Molens in Drente in oude ansichten

Molens in Drente in oude ansichten

Auteur
:   Henk Blaauw en Herman Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0037-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Drente in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De opdracht om het deeltje "Molens in Drente in oude ansichten" samen te stellen hebben we met veel genoegen aanvaard. De mogelijkheid daarvoor is toch van alle kanten aanwezig. Niet alleen beschikken we in ons gewest over gegevens van 350 molens, doch van de helft van dit aantal zijn afbeeldingen aanwezig. Verschillende kaarten die hier zijn afgedrukt, zijn ongeveer zeventig jaar oud, hetgeen kon worden opgemaakt uit het poststempel.

Wat de inhoud van het boekje betreft, willen we het volgende opmerken:

a. In verband met de omvang moesten we een keuze maken uit het aanwezige materiaal, zodat van een volledigheid niet kan worden gesproken.

b. De nummering gaat in volgorde van de gemeenten waarin de plaatsen alfabetisch worden genoemd.

c. Aan het slot van de inleiding geven we een kort overzicht van drie molentochten.

Geschiedenis.

Wanneer we de geschiedenis van de molens in Nederland in het algemeen en in de drie noordelijke provincies in het bijzonder nagaan, dan merken we op dat van de elfduizend molens in ons land alleen in deze drie gewesten meer dan vierduizend aanwezig waren. Hiervan spande Friesland de kroon, dan Groningen en vervolgens Drente. Vergelijken we ons hedendaags molenbezit met dat in het verleden, dan is er geen 10% meer over. Indien men aanneemt, dat het totale molenbezit in ons gewest minstens 370 stuks is geweest, waarvan straks na restauratie en herbouw nog 33 aanwezig zijn, dan slaat onze provincie met 9% geen slecht figuur.

Ook hier zal, als elders, de standerdmolen de eerste verschijning zijn geweest en wel te Uffelte, genoemd in 1290. Al werd Drente dan ook niet een gewest met een rijk molen bezit, toch is het een opmerkelijk gebied wat het aantal variaties betreft.

Behalve de standerdmolens kwamen later een paltrokmolen en verder wipmolens, achtkante- en ronde stenen bovenkruiers, met een zonder stelling, of in de vorm van beltmolens, geplaatst op een kunstmatig opgeworpen aarden heuveltje of wal.

Natuurlijk waren de eerste - en later ook de meeste - molens korenmolens. Na de uitvinding van de draaibare kap was het kruiend gedeelte klein, zodat de ruimte voor andere industrie groter werd. De gelegenheid kwam voor de pel-, olie-, zaag- en barkmolens. Deze laatste vermaalden eikenschors voor de leerlooierijen. Vaak kwamen combinaties voor, zoals pel- en korenmolen, pel-, koren- en runmolen, zaag- en olie- molen, boekweit- en roggemolen. Andere nevenfuncties waren het maken van mout, mosterd en grutten. Speciaal willen we nog noemen het vollen; dit is het vervilten en doen krimpen van het weefsel van geweven stoffen, het dichter of "voller" maken van het want, waardoor het sterker en meer warmte-isolerend wordt.

Aangezien Drente een provincie is met een hoog middengedeelte, liggen de afwateringsproblemen hier anders dan in Groningen en Friesland. Toch kwamen hier meerdere poldermolens en vooral molentjes voor. Met de laatste bedoelen we de tjaskers, waarvan mogelijk een honderdtal het Drentse landschap heeft gesierd. Helaas is er niet één over.

Onze windmolens, de grondleggers van velerlei industrie, hebben ook in Drente lange tijd een belangrijke taak vervuld. In de grotere plaatsen draaiden dikwijls tien tot twintig molens, ja soms nog meer; in de kleinere vind men in de meeste gevallen één exemplaar.

Later kregen verschillende bedrijven als hulpkracht een stoommachine, daarna een oliemotor en ten slotte een elektrische maalinstallatie, die de overwinning behaalde.

Had men vroeger de molens in de eerste plaats voor het gebruik, vandaag spelen ze een grote rol bij de landschappelijke waarde. De in dit boekje afgedrukte kaarten zijn geen archieffoto's, geen speciale opnamen van molens, maar een beeld van het Drentse landschap waarin de molen zijn rol speelde.

Bij de uitbreiding van steden en dorpen werd vaak weinig rekening gehouden met deze bouwwerken, vooral toen ze weinig meer bij de productie waren ingeschakeld. Toen het gemis werd gevoeld, was het in vele gevallen te laat en kwam men bij restauratie in aanraking met vele problemen. De landschappelijke waarde is daardoor soms zeer sterk teruggegaan. Men zou deze waarde alleen groot kunnen noemen, omdat men de molen op de plaats node zou missen, omdat hij vaak de enige is die nog is overgebleven.

Wie vandaag de dag de nog bestaande molens wil bezoeken, kan Drente het beste in drieën verdelen:

1. Het noordelijke gedeelte boven Assen.

2. De Zuidwesthoek.

3. De Zuidoosthoek.

We wensen u op uw tochten veel succes.

In het bijzonder willen wij dank zeggen aan de directie van het Provinciaal Museum in Assen en de vereniging "De Hollandsche Molen" voor het beschikbaar stellen van enkele kaarten.

1. Anloo. We beginnen onze molentocht door Drente in de gemeente Anloo. Het dorp zelf is bekend om zijn zeer oude, prachtig gerestaureerde kerk in romaanse stijl uit de elfde eeuw. Veel van het oude bleef bewaard. Niet alleen de kerk, maar ook de hunebedden. Het beeld van de molen verdween. Deze ronde, stenen bovenkruier uit circa 1880, aan de noordkant van de weg naar Annen, werd rond 1923 afgebroken. Eigenaren waren: Klaas Regien, Jan Regien, Albert Greven en Wiehert Greven. De molen had vermoedelijk drie voorgangers: een standerdmolen, die afbrandde in de nacht van 11 op 12 mei 1833; de opvolger, gebouwd in 1833, die in 1834 afbrandde en de waarschijnlijk in 1834 herbouwde molen, die is afgebrand in de nacht van 8 op 9 juli 1880.

2. Eext.
Boven: helaas is het onmogelijk een kaart van een standerdmolen in dit werkje op te nemen. Tot dusver is geen enkele afbeelding van dit type aanwezig. Deze tekening van een grafkelder te Eext vertelt ons dat op enige afstand een open standerdmolen stond. Hij brandde in 1833 of in 1834 af.

Onder: de tjasker of jasker is een thans op enkele exemplaren in Friesland en Overijssel na geheel verdwenen weidemolentje van zeer eenvoudige constructie. Het bestaat uit de wiekenas met aan het eind een tonmolentje dat op de vaststaande ezel in het midden in zijn geheel naar de wind kan worden gekeerd. De capaciteit was natuurlijk gering en het bemalinggebied was daaraan aangepast. Ook deze paaltjasker, welk type vaak met "zeilen" van oude zakken voorkwam, is verdwenen.

3. Eext. "Gieten aan de weg naar Eext" moet zijn: "Eext aan de weg naar Gieten"! Een veentje, boerderijen en een molen op de hei. Wanneer de eerste korenmolen op deze plaats kwam is niet bekend, doch wel dat deze afbrandde in 1833 of 1834. De opvolger ging door brand verloren in 1859. Vermoedelijk in 1860 kwam een nieuwe, ronde, stenen bovenkruier met rieten kap. In 1925 verdween de molen: hij werd, vijfenzestig jaar oud, afgebroken.

4. Spijkerboor. In november 1946 verdween deze molen. Bekende eigenaren waren: J. Hubbeling, de weduwe J. Hubbeling en J.E. Glas. De molen had een voorganger, die volgens de Groninger Courant afbrandde in de nacht van 22 op 23 november 1857. Tien jaar later, in 1867, werd de molen van Annerveensche kanaal naar Spijkerboor overgebracht en herbouwd als pel- en korenmolen. De stelling was gelijk aan die van de molens in Oost-Friesland, dat wil zeggen: hekken met kruislatten. Verder viel deze molen op door zijn piramidevormige onderbouwen de op één punt staande vierkante vensters.

5. Assen. De Molenstraat doet haar naam nog eer aan. Al verdween de molen van Smid in 1935, de stenen onderbouw bleef. De voorganger brandde in de nacht van 28 op 29 augustus 1808 geheel af. De gedupeerde molenaar Hindrik Busch mocht een collecte houden. Herbouw volgde. In het bevolkingsregister van 1830 komt voor: perceel Molenstraat 74 is de korenmolen. Op Molenstraat 73 woonde molenaar Johann Friederich Busmeijer. Molenaarsknechten waren Jacob Stavast en Hendrik A. Heckman. Momenteel bestaan plannen dit verdwenen stadsbeeld te herstellen.

6. Loon. Dit dorp met zijn oude brink en boerderijen, prachtig gelegen in het stroomdallandschap van de Drentse A, wordt terecht genoemd: "De parel van Assen". Helaas ging een gedeelte van de glans verloren door het afbranden van de molen van Westerling, in 1913. Ook de prachtige wal met zijn bomen verdween. Deze foto uit augustus 1898 laat zien, dat men juist bezig is met schilderen. Alle windborden in de wieken zijn verwijderd en de zeilen zijn naar de andere kant opgerold. De voorganger was een grondzeiler en werd na afbraak als stellingmolen herbouwd.

7. Beilen. Aan de noordzijde van de weg naar Klatering stond vroeger de korenmolen van P. Smit, gebouwd in 1882 door Lucas Reinds te Beilen. Op de gevelsteen stond: "De eerste steen gelegd door Epke van Bienema. 10 Oktober 1882". Het was een achtkante bovenkruier met stelling, staande op een molenberg. De molen leek daardoor hoger. In 1949 werd hij afgebroken.

8. Beilen. De molen in werking, doch nu enige tijd later. De weg is vernieuwd en de boerderij is verbouwd. Een meisje kijkt naar de motorrijder op de straatweg. Hij heeft het toch maar gemakkelijker dan opa, toen deze achter zijn kruiwagen over het zandpad ging.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek