Kloetinge in oude ansichten deel 2

Kloetinge in oude ansichten deel 2

Auteur
:   L.J. Moerland en A.J. Blok
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5778-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kloetinge in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De gemeente Kloetinge hield als zelfstandige gemeente in 1970 op te bestaan. Hiermee kwam aan bijna tien eeuwen zelfstandigheid een einde.

De stichting van het dorp moet men omstreeks de lOe eeuw dateren. Op de plaats van Kloetinge was toen een tijdelijke verblijfplaats van herders, die van Walcheren of NoordBeveland kwamen. Deze weidden in de zomer hier hun schapen. In het na j aar vertrokken ze dan weer naar veiliger oorden. Men kwam tot deze conclusie na archeologisch onderzoek. Een andere theorie verhaalt dat Kloetinge al vanaf de lOe eeuw permanent bewoond was. De eerste bewoningsplaats was echter nog niet zo groot; er zal wei niet meer dan een familie hebben gewoond. De woonomstandigheden in dat Kloetinge van toen waren verre van ideaa!. Mens en dier woonden onder een dak. Deze bewoners hadden zich in het zogenaamd oude kernland gevestigd. Hier begon men met het indijken van een nieuw-gcwonnen land en men bracht verbindingen met andere vaste kernen tot stand. Zo kwam men tot vergroting van het gebied. De kernlanden waren echter in het begin geheel niet of onvoldoende bedijkt. Omdat de mensen zich toch tegen het water moesten beschermcn, begonnen ze kunstmatige hoogten op te werpen. Dit zijn de zogenaamde vliedbergen, waarvan een afbeelding in dit boek is opgenomen. In de dorpskern vindt men tegenwoordig nog maar een vliedberg terug, namelijk in de tuin van de familie Lenshoek aan her Marktveld. Buiten de dorpskern ligt dan nog een vliedberg bij de boerderij Blaernskinderen aan de 's-Gravenpolderseweg. Deze zijn overgebleven van de oorspronkelijke zeven vliedbergen, die zich in Kloetinge bevonden. Uit onderzoek blijkt verder ook nog, dat de buurtschap Abbekinderen reeds in de l le of 12e eeuw intensief bewoond moet zijn geweest.

In de Ll e en 12e eeuw groeide de woonkern van Kloetinge naar het oosten uit en begon men met de bedijking van het gebied. Dit werd gedaan onder leiding van monniken van de Abdij Ter

Doest. Bclangrijk was de aanleg van de Kattendijkse Dijk of Oude Zeedijk. Door deze bedijkingswerkzaamheden nam het aantal overstromingen af en kon Kloetinge uitgroeien tot een welvarend dorp. Deze welvaart bled stijgen tot de 16e eeuw, ondanks dat men in deze eeuwen nog te kampen had met overstromingen, zoals in 1530 en 1532. Deze zetten het gehele gebied onder water.

Economisch gezien was de hoofdbron van bestaan voor Kloetinge in deze tijd de schapenteelt. Door de bedijking van het gebied kwam ook de akkerbouw tot ontwikkeling. De graanproduktie werd zo hoog dat het de plaatselijke vraag overtrof en men tot het besluit overging om het overschot naar de weekmarkt in Goes te brengen. In deze tijd werden er ook molens in Kloetinge gebouwd. In de 15e eeuw stonden er vijf molens, allemaal in het bezit van de ambachtshcren, de heren van Borssele. Tegenwoordig vindt men nog een molen terug aan de Kapelseweg.

Een ander teken, dat het goed ging met Kloetinge is de imposante Geerteskerk, waaraan men in 1250 begon te bouwen. Hiervoor stond er eerst een houten kapel, die later werd vervangen door een stenen. Deze werd uitgebouwd tot het rnajestueuze kerkgebouw. Het bijkoor en her hoofdkoor dateren van de 13e eeuw, het schip van de kerk dateert van de 15e eeuw en was oorspronkelijk driebeukig. In 1500 werd deze vervangen door een beuk. De toren werdin1494 voltooid. Na de reformatie viel de kerk in 1578 in handen van de hervormden en in 1586 kreeg Kloetinge zijn eerste hervormde predikant. Tot op de dag van vandaag heeft Kloetinge een eigen predikant.

De tweede helft van de 16e ceuw werd voor Kloetinge een tijd van kommer en kwel, Staatkundige en godsdienstige troebelen teisterden het gebied. Goes en Kloetinge lagen in de Tachtigjarige Oorlog strategisch zeer belangrijk , waardoor men inkwartiering van Spaanse soldaten kreeg, In 1572 werd Kloetinge door oorlogsgeweld tweemaal platgebrand. In 1578 kwam het

gebied in handen van de Prins van Oranje en kwam Kloetinge in wat rustiger vaarwater. Tot ver in de 16e eeuw bleef de Tachtigjarige Oorlog echter voor overlast zorgen.

In de 16e en 17e eeuw waren de belangrijkste middelen van bestaan landbouw en zoutwinning. De zoutwinning raakte echter in verval door het verbod op het darinkdelven door Karel Ven het raffineren van het zogenaamde baaizout. Het leerbewerkingsbedrijf nam in deze tijd ook een belangrijke plaats in. Kloetinge bleef echter ecn overwegend agrarisch dorp met een scala van landbouwprodukten. In de 1ge eeuw yond een verschuiving plaats van het telen van graan naar het telen van aardappelen en suikerbieten. Ook de fruitteelt kwam tot ontwikkeling. Deze verandering kwam door de landbouwcrisis. Door de ruilverkaveling in de 20e eeuw, deed zich ook nog een belangrijke verbetering in de bedrijfsvoering voor. Door de aanleg van de spoorlijn Bergen op Zoom-Vlissingen en verbetering van het wegverkeer werd het isolement van Kloetinge en ZuidBeveland opgeheven. Door de betere verbindingswegen gingen steeds meer mensen buiten Kloetinge wonen en verloor het dorp zijn agrarische karakter.

Stedebouwkundig valt nog op te merken dat er in Kloetinge in de 15e eeuw poortgrachten moe ten zijn geweest, die in de dorpsrekeningen uit die tijd worden genoemd. Deze grachten hebben tot het einde van de 17e eeuw bestaan. Kloetinge heeft ook nog een gasthuis gehad en twee stenen huizen. Het ene huis is in het bezit geweest van een voorouder van Mattheus Smallegange, de bekende schrijver van de Cronyk van Zeeland, en heeft in het Zuidambacht gestaan. Het andere moet hebben gestaan achter de tegenwoordige boerderij Ravenstein in het Noordeinde. Hiermee is dan waarschijnlijk meteen de plaats van het verdwenen slot Ravenstein aangeduid. Dit was de residentie van de heren van Kloetinge. Het Marktve!d was in deze tijd (16e eeuw) ook al aanwezig. Rond de Vate waren muren met torentjes gebouwd. Die zijn nu allang afgebroken.

Op deze plaats beyond zich ook het vishuis, waar de vis verhandeld werd. Ook dit is allang verdwenen. In de 17e en 18e eeuw was er niet vee! aan het dorpsbeeld van Kloetinge veranderd. Pas in de 1ge eeuw begon het dorp goed te groeien: van 767 mensen in 1831 tot 1089 in 1869. In de 20e eeuw steeg dit aantal tot 2500 inwoners. Er moesten dan ook scholen worden bijgebouwd en er kwam een groter gemeentehuis. Na 1900 was er een snelle groei van inwoners. Dit kwam door het gunstige belastingklimaat. Veel gegoede Goesenaren vestigden zich toen in Kloetinge en het dorp kreeg dan ook de bijnaam het "Wassenaar van Zeeland". Tot 1969 wist Kloetinge aile aanslagen op zijn grondgebied door Goes te weerstaan, maar kwam toen toch bij Goes en raakte zijn zelfstandigheid kwijt.

In het thans voor u liggende boek ziet men een aantal toto's van Kloetinge vanaf 1890 tot 1940. Er komen ook nog enkele naoorlogse afbeeldingen in voor. De afbeeldingen zijn niet chronologisch gerangschikt, maar neergezet in een 500rt thematische volgorde. Allereerst krijgt men een rondgang door het vroegere Kloetinge en bezoeken we de verschillende straten. Daarna behandelen we een aantal opmerkelijke en historische gebeurtenissen, zoals oranjcfeesten, de inhuldiging van de ambachtsheer en de onthulling van het Buys Ballotrnonument. Wij besluiten dan het boek met een aantal toto's van verenigingen, schoolklassen en individuele Kloetingenaren.

Wij willen iedereen bedanken, die ons deze toto's belangeloos en bereidwillig ter beschikking heeft gesteld. Voor verbeteringen en aanvullingen houden wij ons aanbevolen. Wij hopen dat u net zoveel plezier beleeft aan het lezen van het boek, als wij hebben gehad bij het samenstellen ervan.

L.J. Moerland A.J. Blok

1. Wij beginnen het boek van Kloetinge met een afbeelding van het wapen, dat bestaat uit drie lelien van azuur (blauw) met een ondergrond van goud. Wellicht dat deze lelicn afgeleid zijn van het feit dat de vroegere heren van Kloetinge (uit het huis van Borsele) aangehuwelijkt waren aan het Bourgondische huis. De lelie wordt namelijk veel gebruikt in wapens van hogere heren, met name koningen en keizers. In 1817 werd het wapen door de Hoge Raad van Adel vastgesteld.

2. Na de uitleg van het wapen starten wij met een rondgang door het oude Kloetinge. Wij beginnen met een luchtfoto uit 1925. Op deze Ioto zien we de Geerteskerk met het Geertesplein en op de voorgrond de huidige Schimmelpenninckstraat. Linksonder het verenigingsgebouw Amicitia, destijds de open bare lagere school. Rechtsonder de voormalige boerderij "Dorpszicht" van de familie M. van Iwaarden. Tegenwoordig staan op de plaats van de boerderij bejaardenwoningen, de huidige Brederodestraat.

3. Op deze foto zien wij het dorp Kloetinge vanaf de Oostmolenweg. Het veld is gevuld met korenschoven (zogenaamde Duitsche Stuuken). De patrones van de op de foto aanwezige kerk is Sint Geertruida (beschermster tegen ratten- en muizenplagen). De kerk is naar deze patrones genoemd (Geerteskerk). De foto dateert van omstreeks 1930.

4. Wij komen het dorp binnen uit de richting van het naburig gelegen Kapelle en bevinden ons op de Kapelseweg ter hoogte van, .Den Berg". Het huis dat wij op de foto zien was vroeger het cafe, .De Vriendschap", in de volksmond bekend als Het Stoofje. Deze naam werd gebruikt omdat hier in de 1ge eeuw op de plaats van het cafe een meestoof heeft gestaan. De personen op de foto zijn waarschijnlijk leden van de familie Minnaard, die eigenaar was van het cafe. De foto dateert van het begin van deze eeuw.

5. Vervolgens zien wij een drietal op de Kapelseweg fietsende dames. Zij rijden in de richting van Kapelle. Twee van de drie dames zijn nag in klederdracht. De dames werden niet herkend. Op de achtergrond zien wij de bebouwing van de Tervatense weg. De fa to dateert van het begin van deze eeuw.

6. Wij naderen steeds meer het dorp en passeren de begraafplaats en de molen. De mol en dateert van 1704 en is een van de vijf mol ens die in Kloetinge stonden. Het bekende molenaarsgeslacht Herdinck woonde in het huis dat bij de molen staat. Dit oorspronkelijke huis is al jaren geleden afgebroken. Hiervoor in de plaats is een bungalow gekomen. De molen werd in 1819 door de toenmalige ambachtsheer Van der Bilt verkocht. Voor die tijd was het ambachtsheerlijk bezit en moest er windrecht voor worden betaald. De molen draait heden ten dage nog. Deze foto dateert van omstreeks 1940.

7. Vanaf de Kapelseweg belanden we in de Nieuwstraat, die in 1969 van naam veranderde en J achthuisstraat werd, genoemd naar het daar aanwezige Jachthuis. Het is op deze foto uit omstreeks 1890 in de straat een drukte van belang. De fotograafwas namelijk in het dorp en iedereen wilde graag "uitgetrokken" worden. Wie de personen op de foto zijn, was meestal niet meer te achterhalen. Op de voorgrond zien we waarschijnIijk schilder De Bruin met zijn hand, die in het huis links op de foto woonde. Op de achtergrond zien we de contouren van de Geerteskerk.

KLOETINGE. ieuwstraat

8. Wederom een 1'010 van de Nieuwstraat , met op de achtergrond de Geerteskerk , in 1915. Links waren onder andere de woningen van de farnilie De Keulenaar, de farnilie Breeweg en van de huisschilder De Bruin. Aan de rechterzijde de woning van Toon Slager, zondagsschoolonderwijzer, en Jozias Schipper. Ook zien we nog de schuur van de familie Trimpe Burger en de timmermanswerkplaats van Piet Oele.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek