden? Een oud Westfries spreekwoord zegt: "wie zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd". In het verleden liggen de draden naar het heden; niets kom t uit zichzelf, het zijn wordt in hoge mate door de loop der tijden bepaald. Zo ook het bestaan en de toekomst van Monnickendam. De voorgeslachten bepaalden mede de toekomst en zo moet dit boekwerkje gezien worden als een eerbetoon aan die mensen die er nu niet meer zijn, of anders van de hun toekomende rust genieten. Zij maaktenhet mede mogelijk dat Monnickendam een nieuwe taak kan uitvoeren.

Mijn bijdrage hieraan is slechts gering. Ik bepaalde mij tot het uitwerken van de gegevens, het op een rijtje zetten van de gebeurtenissen en de namen. Het is een enthousiast collectioneur geweest die mij de afbeeldingen en de daarbij behorende verhalen aanreikte, de heer F. Duinkerken.

Ik hoop met dit boekwerkje een stukje verleden weer tot leven gebracht te hebben. Sommigen zullen het herkennen, anderen zullen er voor het eerst kennis mee maken. Niet alle personen op de prenten en foto's zijn mij bij naam bekend, maar dit is niet zo belangrijk, het gaat toch in de eerste plaats om het tot leven brengen van een ontwikkelingsgang en deze heb ik zoveel mogelijk trach ten te volgen.

1. De ontwikkeling van een land of een gemeente staat en valt met het onderwijs. Goed onderwijs betekent een grotere kans op een plaats in de rij der volkeren. Het zou dan ook een tekort zijn als niet begonnen werd met de scholen in Monnickendam. Op 23 april 1901 poseerden de onderwijzer en de leerlingen van de open bare lagere school I voor de fotograaf. Dit is tweeenzeventig jaar geleden en de kinderen van toen zijn nu reeds gestorven of heel oud. Herkennen deed niernand de kinderen meer. Herkent u ze soms?

2. De sehoolstrijd ging ook aan Monnickendam niet voorbij. Opgericht werd de "Vereniging voor Christelijk Volksonderwijs" en als onderwijzer, later hoofd der school, trok de vereniging de heer J. Oosterveld aan. Een zeer gelukkige greep want de heer Oosterveld ontpopte zich in de loop der jaren tot een man die veel betekende voor zijn stad en medemensen. Hij had belangstelling voor alles wat er om hem heen gebeurde: de sport, het sociaal en maatsehappelijk leven, het kerkelijk leven. De heer Oosterveld kreeg de aanspreektitel "meester" en zo noemde geheel Monnickendam hem. Zijn grote hobby was de historie van Monnickendam en met grote energie wierp hij zich op het naspeuren van deze historie. De verhalen gaf hij door aan ziin leerlingen. Deze verdienste wist het gemeentebestuur van Monnickendam te waarderen en zijn benoeming tot ere-burger van de stad was de beloning voor het vele werk. Bovenal was de heer Oosterveld onderwijzer; vandaar deze foto met de kinderen en onderwijskrachten, waarop hij rechts staat, met baard.

3. Monnickendam is geworden wat het nu is, mede door het bestuur van de stad dat op politieke gronden werd gekozen, maar die politiek snel vergat als de belangen van de stad op het spel stonden. Op deze foto poseert het stadsbestuur uit 1923 in de kamer van de burgemeester. Zittend van links naar rechts: gemeentesecretaris H. ter Cock, wethouder C. Ubbels, burgemeester J. Versteeg en wethouder P. de Waal. Staande: gemeentebode J. van der Lingen en de raadsleden lac. J. Wijchers, J.C. Dijksen, P.H. Wubbe, Joh. Oosterbaan en N.M. van Breemen. De heer Wijchers was het eerste socialistische raadslid in Monnickendam.

4. De rokerij van Goof Meij was in Monnickendam een begrip. Vele toenmalige stadgenoten verdienden hier het dagelijks brood zoals de poserende Piet Hoppe, Siem Meij, mevrouw Ruyg, rnevrouw G, Morees, K. Kaars, F. Morees, mevrouw M. Morees en Jaap Kaars.

5. Monnickendam leefde van de zee, vooral van hetgeen de zee aan voedsel opbracht: de vis. De stad kende in die dagen tientallen rokerijen waarvan een aantal in de loop der tijden is verdwenen. Doorlopend hing er de geur van rook en vis in de straten, een geur die ook nu nog te ruiken is. Op de foto zien we de rokerij van Gerrit Schaap in de Grote Noord. De mannen op de foto zijn van links naar rechts: eigenaar Gerrit Schaap, Willem de Boer, Arie Borst, Voortman en Siem Meij,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek