Kent u ze nog... die van Gouda

Kent u ze nog... die van Gouda

Auteur
:   H. van Dolder-de Wit
Gemeente
:   Gouda
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2509-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Gouda'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

Dit vierde deeltje in de serie "Gouda in oude ansichten", deze keer getiteld "Kent u ze nog ... die van Gouda", heeft geen straten als onderwerp en nagenoeg geen gebouwen. Het toont daarentegen onze stadgenoten in hun doen en laten gedurende de periode van circa 1890 tot 1950. Herinneringen kornen boven aan uitbundig gevierde Oranjefeesten, burgerneesters die tijdens hun ambtsperiode veel voor de stad hebben betekend, gerneenteraden, onderwijzers, de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog die Gouda ondervond in verband met de voedselschaarste, zangkoren, dansclubs, sportverenigingen, bedevaarten, stadstypen, de oprichting van de Roei- en Zeilvereniging "Gouda", sportclub ONA, de bouw van het Spaardersbad, verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog, enzovoort. De eerste foto's vallen wel iets buiten de gestelde periode, maar waren z6 bijzonder dat ze toch een plaats in dit boekje kregen.

De gehele opbrengst van de verkoop van dit boekje kornt ten goede aan twee Goudse organisaties, de Oudheidkundige Kring "Die Goude", die in 1932 werd opgericht, en de Stichting "Vrienden van Archi~f en Librije ", die van 1981 dateert. "Die Goude" is ook in 1983 nog zeer actief, wat zich dit jaar nog manifesteerde in de opening van een gerestaureerd zeventiende-eeuws pakhuisje aan de Nieuwehaven, dat weer voor bewoning geschikt werd gemaakt, Vele Goudse bedrijven en particulieren gaven voor dit doel financiele steun. De Stichting "Vrienden van Archief en Librije " open de eveneens dit jaar een kleine expositieruimte aan het Weeshuisplein naast het gerneentearchief, heel toepasselijk "De Goutse Libry" genoemd. Hierin is een deel van het rijke boekenbezit van de oude stadsboekerij voor het publiek te bezichtigen en te raadplegen. Tevens worden wisselende tentoonstellingen gehouden.

Dit boekje heeft, evenals de drie voorgaande (waarvan het eerste deeltje door W. Veerrnan werd samengesteld en de volgende deeltjes door mij), geen andere pretentie dan oude foto's te bundelen tot interessante "albums" met vermelding van zoveel mogelijk gegevens en het aanzien van oud Gouda voor velen te bewaren en te doen herleven. De vier deeltjes van deze serie bevatten nu samen 550 foto's, voorzien van een toelichtende tekst. Daarbij zijn vooral de foto's die uit prive-bezit voor dit doel beschikbaar werden gesteld heel verrassend. Deel 4 bevat 78 foto's met bij elke afbeelding een uitgebreide beschrijving. Zo is het niet aIleen een "kijkboek" geworden, ook in de teksten staan veel gebeurtenissen van vroeger beschreven. Het heeft veel tijd gekost om bij foto's met onderwerpen van zo verschillende aard steeds de nodige informatie te verzamelen; van de honderden afgebeelde personen bleek het onmogelijk alle namen te achterhalen, ondanks de spontane medewerking van de Goudsche Courant via oproepen en de hulp van vele stadgenoten. Mocht u namen of feiten weten die in dit boekje ontbreken of onjuist zijn , wilt u dit dan aan mij doorgeven? Ook voor de fotodienst van het gerneentearchief zijn deze gegevens waardevol.

Ten slotte een bijzonder woord van dank aan dr. A. Scheygrond voor de aanvulling van de teksten met veel

interessante gegevens, vaak uit eigen betrokkenheid bij diverse gebeurtenissen, en tevens aan de heer W. Klein, voor zijn niet geringe bijdrage aan de eerste voorbereidende werkzaamheden, zoals het bijeen brengen van zoveel mogelijk basis-informatie voor de teksten bij de foto's.

Zo kwam dit boekje tot stand door en voor Gouwenaars. Ik hoop dat het met genoegen bekeken en gelezen zal worden.

H.A. van Dolder-de Wit

1. Een foto uit 1855 die, hoewel hij geheel buiten het tijdschema van dit boekje valt, ons laat kennismaken met een bekende Gouwenaar uit de vorige eeuw: Gijsbertus Johannes Verspuy, geboren op 11 augustus 1823 te Gouda, waar hij op 29 november 1862 overleed. Van beroep was hij broodbakker. Voor eigen genoegen had hij daarnaast een opleiding in tekenen en schilderen gevolgd bij Cornelis Borsteegh en J.A.B. Terbeek, Ook beheerste hij de kunst van etsen en lithograferen, Dr. Jan Schouten heeft in een van zijn vele uitgaven, onder meer in "Gouda, tekeningen en prenten" (Repro-Holland, Alphen aid Rijn, 1978), ruime aandacht aan het werk van Verspuy geschonken. Evenmin als zovele Goudse kunstenaars v66r hem, zoals Pierson, Boethius, Lepelaer, Venroy, De Micault, Van Vreumingen en anderen, is hij ooit een beroemdheid geworden, maar hij schilderde en tekende vakkundig en met liefde voor zijn stad.

De afbraak van de Goudse stadspoorten in het midden van de vorige eeuw moet hem weI aan het hart zijn gegaan. Vandaar miss chien zijn prachtige serle litho's van de stadspoorten: Kleiwegspoort, Veerstalpoort, Tiendewegspoort, Rotterdamse of Dijkspoort en Potterspoort. Dat er ook toen protesten uit de bevolking rezen tegen dit vandalisme, blijkt uit het feit dat koning Willem II, die een grote belangstelling had voor oude monumenten, verbood om verder te gaan met het sioopwerk dat in diverse steden in volle gang was. Maar nauwelijks was de Koning in 1849 overleden, of men ging snel verder met de afbraak van de poorten; als Iaatste verdween de Tiendewegspoort in 1854.

Ook werden door Verspuy verschillende gebouwen en stadsgezichten in beeld gebracht. Daar de beoefening van de kunst hem niet veel geld opleverde, was hij verplicht door te gaan met brood bakken. Momenteel is er weer een hernieuwde belangstelling voor oude prenten en stadsgezichten, die we aan bescheiden kunstenaars, zoals de sympathieke Goudse bakker, te danken hebben.

2. Een afbeelding van een van de prachtige litho's van G.J. Verspuy: het interieur van de rooms-katholieke Lieve Vrouwekerk, de voormalige , van 1474 daterende, Gasthuiskapel aan de Oosthaven, vergroot in de zestiende eeuw, In 1618 werd de kapel toegewezen aan de gerneente van de Dolerende Gereformeerden, die er slechts een jaar kerk hielden, In 1624 bood de kapel onderdak aan de Waalse (Franse) kerk en van 1818 tot 1879 aan de rooms-katholieken. Verspuy droeg deze litho op aan zijn leerrneester, J.A.B. Terbeek, in 1845.

De rust en aandacht van de gelovigen tijdens het opdragen van de mis, die deze litho weergeeft, laat niet vermoeden dat voor het verkrijgen van deze kerkruimte in de jaren 1815 tot 1818 een waar gevecht tussen de rooms-katholieken en het stadsbestuur was gevoerd. De opheffing van de Waalse Gemeente was rond 1815 al te voorzien vanwege het geringe aantal lidmaten. Ondanks een bevel van de Koning om de kerk aan de roomskatholieken toe te wiizen, had het stadsbestuur de sleutels nog steeds niet overhandigd, De spanning tussen beide partijen laaide z6 hoog op dat zelfs het leven van pastoor Sem, die toen aan de parochie was verbonden, gevaar liep. Na een nieuwe brief van de Koning werden eindelijk op 10 maart 1818 de sleutels overgedragen, De rust keerde weer en toen pastoor Sem in 1820 naar Den Haag vertrok, liet hij een goed weerbare gerneente achter, Onder zijn opvolgers kwam de statie (standplaats van een roorns-katholiek geestelijke in Nederland, voar 1853) tot grate bloei, met als bijzonder hoogtepunt de verheffing tot parochiekerk op 6 november 1856. Door de grote opkornst van gelovigen begon men naar een andere ruimte om te zien, zoals de Agnietenkapel, of te overwegen een nieuwe kerk te bouwen aan het eind van de Lange Tiendeweg, in het Amerikaantje. Voor beide plannen gaf het gerneentebestuur echter geen toestemming,

Na diverse moeizame onderhandelingen tussen stads- en kerkbestuur besloot men een aantal panden aan de K1eiweg te kopen. Onder de bezielende leiding van monseigneur p.e.Th. Malingre, deken van Gouda, werd op 6 juni 1877 de eerste paal geslagen voor de bouw van de "Kleiwegkerk", een rnooie neo-gotische kerk, op de plaats waar nu de panden van e & A zijn verrezen.

De Gasthuiskapel aan de Oosthaven stond weer leeg en verlaten. In 1891 werden hier het Goudse gemeentearchief en de Librije ondergebracht.

3. De Goudse fotograaf J.H. Kiebert maakte ornstreeks 1870 op het Stadserf aan de Turfmarkt/Nieuwehaven deze foto van het brandspuitpersoneel. Als "versiering" werden langs de gevel brandslangen aangebracht. Aile brandweerlieden dragen een band om de linkerarm. De enige bij naam bekende op deze foto is de man in het midden van de voorste rij, met donkere snor en hoge hoed: L. Burgersdijk, die toen de functie van gemeentebouwmeester en tevens opperbrandmeester vervulde; tegen woordig heet dit directeur van open bare werken. Een dergelijk grote personeelsbezetting van de brandweer was to en wel nodig, gezien de handbediening van het blusmateriaal.

Dat er bij een brand snel werd ingegrepen, lezen we in de Goudsche Courant van 3 augustus 1870: De brand die gisteravond uitbarstte op den sagozolder en stroopfabriek van de hh, Schoneveld en Westerbaan, liet zich zeer verontrustend aanzien; doch dank zij den spoed der brandweer en de gepaste maatregelen en vooral den zwakken wind, was men het onheil spoedig meester, De onderhoudskosten van de brandspuiten bedroegen in 1871 f 2710,-. Aan beloning en premies werd aan de brandspuitlieden en beambten f 700,- betaald. In de begrotingstoelichting voor 1871 werd opgemerkt dat voor onderhoud van de brandspuiten f 1910,- meer was uitgetrokken dan in de vorige begroting, met het doel daarvoor een nieuwe brandspuit aan te kopen, ter vervanging van spuit no. 1, die niet meer voldeed; tevens om langs de Karnemelksloot (in Klein Amerika) een nieuw brandspuithuisje te bouwen. De kosten van de nieuwe spuit werden begroot op f 1600,-, de bouw van het brandweerhuisje op f 450,-. Een bedrag van f 660,- werd nodig geacht voor het onderhoud van spuiten en bewaarplaatsen, benevens voor de aankoop van toortsen.

Maken we een vergelijking met 1983: het aantal brandweerlieden in beroeps- en vrijwillige dienst be staat nu uit 6 officieren, 8 onderofficieren en 50 manschappen. Er zijn negen brandweerauto's beschikbaar voor actieve dienst, een oude auto uit 1929 en een auto van dejeugdbrandweer. De gemidde1de prijs van een brandweerauto bedraagt momentee1 circa f 250.000,-.

4. De in keurig uniform gestoken Goudse brievenbestellers in 1895.

Achterste rij, van links naar rechts: Boot, Simonis, Koudstaa1, Stolwijk, Vergeer en Schlosser. Midde1ste rij van links naar rechts: Janssen, Schiedon, Van Veen, Thesingh en De Weerdt. Voorste rij, van links naar rechts: Van der Weyden, onbekend en De Weger.

De ova1e koperen uniformp1aat, met het Nederlandse wapen en het randschrift: Posterijen, het legitimatiebewijs voor de postboden en herinnering aan de "bodebus", attribuut verbonden aan koeriers in vroeger eeuwen, werd tot in 1914 gehandhaafd voor het getmiformeerd personeel en tot omstreeks 1940 voor de aspirant- en hulpbestellers in burgerkleding.

Het bee1d van de postiljon, die op zijn hoorn blazend zijn komst aankondigde, verdween 1angzamerhand uit stad en dorp. Voor sommigen maakte hij wel eens te veellawaai, zoals blijkt uit een gedicht dat door een bewoner van de Voorstraat in Dordrecht in 1884 aan zijn krant werd toegezonden:

Wanneer in 't holle van de nacht de slaap den mensch verkwikt, Dan wordt hij vaak, heel onverwacht en nood'loos opgeschrikt.

Een postkar, die met hoornmuziek door onze straten rijdt verkondigt luide het publiek haar tegenwoordigheid.

Ach, Postilion, verhoor de bee ik spreek uit veler naam:

laat ons des nachts met rust en vree dat 's wel zo aangenaam,

(Dordrechtsche Courant, 11 december 1884).

Waaruit weer duidelijk blijkt dat de door ons soms wat ge idealiseerde "goede oude tijd" voor ve1en overlast en ongemakken met zich meebracht.

In de plaats van de postkoets kwamen trein, auto en tram, maar ondanks a1 deze veranderingen b1eef de postbode zijn eigen taak vrijwe1 onveranderd vervullen. Bij de totstandkoming van de postwet in 1850 werden al voorschriften gegeven tot regeling van de dienst van de postboden. In hun speciale uniformen behoorden de postboden voortaan tot de karakteristieke verschijningen in het Nederlandse postwezen. Ook het onderweg 1edigen van de brievenbussen behoorde tot hun taak.

Gelukkig bestaat deze belangrijke vorm van dienstverlening ook nog in deze tijd, De tegenwoordige bestellers hebben in plaats van een uniformplaat een 1egitimatiebewijs bij zich. Het bestellen van de post was in die tijd beperkt tot het veel k1einere oppervlak van de stad. Het aantal inwoners was circa 20.000. In 1983 bedraagt het aanta1 brievenbestellers 120, in vaste dienst, en 25 hu1pbestellers. Het inwonertal van Gouda is nu circa 60.000.

5. Gouda heeft vele malen leden van het Koninklijk Huis ontvangen, zeals hier op 24 april 1897 koningin Wilhelmina en koningin-regentes Emma. Op de foto de aankomst naast het station, op Lombok, bij de abri (ontvangsthal) die speciaal voor deze begroeting door de firma H.I. Nederhorst in vier dagen werd opgericht, De abri was behangen met madras-mousseline, gerneubileerd met wijnrood en verguld meubilair en versierd met Oosterse plantengroepen. De draperieen, tapiiten, enzovoort werden geleverd door de firma Mutters en Zoon te 's-Gravenhage.

Het ontvangstcornite bestond uit de burgemeester, de wethouders en een cornmissie uit de gemeenteraad, alsmede de commandant van het in Gouda ge1egerde 5de bataljon van het 4de regiment infanterie, de waarnemend commandant van de schutterij en de stationschef. Een dee1 van de schutterij was met de muziek opgesteld, evenals het detachement huzaren dat de stoet zou begeleiden.

Om een indruk te geven hoe in die tijd voor een dergelijk bezoek de volgstoet werd samengesteld, volgen hier de belangrijkste personen: 1. de cornmissaris van politie ; 2. burgemeester R.L. Martens, in ambtskostuum, beiden in open rijtuigen; 3. een eskadron huzaren; 4. de kamerheer van Hunne Majesteiten ; S. het koninklijk rijtuig met vier paarden bespannen ; 6. de hofdames met jonkheer De Ranitz; 7. de adjudant jonkheer Van Tets en de ordonnanceofficier graaf Dumonceau; 8. een eskadron huzaren en vervolgens verslaggevers van verschillende bladen.

Langs de route door de stad stonden duizenden mensen opgesteld, die bij het voorbiirijden van het koninklijk: rijtuig een luid "hoera" Zieten horen, aldus de Goudsche Courant van 2S april 1897.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek