Lochem in oude ansichten deel 1

Lochem in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Somer
Gemeente
:   Lochem
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2289-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Lochem in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Lochem wordt weI de stad van de hooiplukkers en van de koolhazen genoemd. De afbeelding op de omslag van dit boekje herinnert aan die hooiplukkers. In 1590, toen Lochem in Staatse handen was, verschenen op zekere dag in alle vroegte drie hooiwagens voor de Smeepoort. Bij elke wagen liepen twee of drie boeren met hooivorken op hun schouders. Ogenschijnlijk was er geen enkel bezwaar om de poort te openen en de brug neer te laten. Toen de wagens de stad binnen reden trok Poorters Jan, de zoon van de poortwachter, naar oud gebruik, voor de geit van zijn vader een flinke pluk hooi uit de vracht. Meteen voelde hij een laars. Hij vermoedde onraad en riep: "Verraad." De boeren, die bij de wagons liepen, probeerden de jongen te grijpen, maar deze vluchtte de Smeestraat in en riep: "Verraad, de Spanjaarden zijn in de stad." De soldaten van het Staatse garnizoen kwamen ijlings in het geweer. Met behulp van gewapende burgers wisten ze onder aanvoering van wachtmeester Francois Ballochi de Spaanse aanvallers terug te slaan en op de vlucht te drijven. Twee Lochemse straten herinneren nog altijd aan dat voorval, namelijk de Poorters Janlaan en de Francois Ballochilaan.

De spotnaam "koolhazen", die de Lochemers eigenlijk nooit erg goed hebben kunnen verdragen, heeft een grappige oorsprong. In vroeger tijden deden hazen zich dikwijls te goed aan kool, die in grote hoeveelheden buiten de stad werd verbouwd. Op een zeker moment ontdekte een achtenswaardige inwoner een dier met zeer grote oren in zijn koolveld. Hij dacht met een grote moerhaas te doen te hebben en riep de hulp van zijn medeburgers in. Er werd een grote klopjacht georganiseerd. Toen men het dier ten slotte had omsingeld en gevangen genomen, hetgeen niet zo moeilijk was, omdat het zijn poot had gebroken, bleek het een ezel te zijn,

De eigenlijke historie van Lochem gaat ver terug. In 1059 werden al tienden geschonken aan het kapittel van Zutphen,

dat in 1134 een kerk in Lochem stichtte. Lochem was toen waarschijnlijk niet meer dan een gehucht. Maar de jonge spruit groeide voorspoedig. In 1233 tekende graaf Otto II het document, dat Lochem tot stad verhief. Een tweede belangrijke stap was, dat Reinald I Lochem in 1312 vergunning gaf om markten te houden. Dat bracht leven in de brouwerij en geld in de beurs. In 1330 versterkte Reinald II Lochem met stadsmuren. Aan dc gracht verrees een sterkte, die men de Blauwe Toren noemde. Daarin was het gerechtshof van het schoutambt gevestigd. De Blauwe Torenstraat herinnert nog aan die sterkte, Voor Lochem begon daarmee een historie, die wij kortheidshalve in enkele jaartallen zullen samenvatten: 1582 door de Spaanse veldheer Verdugo vruchteloos belegerd; 1590 de rnislukte list met de hooiwagens; 1605 ingenomen door de Spaanse veldheer Spinola; 1605 door prins Maurits heroverd ; 1618 grote brand, die de stad op drie huizen na in de as legde; 1666 de bisschop van Munster neemt Lochem in, maar na een moeilijke belegering krijgen de Staten de stad weer in handen; 1672 de Munsterse bisschop keert terug en verovert Lochem zonder veel moeite. Hij werd op zijn beurt weer verdreven door de Fransen, die ook de republiek der Nederlanden waren binnengedrongen. De Franse bezetting verdween pas in 1674 en nam de burgemeesters Schomaker en Van Dam als gijzelaars mee.

Daarna brak voor het gebavende- en verpauperde stadje een periode van vrede en rust aan, die duurde tot het einde van de achttiende eeuw, toen de patriottische tijd begon.

H.J. Thomasson was in die tijd en later onder het bewind van koning Willem I burgemeester van Lochem. Hij heeft vee I voor zijn medeburgers en voor de stad gedaan. Een van de eerste maatregelen na de Franse overheersing was een verbod om rnestvaalten aan de straat te hebben ...

Geleidelijk ontwikkelde Lochem zich tot een zuiver stedelijke kern met een regionale verzorgingstaak en met een vrij vroeg

ontstane en zich gestadig uitbreidende industrie. De stad dankt haar opkomst aan de gunstige ligging aan verkeerswegen. Daarbij kwamen later nog de spoorweg ZutphenHencclo-O en het Twenthekanaal. Lochem kent reeds lang indu~trie. Veliswaar droeg de stad ruim een eeuw geleden nog een overwegend agrarisch karakter, maar het percentage landbouwers was toch geringer dan in andere, vergelijkbare plaatsen. Er waren to en at vijf leerlooierijen met vijfentwintig arbeiders en een weverij van calicots en Oostindisch bont. Bovendien werd in 1842 ecn pannenfabriek opgericht, waarin een tiental mensen werkte.

In de tweede he 1ft van de vorige eeuw begon de industrialisatie in ons land op gang te komen. Loehem heeft daar ook een aantal graantjes van meegepikt. De leerlooierijen ontwikkelden zieh tot grote bedrijven. Bovendien ontstond in Loehcm een belangrijke bouwnijverheid. De belangrijkste ontwikkelinz van de industrie heeft zich in Loehem echter pas na de 1veede Vereldoorlog voltrokken. De gunstige ligging aan het in de jaren dertig gegraven Twenthekanaal en het feit, dat voor de steeds groeiende bevolking arbeidsplaatsen moesten worden gecreeerd, waren daar mede debet aan. Het gemeentcbestuur -nam tijdig maatregelen voor de aanleg van nie uwe industrieterreinen. Die werden in de loop der jaren snel uitgegeven aan nieuwe bedrijven, waardoor een gunstig werkgelegenheidsklimaat ontstond.

De regionale verzorgingstaak van Lochem heeft tevens een groot aantal goed geoutilleerde winkelbedrijven tot gevolg gehad. Het aantal winkcls, gerekend in verhouding tot het aantal inwoners van de stad, is grater dan in enige andere plaats in de Achterhoek en zelfs groter dan in Deventer en Zutphen. Hierbij speelt het seizoen uiteraard een rol. Met meer dan 200.000 geregistreerde overnaehtingen per zomer is Loehem met zijn praehtige omgeving een toeristencentrum van betekenis.

Tot slot nog cen bijzonder aspect. Loehem lag voorheen als

het ware midden in de gemeente Laren, die een sterk overheersend, agrarisch karakter had. Aan die merkwaardige ligging is in 1971 offieieel een eind gekomen, nadat reeds vanaf 1928 vruchteloze pogingen waren ondernomen om de beide gemeenten samen te voegen. In 1971 werd zowel de gemeente Laren als de gemeente Lochem opgeheven, waarna een nieuwe gemeente Lochem werd gevorrnd, die thans ongeveer 17.500 inwoners telt.

Wij willen deze inleiding besluiten met een woord van hartelijke dank aan de Locherners, die hun kostbare grcepfotos besehikbaar hebben gesteld. Verder dank en wij de vele stadgenoten, die ons hebben geholpen bij het opsporen van de namen van de op die oude f'otos afgebeelde personen. Dit was een zeer tijdrovende bezigheid. Wij waren steeds al tevreden, wanneer iemand ons aan twee of drie namen kon helpen. Desondanks komen er in de teksten nog enkele vraagtekens VOOL Dit is voor een deel het gevolg van het feit, dat ter wille van de tijd op een bepaald moment een punt achter dat speurwerk moest worden gezet. Wij menen echter te mogen constateren dat, voor zover het de namen betreft, onze helpers en wij samen een redelijk resultaat hebben bereikt. Ook hebben wij vee I hulp ondervonden bij het verzamelen van de gegevens voor de onderschriften bij de stadsgezichten. De daarvoor gevoerde gesprekken gaven nicermalen aanleiding tot wijziging van de tekst. Mocht deze op sornmige plaatsen ook nu nog niet geheel juist zijn, dan bieden wij daarvoor bij voorbaat onze verontsehuldiging aan. Wij zelf zullen dankbaar zijn, wanneer te zijner tijd zal blijken, dat veel Lochemers en oud-Lochemers genoegen hebben beleefd aan het bekijken van de plaatjes van ons Lochem van weleer en van de foto's van de poorterij uit die tijden , alsmede aan het lezen der bijbehorende teksten. Moge een en ander tal van leuke herinneringen voor de lezers oproepen.

1. Zo zag de Markt er v66r 1900 uit. Het huis, dat voor de toren staat, werd vroeger bewoond door de dames Visser. Daarna was het een filiaal van het gemeentehuis. Het werd in 1897 afgebroken. De toren van de Grote- of St. Gudulakerk had toen nag een stompe spits. Deze werd in 1904 vervangen door een spits van dertien meter. Rechts naast de toren ziet u het van de jaren tussen 1634 en 1640 daterende stadhuis. Vast staat, dat de magistraat het in 1634 nodig vond om een nieuw stadhuis te laten bouwen. Er is nag een contract bewaard gebleven betreffende een daartoe met de Zutphense stadsarchitect Emont Helleray of Helleraet gesloten overeenkomst. Het tweede 11Uis rechts van het stadhuis was van de joodse familie Bachrach, van wie de studerende zoon in overspannen toestand zijn ouders om het leven hceft gebracht. Het pand geheel rechts op de foto is nu postkantoor.

2. Dit is het beeld van de andere kant van de Markt ongeveer zeventig jaar geleden. De bouwtrant van het huis links op de foto geeft aan, dat het heel vroeger een boerenbedoening is geweest. In de tijd, waarin deze foto werd gemaakt, was het een kruidenierswinkel van de familie Milius en later van de familie Van der Worp. In het pand rechts daarvan woonde de familie Heilbron. Dat pand heeft later dienst gedaan als kantoor voor de gemeentelijke dienst van sociale zaken. Beide panden zijn afgebroken en vervangen door de nieuwe zaak van Dullaert. Het derde huis van links bestaat nog altijd. Vroeger was daarin de boekhandel en drukkerij van J.H. Scheen gevestigd. Later was het boekhandel Lovink, onder welke naam de zaak nog altijd bekend is. Naast Lovink was vroeger de winkel van de farnilie Fortuin, waarin manufacturen en wol werden verkocht. U vindt er nu Albert Heyn.

Uitg. Nauta, VeIleD.

In 't hartje van Lochem. N. 780.

3. De Grote Markt nam vroeger en neemt ook nu nog een belangrijke plaats in. Het gebouwtje rechts was to en (omstreeks 1900) kennelijk een pakhuis. Later heeft het vele jaren dienst gedaan als "Klepperhuuskcn" (gevangenis). Het pand had een paar cellon, maar het verhaal wil, dat ze nie t erg deugdelijk waren, Wanneer de gerneenteveldwachter er bijvoorbeeld 's avonds een paar mannen in had gestopt, dan waren die's morgens meestal weer gevlogen. Met het daarnaast gelegen huis, dat toen werd bewoond door de familie Broekmaat, is het "Klepperhuusken" nadien omgebouwd tot een filiaal van het gemeentehuis. Links van de tweede lantaarnpaal beyond zich cafe Vrugterman en pal achtcr die paal de manufacturenhandel van Bram Nijstad. Daarnaast stond cafe Bannink, dat later cafe "Central" en nog later cafe "d'Olde Markt" heette. Op die plaats staat nu de nieuwe Rabobank.

4. De gymnastiekvereniging "Brinio" is een van de oudste, zo niet de oudste, nog bestaande vereniging in Lochem. Deze foto werd in 1914 gemaakt ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan. Op het vaandel staat hct jaar van oprichting verrncld. De herengroep bestond in die dagen uit de volgcnde leden. Zittend zict u, van links naar rcchts: Van den Sichtenhorst, A. Reerink, M. Groenouwe en H. Olthoff. Achter hen staan: W. Rikkert, J. Olthoff, J. Kamphuis, D. van den Brink, Olthoff, directeur De Vries, Wiecherink, H. Beumer en B, van Dijk. Op de brug z itten: C. Langeler, D. van der Straat en D, van Dijk. "Brinio" is thans ecn grote vereniging met vee! jeugdleden en ecn grote darnesgrocp.

,

_ .i _

5. Dit is het begin van de Molenstraat, gefotografeerd vanaf de zijde van de Grote Kerk. In het linker huis woonde vrocger de familie Reerink. Thans is magazijn "De Zan" erin gevestigd. De huizen reclus op de foto wekken de indruk, dat ze achter elkaar zijn gebouwd in plaats van naast eikaar. De huize n staan echter wel naast clkaar, maar de een springt ie ts meer vooruit dan de andere. In he t huis achtcr de Iantaarn was vroeger apotheek Posthuma gevestigd. Later werd deze apotheek gcdrcven door de dames Hekkct en v.d. Stadt. Nu is het een tehuis voor gastarbciders van de firma Fraas. In het pand daarnaast was jarenlang de kruidenierswinkel van de familie Schulz gevcstigd, Later werd he t ccn Zijlstrawinkel en thans is het een kledingrnagnzijn. Bakker Van Asselt dreef in vroeger tijden zijn zaak in het voorste huis, Het is nu siagerij Pruiksrna. Aile panden zijn, met name wat de bcncdenverdiepingen betrcft, ingrijpend verbouwd.

6. Deze f'o to laat het andere eind van de Molenstraat zien. Op de achtergrond ziet u weer de panden, die ook op foto 5 staan afgebceld. De brug op de voorgrond lag over de stadsgracht. Het gedeelte van de gracht langs de Oosterwal Oinks) bestaat neg, maar het gedeelte langs de Noorderwal (reclus) is in de jaren dertig gedempt. De Molenstraat is de straat van mevrouw Breukink-Esselcnbroek, de echtgenote van een eertijds zeer bckcnde , rijksgediplomeerde hoefsrnid, tevens leraar in dat vak. Zij verschafte om, samen met de heer G.W. Altena, over dczc en de andere toto's waardevolle inlichtingcn, Links op de voorgrond was de manufacturenzaak van Mannus Hagens, waarin ook "seheurdewark" (de Lochemse benaming voor aardcwerk) werd verkocht. Het pand is nadien verbouwd tot rijwiel- en brornfictszaak, welkc thans wordt gccxploiteerd door de heer Modderkolk. In het hoekhuis rechts woondcn vroeger de dames Baart.

7. Lochern had vroeger twee rnuziekverenigingen, namelijk "Aeolus" en "Advendo". Deze foto van "Aeolus", die eigendorn is van de heer J. te Hasseloo, werd in 1919 gemaakt. In dat jaar werd ter gelegenheid van het zesenvijftigjarig bestaan van de vereniging een concours gehouden. Ze bestond toen uit de volgende muzikanten. Links van het vaandel staat B. ten Have en rechts C. Langeler. Staande ziet u, van links naar rechts: M. Lichtendahl, M. van den Brink, Joh. van dcr Kwast, J. Hiestand, P. Meereboer, M. Hofland, G . .T. Jansen, J. Marckelbach, G. Brinkerink, P. van der Kwast, A.J. Slotboorn, B. Jansen, J. Wildenberg en H. Hofland. Op de stoelen zitten: H. Bouwhuis ? Jac. Hogeweg, P. van Winsen, dirigent P. Ooms, B. te Hasseloo, H. Beumer en J. te Hasseloo. Op de grond zit W. Veldhuis.

8. Op de voorgrond ziet u het eerste Lochemse badhuis. Het was geen zwembad, maar een open bare badinrichting, waarin men zich tegen betaling van een paar centen heerlijk kon wassen. Verschillende steden hadden vroeger een dergelijke badinrichting. In 1892 liet de Stichting de Spaarbank aan de Dr. Rivestraat het Volkshuis bouwen, waarin een nieuw badhuis werd opgenomen. Links van het badhuis staat de leerlooierij van de firma Reerink en op de achtergrond de schoorsteen van de drijfriemenfabriek van de gebrocders Naeff. Lochem telde in vroeger tijden verschillende leerfabrieken. In een gedeclte van de fabriek van Reerink was later de fabriek van de Nijha gevestigd en nu zit er LochemDruk in. Het spitse dak achter het badhuis is van het voormalige koetshuis van de inmiddels afgebroken villa "De Pol", die indertijd werd gebouwd door de familie Naeff.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek