Leiden in oude ansichten

Leiden in oude ansichten

Auteur
:   mr. A. Versprille
Gemeente
:   Leiden
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3849-9
Pagina's
:   168
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Leiden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Leiden in oude ansichten

door mr. Annie Versprille

ZALTBOMMEL

De prent op bladzijde 2 toont de "Laidse peueraar" in zijn boot, een schutting tegen de wind in de rug, een test vuur voor warme voeten en vuur in de pijp. De boot is vastgezet met twee steekstokken. Aan twee stokken hangt de tros wormen waarmee de paling moet worden gelokt. Hildebrand zegt: "Het is een aestetisch ding dat peuren, het komt hier aan op het gevoel."

W~OEN

OEKJE

ISBN1 0: 90 288 3849 x ISBNI3: 978 90 288 3849 9

© 1970 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de twaalfde druk uit 2002

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

De periode die voornamelijk in beeld en zo schaars mogelijk in woord aan u wordt gepresenteerd, omvat ongeveer vijfenzeventig jaar. De selectie uit de verzameling prentbriefkaarten van de Gemeentelijke Archiefdienst van Leiden gaf niet een voldoende bevredigend beeld uit de jaren 1850-1925, een tijd , die nog net het burgerlijk gezicht van Leiden toont, behe erst door de textielindustrie, de studentenbevolking en de wekelijkse kaasmarkt. Andere technieken als foto's en tekeningen zijn welkome aanvullingen gebleken. Ik wil vooral wijzen op het bijzonder interessante werk van fotograaf J. Goedeljee (1824-1905), die vele nu veranderde of verdwenen plaatsen in Leiden op de gevoelige p1aat vastlegde, waardoor wij ons kunnen voorstellen, dat een wandeling 1angs "de vermakelyke Leydse buitencingels" een ontspanning betekende en dat de Hooigracht een en al rust was. Van de drie hiervoor genoemde pijlers van de Leidse economie heeft de studentenbevolking niet minder dan de twee andere een stempel op "Leijen en de Leijenaar" gedrukt. De cibicula locanda, de hospita, met wie nog jaren nadat de studie was beeindigd banden van vriendschap bleven bestaan, de studentenoppasser, het koffievrouwtje, Bloemenbertha en zoveel andere figuren en tenslotte niet te vergeten de

lustra, begeleid door maskerades, groots en kostbaar, spreken tot ieders verbeelding.

De bevolkingstelling gaf in 1880 een getal aan van 41.238, in 1930 van 70.811, een vermeerdering niet alleen veroorzaakt door gunstige cijfers van geboorte, overlijden of immigratie, maar vooral door annexatie van gebied van de drie buurgemeenten Oegstgeest, Zoeterwoude en Leiderdorp in 1896 en 1919. Naar aanleiding van de eerste annexatie worden uitbreidingsp1annen opgezet, stratenplannen gemaakt; een eerste aanleg van trottoirs aan de Hogewoerd in verband met de exploitatie van de paardetram vindt p1aats, woningbouwverenigingen worden gesticht: in 1873 de Leidsche Bouwvereeniging, die in 1881 aan de Gorte- en Haverstraat tweeenveertig arbeiderswoningen bouwde. In 1892 werd de Vereeniging tot Bevordering van den Bouw van Werkmanswoningen opgericht, die zich ten doel stelde krotten en poorten (hiermede worden vanzelfsprekend niet de stadspoorten bedoe1d) aan te kopen, af te breken en door betere huizen te vervangen, minderwaardige woningen zo goed mogelijk te verbeteren en opnieuw te verhuren tegen zo laag mogelijke prijs,

Bij de reproducties van foto's in dit album opgenomen bevinden zich enke1e van dr. H.G.A. Obreen

(1878-1937), een Leidse notariszoon, die speciaal de aandacht vestigde op de slechte toestanden op het gebied van de huisvesting.

Later werden nog opgericht de woningbouwverenigingen De Eendracht (1913), Ons Belang, De Goede Woning, Eensgezindheid, Tuinstadwijk en Ons Doel. Men kan in het algemeen stellen, dat de bebouwing buiten de singels voor een groot deel v66r 1930 door deze verenigingen he eft plaatsgevonden en werkmanswoningen betrof. Speciaal noem ik het Kooiterrein. In 1896 werd de zogenaamde Eendenkooi buiten de Zijlpoort (12% hectare) door de gemeente verkocht aan de Vereeniging Werkmanswoningen. In 1901 begon men met de bebouwing, die v66r 1920 gereed was. Het Kooipark, aanvankelijk Volkspark genoemd, werd in 1920/21 aangelegd. Zoals algerneen bekend heeft Leiden tijdens de economische revolutie zware jaren beleefd. Omstreeks 1870 is de bevolking die ellen de grotendeels te boven. Deze omstandigheid had onder andere tot gevolg, dat men oude huizen ging moderniseren, dat men ze ging vervangen door moderne winkelpanden. Straten waarin voorheen slechts een enkele winkel was te vinden, verloren hun deftige status, zoals de Breestraat. Het grootste slachtoffer in dit opzicht werd de Haarlemmerstraat die omstreeks

1900 een drukke winkelstraat is geworden. In het begin van de twintigste eeuw had Leiden veel van zijn oude karakter verloren. De eerste helft van de negentiende eeuw bracht afbraak van poorten, herenhuizen - niet meer rendabel en daarom slecht onderhouden

- vervanging van ophaalbruggen door ijzeren draai-

bruggen, afgraven van de vestwallen, kortom van veel wat Leiden een zo vertrouwde en intieme sfeer had gegeven, waarom zoveel reizende vreemdelingen in de negentiende eeuw de stad van Rembrandt, Jan Steen en Gerard Dou bezochten en in hun reisbeschrijvingen prezen.

Een nieuwe fase in de economische geschiedenis van de stad bracht enerzijds verdere verpaupering in de topografische schoonheid, voornamelijk binnen de singels, anderzijds deed de ontwikkeling van de gerichte sociale zorg en de bewustwording van de werknemer, stadsde!en buiten de singe! verrijzen, die tot vandaag de dag onveranderd zijn gebleven en uitgebreid worden met hoog- en laagbouw, dikwijls uitgevoerd door deze!fde hierboven genoemde bouwverenigingen, zoals men in e!ke groeiende agglomeratie kan waarnemen.

1. Daniel Tieboel Siegenbeek (1806-1866) werd burgemeester van Leiden toen het eerste station vijftien jaar in gebruik was.

2. Het eerste stationsgebouw van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, 15 juni 1843 in gebruik genomen, gesloopt circa 1883. Foto van een tekening van H.W. Last in "Overzicht van de Ontwikkeling der Maatschappij van de eerste 50 jaar (1839-1889)".

3. Stationsgebouw, in gebruik genomen in 1880, en gesloopt in 1953.

4. Stationskoffiehuis Zomerzorg circa 1880. Voor het huis de sloot, die langs de gehele Stationsweg liep.

:: ;a:icnsw,g

5. Spoorwegovergang gezien naar de Stationsweg. Links Zomerzorg.

6. Spoorwegovergang aan de Rijnsburgerweg gezien vanaf de 1uchtbrug voor voetgangers in 1929.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek