Midwoud en Oostwoud in oude ansichten

Midwoud en Oostwoud in oude ansichten

Auteur
:   P. Smit
Gemeente
:   Noorder-Koggenland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4275-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Midwoud en Oostwoud in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De naam van Oostwoud en Midwoud is waarschijnlijk ontle end aan de wouden, die hier in de voor-christelijke tijd en ook nog wei later tijd bestonden. Zware boomwortels bewijzen dat er hier zulke wouden zijn geweest; ook in Westwoud, Hoogwoud, Aertswoud en Oldeboxwoude, dat later Hauwert, en Nuboxwoude, dat later Nibbixwoud werd genoemd. Deze bossen zijn in 790 op bevel van Karel de Grote afgehouwen.

Deze streek was in die jaren toch al - zij het beperkt - bewoond. Oostwoud moet in 800 al een kerkje hebben gehad. Dat kan, want het christendom kwam al in de zevende eeuw in Holland. Deze eerste kerk was maar klein en werd in 1519 door een andere vervangen. Samen met Wervershoof en Opperdoes werd Oostwoud in die tijd door een pastoor bediend.

Met de Hervorming zijn de beide dorpen Oostwoud en Midwoud overgegaan naar het nieuwe geloof. De eerste predikanten kwamen hier in 1572. De huidige kerk van Oostwoud is gebouwd in 1753. Het dorpje Midwoud was wei heel klein en was vroeger gelegen langs de Broerdijk. Het bestond uit een twintigtal huizen, een kerk en een molen. Deze huizen stonden langs de Broerdijksloot en op het Ganzenhof. De bewoners van deze streek had den een grote vijand, het water: maar daarover straks meer. Ook waren er nog andere vijanden, narnelijk benden die rovend en plunderend door het land trokken.

De kroniek van MedembIik vermeldt hiervan: Op Donderdag 25 Juni 1508 kwamen de Gelderse Friezen, oftewel "De Zwarte Hoop", onder leiding van Grote Pier van de Lemmer met 150 schepen en 3 ii 4000 man, plunderden en verbrandden eerst Medemblik, daarna Opperdoes en Twisk. Verschoonden Midwoud door voorbidden van de pastoor Yvo Jansz, die een rantsoen gaf van 150 goudguldens also in het gehele dorp zoveel gelds niet te vinden was.

In latere jaren is de houten kerk, waar pastoor Jansz in voorging, tot de grond toe afgebrand. Er is to en een nieuwe houten kerk gezet in het tegenwoordige Midwoud. Er was voor de bewoners van de Broerdijk to en een zogenaamd kerkepad door de landerijen via Kerkelaantje, Langeland en Ganzenhof naar de Broerdijk. De bewoners van Midwoud zijn tussen 1550 en 1650 verhuisd van de Broerdijk naar het tegenwoordige Midwoud. Daar werden steeds meer huizen gebouwd en men ging dus op het achterland wonen. De hoofdoorzaak van die verhuizing was het feit dat men aan de vaarsloot van Hoorn naar Medemblik ging wonen. En zo zijn we dan gekomen bij het water, dat de bewoners van deze streek zoveel leed bezorgde maar waar ze toch ook weer van moesten leven.

In de vroege middeleeuwen lag er om het wijdse Westfriese land nog geen dijk en doordat de grond door de vele veenlagen die er in te vinden zijn begon te krimpen, had het zeewater, als het hoogwater was, vrij speL Bovendien steeg het zeewater per eeuw een paar centimeter. Dit nu heeft de Westfries veel werk en zorgen gekost; om van de financiele offers maar niet te spreken. Na eerst enige malen een kleine dijk te hebben gemaakt, welke steeds met stormvloeden op enkele plaatsen doorbrak, heeft men ten slotte tussen 1350 en 1450 de Westfriese Zeedijk gemaakt. De keistenen daarvoor en de houten palen die zich in die dijk bevinden werden met kleine schepen aangevoerd uit Noorwegen en Zweden. Aan dit gigantische werk, bijna alles handwerk, hebben veel dorpelingen uit West-Friesland gewerkt. De kosten hiervan moesten door de agrarische bevolking worden opgebracht. Het polderbestuur van de Vier Noorder Koggen, dat inmiddels was gevormd, heeft hiertoe in 1492 de zogenaamde Koggenlasten ingevoerd. Hiermede was het gevaar voor overstroming geweken, maar daarmede was het probleem om het overtollige regenwater te lozen in de toenmaIige Zuiderzee

nog niet opgelost. Eerst heeft men hiervoor sluizen gebouwd welke met eb werden opengezet; het water stroomde dan door de sluis in zee. Dit hielp echter weinig en schade aan land en gewassen bleef dan ook niet uit. Later heeft men kleine molens gebouwd met weinig capaciteit. Daar had men echter aileen wat aan als er wind was. Deze molens zijn steeds verbeterd en vergroot. In het laatst van de negentiende eeuw is het eerste stoomgemaal bij Medemblik gezet, hetwelk later de hulp van het elektrische gemaal heeft gekregen.

In vroeger tijden was de sloot wat voor ons vandaag de weg is. Wegen waren er niet en vervoer per as was dus aileen mogelijk in de zomer, als het droog was. Over het water kon men altijd per schuit en in de winter bij vorst met de slee. Oostwoud had gedeeltelijk aan bcide zijden een zogenaamde vaarsloot, Midwoud aileen aan de noordzijde. Deze vaarsloten waren zeer belangrijk voor de afvoer van de produkten en voor de aanvoer van aile goederen die toen werden gebruikt.

Op het einde van de achttiende eeuw is men in deze streek begonnen met de aanleg van wegen, eerst aileen in de dorpen en zo omstreeks 1850 ook van dorp tot dorp. Veeteelt en akkerbouw waren vroeger de hoofdbronnen van bestaan. Een grote veehouder had wei ach t tot hen koeien en een kleine twee of drie, De akkerbouwers teelden in hoofdzaak erwten, bonen, karwij, aardappelen en graan. Veel stukken land werden dan ook aangeduid als zaadland. Vooral tussen 1700 en 1800 was er veel bouwland, omdat de veehouders hun beesten hadden verloren bij de steeds weer terugkerende veepest en geen geld mecr had den om ander vee te kopen. Het veeslag was van kleur rood, roodbont en vaalbont. Dit veeslag komt hier niet meer voor, daar de koeien van thans hier omstreeks 1800 zijn germporteerd uit Engeland en daarna nog verschillende keren zijn gekruist met andere rassen. Deze Engelse koeien hadden vee! last van besmettelijke longziekten. Maar door het steeds weer kruisen had men ten

slotte een ras dat hier geen last meer van had. De bewerking van het land gebeurde zeer extensief en alles ging met de hand. Tussen 1600 en 1700 waren er uit Oostwoud ook veel inwoners betrokken bij de visvangst welke vanuit Medemblik werd bedreven. Ook waren velen werkzaam op de schepen van de Oost-Indische Compagnie en in de walvisvaart.

Na 1880, toen het vervoer beter werd - in 1888 werd namelijk de spoorlijn Hoorn-Medemblik aangelegd - en de veilingen werden opgericht, heeft zich in onze dorpen ook nog een levendige tuinbouw ontwikkeld. In maart 1811 zijn de beide dorpen Oostwoud en Midwoud een gemeente geworden. De eerste burgemeester was Henricus Zijp, Voor die tijd had ieder dorp een zogenaamde vroedschap, bestaande uit drie burgemeesters. Deze burgemeesters werden telkens voor de tijd van drie jaar gekozen uit de bevolking, Deze burgemeesters voerden niet aileen het gemeentelijk beleid, maar spraken ook recht bij klcine vergrijpen.

In de "Tegenwoordige Staat van Holland", oorspronkelijk in de achttiende eeuw verschenen bij de Amsterdamse uitgever Isaak Tirion, staat vermeld dat Midwoud in 163249 huizen teldc en in 1732 38 huizen en 1 molen. In 1749 stonden er 34 huizen en 1 molen. De kerk werd in 1695 gebouwd en had een houten toren. In Oostwoud stonden in 1632 79 huizen en in 1749 59. De vermindering van het aantal huizen werd veroorzaakt door de grotc brand van 3 juni 1710. Hierdoor gingen 13 huizen verloren. De brand was gesticht en de brand stichter werd pas elf jaar later in Enkhuizen gestraft. "De kerk - oudtijds gewijd aan de H, Gangulphus - is zeer oud", vermeldt de kroniek.

(Overgenomen uit de gids voor de gemeente Midwoud, 1974.)

1. We beginnen onze tocht door het nabije verleden op de Buurt te Midwoud. Ret is 1900. We staan met onze rug naar Midwoud op de driesprong. Wanneer we rechtdoor gaan, komen we in Benningbroek; draaien we scherp links, de Ganker op, dan bereiken we Nibbixwoud. Terwijl we in dubio staan, hebben we een goede gelegenheid de rust op ons te laten inwerken die van de dorpsstraatjes uitgaat. De wegen zijn nog niet "verbeterd" en wegprofiel, bomen, bermen en sloten lijken op elkaar te zijn afgestemd, gezien de harmonie die zij vormen.

2. We zijn maar op onze schreden teruggekeerd en komen dus vanuit de richting Benningbroek het dorp Midwoud binnen. Omdat wij op onze wandeling worden vergezeld door fotograaf P. Jonker uit Egmond aan Zee, worden we belangstellend gadegeslagen door de bevolking, die zelfs bereid is de werkzaamheden te laten voor wat ze zijn zodra de camera wordt opgesteld. Rechts zien we het huis van slager Pereboom, evenals de andere percelen afgebakend met prachtige hekken. De brug over de Klik ligt hier nog in haar volle glorie.

3. We bevinden ons nag steeds op de Buurt en we wandelen in de richting van "De Krom". De hekken aan de linkerzijde zijn weliswaar van een eenvoudigere constructie dan die op de vorige foto, maar zij bepalen toch me de de charme van dit stukje Midwoud. Wat opvalt, is dat men bij het plaatsen van de hekken geen rekening heeft gehouden met een rooilijn. De bomen langs de weg dienen niet aileen als windvangers, maar oak als sfeermakers. Onze fotograaf maakte dit plaatje in 1915.

4. We zijn inmiddels aangekomen bij de vroegere burgemeesterswoning, thans bewoond door de heer Peereboom. De edelachtbare heer Avis staat ons al op te wachten, met de hand in de zijde en de zijden in de hand! Iedereen staat er ontspannen bij en zelfs de honden zijn gaan liggen am bij te komen van hun inspannende trektocht. Petten zijn in de mode en klompen vormen het dagelijkse schoeisel.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek