Leuven in oude prentkaarten deel 2

Leuven in oude prentkaarten deel 2

Auteur
:   H. Uytterhoeven
Gemeente
:  
Provincie
:   Brabant
Land
:   België
ISBN13
:   978-90-288-1769-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Leuven in oude prentkaarten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

VOORWOORD

Toen enkele jaren geleden de eerste uitgave verscheen van "Leuven in oude prentkaarten" van de hand van Henri Uytterhoeven, dra gevolgd door een gelijkaardige uitgave over Kessel-Lo en Heverlee, kende deze reeks geillustreerde boekjes in oblongformaat een zó groot succes, dat alle exemplaren in enkele maanden waren uitverkocht.

De vlotte afzet van die boekjes heeft aangetoond dat het publiek deze handige documentatie naar waarde heeft weten te schatten en dat aan een reële behoefte naar informatie over ons eigen verleden werd voldaan. Het gebeurt niet zelden dat men in de straten van Leuven of omliggende gemeenten een gids met een groep belangstellenden ontmoet met het prentkaartenboekje in de hand om er zich een idee van te vormen hoe het er toenmaals ter plaatse heeft uitgezien en wat er eventueel nog van is overgebleven.

De auteur van deze uitgave is trouwens zeer goed geplaatst om met kennis van zaken een heel nieuwe reeks "Leuven in oude prentkaarten" uit te geven. Degelijk ingewijd in de geschiedenis van onze stad Leuven en haar omgeving, medestichter en jarenlang secretaris van de vereniging "De Vrienden van de

Abdij van Park" te Heverlee en vooral als een bekend verzamelaar van iconografisch, geschiedkundig materiaal, onder andere oude prentkaarten, is Henri Uytterhoeven wel de juiste man op de juiste plaats om een tweede, heel nieuwe reeks "Leuven in oude prentkaarten" de wereld in te sturen.

Als eerste burgemeester van het nieuwe Groot-Leuven stel ik het ten zeerste op prijs om ter inleiding een woordje van lof aan deze verdienstelijke werker te betuigen ter gelegenheid van de uitgave van de nieuwe reeks "Leuven in oude prentkaarten". Ik ben er tevens bijna zeker van, dat vele Leuvenaren en talrijke inwoners van de deelgemeenten en aanpalende gemeenten met belangstelling dit boekje ter hand zullen nemen. Dat kan trouwens voor de samensteller van deze tweede uitgave reeds als een blijk van waardering worden beschouwd voor zijn verdienstelijk werk.

De burgemeester van Groot-Leuven

~

A. Vansina

Wie naast de steun van 't dagelijks werk kleur geeft en franjes

aan zijn leven, door kaart

na kaart met zin te schikken, proevend van wat het leven achterliet, zelfs zo het

steen na steen verdween,

is meer nog dan zichzelf, ootmoedig en nimmer zelfvoldaan, vouwt zichzelve uit in

het naar buiten treden,

niet als een rood met goud omzoomde loper, maar

als een blijvend teken

voor de zin van zijn bestaan. 11.09.76.

Freek Dumarais

INLEIDING

De hiernaast afgedrukte regels, aan ondergetekende opgedragen door de Tiense poëet Freek Dumarais, evenals de aanmoediging van menig bezoeker aan de tentoonstellingen ter gelegenheid van Leuven-kermis en de bijval van "Leuven in oude prentkaarten" (1972) en van "Heverlee in oude prentkaarten" (te zamen met de heer Al. Coopmans in 1974) hebben mij ertoe aangezet een tweede reeks Leuvense kaarten uit te kiezen en te commentariëren.

Eensdeels heb ik getracht nieuwe wandelingen te ontwerpen en andersdeels heb ik andere oude hoekjes en ook kaarten van tussen de twee wereldoorlogen ingelast, daar waar ik verplicht was de paden uit het eerste deel te kruisen of gedeeltelijk zelfs te hernemen. Om een zo volledig mogelijk beeld te geven van het "Leuven tot na de Tweede Wereldoorlog" werden ook enkele foto's opgenomen van de verwoestingen in 1940/44; dit is telkens duidelijk aangegeven.

Deze publikatie moge aantonen dat Leuven na de Eerste Wereldoorlog mooier dan tevoren is herrezen zonder zijn eigenheid als oude universiteits- en bierstad prijs te geven. Tevens zal de aandachtige toeschouwer en lezer de evolutie van de stad tijdens de eerste helft van deze eeuw kunnen volgen en vast-

stellen dat ook de bombardementen in 1940/44 Leuven zwaar hebben geteisterd. Doch eens te meer is de stad, dank zij de vereende krachten van het stadsbestuur, burgers en universiteit, op een redelijk verantwoorde wijze hersteld en wederopgebouwd. Wanneer Leuven uitpakt met eretitels als "eerste hoofdstad van het hertogdom Brabant", "openluchtmuseum van architectuur" en "oudste en compleetste universiteitsstad van de Nederlanden", dan moge deze uitgave onderlijnen dat deze stad als kunstcentrum én aan haar bewoners én aan de toeristen nog heel wat heeft te bieden. Wanneer de (Groot-)Leuvenaars zullen beseffen dat zij, spijts alle moeilijkheden en rampen in een ver of nabij verleden, toch nog één van de rijkste en boeiendste plaatsen van het Vlaamse land bewonen, dan zal de auteur zich ruimschoots in zijn opzet geslaagd achten.

Mag ik dan weerom uw gids zijn bij enkele tochten in onze goede stede? We vertrekken aan de Tiensepoort en wandelen langsheen de Vesten via de Parkpoort, de Naamsepoorten, de IJzermolen tot aan de Tervuursepoort. We beklimmen de Rernyvest en de Keizersberg en belanden via de Vaart en de Diestsevest aan het station. Doorheen de Statiestraat (Bondgenotenlaan)

komen we aan het Fochplein (1-35). Een tweede wandeling start op de Oude Markt via de Kortestraaf naar de Grote Markt. Na een bliksembezoekje aan het stadhuis kiezen we de Naamsestraat en volgen deze tot aan de Naamsepoort (36-63).

Vlak bij de Volmolen op de Tervuursevest nodigt de Dijle ons uit tot een schilderachtige uitstap doorheen haar dal. We volgen de vele kronkels en eilanden tot in de Sluisstraat (64-95).

Een vierde tocht begint bij de IJzermolen eveneens op de Tervuursevest langsheen de Kapucijnenvoer naar de Sint-Jaccbskerk en zo via de Brusselsestraat en het Margarethaplein door de Diestsestraat tot de Diestsevest (96-122). Een vijfde trip gaat vanaf het Rondpunt nabij de Parkpoort en voert ons doorheen de Brabançonnestraat, Deken- en Vesaliusstraat naar de Tiensestraat, die we volgen tot aan de Savoyestraat; via deze straat belanden we aan de Vander Kelenstraat, die we volgen tot aan de Volksplaats (Mgr. Ladeuzeplein) en de nieuwe universiteitsbibliotheek (123-150). Enkele flitsen uit het universitaire leven beëindigen dit boek.

Hoewel dit tweede deel als een zelfstandig geheel kan worden gelezen en beschouwd, heb ik het toch nuttig

geacht bij het commentaar hier en daar te verwijzen naar het eerste deel: (1, 54) betekent dan eenvoudig: "zie in deel één de uitleg bij kaart 54".

Hier past voorzeker een oprechte dank aan diegenen, die mij lang geleden of recent nog hielpen bij de uitbouw van mijn verzameling, aan een paar collegaverzamelaars, die mij graag enkele kaarten uitleenden en aan allen die mij inlichtingen verschaften. Ook ben ik veel erkentelijkheid verschuldigd aan de enkelen, die door taalkundige correcties en door hun jarenlange ervaring in het drukkerij- en uitgeversvak deze publikatie weerom mogelijk hebben gemaakt. Het zij mij toegestaan één naam te citeren en dat is dan deze van de heer J. Staes, collega in de Leuvense Gidsenbond, die de tekst inhoudelijk nalas en nog menige waardevolle aanvulling bezorgde.

Voor kritiek en bijkomende uitleg houd ik mij steeds ten zeerste aanbevolen. Ik wens alle lezers, ouderen en jongeren, Leuvenaars en andere, veel kijk- en leesgenot.

Henri Uytterhoeven Vinkenlaan 20 3030 Leuven (Heverlee)

l.ouvatn Leul7en

Porte et Cheus sèe de Tir!emont. Thlenschepoort en Thlenschesteer.~eg .

. ~: ?.. _-

1. Aan de Tiensepoort, startpunt van onze eerste wandeling, is de brievenbus, waarachter Léon Schreurs op 18 augustus 1914 sneuvelde, verdwenen (I, 145). Tegen het rechter commiezenhuisje is ter ere van de held een monument opgericht, dat we hier zien kort vóór de officiële onthulling op 23 juni 1923. Links staat de mooie handkar van de roomijsventster "Paulinke", die aldaar gedurende tientallen jaren haar standplaats had. Op de steenweg naar Tienen bemerkt men naast een oud Fordje nog een handkar met een hond als trekdier.

f'orte de Tirlemont. Entrées de I. rue de Ttrlemont et rue de I~ Joyeuse Entrée.

2. Uit de Tiensestraat, één van de oude handelsstraten van de stad, nadert de stadstram. Deze reed sinds 1912 tot Tivoli, sinds 1926 tot aan de "Ferme Bretonne" en sinds 1934 tot Lovenjoel. De Blijde-Inkomststraat (rechts) werd geleidelijk aangelegd toen dit stadsgedeelte zich na de bouw van het spoorwegstation ontwikkelde. In 1844 werd met de aanleg begonnen vanaf de Volksplaats. Pas in 1871 bereikte men de Tiensepoort. Men treft er hoofdzakelijk grotere burgerhuizen aan evenals sedert 1927 het hoofdsecretariaat van het Davidsfonds.

3. Op 10 mei 1940 werd de Tiensepoort erg getroffen. Omstreeks 18.30 uur stond een massa volk te kijken naar de oprukkende Engelse troepen en de aanstromende vluchtelingen. Plots voerden Duitse Stuka-jachtvliegtuigen een kort maar hevig bombardement uit, waarbij meer dan tweehonderd slachtoffers vielen; een zware tol op de eerste oorlogsdag. Deze foto toont links de ruines van de garage Eeckhout (thans de "Nopri"), waarin tientallen mensen een veilige toevlucht zochten, maar de dood vonden. Hier zijn Engelse bren-carriers op de terugtocht.

~1

, ': . ?.. ~~.,

4. Bij de aanleg van de grote ring rond Leuven in 1951 werden de octrooihuisjes afgebroken en kreeg het Schreursgedenkteken de ereplaats in een plantsoen midden in het drukke verkeerspunt. In 1962 moest ook dit rondpunt de plaats ruimen en verhuisde het monument naar de Vest, tegenover de Sint-Antoniuskerk, waar men het nu nog kan bewonderen. Op het achterplan staat de toren van de in 1938 gebouwde H. Hartkerk. De aannemer was Jules Vanderlinden, bijgenaamd "den Hoed", uit Bierbeek.

~ Louvaln "" C1meÏière. Monument aox fusilléS d'floût i914 et tour de I'flbbave du Pare.

5. Even voorbij de Sint-Antoniuskerk en aan de buitenzijde van de Vest leiden de Oude en de Nieuwe Kerkhofdreef naar de stedelijke begraafplaats, die in 1784 werd aangelegd, nadat Keizer-koster Jozef II het begraven in en rond de kerken binnen de stad had verboden. Daardoor werden de kerkhoven rond de Sint-Pieters-, Sint-Jacobs-, Sint-Kwintens-, Sin te-Geertrui- en de oude Sint-Michielskerk (Tiensestraat) gesloten. De kaart toont het gedenkteken, dat in 1924 werd opgericht voor de slachtoffers van de oorlog 1914/18, boven de crypte, waarin een honderdtal burgers en evenveel gesneuvelde soldaten werden bijgezet. In de verte rijst de sierlijke kerktoren op van de Parkabdij.

6. Tussen het stadskerkhof, de Parkpoort, het gehucht Park en de abdij vormde een bloc van zestien hectaren sinds 1838 tot rond 1935 het militaire oefenplein voor het Leuvense garnizoen, dat in 1906 bestond uit:

het vierde regiment Artillerie met 49 officieren en 402 manschappen; - het tiende Linieregiment met 18 officieren en 402 piotten;

- een sectie Administratie en de hoofdkwartierdiensten: een veertigtal militairen.

De artilleristen en paarden blazen even uit tussen twee oefeningen. De vertaling van het Leuvense onderschrift (een zeldzame Nederlandstalige tekst op een oude prentkaart) luidt: "Ga daar alstublieft een beetje opzij, juffrouw Sara, want we gaan schieten."

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek