Kent u ze nog... die van Koudekerke

Kent u ze nog... die van Koudekerke

Auteur
:   J. Roose
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3401-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... die van Koudekerke'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

IN LEIDING

De Europese Bibliotheek te Zaltbommel verzocht ons om nog eens een boekje samen te stell en over Koudekerke, wat we gaame deden. Dit is dan de vierde aflevering met foto's en ansichten uit deze "gejegente". Dit laatste woord begint te verdwijnen, alleen ouderen kennen het nog. Zo is het ook met vele personen en zaken, hier afgebeeld. Bij het samenstellen konden we nog putt en uit de rijke verzameling van onze vriend en vroegere compagnon bij dit werk, Hendrik Hendrikse, groot verzamelaar en liefuebber van Zeeuwse oudheden, die helaas niet meer in het land der levenden is.

Velen waren bereid om de oude schoenendozen met foto's nog eens "tondersteboven te kippen". Uit oude albums en lijstjes van de rommelzolder kwamen soms zeldzame opnamen te voorschijn. Gooi deze herinneringen aan vroeger toch nooit weg, maar verzamel de overgeschoten brokken, zodat er niets verloren gaat. Dit geldt ook voor oude papieren, documenten enzovoort, waarvan in dit boekje een enkel exemplaar is afgedrukt.

We zuIlen, om niet in herhaling te vervaIlen, deze keer geen beschouwing meer gaan houden over hoe het was in grootvaders tijd. Voor de plezierige medewerking gaat onze dank uit naar velen. Moge het Koudekerke in alle opzichten goed gaan tot in lengte van dagen. We wensen u veel genoegen bij het doorbladeren van dit werkje.

1. Dit boekje is niet a1fabetisch samengeste1d en evenmin in vo1gorde van tijd, Maar het leek ons toch aardig om aan te vangen met drie personen die Aarnout Aarnoutse heetten en een ro1 gespeeld hebben in de dorpsgemeenschap. Drie boeren, aan wie de herinnering nog juist bewaard is.

We beginnen met de oudste: Aarnout Aarnoutse Aarnoutszoon, genaamd "Aarnout de boer". Hij werd geboren in 1803 a1s zoon van Aarnout Jan Aarnoutse en Willernijna Bosselaar. Ze boerden op de hofstede aan de Biggekerksestraat, thans bewoond door Jan Kodde. Aarnout trouwde met Huibertje Kesteloo en kwam op het bedrijf van zijn vader. Een reusachtige boerderij van 200 gemet. Maar op 18 april 1851 stierf zijn vrouw, kinderloos. Het verwekte nogal wat beroering, toen Aarnout zevenenzeventig dagen later in het huwelijk trad met de "kleine meid" Christina Mauer, meer dan twintig jaar jonger dan hij, Haar ouders waren eenvoudige arbeidslieden uit Domburg. Hij gaf haar kleren naar zijn stand en moet gezegd hebben: "Er is veel, geef veel weg en doe veel goed, want", voegde hij er met ze1fkennis aan toe, "ik kan het niet."

De boeren droegen in die tijd een "reeste", een rij met zilveren knopen aan het hemdrok. Bij Aarnout waren ze van goud. Vele jaren was hij wethouder en ten slotte, evena1s zijn vader, burgemeester, tegen een jaarwedde van f 100,-.

Op 15 juni 1870 was er een verkoping van strandgoederen, waar hij in ziin kwaliteit van strandyonder bij moest zijn. Hij voelde zich niet helemaal in orde en gelastte dat zijn meesterknecht, een broer van zijn tweede vrouw, in zijn buurt moest blijven. Op het vroon, waar de verkoping plaatsvond, viel hij plotseling om en stierf. Bij testament bleek hij zijn gehele vermogen en al zijn goederen vermaakt te hebben aan zijn vrouw Christina. Toen was hij nogmaals in opspraak.

2. Dit is het portret van Aarnout Aarnoutse Jzn. Binnen handbereik ligt zijn Garibaldi, een hoofddeksel dat aileen door voorname boeren (burgemeesters, enzovoort) gedragen werd. Aarnouts vader Jan was een broer van "Aarnout de boer". Ter onderscheiding werd de afgebeelde "Aarnout van 't oekje" genoemd, omdat hij woonde op de hoek tegenover de huidige Sparwinkel op het dorp. Aarnout was van 1824 en gehuwd met Johanna Wondergem. Ze kregen twee dochters, Leuntje en Leintje.

Aarnout was een zogenaamde tiendeboer en zijn schuur werd de "tiendeschuur" genoemd. Het tiendrecht behoorde toe aan het kroondomein en werd verpacht. Het was een zeer oude belasting, die geheven werd over bepaalde gewassen en bijvoorbeeld ook over de lammeren. Maar niet over "moderne" gewassen, zoals aardappels. Een boer die ging oogsten moest op tijd aangifte doen als de tiendplichtige gewassen "gemaaid, gebonden en gericht" waren. Hij moest "de landerijen ontsluiten en de liggergangen (losse bruggen) gelegd houden, totdat de tienden geheel vervoerd waren." Dan kwam Aarnout met paard en wagen en 1aadde iedere tiende "stuke" (groep van tien schoven) op. Als men nu elke tiende stuke van wat minder zware schoven zette, was er een kleine winst voor de boer. Dat gebeurde! De 1ammerentienden werden geheven direct na het werpen, ongeacht waar ze daarna gebracht werden. Zelfs van ontgonnen bossen (die waren er toen nog op Walcheren) werden tienden geheven.

Aarnout was een markante figuur in de samenleving, niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon (zijn vrouw stierf reeds in 1866). Hij was vele jaren raadslid van de gemeente. Tot zijn zevenentachtigste jaar woonde hij op ,,'t oekje" en toen ging hij naar zijn dochter Leintje, die getrouwd was met landbouwer Melis van "Arendsrust" op Serooskerke, waar hij op 18 maart 1913 stierf.

3. De derde Aarnout Aarnoutse in deze serie werd geboren te Koudekerke op 15 maart 1873. In 1899 trouwde hij met Anna Lampert van Biggekerke. Zij kregen twee zonen en drie dochters. Aarnout was landbouwer en hij woonde op het hofje waar thans de bungalow van L. Uy1, Kerkhoflaan 44, staat. Na de oprichting van de Boerenleenbank, 24 februari 1909, werd hij in de algemene vergadering van 20 augustus 1909 benoemd tot kassier, tegen een wedde van f 50,- per jaar. Ret was natuurlijk geen dagtaak, integendee1, het meeste werk za1 wel "in 't aevenschof' gedaan zijn,

Wanneer men nu het jaarvers1ag van de Rabobank bekijkt, ziet men bedragen van miljoenen guldens staan. Ret spaargeld in het eerste jaar was negenduizend gulden. Nu wordt men achter het loket met kogelvrij glas efficient geholpen. Toen kwamen de mensen op zaterdagavond eens rekenen. Terwijl Anna de kindertjes "in de kuip" deed, zaten de klan ten bij haar in dezelfde huiskamer te wachten.

Aarnout was acht jaar kassier. De bank groeide gestaag en zijn salaris verviervoudigde in die tijd, Op 1 april 1917 werd hij "op de meest eervolle wijze" ontslagen. De "winst" was dat laatste jaar f 126,521/2, am nog een getal te noemen: de zichtbare "winst" bedroegin 1979 f93.000,-. We zetten beide keren het woord tussen aanhalingstekens; vergelijken kan eigenlijk niet. De nieuwe kassier werd Kees Jongepier, afgebeeld op afbeelding 46.

Aarnout Aarnoutse vertrok op 4 april 1917 naar Gapinge, gemeente Vrouwepolder. Hij ging boeren op het hof "Gapinge", waar thans zijn kleinzoon nog op zit. Hij stierf in 1962, op twee dagen na negenentachtig jaar oud.

4. Na deze drie Aarnouten past het ons de herinnering op te halen aan "moei Christina". Zij was dus de tweede vrouw van "Aarnout de boer". Christina Mauer werd geboren in 1824 te Domburg, maar kwam reeds als jong rneisje op de hofstede van Aarnout Aarnoutse. Na zijn dood zette ze het bedrijf voort. Haar zwager, Pieter Verhage Lambertuszoon, was daar meesterknecht en verschillende van haar broers werkten ook op de hoeve.

Op 11 oktober 1872 hertrouwde zij op huwelijkse voorwaarden met de landbouwer Janis J asperse. Janis bracht 7 hectare in en Christina 73 hectare. Er werd geboerd voor gezamenlijke winst en verlies. Maar het "akkedeerde" tussen die twee niet en in 1875 liet ze zich scheiden van tafel en bed. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden op de hofstede waren ook niet ideaal en mede daarom verkocht ze in 1882 het bedrijf met 80 gemet land aan Christiaan Huisman, wiens achterkleinzoon, Jan Kodde, daar nog boert.

"Moei Christina" ging wonen in het huis waar nu de meubelzaak van Van Donge is, op de dorpsring naast de pastorie. Met een belastbaar inkomen tussen de vijf- en zesduizend gulden per jaar was ze verreweg de rijkste vrouw van het dorp en ze leefde in stijl. Men reed met paard en verenwagen bijna dagelijks door Walcheren ter visite, met zwager Pieter Verhage als palfrenier, raadgever, vertrouwensman en zo meer. "Moei Christina" voelde zich uitstekend thuis tussen de to en nog bestaande boeren-aristocratie, De wens van haar eerste man "veel goed te doen" bracht ze wel in de praktijk. Haar broers kregen elk 6 gemeten land (daar kon men toen van leven), haar ouders gaf zij een boerengedoetje op Biggekerke. Voor de neefjes en nichtjes, die er menigmaal logeerden, was ze "guljarig". Ze kregen iedere week twee gulden (een boerenarbeider kreeg toen ongeveer vijf gulden in de week). Ze was vriendelijk in de om gang en kind aan huis bij de notaris, waar ze een ontelbaar aantal testamenten liet maken. Want door overlijden en uit de gratie raken, moesten er steeds nieuwe beschikkingen worden gemaakt.

Geacht en geliefd stierf ze op 31 december 1904, tachtig jaar oud. Haar vermogen werd onder de vele erfgenamen verdeeld.

5. De Zeeuwse Landbouwmaatschappij (ZLM) he eft al vroeg via haar afdelingen het landbouwonderwijs bevorderd, ook in Koudekerke. In de wintermaanden werd tweemaal per week een avondcursus gegeven, in het voorjaar of de zomer afgesloten met een excursie. Ook de bestuursleden gingen dan mee. Hier is zo'n gezelschap afgebeeld toen het een toer maakte.

Vroeg in de morgen werd er naar Veere gefietst, met de pont ging het vanaf de Kampveerse toren naar Kamperland op Noord-Beveland, Daar werden talrijke proefvelden met diverse vruchten in ogenschouw genom en en werd met de telers over de resultaten gepraat. Vervolgens fietste men naar het Katse veer, waar een pont hen naar Zuid-Beveland bracht. In de Wilhelminapolder werd de proeftuin bezocht.

Ret was een leerzame, maar dorstige tocht. De onderwijzer was namelijk tegen drankgebruik. Op den duur dorstte men niet zozeer meer naar kennis en kwam men in Wilhelminadorp toch ergens binnen. Ben bestuurslid zei toen tegen de herbergier: "Geef me er nu maar dadelijk twee tegelijk, want we hebben de hele dag nog niets gehad." De dorstigen werden gelaafd en verkwikt aanvaardde men de terugtocht.

De foto is genom en bij aankomst in Kamperland, waarbij opvalt hoe eenvoudig de accommodatie bij het pontveer to en was. Op de eerste rij staan de bestuursleden afgebeeld. Van links naar rechts: Jan Jobse, Andries de Lange, P.J. Terwoert jr., Kees (van Kaatje) Wielemaker en cursusleider de heer Ruitenbeek. Tweede rij: David Joziasse, Hendrik Dekker Pzn., Jan Poppe, Simon Kodde, Hendrik Dekker Lzn., Arjaan Reynierse en Bram Leer. Bovenste rij: Daan Bommelje, Kees Wielemaker Czn., Kees Francke, Piet Brasser, Floor Wielemaker, Bram Brasser en Willem de Schipper.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek