Molens in Groningen in oude ansichten

Molens in Groningen in oude ansichten

Auteur
:   W.O. Bakker
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0042-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Groningen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In de provincie Groningen zullen naar schatting eens, in de negentiende eeuw, meer dan duizend molens tegelijk hebben gestaan en van dit aantal resten er nu nog tachtig. Verder staat er nog een aantal rompen, waarvan er in de toekomst misschien enkele zullen worden hersteld als molen. De oudste molens zijn de standerdmolens geweest, die hier reeds in de vijftiende eeuw zijn gebouwd. Op een kaart van de stad Groningen uit 1565 van Jacob van Deventer, stonden binnen de stad vijf molens en daarbuiten negen stuks. Ook in Groningen lag vroeger een belasting op het gemaal, waarover de Staten der provincie op 12 augustus 1628 in een resolutie beslisten. Vele molens moesten toen verdwijnen of werden verplaatst, maar zodoende is uit dat jaar wel bekend welke molens er toen reeds waren. In 1851 werd deze belasting afgeschaft en nadien zijn vele nieuwe molens in de provincie gebouwd.

Voor de controle op het gemaal werden er beambten aangesteld, die "cherchers" werden genoemd. Ze woonden in huisjes bij de molens, waarvan er nu nog verschillende bestaan. In Groningen werden deze beambten "sarries" genoemd en het huisje heet een "sarrieshut".

Vooral in de achttiende eeuw werden veel bovenkruiers gebouwd, waardoor veel meer mogelijkheden ontstonden om de windkracht te benutten. Ze maalden nu niet alleen maar graan, maar pelden gerst, sloegen olie en zaagden hout. In 1628 werd bij de stad een paltrok gebouwd; later verrezen er meer van dit type zaagmolens. De laatste hiervan werd omstreeks 1882 in Veendam gesloopt. Afbeeldingen zijn hier van dit molentype echter niet bekend.

Ook waren er bij de stad Groningen nog een trasmolen, een papiermolen en verder verschillende barkof runmolens. De oudste vorm van bemaling was met kleine wipmolens, hier "spinnekoppen" genaamd. Later waren er ook tjaskers, die men hier wel tonmolens noemt. Op enkele uitzonderingen na werden hier pas in de laatste helft van de achttiende eeuw bovenkruiers als watermolens gebouwd. Zij zorgden in groten getale voor de polderbemaling. Sinds ruim een eeuw worden de molens hier door andere drijfkrachten vervangen. Eerst door de stoommachine, vooral bij de zaag- en oliemolens, en later kwamen de oliemotoren en de elektrische drijfkracht tot ontwikkeling.

Vanaf 1928 kreeg de wiekverbetering hier veel belangstelling en tientallen molens werden verdekkerd. Van een aantal nu nog bestaande molens kan worden gezegd dat dit hun redding is geweest.

Vooral na 1945 nam de belangstelling voor de molens toe. De landelijke vereniging "De Hollandsche Molen" strijdt reeds sinds 1923 voor het molen behoud. Hier wordt sinds 1949 veel gedaan door de Provinciale Groninger Molencommissie, een adviescommissie voor het College van Gedeputeerde Staten. Veel gemeenten hebben molens gekocht en ook zijn enkele regionale stichtingen opgericht, met als doel: "molen behoud" . Vele molens zijn behouden, maar veel meer zijn er verdwenen. In dit boekje ziet u een keuze uit veel beschikbare kaarten en fotomateriaal. Getracht is om zoveel mogelijk molentypen te tonen en vooral het Groninger karakter te laten zien. Sommige afbeeldingen dateren reeds van vóór 1900, vele andere zijn minstens vijftig jaar oud.

Het was de samensteller niet mogelijk geweest om zoveel informatie te geven, als hij niet de jarenlange samenwerking had gehad met de nestor van onze Groninger molenvrienden, de heer B. van der Veen Czn. Diverse afbeeldingen komen oorspronkelijk uit zijn verzameling en tevens veel jaartallen en andere gegevens. Samen met de heer J.M. Hurenkamp heeft hij een archief samengesteld over de molens in onze provincie, waaraan sinds 1924 is gewerkt. Die arbeid komt ook in dit boekje tot uitdrukking en we mogen beide heren wel dankbaar zijn voor het vele verrichte werk.

U zult veel molens missen in deze uitgave; het zou een te dik boekwerk moeten worden als we al het materiaal zouden tonen.

We hopen dat u met genoegen naar al deze oude afbeeldingen zult kijken.

1. Appingedam. Dit stadje had eens vele molens en hierbij behoorde ook deze oliemolen van Abel Makken. Hij stond onder Tjamsweer, aan de westkant van de plaats, aan de noordelijke oever van het Damsterdiep. Het was een van de ruim vijftig oliemolens die eens in onze provincie draaiden. Op deze kaart ziet men de draaiende molen, uitgerust met zelfzwichtende roeden, een wieksysteem dat sinds 1891 in Groningen veel werd toegepast. Deze molen werd in 1910 voor f 1.400,- verkocht aan molenaar Oortman in Lattrop bij Denekamp. Na afbraak en vervoer per schip, werd hij aldaar als korenmolen weer opgebouwd. De restanten van de molen bestaan nu nog. Op de achtergrond ziet u het in 1920 gesloopte watermolentje van de polder Dijkhuizen, een stenen molen aan de overzijde van het Damsterdiep.

2. Baflo. Bij dit wierdedorp stond deze echte Groninger pel- en korenmolen van molenaar H.C. Vink. Een gevelsteen vertelde dat deze molen, die reeds een voorganger had, in 1848 werd gebouwd voor Jan J. Ploeg en Aaltje G. Mulder. Op deze oudere foto had de molen op één roede nog zeilen; in 1935 werd deze verdekkerd en ook van kleppen voorzien. Helaas werd deze molen tijdens de zware storm in de nacht van 16 op 17 maart 1947, evenals andere molens, het slachtoffer. Hij liep door de vang; mulder Vink en zijn zoon konden hem niet meer tot stilstand brengen en de molen verbrandde totaal.

3. Bedum. In dit dorp maakt het Boterdiep een korte knik naar het oosten en hier, in het centrum, stond aan weerszijden van het diep een koren- en pelmolen. Beide malen hier op de oostenwind, de noordelijke met volle zeilen, terwijl de andere reeds zelfzwichting heeft. De laatste was van Vink, werd in 1813 gebouwd en werd in 1910 naar Beerta verplaatst. De molen van Hut werd in 1931 onttakeld en de romp in 1966 gesloopt. Deze molen had een mooie gevelsteen:

Jacob J. Mulder en Klaaske J. Bos 1818
?t Jaar 1800 tien en acht
Ben ?k 20 voeten opgebragt,
Toen ik een jaar mogt werkzaam wezen,
Is een der wieken opgerezen
En schoof mijn Meester van zich af!
Hij viel helaas! en ligt in ?t graf.

Op de achtergrond staat de oude, scheve, romaanse toren, nog met de hoge spits, die in 1911 afbrandde. Eerst in de jaren vijftig kwam er een stompere spits voor in de plaats.

4. Bierum. In dit oude, op een wierde gelegen dorp stond, tot zijn afbraak in 1928, deze pel- en korenmolen van mulder K. Ausema. Het was een geheel houten, achtkante molen, staande op stiepen. Duidelijk is het trapje voor de deur te zien. De molen was in 1853 voor R. Offeringa gebouwd en had geen rietbedekking, maar hout, waarover asfaltpapier. Onze molen had een ijzeren as en heeft tot zijn einde met zeilen gemalen. Duidelijk is hier ook de opbouw van de stelling te zien. Onder de zogenaamde buitensluitingen staan acht lange hoekschoren, met korte schoren ter versteviging. Dit systeem wordt in het noorden van het land overal toegepast en ook over de grens, in Duitsland.

5. Briltil. Bij deze buurtschap aan het Hoendiep, onder Zuidhorn gelegen, was dit landelijk beeld te zien langs het Niekerker diep en de weg naar Faan. Over de draaibrug bereikte men het erf met de houtzaagmolen van de familie Nijland. De molen was gebouwd in 1864 en werd in 1920 gesloopt. Eens stonden bij Briltil aan het Hoendiep twee pelmolens en een watermolen bijeen; alle zijn helaas allang verdwenen. Voor de zaagmolen staat het woonhuis en links een personeelswoning. Ter plaatse zijn nu het magazijn en de werkplaats van het waterschap Westerkwartier gevestigd, welk waterschap een groot deel van zuidwest-Groningen bestrijkt.

6. Briltil. Aan de kant van Zuidhorn stond dit prachtige spinnekopje te spiegelen in het diepje, met de bomen langs het Hoendiep op de achtergrond. Prachtig van verhouding is ons molentje gebouwd door een praktische molenmaker, die nooit techniek had gestudeerd, maar die alleen zijn kennis had aangewend. Zijn kap droeg een duif als windwijzer en heel mooi is ook de gemetselde uitlaat. Tot taak had hij het bemalen van de Hanckemapolder, zo genoemd naar de in 1877 gesloopte borg. Ons molentje werd helaas in 1931 door een gemaaltje vervangen.

7. Delfzijl. Op de Molenberg, midden in het oude havenstadje, staat nu nog de molen "Adam". Hoe is de omgeving hier echter veranderd, niets is van de oude bebouwing terug te vinden. Ook alle oude huisjes, die langs een dijk stonden, en de molenaarswoning zijn afgebroken. Ze zijn vervangen door wegen, een parkeerplaats en een schouwburg. Hier ziet men de forse pel- en korenmolen in volle luister, in de tijd van de molenaarsfamilie Dieterman. In tegenstelling tot de meeste Groninger molens heeft de "Adam" nooit zelfzwichting gehad. De molen is thans ingericht tot museum en zijn wieken draaien af en toe "voor de prins". Op de Molenberg stond oorspronkelijk een standerdmolen, die omstreeks 1738 door een achtkante stellingmolen werd vervangen, die in 1854 achttien voet werd verhoogd. Hij verbrandde in 1874. Voor herbouw werd de van 1790 daterende molen "Adam" uit Bedum gehaald, die daar samen met "Eva" als watermolen aan het Boterdiep stond. In 1817 werd hij in Bedum tot pelmolen verbouwd, terwijl "Eva" in 1818 naar Usquert verhuisde.

8. Delfzijl. Vroeger stonden er in Groningen veel zogenaamde spinnekopmolens, maar nu helaas niet één meer. Het hier afgebeelde kleine exemplaar stond ten noorden van de stad, vlak bij de Eemsdijk, de zeedijk die u op de achtergrond ziet. Het molentje bemaalde de Zuidwenning en waaide om op 10 augustus 1925, tijdens de beruchte orkaan van Borculo. Wel werd hij weer opgebouwd, maar enige jaren later werd hij voorgoed afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek