Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië (1913-1940) in beeld deel 1

Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië (1913-1940) in beeld deel 1

Auteur
:   Hugo Hooftman
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0068-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië (1913-1940) in beeld deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

De geschiedenis van onze Militaire Luchtvaart is niet compleet zonder vermelding van onze uitgebreide Militaire Luchtvaart die we hadden in ons voormalige Nederlandsch-Indië. En dan bedoelen we zowel de PV A (Proefvliegafdeling) en de LA (Luchtvaart Afdeling) als later de ML (Militaire Luchtvaart) van het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger), als de Marine Luchtvaart Dienst (MLD), die in de Oost altijd zijn belangrijkste arbeidsterrein heeft gehad, vóór en tijdens de oorlog. Voor wat de MLD betreft hebben we daarover voldoende geschreven in ons boekje "Zestig jaar Marine Luchtvaart Dienst", maar in de beide deeltjes "Nederlandse Militaire Luchtvaart in beeld" kwam de Militaire Luchtvaart in de Oost nog niet aan bod. (Over de Spitfires van 322 squadron en de Austers van 6 ArVa in Indië, alsook over de Hunters op Biak zijn foto's te vinden in deel 2 van "Militaire Luchtvaart in beeld".) Daarom dit deeltje, dat handelt van 1913 tot 1940 en dat zal worden gevolgd door een deeltje over de periode van 1940 tot heden, zodat we dan met de vijf deeltjes samen een compleet overzicht hebben van alle vliegtuigen die in de loop der jaren in onze strijdkrachten hebben gevlogen. Hoogtepunten in de geschiedenis van onze Militaire Luchtvaart in Indië waren natuurlijk de Tweede Wereldoorlog (vooral de drie maanden strijd tussen 8 december 1941 en 9 maart 1942) en de beide politionele acties na de oorlog. Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, op 27 december 1949, heeft de luchtmacht van Indonesië de taak van onze Militaire Luchtvaart in dat gebied overgenomen. Intussen had de Republiek Indonesia al een eigen "luchtmacht" gevormd, die voornamelijk met Japanse vliegtuigen was uitgerust. Daarover uitgebreid in het tweede deeltje. Later nam de AURI - de Angkatan Udara Republic Indonesia - tal van Nederlandse vliegtuigen over en ging in het buitenland - voornamelijk Rusland nieuwe machines kopen. Thans heet de Indonesische luchtmacht de TNI-AU en ze wordt uiterst modem uitgerust met onder andere Northrop F-5E Tiger II straaljagers, Hawker Siddeley Hawk straaltrainers, Beechcraft T-34C turboproptrainers enzovoort. De "Tentara Nasional Indonesia - Angkatan Udara" mag dan vandaag de dag een moderne luchtmacht zijn, iedere Indonesische luchtmachtman wéét dat de grondslag voor die luchtmacht destijds door de Militaire Luchtvaart van het KNIL werd gelegd. Trouwens, diverse vliegers die in de ML hebben gediend vonden later hun weg naar de AURI, waaronder hun commandant, wijlen S. Suryadarma, die nog in 1974 schreef: "De ML-periode was een stukje in mijn leven welke ik nimmer kan vergeten... " Véél Nederlandse vliegers zullen dat van harte willen beamen ...

1. Op 24 maart 1913 arriveerde het eerste militaire vliegtuig in Tandjong Priok: een Franse Deperdussin die met het stoomschip "Goentoer" uit Rotterdam werd aangevoerd. De Deperdussin "Monocoque" was op aanbeveling van de luitenant der artillerie H. ter Poorten, die op eigen kosten in België had leren vliegen, voor zevenentwintigduizend Belgische francs gekocht en gebouwd bij Léon de Brouckère in Herstal, bij Luik. De tweepersoons eendekker had een zeventig pk Gnome-motor, maar de Deperdussin bleek ongeschikt voor de tropen, omdat na proeven met zestien gelijmde, houten blokjes in het kampement van de Geweermakersschool te Meester Cornelis er veertien bleken te hebben losgelaten. Op 9 november werd de Deperdussin "Type F" weer met de "Deli" naar Nederland teruggestuurd, zonder ooit in Indië te hebben gevlogen. Op 19 mei 1914 vloog de eerste luitenant der infanterie G.D. Spandaw deze kist in anderhalf uur van Genk (België) naar Soesterberg. Op 2 juli gleed hij boven Soesterberg af en overleed de volgende morgen. De kist moest worden afgeschreven. Het eerste militaire vliegtuig uit Indië vond een roemloos einde en de eerste vlieger was al gevallen nog vóórdat de luchtmacht in Indië had gevlogen ...

2. Behalve de Deperdussin werden bij De Brouckère in België ook twee Farmantweedekkers besteld: een type F en een type G. Deze "metallieke schoolvliegtuigen" werden in Genk ingevlogen, maar zijn nooit in Indië geweest. Ze kregen de registraties Kl en K2 (de eendekker moet de K3 zijn geweest). De eerste Indische registraties, die in feite nóóit in het Indische luchtruim hebben gevlogen. De Klis vanaf 28 augustus 1914 vanuit Souburg bij Vlissingen ingezet voor kustpatrouilles, gevlogen door luitenant-ter-zee H.G. van Steyn van de marine. Op 13 september reeds is de Kl bij een storm in zijn tent omver geworpen en zwaar beschadigd. Op 14 september is de kist naar Soester berg gebracht en afgekeurd. De "verbeterde" K2 kwam 6 januari 1915 naar Sou burg om de taak van de Kl over te nemen. Wat er van deze K2 is geworden, is niet bekend. Helaas hebben we geen foto's van de Kl, K2 en K3 kunnen bemachtigen, daarom deze fraaie luchtopname die de ML boven Indië maakte.

3. Op 30 mei 1914 werd bij Gouvernementsbesluit nummer 34 de Legercommandant gemachtigd tot de oprichting van een "Proefvliegafdeling voor het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger". Pas een half jaar later, op 18 juli 1914, werd dit bij Koninklijk Besluit bekrachtigd. Op Soesterberg werden de eerste vliegers voor het KNIL opgeleid. Men beschikte daartoe over een Farman F22, geregistreerd als K4 (de K van "Koloniën"). Het is bekend dat luitenant De Blaauw bij Soest met de K4 tijdens een startpoging over de kop is gegaan. Op deze exclusieve foto zien we de K4 na een "head-on"-botsing op Soesterberg met een geïnterneerde Albatross van de LVA. Opmerkelijk dat de vliegers nog in hun cockpits zitten ...

4. De Proefvliegafdeling in Indië had een commandant, twee officieren en twee onderofficieren-vliegtuigbestuurders, acht monteurs en vier inlandse helpers, maar géén vliegtuigen ... Eind januari 1915 vertrok een commissie naar San Francisco om vliegtuigen te kopen. De keus viel op twee G1enn Martin drijvervliegtuigen met een Hall Scott zes cylindermotor van honderd vijfentwintig pk. Deze TE's hadden een centrale drijver en 18 oktober 1915 kwamen ze in Tandjong Priok aan. Op 6 november 1915 maakte Ter Poorten er de eerste vlucht mee, met mecano Stevens als passagier. Zo maakte het KNIL de eerste start met een watervliegtuig! Op 8 november was de commandant van de PVA, kapitein van de Generale Staf E.E. Visscher, passagier. Nog diezelfde maand werd een drijvervliegtuig tot landvliegtuig omgebouwd (eerste vlucht Kalidjati 8 februari 1916). Toen TA genoemd.

5. Op 14 februari 1916 steeg Ter Poorten van Kalidjati op voor zijn vijfde vlucht met de Glenn Martin met wielonderstel. Passagier was de legercommandant, luitenant-generaal J.P. Michielsen. In een bocht gleed de kist af en stortte neer. De legercommandant werd gedood, Ter Poorten zwaar gewond. De andere Glenn Martin voldeed niet erg. Omstreeks 1922 was er op Kalidjati een Glenn Martin met afgezaagde vleugels, om te leren taxiën. Je kon er kleine sprongetjes mee maken ... De foto toont Glenn Martins op Kalidjati.

6. Eind september kwamen weer twee "hydroplanes" in Priok aan. Ditmaal van het type TT. Op de foto zien we Hilgers klaar voor de start in een TT te Tandjong Priok. De PV A heeft zes van deze tweedekkers gehad: twee met negentig pk en vier met honderd veertig pk Hall Scott motoren. De Glenn Martins waren tweepersoons toestellen, maar met twee personen wilden ze niet de lucht in ... Door ze te verbouwen tot landvliegtuig kon honderd tien kilo worden bespaard en werden de prestaties iets beter. Er zijn in totaal zestien Glenn Martins in Amerika besteld: twee TE's (omgebouwd tot TA's), zes TT's met centrale drijver en acht verkenners type R met twee drijvers. Ze werden allemaal in Indië tot landvliegtuig (dus met wielen) omgebouwd. De R-kisten hadden registraties als R 7, R9 enzovoort. Op 1 juli 1917 dook een R-kist de zee in, maar de vlieger kon worden gered.

7. Een Glenn Martin R, nog op twee drijvers, in Tandjong Priok. De drijvers werden later door wielen vervangen.

8. Glenn Martin R met de registratie "8" op het richtingsroer. Let op de oranje bol op de romp, toen het nationaliteitsteken van Nederland. Let ook op de grote koeler boven de motor.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek