Leersum in oude ansichten

Leersum in oude ansichten

Auteur
:   H.J. Reusink
Gemeente
:   Leersum
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2394-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Leersum in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Stelt u zich het jaar 1890 eens voor. De stoomtram Arnhem-Utrecht puft met een gemoedelijk gangetje van dertig kilometer per uur even voorbij Wageningen langs het begin van de Stichtse heuvelrug. Het schone landschap van heuvels, bomen, heidevelden enerzijds en weiden en boomgaarden langs de Neder-Rijn anderzijds, dwingt ons tot uitstappen in een dorp met een rijke historie: Leersurn. Om een inzicht te krijgen hoe het landschappelijk schoon, dat hier in zo'n grote verscheidenheid voorkomt, is ontstaan, moeten we ons zo'n 200.000 jaren terug verplaatsen. In de voorlaatste ijstijd werd door het landijs, komende vanuit de Scandinavische landen, een stuwwal opgeworpen, die later de Utrechtse heuvelrug zou gaan heten, Het ontstaan van deze heuvelrug, met voor Leersum als hoogste toppen de Zuilensteinse berg, Donderberg en Darthuizer berg, was voor de vorming van het landschap en zeker ook voor de prehistorische mens van groot belang. Door de geografisch gunstige ligging, met onder andere de heuvelrug die destijds bescherming bood tegen de hoge waterstand van de Rijn, was Leersum en omgeving in de prehistorie een bij uitstek geschikt gebied voor bewoning. Vanaf het jaar 2000 voor het begin der jaartelling hebben verschillende cultuurvolkeren, onder andere in de jonge steentijd, de bronstiid, ijzertijd en' vroege middeleeuwen hier hun nederzettingen gebouwd. Uit oudheidkundige onderzoekingen en de daarmee gepaard gaande vondsten is komen vast te staan, dat Leersum naar alle waarschijnliikheid een uitvloeisel is van deze oude nederzettingen, Ons dorp

wordt het eerst genoernd in een oorkonde van 18 december 1279 en heet dan Larshem. De naam is waarschijnlijk van Romeinse herkomst: Lar was de beschermgeest van huis en akker; hem (ofheim) betekent tempelhut of woning. In 1350 werd de naam veranderd in Laersen, vervolgens in Leersem en in het begin van de achttiende eeuw in Leersum. - In de middeleeuwen drukten de heren van de ridderhofsteden Zuilenstein en Broekhuizen hun stempel op de bevolking van Leersum, die voornamelijk uit boeren bestond. Deze .Jiorigen" moesten voor het gebruik van de gronden aan de kasteelheer "belasting" betalen in de vorm van geld en natura (tinsen, stroogeld, pachthoenderen, graan). be maatschappelijke tegenstellingen hebben nog enige eeuwen voortbestaan en kornen bijvoorbeeld tot uitdrukking in een gedicht, dat Tollens maakte, nadat hij de graftombe van de familie Nellesteyn, eigenaar van Broekhuizen, op de Donderberg had beklommen. Neerkijkend op de armoedige huisjes, hier en daar verspreid liggend tegen de voet van de heuvelrug, dichtte hij:

't Is waar, 't gevoel rijst pijnlijk op, als wij daarginds dien heuveltop, die schitterend witte wanden naken. 't Is Nellesteyns gepleisterd graf. En als wij langs de glooiing af

aan d'andere zij die biezen daken, die hutten zien van stroo en klei, daar neergezet in zand en hei,

danja, dan wordt ons bij 't aanschouwen dit heerlijk landschap droef en naar. Dan zien we vragend naar elkaar;

en d'uitroep laat zich niet weerhouwen:

Voor dooden gindsche praalgebouwen, voor levenden die kluizen daar!

Door Leersum, met een oppervlakte van circa drieduizend hectare, loopt sinds eeuwen de Dorpsstraat, nu Rijksstraatweg geheten, die het dorp in tweeen deelt. Noordelijk hiervan lagen in het begin van deze eeuw - tegen de voet van de heuvelrug - nog uitgestrekte bos- en heidevelden, nu en dan afgewisseld met zandverstuivingen (duinen) en grindgraverijen, Het houden van schapen was een belangrijke bron van inkomsten; de schaapherders dreven hun kudden naar de heidegronden op de berg. Noordelijker lag een veenachtig heideveld, waar omstreeks 1850 begonnen werd met het baggeren naar turf. Door de ontvening ontstonden de Leersurnse plass en, een uniek stukje natuur, waar in de lente in groten getale kapmeeuwen en eenden broeden. Zuidelijk van de Rijksstraatweg liggen in het zgn. Broek de bouw- en weilanden, waar nog steeds het boerenbedrijf wordt uitgeoefend. Vroeger werd naast koren voora! boekweit, asperges en in mind ere mate tabak verbouwd. In de kern van het dorp woonden de ambachtslieden: de smeden, wagenmakers, rietdekkers etc., die de boerenbevolking van het nodige voorzagen.

Door de rijke afwisseling in de landschapsvormen

(Leersum wordt weI een van de parels van de Stichtse Lustwarande genoemd) is en was ons dorp als recreatief gebied zeer in trek en is het toerisme steeds een belangrijke bron van inkornsten geweest voor de eigenaars van hotels, winkels en vroeger voora! van de vele pensions.

U wordt nu uitgenodigd om een wandeling door het dorp Leersum te maken in grootvaders tijd. Het zal u opvallen, dat veel schoons en bezienswaardigs is verdwenen en dat de oude romantiek plaats heeft moeten maken voor moderne voorzieningen.

De foto op de omslag laat het centrum van Leersum zien omstreeks 1900: rechts op de voorgrond het eerste post- en telegraafkantoor, waarvoor de beheerder Speekhout even een kijkje neemt, wat er vanuit de richting Amerongen gaande is. Daarnaast de winkel annex slagerij van Blankestijn, Meisjes en vrouwen dragen de nu weer moderne maxi-kleding en kunnen midden op de met klinkers bedekte Dorpsstraat rustig voor de fotograaf poseren. Over de rails reed in die tijd de stoomtram, geexploiteerd door de Ooster Stoomtram Maatschappij. De straatweg werd verlicht met enige olielantaarns, die in 1910 vervangen werden door gaslantaarns.

lEERSUM, - Panorama.

1. Alvorens met onze wandeling te beginnen, bekijken we vanaf een van de hoogste punten van de heuvelrug, hoe Leersum er in het begin van deze eeuw uitzag. In een oorkonde van 18 december 1279 bestond Leersum (Larshem) reeds en was de indeling van de plaats gebaseerd op enkele verspreid liggende hoeven. Ongeveer hetzelfde beeld zien we hier nog voor ons, daaraan toegevoegd de hervormde kerk rechts met enige woningen en boerenbehuizingen. De omliggende gronden werden, voor zover het geen heidevelden betrof, gebruikt als bouwland.

2. Zuilenstein, dat vroeger gelegen was aan de oostzijde van Leersurn, behoorde eens tot de fraaiste ridderhofsteden van de omgeving. Uit schriftelijke bronnen weten we, dat Zuilenstein van 1382 tot 1502 toebehoorde aan het geslacht van Zuilen of Zulen. Na bewoning door nog vier andere geslachten werd de ridderhofstede in 1630 door stadhouder Frederik Hendrik gekocht. In 1632 werd Leersum bij Zuilenstein gevoegd en sindsdien vormden ze samen de hoge heerlijkheid Zuilenstein. Het bezit werd in 1640 door Frederik Hendrik geschonken aan zijn zoon Frederik van Nassau, die in 1672 in de oorlog tegen de Fransen sneuvelde. Zijn stoffelijk overschot werd in een grafkelder onder het koor van de hervormde kerk van Leersum bijgezet. Tot 1830 bleef de ridderhofstede eigendom van de familie Nassau-Zuilenstein, daarna kwam het landgoed door erfenis in bezit van de graaf van Reede van Athlone. In 1897 ging het wederom bij erfenis over op Godard Johan George Carel graaf van Aldenburg-Bentinck, in vrouwelijke lijn afstammende van Frederik van Nassau. In 1945 werd kasteel Zuilenstein bij een bombardement totaal gerumeerd.

3. Op de hoek van de Rijksstraatweg en Boerenbuurt staat deze thans sterk in vervaJ zijnde schaapskooi, eigendom van de familie Bentinck. De kooi, een van de oudste van Leersum, is gebouwd omstreeks 1800, wat we kunnen zien aan de dakbedekking van pannen met riet. Vanaf deze kooi liep vroeger de schapendrift in noordelijke riehting naar de Leersumse berg, waar de sehapen zich tegoed deden aan de toen nog uitgestrekte heidevelden. Paehters van de kooi waren onder andere Jan van de Geer en de gebroeders Van Holland. Het vroegere bevolkingsregister van Leersum vermeldt verscheidene personen, die hun brood verdienden aan de schapenhouderij; Buddingh en Zwetselaar, schaapherders; Budding, spinster; Langelaar, wolkammer.

4. In het begin van de vorige eeuw en vele jaren daarna was het houden van schapen, ter verkrijging van wol en rnest, in Leersum een belangrijke bron van inkomsten. Ruim dertig kooien sierden het landschap. Door de boeren werden op de Leersumse berg heideplaggen gestoken (de straat Plaggeberg, waar dit vroeger gebeurde, is hiernaar genoemd). De plaggen werden in de kooien gebracht en met de schapenmest door de schapen verwerkt tot potstalmest van hoge kwaliteit. U ziet hier een herder met zijn schapen en zijn hond, in 1927 gekiekt op de Middelweg; op de achtergrond de schaapskooi van de hofstede Schevichoven.

I."Dl'I ?.? n .1" .tl~·" n~lo, J.II(,,,,11 ?? 'h.hl ~ .? flllL" ,'AI1 .Jl" h"lIt" ~Cl,kn do.::lk,·n Hn c

,,·rIIJIo. ",,:h,",'n Ic 11m rc('J, E" .11

r; ,.I't":.: ". dcon Il",r;.:('n "nlnl"'I."~ll" I,' ·'.I",r;:1 hi; Lc ·.:I ?? UIlI

',11 "l"fc1'," ,n(" "J"

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek