Kent u ze nog... de Westkappelaars

Kent u ze nog... de Westkappelaars

Auteur
:   N. Flipse-Roelse
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4381-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Westkappelaars'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

IN LEIDING

Over Westkapelle en zijn bewoners is al veel geschreven; vooral sinds de laatste dertig jaar. Een boekje in de bekende serie: "Kent u ze nog ... " ontbrak echter tot nu toe. Een vraag als in de voorgaande zin zal in de eerste plaats gelden voor de oudere Westkappelaars die thans nog in het dorp wonen maar ook voor diegenen die het dorp reeds lang hebben verlaten en zich elders hebben gevestigd. Tegenwoordig wonen al vele getrouwde kinderen over heel Nederland en zelfs Europa verspreid. Vooral na de tweede wereldoorlog heeft zich een grote verandering voltrokken. Geleidelijk hebben zich ook niet-Westkappelaars in het dorp gevestigd en met de bevolking vermengd, iets dat vroeger zo goed als niet voorkwam. Ook de Noordoostpolder werd oorzaak van nauwe familierelaties buiten het eiland Walcheren. De vreemdelingenindustrie heeft ook erg veel tot de veranderingen in het leefpatroon bijgedragen. Zelfs de evacuatie is een factor van betekenis geweest.

De armoede van vroeger is thans gelukkig verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een meeprofiteren van de algemene welvaart. Heeft Westkapelle dan niets eigens meer? Gelukkig n6g well De "echte" Westkappelaars zullen dit ten volle beamen. Beschrijven is evenwel niet eenvoudig. Wij hopen dat dit boekje mag bijdragen iets van het oude Westkapelle met zijn vele Minderhouds, Roelses, Huibregtses, Lievenses en anderen in herinnering te brengen en voor het nageslacht te bewaren. Aan allen die ons met foto's en gegevens behulpzaam zijn geweest en vooral aan hen die ons toestemming verleenden om ook de bijnamen te do en afdrukken zeggen wij hartelijk dank. Helaas moesten vele onderwerpen door ruimtegebrek sterk beperkt worden en kwamen sommige helemaal niet aan bod.

Onlangs kwamen wij in het bezit van een officieel schrijven, gedateerd 18 mei 1852, getekend door de toenmalige burgemeester van Westkapelle P.J. Bertel en door gemeentesecretaris P. de Vos. Daaruit blijkt dat op 2 mei 1852 is overleden de gepensioneerde gemeenteveldwachter Krijn Faase. Voor de twijfelaars tijdens het feest "Westcappel 750 jaar Stad" moge hieruit blijken dat de bijnaam "van de Sam petter" niet was verzonnen.

Mevrouw N. Flipse-Roelse zorgde voor de verwerking van het fotomateriaal.

1. De vuurtoren (I)

Helaas moeten we voor een deel van de. historie van het bouwwerk verwijzen naar "Westkapelle, hare bevolking, enz." door K. Baart. In 1817 werd het gebruik van de kerktoren overgedragen aan het departement van marine om op de toren een kustlicht te plaatsen. Op 20 maart 1818 werd dit ontstoken. Het licht werd geleverd door vijftien Argandse lampen (patentolie-lampen met parabolische reflectors) in een metalen lantaarnbouwsel. Na de brand van 1831 werd de toren van stenen gewelven voorzien en goed verankerd. In 1855 werd een plaatijzeren verhoging van tien meter geplaatst en de lichtbron werd een vierpits petroieumlicht. De sterkte bedroeg in 1903 6300 kaars. In 1907 werd het vervangen door een eIektrische verlichting met booglampen. Het optiek kreeg vier panelen onder 90° met een brandpuntsafstand van dertig centimeter. Het licht werd geleverd door boogiampen voor 45 volt 60 ampere. Daartoe was aan de grindweg een machinekamer gebouwd waarin twee 15 pk zuiggasmotoren elk een wisselstroomdynamo konden drijven. Op 15 april 1907 draaide dit nieuwe licht met eike vijf seconden een schittering van 0,1 seconde en een sterkte van 1,5 miljoen kaars. In 1921 werden de koolspitsen vervangen door gloeilampen (Brandarislampen) voor 80 volt 50 ampere en werd het ronddraaien van het steisel elektrisch geregeld. Het karakter werd nu elke vijf seconden een schittering van 0,2 seconde met een lichtsterkte van 2,2 miljoen kaars. Van 1924 tot 1934 heeft een algeheIe restauratie van de stenen toren plaatsgehad door de Westkappelse aannemer W. Roelse. Alles werd eerst, hangend in een bak langszij de toren, opgemeten en later in tekening gebracht. Dit is zeer minutieus gebeurd. De restauratie was een geweidig karwei. Op somrnige plaatsen moest weI een dikte van een meter metselwerk worden weggenomen en weer opnieuw worden bijgewerkt. Jarenlang zag men dan ook grote hopen steen liggen die afgebikt en opnieuw gebruikt moesten worden (zie de foto van de toren in de steigers). De buitenkant moest zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht worden. Afbrokkelende steunberen werden bijgewerkt, nieuwe vlechtingblokken geplaatst, verweerde waterlijsten en ook een groot dee 1 van het maaswerk vernieuwd. De grote ramen die na de brand ingezet waren werden door kleine vervangen en de galmgaten als nissen dichtgemetseld. De stenen toren is ongeveer achtendertig meter hoog. De wenteltrap telt honderd negenenzeventig treden; in totaal tot het licht tweehonderd zestien treden.

Aan de restauratie werkten onder anderen de volgende Westkappelaars mee: op de rechter foto, boven: A. Janisse en L. Hengst Szn. (Fien van Siemen van Deber), onder hen: J. van Rooijen Azn (Janis van Ries van Kesslo), opzichter J.1. van der Wal, W. Roelse (aannemer en uitvoerder), A. Hengst, W. Hengst en L. Hengst. Andere medewerkers waren L.L. Roelse Lzn. en K. Louwerse Azn. De foto's geven een beeld van de toren voor en tijdens de restauratie en de bak voor het opmeten.

2. De vuurtoren (II)

Op 26 juli 1934 werd de installatie van de vuurtoren op het net van de PZEM aangesloten. Na de vernieling van het lichttoestel door de wegtrekkende Duitsers werd tijdelijk een luchtvaartlicht geplaatst. Karakter: elke drie seconden een schittering van 0,1 seconde met een sterkte van 300.000 kaars. Op 19 juni 1951 kwam een nieuw lichttoestel in gebruik met hetzelfde karakter maar met een sterkte van 2,6 miljoen kaars. De zichtbaarheid is ongeveer negentien mijl (vijfendertig kilometer).

.Vorruit nirruus, 't Torenlicht brandda" kregen de nog laat buiten spelende kinderen vroeger te horen. Wie waren rand de eeuwwisseling en tot de tweede wereldoorlog de mensen die voor de kustverlichting zorgden? Als opzichters komen we de namen tegen van W. de Rapper, 1878-1889 (bovenste rij, geheel links), P.C.A. van Hoepen, 1889-1906, K. Schraver, 1906-1908, H. Koster, 1908-1910, L.M. Verheul, 1910-1920 (onderste rij, geheellinks) en J.J. v.d. Wal, 1920-1934 (bovenste rij, tweede van links). Bij de lichtwachters komt men de naam B.B. Louis, 1876-1884 (middelste rij, geheel links) tegen. Deze naam moet hier worden genoemd omdat hij zich in zijn vrije tijd bezig hield met fotograferen. Meerdere Westkappelaars bezitten nog atelierfoto's waarop "B.B. Louis-Westkapelle" staat aangegeven.

Op het geleidelicht (iezderen torentje) deed S. Waterman dienst van 1887 tot 1915. Daar zijn ook werkzaam geweest: P. Sanderse, R.P. Baaij, 1917-1934 (onderste rij, geheel rechts), B. Postma, 1918-1934 (middelste rij, geheel rechts) en P.W. de Lange, 1919-1934 (onderste rij, tweede van rechts). In 1934 werd de kustwacht wegens bezuiniging opgeheven. De heer Baaij ging naar Nieuwesluis, Postma naar de grote toren en De Lange kreeg eervol ontslag. Na de oorlog is de kustwacht weer ingesteld. Verder moe ten nog genoemd worden de bekende lichtwachters K. Flipse (middelste rij, tweede van links) en de broers Johannes, Jan en Willem van Rooijen (gebroeders Bolluut). De foro's zijn van Jan (bovenste rij, derde van links) en Willem (middelste rij, derde van links). Een zeer bekend geworden torenwachter was A.R.C. Waterman (bovenste rij, geheel rechts) die op 1 november 1915 in dienst kwam, op 1 juli 1951 tot hoofdlichtwachter werd benoemd en op 1 apri11952 de dienst verliet. Voor de bediening van de machines zorgden K. van Rooijen (Kris Sol, onderste rij, midden) en J.L. Dekker (Bert Dekker, middelste rij, tweede van rechts). De lichtwachter J. Minderhoud (loop de Schilder, onderste rij, tweede van links) verliet de dienst toen de verlichting elektrisch werd. Vanzelfsprekend was er ook een aantal hulpkrachten nodig. Van die personen noemen we L. Minderhoud Jzn. (Lau van Jan van Keesje) die al in 1908 begon, W. Huibregtse en J. Roelse. Van B.B. Louis dient nog te worden vermeld dat hij ook uurwerken repareerde en zelf nieuwe staartklokken maakte. Hij was de eerste amateurfotograaf op Westkapelle. Zijn foto mochten wij uit het familiearchief gebruiken.

,.,-

.. -

. ~

~

3. De molens

Welk dorp op Walcheren had drie korenmolens? Aileen Westkapelle! Op de dijk, tegenover "d'Arke", stond de molen "Prins Hendrik" van molenaar P. Verhage (Kuute); later van A. Minderhoud (Arj66n Molle). Aan de zuidkant van het dorp stond de molen "De Roos" van A. Theune (Bram Theune) die later werd opgevolgd door zijn zoon Bram. De laatste is nog buschauffeur geweest. Beide genoemde molens zijn door de bombardementen helaas verloren gegaan waarbij in "De Roos" veel Westkappelaars jammerlijk zijn omgekomen. De molen "De Roos" was te bereiken vanuit de Zuidstraat via een baan naast de snoepwinkel van Jewanne de Vos. De derde molen "De Noorman staat er thans (rna art 1975) nog. Molenaar was J. Roe1se (Joopje Rotte) en later zijn zoon Kees. Vroeger had den de straten nog lang niet allemaal naambordjes. De molen stond "op Doolhof" en was te bereiken via een kleine baan. De eerstgenoemde molens waren grondzeilers maar de laatste had een rondomlopende gaanderij (gelderiee) waarop de molenwieken naar de wind gekruid konden worden. Dit kwam bij buiig weer en met een onweersbui nogal eens VOOL Bij een normaal gestopte molen stonden twee wieken horizontaal en de andere vertikaal. Bij te verwachten zwaar weer werden de wieken dikwijls schuin gezet "in kruus". Men kon het geheel dan beter tegen ongewenst draaien verzekeren hoewel deze stand voor dit doel niet overal als een vaste regel gold. Ook bij bijzondere gebeurtenissen werden de wieken in een bepaalde stand gezet. Zo betekende "inkomend" (een wiek nog niet helemaal beneden) een geboorte in de familie; "uitgaand" (de boolje vobbie) dus iets door de onderste stand heen, gebruikte men vroeger wel van een half uur voor, tot een half uur na een begrafenis. Het graan werd naar de molen gebracht en het meel (met de zemels er nog in) teruggehaald in een "meulzak". Dit waren zeer fijn geweven witte zakken met de initialen van de eigenaar in grote zwarte letters erop. leder wenste immers zijn eigen meel terug, want tarwe van .Klienke" was geen tarwe uit de "Schone wegt". Vroeger had den vele inwoners een eigen oven en werd het "boerenbrood" thuis of bij familie gebakken. Meestal voor een hele week tegelijk. De oven was buiten aangebouwd en het stookfront bevond zich in de "bakkeet". Aparte boiletjes deeg ter grootte van een kindervuist werden soms meegebakken (opblaezer). Zij werden gewoonlijk warm gegeten met boter en stroop en waren in die tijd vooral voor kinderen een delicatesse.

Op de foto ziet men: P. Verhage (links), de molen "De Roos" (midden). Twee wieken gingen omstreeks 1920 bij een storm verloren. Daaronder J. Minderhoud. Rechts boven: vader en zoon A. Theune en onder hen J. Roelse.

4. Cafes

Een over heel Walcheren bekende "uitspanning" was "Het Kasteel van Batavia". Herbergier was A. Minderhoud (Noute van Kobus). Laterdreef zijn weduwe (Ko van Noute) de zaak. Daarna kwam haar zoon Hendrik (Eine van Ko). Nog later ging het bedrijf over in handen van K. Huibregtse (Kees Doos) die gehuwd was met een nicht van de vorige eigenaar. Op de hoek Bartstraat-Kapelle stond cafe "De Oranjeboom", eigenaar A. van Rooijen (Riesje van Roneele). Ongeveer midden tussen Papestraat en Bartstraat stond cafe "De Vriendschap" beheerd door J. Kaland. Later hebben twee van zijn dochters (de meisen van Jan Klant) de zaak nog lang voortgezet. Op de hoek Zuidstraat-Papestraat stond het bekende cafe "De Valk", eigenaar A. Joosse (Noute Joosse). Later werd de zaak gedreven door J. Minderhoud (Wannes van Ko van Noute) die gehuwd was met J.W. Verhulst (Miene van Bram). Zij dreef de zaak enige tijd als weduwe en trouwde toen met W. van Mill. De drie kinderen uit haar eerste huwelijk kregen in de wandeling de bijnaam "Van Mill". Nadat ook Van Mill was overleden heeft "Miene van Bram" de zaak nog vele jaren alleen voortgezet. Tegenover het stadhuis stond cafe .Het Koffiehuis" van J. Minderhoud (Kobus van Plat). In de Papestraat trof men links nog een zaak aan die de naam "Het Wapen van Zeeland" droeg. De eigenaar was H. Minderhoud (Eintje van Plat) maar de zaak werd voornamelijk gedreven door zijn vrouw J. Verhage (Jew anne van Eintje of Jewanne van Noach van de Bode). In de Noordstraat tussen Papestraat en Koestraat stond herberg "In de Zwaluw" van de familie Gabrielse, namelijk drie broers en een invalide zuster. De laatste, Pietje van Binnen, dreef de zaak. Hun officiele naam was Binnenweg Gabrielse. Het eerste deel was verkregen door vernoeming van hun vader naar dominee Binnenweg als diens eerste dopeling op Westkapelle. Bij het tramstation kwam in 1906 cafe "Tramzicht", eigenaar J. Minderhoud (Joop van Kees). Na 1917 heeft zijn weduwe P. Lievense (Piete van Joop van Kees) de zaak nog lange tijd alleen voortgezet. In de Noordstraat was vroeger nog "De Noordstar" van J.K. Minderhoud gevestigd; tegenover de Openbare School een zaak van H. Gabrielse (Ube van Kris) en ook het oude Tolhuis is nog een aantal jaren als cafe geexploiteerd door A. Roelse (Roet van Koerat).

Voor cafe .Trarnzicht" (foto links boven): J. Minderhoud J.Kzn. Op de schoot zijn zoon K. Minderhoud en zijn achternicht P. Minderhoud Wdr. Verder de familie Quasters uit Vlissingen en op de inzet: P. Lievense. Voor cafe "In de Zwaluw" (foto rechts boven) staan drie dochters van H. Minderhoud (Eine de Schilder) namelijk Johanna met zoontje Ko, Jacomina en Pieternella. Pietje van Binnen staat tweede van links. Op de foto links onder: ,,'t Urgel" in "De Valk" tijdens de kermis met W. van Mill, Jan Meloen (orgelbaas), voor hem zijn vrouw, dan Koos, Kesstul van Rooijen, Aarnoud en Mientje.

.Het Kasteel van Batavia" (foto rechts onder) met de Westkappelaars H. Minderhoud (Eine van Ko), Izaak Faasse (Sakke van Rol), D. de Pagter (Doone Nagel), P. Verhage (Kuute) en P.K. van Rooijen Azn.

5. Wienkeltjes

Vroeger had men op Westkapelle een zeer groot aantal kleine winkeltjes. Een opsomrning door twee oudere dames gaf het respectabele aantal van vijfenveertig. Samen met de grotere winkels plus de slagers en bakkers kwam men tot ongeveer zestig. Een groot deel werd gedreven door weduwen of echtparen waarvan de man geen zwaar werk meer kon verrichten. Het was in die gevallen dus gewoon uit noodzaak. Door ruimtegebrek moe ten we ons in de beschrijving beperken. Tussen Noordstraat en Koudorp was de winkel van K. Huibregtse (Keesje Fret) die ook met een speciaal gebouwde kruiwagen dagelijks de boer op ging. Deze winkel is later overgenomen door J. Roelse (Joos Schipper). Op het Koudorp was de winkel van J. Minderhoud-Lievense ("Kootje Stek") (1) gevestigd waar we onder andere onze klompen haalden. Op de splitsing van de Koestraat had de gemeentebode A. Louwerse een winkel (hij verkocht ook petroleum). In de Koestraat, tegenover de Molenweg, was het snoepwinkeltje van de gezusters Looise (Pietje en Krina), daarnaast de winkel van de gezusters Daane (Pietje en Leintje van de Leeuw) (2) en daarnaast die van W. Slabber (Boord van Riene) (3) waar we ook met de naaimachine naar toe gingen bij mankementen. In dezelfde straat had zich later L. Westerbeke-Gabrielse (Leu van Foonis) gevestigd en bij de Smouzegank N. Roelse-Tanker (Nee Manus) (4). Aan de Molenweg lagen de winkeltjes van F. de KamMinderhoud (Siene Molle) (5), P.Stroo-de Vos (Piete Kasse) en J. Minderhoud-Louwerse (Kootje Tol) (6). De laatste had haar winkeltje op de hoek in de verbouwde vrijzinnige kerk. Op de hoek Noordstraat-Smidstraat was het winkeltje met onder andere "stenegoed" van P.Verstraate (7) gevestigd. In de Noordstraat: L. den Hollander (Leusje van Lau), P. Louwerse-Minderhoud (Pietje van Bartel), L.K. Roelse (Miene van Lau) (8) en W. Hendrikse (Makspersoontje, genoemd naar dominee Mac Pherson) (9). In de Zuidstraat: N. Huibregtse-Lievense, D. Huibregtse-Lous (Dina Lous), K. Minderhoud (Kees van Belder, stropiebrokken), K. de Vos-Verhulst (Kee van Bram) en in d'Arke J. Heijt-Minderhoud (Wantje Kris) (10). Verder deed onder de dijk ook H. Westerbeke (Tuute) nog "naggosie". De etalagefoto (11) is van de winkel van N. Minderhoud- Verhage (12) die eertijds in de Papestraat lag. Voor het raam staat A. Huibregtse-Westerbeke met het meisje Betje Lous. Tot slot noemen we nog de snoepwinkel van J. Adriaanse-de Vos (Jewanne de Vos) (13) naast de baan naar de molen van Bram Theune. Als we een keer een cent hadden kochten we daar .vorrun aalufje vant blad en unnaalufje vurromme". Helaas moesten we ons door ruimtegebrek tot deze opsomming beperken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek