Meijel in oude ansichten

Meijel in oude ansichten

Auteur
:   G.F.M. Gielen en L.J. Lucassen
Gemeente
:   Meijel
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4969-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Meijel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Door rniddel van oude foto's en ansichten willen wij de lezer een beeld geven van Mei jel tussen 1898 en 1933. Het feit dat er geen oudere afbeeldingen zijn opgenomen is te wijten aan de oorlogshandelingen in 1944 (toen Meijel tweemaal bevrijd werd) , waardoor veel waardevol materiaal verloren is gegaan. Ook uit vroeger tijden is bijvoorbeeld over de heren van Meijel in de archieven weinig te vinden. Van deze heren is tot nog toe vrij weinig met zekerheid te zeggen. De oudste vermelding hieromtrent vindt men in een verdachte copie van een charter uit 1325 van hertog Jan III van Brabant. Het originele perkament is nog steeds zoek. Hierin worden de grenzen van de heerlijkheid Deurne beschreven en daarin staat, dat Meijel in het bezit was van .Jieer Willem van Goor" (=Ghoor bij Neer) en dat de gemeenschappelijke grens loopt van het Vorckmeer (bij Helenaveen) tot aan "St.-Wilbortsput". Het adellijke geslacht Ghoir of Goer schijnt een zijtak te zijn van de bekende heren, later graven van Horn. Meijel was echter geen Horns, maar een Gelders leen, behorende tot het zgn. Overkwartier van Gelder. Tengevolge van zijn ligging aan een weg door de Peel die het hele jaar door begaanbaar was, de zgn. .Jrelrbaen" van Den Bosch over Deurne en via Roermond en/of Venlo naar Keulen, zag het tussen 1510en 1528 herhaaldelijk Gelderse benden (onder andere die van de beruchte Maarten van Rossum) langs trekken, om invallen te doen in het Brabantse. Dat het in de middeleeuwen overigens vrij onbeduidend was, blijkt

uit het feit, dat in een charter van de heer van Asten uit 1367 gesproken wordt over Luttel (= klein) Meijel en dat het in 1438 een der parochies was die wegens armoede niet haar financiele verpiichtingen aan het bisdom Luik kon nakomen.

Nadat het geslacht Ghoor tegen 1500 was uitgestorven, werd het na een kort intermezzo opgevolgd door de Millendoncks. In 1768 overleed de laatste spruit uit dit geslacht, gravin Maria van Millendonck, die door haar huwelijk Meijel in het bezit bracht van de prinsen van Croy-Solre, een hoogadellijk Frans geslacht. Toen in 1794 de troepen van Pichegru ook Meijel bezetten, was het met de heerlijke rechten spoedig gedaan. Hun bezittingen werden genationaliseerd en Meijel werd in 1795 een Franse gemeente, behorende tot het departement Nedermaas, kanton Heijthuijsen, later Weert, welke toestand tot 1814 voortduurde.

In deze woelige tijden was J .M.F. Frische uit Thorn, een broer van schout J.J. Frische, alhier pastoor (1765-1809). Hij sloot zich in 1789, uit protest tegen de godsdienstpolitiek van Josef II, aan bij de Belgische "Patriotten". Dit werd hem zo kwalijk genomen, dat hij voor de keizerlijke politie naar Panningen moest vluchten, dat tot Pruisisch Gelder behoorde. In 1798 nam hij de wijk naar de Neerkant, dattot de Bataafse Republiek behoorde, toen de Franse gendarmerie hem dreigde te arresteren. Hier, drie kilometer van Meijel vandaan, Iiet hij een schuurkerk bouwen, waarvan tot 1801 gebruik werd gemaakt.

Het Franse bestuur heeft Meijel echter ook iets goeds gebracht. Op 22 april 1812 maakte een decreet van Napoleon i een definitief einde aan de tweehonderdvi j ftig j aar oude grensstrijd met HeIden. Na het graven der Helenavaart yond er in 1875 een gebiedsruil met Heiden plaats, waardoor de gemeentegrens haar huidige verloop kreeg. Uit een akte van 1720 die hierop be trekking heeft, blijkt tevens, dat Meijel in vroeger eeuwen nogal wat doortocht had. In dit stuk spreekt men over "het huijs van Lijsken Bartels in de Ceulsche Carre", een herberg en poststation, dat tot omstreeks 1900 die naam heeft gedragen. Op de Ferrariskaart uit circa 1775 ziet men dat ons dorp ongeveer honderddertig woningen telde, die aIle op hooggelegen delen te vinden zijn: de Heijhorst, Donk, Mortel, Simonshoek, Dorpsstraat, Kalisstraat, Busserstraat, Heuvel, Hof en Molenstraat. De meer bekende Tranchotkaart uit 1805 geeft vrijwel hetzelfde beeld, maar als men beide kaarten vergelijkt, blijkt dat erop de driesprong Molenstraat, Molenbaan, Kruisstraat in 1775 een molen staat, die op 9 november 1801 omwaaide. Men vindt hem echter terug in "den Hoek", achter de latere maalderij Sanders. Dit is een zestiende eeuwse houten standaardmolen, die in 1878 nogmaals werd verplaatst, maar nu naar Kessel, waar hij nog steeds het landschap siert.

Uit de bevolkingsgroei van 533 inwoners in 1796 tot 876 in 1834 blijkt de noodzaak om het kleine middeleeuwse kerkje af te breken. Ter bekostiging van de nieuwbouw verkocht de ge-

meente vijftig hectare heide tegen frs. 17.250 en klopte bij koning Leopold I en de provincie om subsidie aan, wat frs. 4508 opleverde. Bij het ontwerp waren betrokken de heren Spaak uit Brussel, Werson uit Roermond en de Meijelse timmerman Lambert van de Kraan. Van 1835 tot 1836 werkte men aan de bouw van een nieuw schip, terwijl de restauratie van de kerkhofmuurende oude torenin 1841 volgde. In 1901 wasdit .Jelijke eendje" weer te klein, getuige de opmerkelijke bevolkingsgroei tot inmiddels 1698 "zielen". Intussen had Meijel in 1861 een betere verbinding met de buitenwereld gekregen, nl. de provinciale weg Kessel-Meijel-Asten-Heeze, een zgn. macadamweg, terwijl de overige verbindingen slechts uit aarden banen met wat grind erover bestonden. In 1895 kreeg ons dorp een nieuwe burgemeester in de persoon van de vooruitstrevende, maar toen nog niet algemeen gewaardeerde Jan Truijen, getuige het sarcastisch rijmpje van zijn plaatselijke politieke tegenstander A.H. vander Steen: "Boeren, burgers wilt niet blozen, want den heiboer is gekozen."

Ten slotte willen wij allen die ons foto's, ansichten of negatieyen hebben afgestaan, evenals hen die ons geholpen hebben bij de identificatie van personen en gebouwen maar speciaal mej. Gerda Gielen, van harte danken voor hun spontane medewerking.

L.J. Lucassen

1. Op deze fraaie foto, uit 1899, ziet men het te klein geworden waterstaatskerkje met zijn middeleeuwse toren (volgens kunsthistoricus jhr. V. de Stuers, uit de twaalfde eeuw). De ingang is kennelijk tijdens de bouw van het schip (1835-1836) verknoeid en past helemaal niet bij de vroeg-gotische stijl van de toren zelf. De witte plekken op de spits wijzen op het verval waaraan het geheel onderhevig was. Men achtte het blijkbaar geldverspilling de afgewaaide leien te vervangen. Links zien we herberg "De Zwaan", die al in de 18e eeuw genoemd wordt en waar gemeenteontvanger J .A. Lenders ("Zwaansen Hannes") woonde. Rechts op de voorgrond staat een schuur, later tot bakkerij van "Jorisse" Fons verbouwd. In de poort staat meester Linssen, (Foto: J.G. van Rijt, Maastricht.)

2. Deze opname van oud-dorpsgenoot J.G. van Rijt (op 89-jarige leeftijd overleden in Maastricht) toont ons het oude kerkje van Meijel omstreeks 1898. Geheel links de oude (helaas in 1944 verwoeste) kapelanie. De middeleeuwse toren, die er nog vrij gaaf uitziet, had aan de zuidzijde een traptorentje en rustte op een uit maaskeien bestaande voet. Het er tegenaan geplakte schip uit 1836 past er helemaal niet bij. Tegen de absis ziet men nog een overdekte calvariegroep. De zandhoop op de voorgrond wijst op een aan de gang zijnde uitbreiding van het zustersklooster.

Mcljel

St. [osepbktccster

3. Op 17 mei 1897 werd het door het kerkbestuur gebouwde St.-Josephklooster door een vijftal zusters franciscanessen van Oirschot in gebruik genomen. De zusters verzorgden hier bejaarden en in de vleugellinks werd een meisjesschool gevestigd. Er waren vier leslokalen, waarin tevens een naai- en bewaarschool gehuisvest waren. Op de voorgrond het pas vergrote kerkhof. De calvarieberg, die in 1944 beschadigd was, werd in 1968 afgebroken. Achter de calvarieberg ziet men het grafmonument voor pastoor Cleevers, die zijn he Ie priesterleven in Meijel doorbracht (van 1852-1877 als kapelaan en van 1877-1896 als pastoor). Zijn dankbare parochianen bekostigden dit monument. De ansicht vertoont de toestand rond 1912. (Foto: L. Bongaerts, Tegelen.)

4. Nadat de "nieuwe" kerk van pastoor Wouters bijna klaar was, luidde op 11 maart 1903 voor de laatste maal het Angelus vanuit de oude toren, en begon men met de afbraak. Op 2 juni liet men de laatste resten vallen, die met paard en kar werden weggevoerd. Het puin werd volgens Piet Brummans (86 jaar) gebruikt om de oude weg naar de Vieruitersten te verharden. Links op de foto de ingang van de neo-gotische toren. De oude had men tijdens de nieuwbouw laten staan, want anders had Meijel het ruim anderhalf jaar lang .zonder tijd en klokgelui" moeten stellen. (Foto: J .G. van Rijt, Maastricht.)

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek