Maren en Oijen in oude ansichten

Maren en Oijen in oude ansichten

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Lith
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4413-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Maren en Oijen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

"Allen de ghenen die dese openen letteren van certificatien zullen syen ofte hoeren lesen, Saluyt met al den Oitmoedt" zo schreven de schepenen van Lithoijen in een verzoek van 5 augustus 1526 bij de heerttelling om een billijke regeling van de lasten te krijgen omdat door de geleden oorlogsschade het dorp dreigde onder te gaan. Bij bovenstaande groet wil ik mij gaarne aansluiten en voordat wij ons in de jaren 1870 tot 1935 begeven lijkt het mij nuttig om in het kort de geschiedenis van de plaatsen te bespreken waar onze reis heengaat.

We beginnen bij Maren. In 1504 stelde Karel van Gelder Maren onder brandschatting. In 1545 en in 1740 werd door het hoge water veel schade aangericht, Grote ijsschotsen dreigden in 1809 het dorp te vernielen. Ret was als door een wonder dat slechts 6 'huizen wegspoelden en 12 huizen instortten. De Maasdorpen hebben altijd veel van het hoge Maaswater te lijden gehad, wat duidelijk tot uiting komt in de vele overstromingen die er in de

loop der eeuwen zijn geweest en waar in dit boek herhaaldelijk over wordt gesproken.

Lange tijd is er over getwi~ of Oijen bij Gelderland of Brabant behoorde. In 1254 werd Oijen aan graaf Otto van Gelre opgedragen, maar in 1430 werd beslist dat het bij Brabant behoorde en Maximiliaan en Maria van Oostenrijk bekrachtigden in 1481 dit voorstel. In 1099 treedt samen met andere edelen Werembert van Oye als getuige op. In 1361 wordt Oijen verkocht aan Maria van Brabant, die de vrouw van Reinald, hertog van Gelder was. Deze liet in Oijen een sterk kasteel bouwen en liet er munten slaan. Hierover vinden wij in 1390 het volgende geschreven: " Voert soe en sijn die corte Cruce penningen, die geene Seliaerts en sijn, die tot Oyen tot Gennip en de tot Meghen geslegen sijn, nijet beter dan een oortseplacke".

Tot zover deze noodzakelijke kortgehouden geschiedenis en kunnen we aan onze reis door de Maasdorpjes beginnen. We bekijken

de dorpjes Maren tot Oijen en de plaatsjes en gehuchtjes daar tussen in. Over Lith zult u niets tegenkomen omdat ik daar al een afzonderlijk deeltje van heb mogen samenstellen. Rest mij nog een woord van dank aan al degenen die mij bij deze uitgave hebben geholpen. Ten slotte hoop ik dat u met evenveel genoegen dit boek zult lezen als ik er aan heb beleefd bij het samenstellen.

In Kessel heeft een kasteel gestaan dat het "Huis te Kessel" of .Jiet Hof" werd genoemd. De heerlijkheid Kessel heeft lange tijd aan het graaflijk huis van Hoorn toebehoord. Ook Kessel werd in 1504 door Karel van Gelder gebrandschat. In 1582 werd het kasteel tegen de "staatsche" bende verdedigd. Wegens schulden werd Kessel in 1730 door de raad van Brabant verkocht.

Aan Lithoijen werd vroeger de naam "klein Lith" gegeven. In het begin van de tiende eeuw behoorde het dorp aan Giselbert; die hertog van Lotharingen was. Op 10 februari 968 wordt Lithoijen (Lita) aan de abdij van de H. Remigius te Reims geschonken.

Na veel schermutselingen werd Lithoijen in 1611 verkocht aan Johan Dadenbergh voor de prijs van 1500 livres. In januari 1287 werd door hertog Jan van Brabant de "gemeene weide" in Lithoijen uitgegeven. Op 10 november 1326 wordt er vergunning verleend om de wetering te graven die liep van de zeedijk tot Gewand en. In 1398 kwamen de Geldersen Lithoijen plat branden. Tegenwoordig is Teeffelen erg klein, maar toch heeft het veel historie. Het schijnt dat er vroeger twee kastelen hebben gestaan en een vrouwenconvent van de H. Elisabeth. In 1021 werd de kerk door de Franken verwoest, Een andere ramp was de gevreesde pest. Aileen in Teeffelen stierven er in 1132 ruim 120 inwoners. In 1421 steeg het water zo hoog dat de kerk en 11 huizen werden vernield, terwijl er 20 mensen verdronken en het Elisabethklooster verlaten werd. Ben grote ramp was die van 1 januari 1834: toen werden door het water 5 huizen weggeslagen en verdronk een groot gedeelte van het vee.

MAREN

1. Ais we vanuit het Wild naar Maren gaan, zien we Maren in de verte liggen. In de vooroorlogse jaren waren de wegen neg niet zo als ze nu zijn. In de jaren dertig dichtte een pater (die pastoor V.d. Heuvel assisteerde) het volgende gedicht:

Maren aan de Maas

Eenfel-blauwe lucht, een witte wolk ...

hangt over dit dorp; over dit volk. Eenhooimijt, eenschuur; een kip eneen weg ... waarover de zon haar koestering legt!

Vrede en stilte: een sober geluk.

Hier breken de levensproblemen stuk ... Godwoont boven Maren: wat vreugde, wet smart; Hij telt alle haren ... , Hij kent elk hart!

2. In de hier afgebeelde kerk werd in 1520 behalve op zonen feestdagen ook op de woensdagen en vrijdagen een mis gelezen. De pastoor ontving hiervoor 30 oude schild en. In 1613 heeft bisschop Masius de kerk en het kerkhof opnieuw ingezegend omdat er in 1599 heiligschennis in was gepleegd. Tevens diende hij toen het vormsel toe. In 1821 kregen de katholieken hun kerk van de hervormden terug nadat ze die in 1648 aan de hervormden hadden afgestaan. In de loop van die twee eeuwen was de kerk aan een grondige opknapbeurt toe. De Marense katholieken kregen van "het rijk" daarvoor een subsidie van 1650 gulden. Op de foto (nit 1905) zijn ze reeds de nieuwe kerk aan het bouwen en pastoor Andreas Kluytmans poseert trots voor zijn oude kerk.

3. Zo zag de oude kerk er van binnen uit. In het priesterkoor zien we pastoor Sanders met rechts van hem zijn assistent Jacobs. Josephus Martinus Sanders werd in Mierlo geboren op 22 maart 1817 enoverleed op 26 april 1903 in Maren, waar hij 41 jaar pastoor was geweest. We hebben al gezien dat na 1648 de kerk in de protestantse handen was, maar veel inwoners van de .mieuwe" godsdienst heeft Maren niet gehad, want in 1677 waren er in Maren maar 8 lidmaten en werd er door de Alemse dominee gepreekt. De Marense katholieken kregen weI 1650 gulden om de kerk op te knappen, maar van restaureren hadden ze geen verstand. Men maakte hier en daar wat dieht en maakte een gebogen plafond en zodoende werd er aan de oorspronkelijke vorm van de kerk vee1 verknoeid.

4. In 1905 maakte pastoor Kluytmans een begin met de bouw van de nieuwe kerk (hij was pastoor van 1903 tot 1915). Op defotozien we de kerktemidden van het water. Veel heeft Maren te lijden gehad van de steeds terugkerende overstromingen. Deze foto dateert uit 1918. In de boerderij bij de kerk woonde Grad Schel; rechts woonde smid Bertus de Werd. Gelukkig heeft pastoor V.d. Heuvel een hele serie foto's gemaakt van de overstromingen, zodat we ons nu nog kunnen terugplaatsen in die tijd, Hij was pastoor van Maren van 1915 tot 1937 en werd opgevolgd door Geradus M. J. Cox, die tot 1968 bleef.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek