Maassluis in oude ansichten deel 1

Maassluis in oude ansichten deel 1

Auteur
:   T. Mastenbroek
Gemeente
:   Maassluis
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3893-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Maassluis in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Maassluis

in Dude anslchten dezl t

door

T. Mastenbroek

Vijfde druk

jubileumeditie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de uitgeverij Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVII

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 3893 7 ISBN13: 978 90 288 3893 2

© 1967 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2008 Reproductie van de vijfde druk uit 1987

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

TEN GELEIDE

MAASSLUIS 1880-1930

Een halve eeuw Maassluis, al moet men dan niet al te strak vasthouden aan deze jaartallen. Het zag er wel wat anders uit dan tegenwoordig, het beeld van Maassluis van 1880, dus van enige tientallen jaren v66rde overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw. Nog heel wat rustiger en gemoedelijker. Geen geraas van auto's en bromfietsen, geen geronk van straaljagers en geknal bij het doorbreken van de geluidsbarriere. De spoorlijn was er nog niet, maar men was toch weI zeer in zijn sas, dat in 1879 de .xlirecte stoombootdienst Maassluis-Rotterdam en tusschengelegen plaatsen voor passagiers, goederen en vee" was geopend, en wei met "snelvarende schroefstoomjachten". Dat was toch een prachtverbinding, zomaar tweemaal per dag heen en weer naar Rotterdam! Je moest wei wat vroeg uit bed en van huis, want de eerste boot voer 's morgens 6 uur al af. Natuurlijk waren er ook toen al van die nieuwlichters, die twee diensten per dag toch weI weinig vonden, en die in ingezonden stukken in de couranten van die dagen alsmaar hamerden op aanleg van de spoorlijn, die, zoals ze zeiden, voor de ontwikkeling van Maassluis toch eigenlijk onmisbaar was.

Het "ijzeren paard" liet nog tot 17 augustus 1891 op zich wachten; toen kwam de treinverbinding met Rotterdam tot stand, en vanaf dat moment was er helemaal geen houden meer aan. Stel je voor: tien treinen per dag heen en weer naar Rotterdam! Prijs van een retour, twee dagen geldig: derde klas 55 cent, tweede klas 80 cent en eerste klas een gulden en 15 cent.

Overigens was er nog meer reisgelegenheid: de omnibusdienst Maassluis- Vlaardingen, tweemaal per dag, en niet te vergeten de veerschuit Maassluis-Delft, en de veerdienst Maassluis-Rozenburg. Later kwam nog de omnibusdienst Maassluis-Delft van de Heer Zwaard, die vele oudere Maassluizers zich nog herinneren, en die ook meehielp voorzien in de behoeften van het reizigersverkeer. In die omnibus was het blijkbaar nogal eens een gedrang, want bij verordening van 20 april 1888 werd bepaald, dat er behalve de voerman niet meer dan tien personen meemochten! In 1912 kwam de Westlandse Stoomtram de verbinding brengen met Delft en Den Haag.

1880; het beginjaar van onze geschiedeniswandeling. Wilt U een paar staaltjes, om iets te proeven uit die tijd? Ze zijn geplukt, zo hier en daar, uit de jaargang

1880 van de "Courant voor Maassluis, het Westland en Rozenburg", en volgen hieronder zonder com mentaar. Het was:

hetjaar, waarin de volgende advertentie werd geplaatst:

"Er wordt gevraagd een zindelijke dienstbode, voor meid-alleen, in een klein gezin, loon 70 tot 80 gulden per jaar, met 20 gulden wasgeld, buiten verval, en een dag vrijafper maand";

hetjaar, waarin een zekere Mej. J. M. Haaxman bekend maakte, dat te haren huize was overleden Klaasje de Jong, in de ouderdom van 84 jaren "die ruim zestig jaar een hartelijke en trouwe dienstmaagd en huisgenote was geweest. Eere zij haar nagedachtenis". Die Klaasje de Jong had blijkbaar van haar loon toch nog een spaarpotje kunnen maken, want zij legateerde 100 gulden aan het Diaconie Dude Mannen en V rouwenhuis.

hetjaar, waarin men voor twee en een halve cent een goede sigaar, en voor een gulden en veertig cent een fles prima Malaga of Port kon kopen,

en waarin vet kalfsvlees 80 cent per kilo kostte;

het jaar, waarin men voor minstens 16 gulden in de Directe Belastingen moest zijn aangeslagen, om op de lijst van kiezers voor de gemeenteraad geplaatst te kunnen worden;

het jaar, waarin ouders en voogden attent werden gemaakt op de mogelijkheid van het stell en van "plaatsvervangers of remplacanten en nommerverwisselaars voor de nationale militie", maar waarin ook advertenties voorkomen van een "anti-dienstvervangersbond", die het met die rernplacanten-praktijken helemaal niet eens was.

hetjaar, om hiermee dan maar te stoppen, waarin de genoemde courant bij haar nummer van 1 september 1880 het bulletin voegt: ,,'s-Gravenhage, 31 Augustus 1880.

H.M. de Koningin is hedenmiddag bevallen van een Prinses.

De toestand is welvarend."

Dat was dan iets over het Maassluis van 1880. En de tijd bleef zo rustig zijn gang gaan. De motorkracht lag nog in het verschiet; hond en paard leverden de nodige trekkracht. De hond gespannen voor de hondekar, en ten gerieve van de baas als trekhond onder de wagens van bakker en melkboer. Het paard, als jaagpaard voor de Delftse schuit van Van der Lee, en als trekker van de sleperswagens, de koetsen, en niet te vergeten van de wantwagens, die het haringwant na volbrachte vaart naar het taanhuis brachten, waar de netten getaand werden, en naar het "kleine weitje", waar ze gerepareerd, of weI geboet, werden.

Maar zo rustig zou het niet blijven. Er zou zich in de komende halve eeuw een verandering voltrekken op schier elk terrein, maatschappelijk, economisch, kerkelijk. De visserij was van ouds een zeer belangrijke bron van bestaan; daarom krijgt ze ook bij de keuze van de oude ansichten voor dit boekje een mime plaats toebedeeld. Ze zou groeien van 47 haringloggers in 1880 naar een hoogtepunt van 115 in 1910, om daarna bergafwaarts te gaan: in 1930, het einde van de halve eeuw, die dit boekje bestrijkt, waren er nog maar 5. De oorzaken hiervan te beschrijven, en de maatschappelijke veranderingen die de opgang, maar vooral de neergang,

met zich bracht, valt natuurlijk ver buiten ons bestek. Deze halve eeuw heeft Maassluis ook op kerkelijk terrein niet onberoerd gelaten. De doleantie van 1886 liet in Maassluis zeer diepe sporen na en wijzigde het kerkeJijk patroon volkomen. De geaardheid van de vissersbevolking, als in zovele andere vissersplaatsen nogal aan de "zware" kant, is hieraan niet vreemd. De MaassJuizers zijn trouwens - de geschiedenis bewijst het - in het algemeen nooit zulke gemakkelijke heerschappen geweest. Het verzet tegen de "moderne" dominees in de Hervormde Kerk nam kort na 1880 steeds meer toe, en vooral in Maassluis - geboorteplaats van Dr. Abraham Kuyper, de vader van de doleantie - stonden de partijen scherp tegenover elkaar; de jeugd soms nog geprononceerder dan de ouderen, en dat liep dikwijls op vechtpartijen uit. .Doleeren, soldeeren, de ketel is kapot", zongen de hervormde jongens, en de dolerende jongens: "Alle synodalen dat waren de Hervormden - in een harington, hi, ha, ho." Op de duur zijn de scherpe kanten er wat afgegaan, maar we kunnen zeggen, dat toch eigenlijk pas in en na de oorlog 1940-1945 de toenadering op gang is gekomen. En nu maken Hervormden, Gereforrneerden en Rooms Katholieken sam en met het Gerneente-

bestuur plannen voor de bouw van een ontmoetingscentrum in Maassluis-West!

Bij deze korte inleiding zal ik het laten; dit boek is ten slotte geen geschiedenisboek met exacte jaartallen, en geen nauwkeurig historieverhaal. Ik hoop, dat U enig idee hebt gekregen van het Maassluis van omstreeks 1880 en daarna, en dat U, hiermede toegerust, kennis wilt gaan nemen van wat ansichtkaartenfabrikanten en -fotografen, want er is ten slotte niet van elke situatie een ansichtkaart gemaakt - hebben willen vastleggen, en dat nu tot lering, en naar ik hoop ook een beetje tot vermaak van lezers en kijkers kan dienen.

Zullen we dan nu onze wandeling door een halve eeuw Maassluis gaan beginnen, kijkend naar de kuipers en de boetsters en de haringloggers, naar de voor Maassluis altijd belangrijke zeeslepers, die toen, door onze bril bekeken, nog zoveel minder spectaculair waren dan de tegenwoordige, naar het hoge water, waar Maassluis alsmaar last van had en heeft, naar de feesten, waarmee Maassluis altijd heel goed weg wist, naar het koninklijk bezoek van 1924, en naar vele plekjes in Maassluis, die al lang verdwenen zijn, maar waaraan dank zij de .xmde ansichten" toch de herinnering blijft bestaan.

U allen wordt een prettige wandeling toegewenst!

Het grootste gedeelte van de ansichten en foto's is afkomstig uit mijn prive-verzameling over de historie van Maassluis; voor zeer welkome aanvullingen, verkregen door de welwillende medewerking van

het Gemeentemuseum, Maassluis, de heer D. Pons, Maassluis,

de Dr. Abraham Kuyper-stichting te 's-Gravenhage zij hierbij hartelijk dank gezegd.

1. Zullen we, om te beginnen, een kijkje nemen hier en daar in bet Maassluis van tegen 1880? Hier is dan bet Hoofd, met de aanlegsteiger van de veerbengst die de verbinding met Rozenburg onderhield. Links een gedeelte van het toenmalige veerhuis en bij de steiger bet sein met de bal omlaag; aan de Rozenburgse oever is vaag zichtbaar dat de bal in top hangt, ten teken dat daar weer passagiers voor Maassluis staan te wachten.

2. Op de Zuiddijk het "Huis met de zeven hoofden", waar nu pand nummer 34 staat. Een gemoedelijk tafereeltje: de man in de deuropening staat heel op zijn gemak te kijken of er misschien toevaUig iemand voorbijkomt, en de dame naast het huis breit rustig aan haar kous.

3. (1865): J. Fabius tekende de Stadhuiskade. De Monsterse sluis was nog niet verbouwd tot schutsluis en verschillende panden op de Hoogstraat, waarvan de achterzijde op de Stadhuiskade uitkomt, zullen in de komende halve eeuw afgebroken en door meer moderne vervangen worden.

=

4. Hier een kijkje op de Marnixkade, waar nog de bomen staan, en de uit de 17de eeuw daterende houten kraan die onder andere diende om bij schecpsreparaties de mast en nit de haringhoekers en buizen te halen. De houten kraan werd in 1890 vervangen door een ijzeren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek