Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 2

Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   drs. H.A. Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0162-2
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het staat vast dat er aan het einde van de achttiende eeuw in ons land al meer dan achtduizend windmolens stonden. En dat aantal groeide nog steeds, zodat er in het midden van de negentiende eeuw zo'n tienduizend geweest moeten zijn. Als men dan bedenkt dat er daarvan nu nog, om precies te zijn, negenhonderd vierenvijftig van over zijn, dan kan men zich voorstellen welk een stempel het bezit van zoveel molens destijds op Nederland drukte. De polderbemaling en allerlei industrieën waren slechts mogelijk bij de gratie van de windmolen. Behalve korenmolens en poldermolens waren er houtzaagmolens, olie-, pel-, snuif-, papier- en nog diverse andere soorten molens. De meeste polders hadden voldoende aan één of twee molens, maar diepe droogmakerijen, ontstaan uit uitgeveende plassen, werden met twee of meer "gangen", elk van drie of vier schepradmolens, bemalen.

Met de opkomst van de stoommachine in de negentiende eeuw kwam aan de bloeiperiode van de windmolens een einde. Steeds meer complexen poldermolens moesten voor deze concurrentie het veld ruimen. In het begin van de twintigste eeuw kwUTI daarbij nog de mededinging van de verbrandings- en de elektromotoren, waardoor ook de alleenstaande molens hoe langer hoe meer verdrongen werden. Maar tot een algehele verdringing kwam het toch niet. Nog steeds houden op tal van plaatsen koren- en poldermolens stand, terwijl - bij uitzondering - ook nog een enkele zaagof oliemolen is overgebleven. Als gezegd, ongeveer tien procent van het oorspronkelijke molenbestand siert nog onze steden en dorpen, al is daarvan nog slechts een gedeelte af en toe in werking te zien.

Van oudsher is de polderbemaling wel de belangrijkste functie van de windmolen geweest en daartoe leende hij zich ook uitstekend. Bij de opkomst van de machinale bemalingswerktuigen was het verdringen van de windbemaling dan ook niet

zozeer te wijten aan de ongestadige werking, maar aan de omstandigheid dat één stoommachine van flink vermogen, en later één diesel- of elektromotor, het werk van een aantal, zelfs een groot aantal molens kon overnemen. Ten opzichte van één of twee molens trad een dergelijke directe besparing niet zo op de voorgrond. Als voorbeelden in Zuid-Holland zou men kunnen noemen de zeven boezemmolens aan de Vlist bij Haastrecht, die in 1913 door één stoomgemaal van 135 pk werden vervangen. De bemaling van de Hazerswoudsche Droogmakerij onder Hazerswoude door vijftien molens werd in 1914 overgenomen door drie elektrische gemalen en de zes molens van de polder "De Wilde Veenen" bij Moerkapelle moesten in 1923 het veld ruimen voor twee elektrische gemalen. Foto's van deze "getrapte bemalingen" treft men in dit boekje aan.

In een periode waarin de afbraak van de molens ontstellende vormen begon aan te nemen en een aantal belangstellende personen meende dat daaraan een halt moest worden toegeroepen, werd in 1923 de vereniging "De Hollandsche Molen" opgericht. Deze vereniging wilde niet koste wat 't kost de molens behouden, ook al beantwoordden ze niet meer aan het doel waarvoor ze zijn gebouwd. Men zag in dat, wilde men het blijven voortbestaan van de molens verdedigen, in de eerste plaats moest worden nagegaan of de molens door het aanbrengen van technische verbeteringen nog werkelijk aan hun doel zouden kunnen beantwoorden. Een prijsvraag, door haar uitgeschreven, leverde niet minder dan veertig antwoorden op en een groot deel daarvan was van ingenieurs afkomstig. Mede als gevolg daarvan zijn tal van verbeteringen, vooral aan de wiekvorm, aan de molens aangebracht. Die van Dekker, Van Bussel, Bilau en later van Fauel zijn daarvan wel de bekendste.

Deze verbeteringen en voorts het geleidelijk groeiende inzicht

dat de waarde van de molen vooral ligt op een ander, in het algemeen minder materialistisch terrein, zijn er oorzaak van geweest dat zelfs nu, in onze tijd, nog een kleine duizend molens zijn overgebleven. Maar, zoals hiervóór al is opgemerkt, een veel groter aantal is inmiddels voorgoed verdwenen. Daarmede is veel schoonheid uit het dorps-, het stads- en het landschapsbeeld verloren gegaan, maar bovendien een schat aan belangwekkende en boeiende bouwwerken met een enorme verscheidenheid aan vorm en uitvoering. En juist door die veelvormigheid zijn de molens voor ons zo interessant.

Deze laatste omstandigheid is een van de redenen van het verschijnen van dit deeltje over de molens in de provincie Zuid-Holland. Het bedoelt een vervolg te zijn op het eerste deeltje, dat in 1972 van de hand van L. van Lambalgen is verschenen. Men ziet een aantal foto's en kaarten van molens die al niet meer bestaan en zo ze er nog wel zijn, zoveel mogelijk afgebeeld in een omgeving zoals die in vroeger jaren was. De samensteller hoopt dat dit vervolgdeeitje een even goede ontvangst ten deel zal vallen als destijds het vorige.

Ten slotte nog iets over de volgorde waarin de afbeeldingen in het boekje zijn opgenomen. Het eerst ziet men een aantal wipmolens en daarna achtkante en ronde poldermolens. Vervolgens enkele wip koren- en industriemolens en dan paltrok zaagmolens. Na deze komen eerst de grond- en daarna de stellingmolens. Ten einde het opzoeken van een bepaalde molen te vergemakkelijken, treft men op de laatste bladzijde een register van plaatsnamen aan.

VERANTWOORDING

Alle foto's en kaarten - op één na - zijn afkomstig uit het

archief van de schrijver. Bedoelde foto (nummer 51) werd welwillend ter beschikking gesteld door de heer !.J. de Kramer te Leidschendam, van wiens adviezen de schrijver ook nu weer een dankbaar gebruik heeft gemaakt. Ook dank aan de heer J.S. Bakker te Moerkapelle voor de gegevens die hij verstrekte.

De schrijver heeft ernaar gestreefd geen foto's en dergelijke op te nemen van molens die ook in het eerste deeltje voorkomen. In enkele gevallen, als daar niet aan was te ontkomen, werd van de desbetreffende molen toch een andere foto gekozen.

GERAADPLEEGDE LITERATUUR (alfabetisch gerangschikt)

1. "Molenleven in Rijnland", door A. Bicker Caarten. 1946.

2. "Met de kuierstok langs de molens", door A. Bicker Caarten. 1977.

3. "Molens in Gorinchem", door A.J. Busch. 1978.

4. "De Waterkeeringen, Waterschappen en Polders in ZuidHolland", door jhr. ir. L.F. Teixeira de Mattos. Diverse delen. 1929 en andere jaren.

5. "Verdwenen en bestaande windmolens te Rotterdam", door J. Verheul Dzn. 1942.

6. "Molens in Zuid-Holland in oude ansichten", door L. van Lambalgen. 1972.

7. "Zuid-Hollands Molenboek", door diverse auteurs. 1961.

1. HOORNAAR

We beginnen onze tocht langs een aantal Zuidhollandse molens in de Alblasserwaard. Dit gebied behoort tot de streek waar de wipmolens het eerst werden gebouwd en waar ze het verst tot ontwikkeling zijn gekomen. We zien hier een der vijf molens van de polder "Het Land der Zes Molens" te Hoornaar, een grote polder van 1641 hectare. Alle molens hadden een naam, eigenlijk een bijnaam. Deze heette "De Wind-as" en hij stond aan de Schelluinse Vliet. In 1940 werd hij afgebroken. Sedert 1932 wordt de polder met een dieselgemaal bemalen.

z

r

2. LANGERAK

We gaan verder met het bekijken van een aantal wippoldermolens. De polder "Langerak" had drie molens: twee wipmolens en een achtkant. Links zien we de nog bestaande "Westmolen", nu buiten gebruik en eigendom van de "Stichting tot instandhouding van molens in de Alblasserwaard en de Vijfhecrenlanden". Er zijn plannen tot restauratie. Rechts staat de "Gostmolen", die in 1939 werd afgebroken en op welke plaats daarna het motorgemaal werd gebouwd. De achtkante molen (op deze foto niet te zien) is in de meidagen van 1940 afgebrand en niet meer herbouwd. Zie ook foto nummer 41.

3. BLESKENSGRAAF

Twee echte "Alblasserwaardse" wipmolens had de polder "Brandwijk" te Bleskensgraaf. De rechter molen werd afgebroken in 1930, de linker in 1925. Laatstgenoemde werd direct daarna vervangen door een op zijn plaats gebouwde grote "windmotor". Deze voldeed echter niet, zodat hij rond 1937, op de onderbouw na, werd gesloopt. Eerder was in die onderbouw een elektrische bemaling met vijzel ondergebracht, waarmee de polder nu nog steeds wordt bemalen. Op de plaats van de rechter molen werd na de afbraak het huis van de machinist gebouwd. Geheel rechts zien we een speehnolentje.

4. BRANDWIJK

Niet ver van de beide vorige molens stond de in 1764 gebouwde wipmolen van de polder "Gijbeland en Noordzijde Hofwegen", een polder van 536 hectare. In 1926 heeft men de kop van de molen afgesloopt, nadat eerder een dieselmotor van 40 pk in de ondertoren was geplaatst, die het scheprad aandreef. Die ondertoren staat er nog. De foto is vermoedelijk genomen bij een jubileum van de molenaar. Vooraan heeft het polderbestuur zich opgesteld en bij de molen heeft een aantal boeren zich verzameld. De molen sloeg uit op een voorboezem, die in de Graafstroom uitkwam, maar in 1969 heeft de polder een nieuw gemaal in gebruik genomen, rechtstreeks op de Graafstroom uitslaand.

5.0TTOLAND

De polder "Ottoland" (487 hectare) had vroeger twee wipmolens. Hier zien we de "Staartmolen", die stond daar waar de Grote Boezem in de Lage Boezem van de Overwaard uitkomt, in de uiterste noordwesthoek van de polder. De andere wipmolen, "De Zuidzijdse molen", stond aan de zuidkant. Beide Ottolandse molens stonden in het verlengde van de vier nog bestaande molens van de polder "Groot-Ammers c.a.", Op de plaats van de "Zuidzijdse molen" werd het tegenwoordige gemaal gezet en rond 1928 zijn de molens door afbraak verdwenen.

VUILE."DA.M. w stermolen.

6. BRANDWIJK

Tal van fraaie, grote wipmolens gaven door hun aanwezigheid de Alblasserwaard vroeger een geheel eigen karakter. Wel is er nog een aantal van deze karakteristieke molens over, maar meer nog hebben de ongelijke strijd tegen de motor- en de elektrische gemalen vroeger of later moeten opgeven. De foto toont de wipmolen van de polder "Laag Blokland" aan de Vuilendam, in de gemeente Brandwijk. Het is de "Damse molen", die in 1929 werd gesloopt en werd vervangen door een motor-schepradgemaal, dat op zijn standplaats werd gebouwd.

7. STREEFKERK

De polder "Streefkerk met Kortenbroek" te Streefkerk had niet minder dan zes molens: vijf wipmolens en één achtkant. Nu zijn er nog vier. Hier zien we drie molens van de groep van vijf, die bestond uit twee bovenmolens en drie ondermolens, die via een "hoge boezem" uitmaalden op de Lek. De zesde molen staat afzonderlijk en slaat uit op de Lage Boezem van de Overwaard. De voorste molen op deze foto was "De Sluismolen", die in juni 1979 is afgebrand. In 't midden de "Hoge Tiendwegse molen", die in 1961 afbrandde en achteraan de "Oude Weteringse molen", die er nog staat, keurig werd gerestaureerd en eigendom is van eerder genoemde stichting.

8. STREEFKERK

Nog een foto van de molens van de polder "Streefkerk met Kortenbroek". Alle vijf molens werden in 1952, na de bouw van het gemaal dat de taak van de molens overnam, overgedragen aan de bij foto nummer 2 genoemde stichting. De zesde molen, de "Kortenbroekse molen", staat afzonderlijk en blijft bij de bemaling een reservetaak vervullen. De "Kleine molen", de "Oude Weteringse molen" en de "Achtkante molen" werden inmiddels geheel gerestaureerd en ook voor de "Sluismolen" bestonden dezelfde plannen, doch in de nacht van 27 op 28 juni 1979 werd de molen geheel door brand verwoest. Men ziet hier, van links naar rechts: de "Sluismolen", de "Hoge Tiendwegse molen", de "Kleine molen" en de "Achtkante molen". De twee eerstgenoemde bestaan dus niet meer.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek