Molens in Overijssel in oude ansichten

Molens in Overijssel in oude ansichten

Auteur
:   drs. H.A. Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3009-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Overijssel in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Van het bezit aan molens, die in Overijssel hebben gestaan, is betrekkelijk weinig meer over. Men neemt aan dat er in deze provincie in totaal een 700 zijn geweest. De laatste inventarisatie per 1 mei 1983 geeft aan dat er op dat tijdstip nog 43 windmolens over waren, alsmede 7 min of meer complete watermolens.

Wat de windmolens betreft kan men dus steilen dat er van het oorspronkelijke aantal nog ruim zes procent over is. Inmiddels is het aantal molens nog met een vermeerderd, doordat de "Brunninkhuismolen" te Tilligte, gemeente Denekamp, die jarenlang als halve romp heeft gestaan, weer tot een complete molen werd afgewerkt. Zo komen we dus aan 44 windmolens in totaal.

Dat de verdwijning de laatste jaren hard is gegaan, laten enkele cijfers ons nog zien: in 1952 waren er ongeveer 70, in 1958 44, in 1961-1963 36 en in 1968 35, maar dan ook aileen complete windmolens. Gerekend naar het aantal van 44 dat er nu is, is dus weer een duidelijke stijging te zien, maar die wordt veroorzaakt door de omstandigheid dat er sedertdien molens werden bijgebouwd en enkele molens, die jarenlang als een hele of halve romp hadden gestaan, weer compleet werden gemaakt.

De overgebleven molens worden, voorzover de ornstandigheden en de financiele middelen dat toelaten, door ailerlei instanties en particulieren met de grootst mogelijke zorg omringd. Men probeert te behouden wat er nog over is en dan liefst in een goede staat van onderhoud. Immers, uit de hierboven gegeven cijfers blijkt dat het molenbezit in 1952 was geslonken tot op 10 procent van wat er eens is geweest. Men heeft ingezien dat het zo niet door kon gaan, maar de om-

standigheden die hebben geleid tot de verdwijning van de molens uit het landschap, maakten het behoud niet gemakkelijk.

Bedenken we slechts dat de rneeste molens in Overijssel korenmolens waren en dat nu nog zijn. Die molens hebben voor een groot deel hun bestemming verloren. De tijd van het malen voor de boeren en de bakkers, althans zeals dat vroeger was, is voorbij. De grote meelfabrieken en mengvoederbedrijven hebben dat werk voor een groot deel overgenomen, nog afgezien van het bezwaar, dat nu eenmaal aan een windmolen kleeft, dat er niet kan worden gemalen als er geen wind is. Het Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde, dat in 1976 werd opgericht, heeft met succes getracht daaraan iets te doen. Een aantal korenmolens is daarbij aangesloten en met de toename van de vraag naar molenprodukten wordt het voortbestaan van het molenaarsambacht nu bijna zienderogen meer gewaarborgd. Ook wordt het mogelijk jongeren, die het vak willen leren, een goede praktijkopleiding te geven.

De resultaten van deze nieuwe ontwikkeling zijn al op diverse molens bij een nieuwe generatie molenaars waar te nemen en dat is uiteraard zeer verheugend te noemen. Oudere vakgenoten dragen op die wijze hun praktische kennis van jaren op de leerling-molenaars over.

Het doel van dit ailes is de wind- en watermolens in bedrijf te houden en ze een zinvoile bestemming te geven. Stilstand is achteruitgang, ook bij de molens, want het is bekend dat een stilstaande molen meer onderhoud vergt dan een in bedrijf zijnde. Ook het Vrijwillig Molenaarsgilde, een organisatie, die nu zo'n 1200 leden telt, werkt daaraan mee.

Van recente datum is ook de oprichting in 1982 van de Ver-

eniging van Particuliere Moleneigenaren, die alles wil doen om de particuliere molens te behouden. Van de nu aanwezige 1034 wind- en waterradmolens in ons land zijn er ca. 270 in handen van particulieren en bedrijven en ca. 230 van verenigingen en stichtingen. Zeker niet in de laatste plaats moet hier ook de Vereniging De Hollandsche Molen worden genoemd, die zelf veertien molens in haar bezit heeft (waaronder de "Braakmolen" te Goor) en eveneens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. In 1956 trad in Overijssel een provinciale molenverordening in werking.

Bij de inventarisatie van de Overijsselse molens in 1955 bleek dus dat er spoedig iets moest worden gedaan, wilde men niet te laat zijn. Initiatieven in die jaren door de Stichting het Overijssels Landschap leidden tot de oprichting van de Stichting De Overijsselse Molen. Menig succes bij het behoud en de restauratie van de Overijsselse molens is aan deze stichting te danken.

Naast de molencommissie uit de Overijsselse Monumentencommissie Het Oversticht moeten in dit korte bestek ook nog enige organisaties worden genoemd die niet minder nuttig zijn, maar die zich beperken tot het behoud van een bepaalde molen. Het zijn: de Stichting Bolwerksmolen en de Vereniging Vrienden van de Bolwerksmolen (Deventer), de Stichting Pelmolen Ter Horst (Rijssen), de Stichting De Wijhese Molen (Wijhe), de Stichting Soasseler Mol (Saasveld), de Stichting Behoud Heetense Molen (Heeten), de Stichting Wissink's Molen en de Vereniging Wissink's Mol (Usselo), de Stichting De Aner Molen (Ane), de Molenstichting Lattrop-Tilligte (Denekamp), de Stichting Herbouw Oeler Oliemolen (Hengelo) en ten slotte de Stichting Noordmolen (Borne).

De resultaten van de inspanningen van al deze organisaties zijn niet uitgebleven en duidelijk zichtbaar geworden. Niet alleen werden tal van Overijsselse molens gerestaureerd en hersteld, werden de romp en van onder andere de molens te Lattrop, Tilligte, Wijhe en Ane weer tot complete molens gemaakt, zelfs werden er enkele geheel nieuwe molens gebouwd, zoals de spinnekop in de Weerribben en een aantal tjaskers, De bemoeiingen van al deze organisaties hebben ertoe geleid dat de wind- en watermolens niet uit het Overijsselse landschap zullen verdwijnen.

Het merendeel van de foto's die men in dit boekje aantreft en aIle afkomstig zijn uit het archief van de schrijver, betreft molens die reeds geheel of gedeeltelijk zijn verdwenen. Het moge daaraan een herinnering zijn. Maar gelukkig is niet alles weg en daarvoor kunnen we de vele instanties die voor hun behoud hebben geijverd, dankbaar zijn. Hun moeite en de gebrachte offers zijn toch niet geheel tevergeefs geweest.

Geraadpleegde literatuur:

Molens in Overijssel. Uitgave in de serie jaarboeken Overijssel. Zwolle 1971/72; De Twentsche watermolens, door mr. G.I. ter Kuile, Arnhem 1973; Weekblad De Molenaar; Molens rond Denekamp. Opstellen en werkstukken van de heemkundegroep Denekamp. Denekamp 1976; Winst en verlies 1925-1950. Gedenkboek van het genootschap Het Oversticht. Zwolle 1950.

1. Ane. We beginnen de serie Overijsselse molens met de achtkante bergmolen te Ane, gemeente Gramsbergen, die in 1864 werd gebouwd, In 1934 brak een van de beide roeden, waarna ook de andere werd uitgenomen. Voorts werd ook de staart verwijderd en de molenberg grotendeels afgegraven. Zo stond de onttakelde molen totdat hij in 1981 door molenmaker Winte1s weer geheel werd hersteld. Hij werd in gebruik genomen door molenaar Jan ten Voorde die, tezamen metzijn zoon, ook de a1tijd werkende molen te Radewijk exploiteert. In Ane worden nu tarwe en rogge voor de bakkers gemalen. De foto werd v66r de onttakeling genomen.

2. Almelo, In 1849 kocht J.H. Steffens ter p1aatse 800 m2 grond voor f 130,-, om er een jaar later de mo1en te bouwen. Deze brand de op 10 september 1910 af. De romp voor de herbouw werd aangekocht in het Friese Makkum en zo herrees De Hoop op het fundament van de oude mo1en. De Vriezenveense mo1enaar W. Leemans kocht de mo1en in 1914 en in 1936 werd W. van Loo de eigenaar. In 1951 E.J. Deterink en daarna de huisarts J. Kampman (gehuwd met mevrouw Kampman-Deterink). De molen, die een vlucht he eft van 25 meter, kreeg in 1943 Van Bussel-stroomlijnwieken.

GROETEN UIT BALKBRUG

3. Balkbrug. De molen te Balkbrug, gemeente Avereest, werd in 1848 gebouwd en in 1936 van stroomlijnwieken, systeem Dekker, voorzien. Hij stond hier aan de Molenweg en was eigendom van de Coop. Landbouwvereniging. Omdat de molen op die plaats, temidden van bedrijfsgebouwen en silo's, niet langer kon worden gehandhaafd, werd hij in 1976 verplaatst naar het vrije veld, ten oosten van het dorp. Tevens werd hij nu van "fokwieken" voorzien. We zien de molen hier nog op de oude standplaats, aan de nu gedeeltelijk gedempte Dedemsvaart.

4. Balkbrug, Een andere molen in de buurtschap Balkbrug, gemeente Avereest, was de Katinger Molen, genoemd naar eigenaar Ten Kate. De molenaar was Rabbink. Op deze foto is de molen, waarvan het bouwjaar onbekend is, nog volop in bedrijf', Hij werd in 1922 geheel gesloopt.

BATHMEN (0)

Schoolstraat

-.'-

S. Bath men. Beha1ve de nog bestaande ronde, stenen stellingmolen De Leeuw, heeft te Bathmen ook de achtkante stellingmolen Werklust gestaan. Hij stond aan de Schoolstraat en werd gebouwd in 1833. Eigenaar was de Coop. Landbouwvereniging en daarv66r J. te Winkel. Ruim honderd jaar na de bouw - in 1935 - is de molen door brand verloren gegaan.

6. Bentelo, gemeente Ambt Delden. Berg- of beltmolens zijn niet, zoals de naam doet vermoeden, op een berg gebouwd, maar worden door een berg van zand of aarde omringd, nadat men eerst de molen heeft gebouwd. Op deze molenberg staande, kan de molenaar de molen op- of afzeilen en het kruirad bedienen, De aanvoer van het graan en de afvoer van het gemalen produkt hebben plaats door de in- en uitrit onder de molen. Er zijn ronde en achtkante bergmolens en van dit laatste type zien we hier de korenmolen De Hagmolen te Bentelo, die al jaren geleden van het toneel is verdwenen.

r,

() (100 I I , - ...; ??? f ~.,. z

~.~A~I

7. Beuningen, gemeente Losser. Aan de 01denzaalsestraatweg heeft de Heimolen gestaan, in 1875 als grondzeiler of grondmolen gebouwd. In 1900 brandde deze molen af, maar hij werd een jaar daama als stellingmolen herbouwd. Onderdelen van een molen uit Schuttdon (Duitsland) werden bij de herbouw gebruikt. In 1920 werd hij me de als zaagmolen ingericht, maar kort daarna, in 1925, werd de molen onttakeld tot romp zonder kap. De vlucht was 21,50 meter.

.J. ~ #;rl~l .?.. _.

,. ......i

..~

ยท1

8. Brunnepe, gemeente Kampen. De forse achtkante stellingmolen, die we hier nog in een winters landschap zien staan, is die te Brunnepe, een buurtschap onder Kampen. De eigenaarwas Van Raalte en in 1917 is de molen door brand verloren gegaan.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek