Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1

Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1

Auteur
:   L. van Lambalgen
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0088-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In de uitgave "Nederlandse Molens in oude ansichten" 1*) maakten we een rondgang langs de molens in ons land aan de hand van oude prentbriefkaarten, die niet alleen het P.T.T.-stempel droegen, maar ook dat van de tijd waarin ze werden uitgegeven. Vaak was dat vijftig jaar en langer geleden. Verschillende aspecten moesten echter buiten beschouwing blijven gezien de omvang van dat deeltje.

Het leek ons een goed idee aan verschillende provincies een afzonderlijke uitgave te wijden, waarbij aan de karakteristieke bijzonderheden wat meer aandacht gegeven zou kunnen worden en een en ander ook beter tot zijn recht komt. Als eerste provincie hebben we Zuid-Holland gekozen, omdat deze op molengebied altijd één der belangrijkste provincies was en nog is (momenteel staan er nog de meeste molens) en vroeger was dit wellicht ook het geval, al moet men Noord-Holland met de Zaanstreek en de droogmakerijen ook niet gering achten!

Dat er in Zuid-Holland zoveel molens stonden, komt natuurlijk in de eerste plaats door de lage ligging, waardoor veel poldermolens nodig waren om, letterlijk, het hoofd boven water te houden. Voor verschillende laaggelegen polders en droogmakerijen was getrapte bemaling met meer molens nodig om het hoogteverschil te overwinnen, waardoor concentraties op één punt van soms wel vijftien of meer molens ontstonden, zoals bijvoorbeeld bij de ook in deze uitgave voorkomende, nu verdwenen, Hazerswoudsche Droogmakerij. De nog bestaande molengangen te Aarlanderveen, Leidschendam en Zevenhuizen zijn hierbij vergeleken nog maar een flauwe afschaduwing. Was de hoeveelheid te verzetten water te groot voor één molen, dan werden er meer molens naast elkaar gebouwd, die alle het water even hoog opmaalden. Vaak gebeurde dit in een tijdelijk reservoir, een zogenaamde bergboezem, die meestal door natuurlijke lozing bij lage rivierstand leegliep. Zo stonden er acht molens (zogenaamde strijkmolens) naast elkaar aan de Boezem bij Rotterdam; over het nog bestaande complex van Kinderdijk (het grootste van ons land) behoeven we in dit verband niet te spreken, want dat is zo langzamerhand wereldbekend! Dergelijke molenconcentraties deden het totaal aantal molens natuurlijk aanzienlijk stijgen. In deze uitgave hebben we hieraan zoveel mogelijk aandacht besteed, teneinde ook de liefhebbers van de poldermolens aan hun "trekken" te laten komen. In "Nederlandse Molens in oude ansichten" staan, in verhouding, veel minder poldermolens, onder andere omdat deze in enkele zuidelijke en oostelijke provincies vrijwel niet voorkomen, maar ook omdat het kaartenmateriaal van dit soort molens schaarser is, iets waarop we later terugkomen...

Zuid-Holland was vroeger echter ook reeds een provincie met veel industrie, vooral geconcentreerd rond enige, toen ook al belangrijke, handels- en havensteden, zoals Dordrecht, Rotterdam, Schiedam, Delft en Leiden. Molens waren de fabrieken van vroeger. De capaciteit was, ondanks een twaalf- tot zestienurige werkdag, zeker naar huidige maatstaven, niet zo erg groot, zodat er veel molens nodig waren om een bepaalde productie te kunnen bereiken. De mening, dat Nederland vóór het stoomtijdperk met de daarmee gepaard gaande "industriële revolutie" niet bepaald als een geïndustrialiseerd land kan worden beschouwd, maar voornamelijk van handel, scheepvaart en zuivelproducten bestond, is zeker niet juist te noemen wanneer men de tijdsomstandigheden in aanmerking neemt en vergelijkingen maakt met andere Europese landen, waar vaak langer handwerk in gildevorm werd bedreven. De mogelijkheid om de van verre, per zeilschip (dus met windkracht), aangevoerde grondstoffen met molens (dus eveneens met windkracht) tot halffabricaten of gereed product te verwerken kan veeleer als een extra stimulans worden beschouwd om deze grondstoffen te halen!

Molens waren de fabrieken van vroeger, merkten we reeds op en men beschouwde ze in de eerste plaats als utiliteitsbouwwerken. De landschappelijke waardering dateert pas van de laatste vijftig jaar! Voordien was deze waardering er natuurlijk ook wel enigszins, want anders waren er geen kaarten uitgegeven van de molens afzonderlijk, zoals ook in deze uitgave opgenomen. Over het algemeen ging men er echter niet speciaal op uit om molens te fotograferen, teneinde hiervan een documentatie te vormen voor later. Wanneer een molen verdwijnen moest, om verkeerstechnische of stedenbouwkundige redenen in de periode rond de eerste wereldoorlog, dan vond men dit vaak wel een spijtige zaak, maar er werd weinig of niets gedaan om de afbraak te voorkomen, daar de "vooruitgang" immers niet tegen was te houden! In tal van gemeenteraadsverslagen uit die tijd komt men opgeluchte opmerkingen tegen wanneer een molen als sta-in-de-weg was "opgeruimd", zoals dat letterlijk heette. Van veel molens zijn dan ook geen of geen goede afbeeldingen bewaard gebleven, zelfs niet van molens die eigenlijk nog niet eens zo lang geleden verdwenen zijn. Een frappant voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld molen nummer 1 van de viergang te Aarlanderveen, die in 1924 verbrandde en waarvan tot nu toe geen foto of kaart te voorschijn is gekomen. In veel gevallen vormt een prentbriefkaart, waar de molen toevallig op staat, het enig zichtbare bewijs van zijn bestaan. Andere bewijzen, in de vorm van schriftelijke gegevens omtrent bouwjaar, eigenaren enzovoort, ontbreken ook vaak, waardoor men op, niet altijd betrouwbare, mondelinge mededelingen is aangewezen. Dit geldt ook voor diverse kaarten in dit deeltje. In geval van twijfel hebben we ons van vermelding onthouden, daarmee tevens voorkomend dat het geheel te documentair zou worden. Een inventarisatie van uitsluitend verdwenen molens zou er vanzelfsprekend heel anders uit gaan zien! Hoewel opname per streek zeker zijn bekoring gehad zou hebben werd, om het naslaan te vergemakkelijken, weer voor een alfabetische indeling gekozen. Aangezien we ons aan de titel "in oude ansichten" wilden houden, werden er geen foto's opgenomen. Dit beperkte de keus aanzienlijk vooral op het gebied van de poldermolens, omdat van deze categorie veel minder kaarten werden uitgegeven dan bijvoorbeeld van de korenmolens, De meeste poldermolens stonden ver buiten de bebouwde kom, zodat het commercieel niet aantrekkelijk was hiervan kaarten te maken. In dit verband is het frappant te zien, dat zo niet alle, dan toch de meeste poldermolens in deze uitgave niet ver van een bepaalde plaats stonden! Graag hadden we nog meer materiaal opgenomen van enkele andere reeds lang verdwenen molencomplexen, waarvan we wel foto's maar helaas geen oude prentbriefkaarten hebben kunnen opsporen. De heren J. Hoogendoorn en A. Bicker Caarten waren zo vriendelijk materiaal ter beschikking te stellen - laatstgenoemde dertien stuks van voornamelijk Rijnlandse polder- en industriemolens - waarvoor we hen gaarne dankzeggen. Het meeste overige materiaal komt ook nu weer uit de eigen verzameling. Mochten er echter lezers zijn, die voor volgende deeltjes oude kaarten in bruikleen zouden willen afstaan, dan zouden wij dit gaarne vernemen (adres: postbus 3091, Rotterdam).

*L. van Lambalgen, Nederlandse molens in oude ansichten. 160 blz. met 156 afbeeldingen van oude prentbriefkaarten. Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1971. Geb. F 19,90.

1. ALBLASSERDAM

Een mooi begin van onze molentocht door het Zuid-Holland van zo'n zeventig jaar geleden! Mooi, omdat deze reusachtige zaagmolen, op de "Oude Werf" van Jan Smit Czn. één der grootste, zo niet de allergrootste, van ons land was. Zowel boven als beneden was er een "zaagvloer" en kon er dus gezaagd worden. Rond 1900 waren de zaag, de ramen enzovoort in ijzer en staal vernieuwd. Floris Kloos bouwde hem in 1842 en het laatste in ons land gebouwde houten schip, "De Graafstroom", werd ermee gezaagd. In 1950 nam Verolme de verouderde werf over; de molen werd afgebroken en is opgeslagen voor herbouw elders, waarvan het tot nu toe helaas nog niet is gekomen.

2. ALPHEN AAN DEN RIJN

Een oude opname van de korenmolen "De Eendracht", zoals men hem in jaren niet heeft kunnen zien. Oorspronkelijk was het de pelmolen "De Twee Gebroeders", in 1752 te Zaandamoostzijde gebouwd en in 1898 in Alphen aan den Rijn weer opgebouwd op een uiteraard andere onderbouw. Hij staat er momenteel troosteloos bij, maar door overdracht aan de gemeente is zijn voortbestaan gewaarborgd.

3. ALPHEN AAN DEN RIJN

Dit is de voorganger van de vorige molen, die op een andere plaats stond, namelijk langs de westzijde van de Gouwe, even benoorden de spoorbrug. Op de kaart van Floris Balthasar uit 1610/15 staat hier al een standerdmolen, een sinds vele jaren niet meer in Zuid-Holland voorkomend molentype. De korenmolen van Gouwsluis moest verdwijnen voor de verbreding van de vaarweg Rotterdam-Amsterdam.

4. BENTHUIZEN

Een klassieke landschapsopname van de korenmolen "De Haas" te Benthuizen. De in 1780 gebouwde molen werd in 1932 tot romp met kap onttakeld en deze ziet er nu wel heel pokdalig uit. Er gaan stemmen op voor algehele afbraak maar ook voor algeheel herstel. Voor het laatste zal veel geld nodig zijn, wat er momenteel niet is. Maar zolang er nog een romp is, bestaat er nog hoop!

5. BERGAMBACHT

De laatst overgebleven molen van de Krimpenerwaard hebben we hier. Het is de korenmolen "Den Arend" uit 1869. Het lommer en de aangrenzende bebouwing zijn verdwenen en ook het inwendige heeft een veer moeten laten. Nu zijn er nog twee koppels maalstenen, maar vroeger, volgens een potloodkrabbel achter op de kaart, "daar liggen 4 koppel steenen in; 1 paar Duitsehe, 3 koppel kunstenen en 1 paar voor de motor"!

BLEISWIJK

Korenmolen

6. BLEISWIJK

Een andere stellingkorenmolen die, evenals die van Benthuizen ook "De Haas" heette, stond in Bleiswijk en werd een jaar later, dus in 1781, gebouwd. Deze molen is nu echter definitief "het haasje" en hij verdween in 1940 met de landelijke rust. Een ronde oneffenheid in de grond is alles wat men ziet, wanneer men, aan de hand van deze kaart, de voormalige standplaats weet op te sporen.

7. BLEISWIJK

Nu we toch in Bleiswijk zijn, kunnen en mogen we niet voorbijgaan aan de vele poldermolens die hier eens stonden en waarvan nog slechts hier en daar een onderbouw rest. We zien hier ondermolen nummer 9 van de Binnenwegsche Polder, waarvoor de Rotte als boezem fungeerde, zoals ook voor alle andere polders in deze buurt. Ondermolen nummer 8 werd in 1924 naar Aarlanderveen verplaatst en is daar nog steeds in bedrijf.

Molen "de Vriendschap"

8. BLESKENSGRAAF

We keren terug naar de Alblasserwaard, waarmee we begonnen, en volgen de Alblas, waar we ook nu nog de ronde stenen stellingkorenmolen "De Vriendschap" uit 1890 zien staan. Vroeger, maar dat is zelfs vóór de uitgave van deze "bejaarde" kaart, kon men met een bootje in de molen varen om te laden en te lossen. De ingang aan de waterzijde is nog steeds te zien.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek